DE GIDS burn-out

Hoe opgebrand is Nederland?

Beeld Spcial effects en modelmaking: Erik Voors, Foto: Rein Janssen

Als we de cijfers mogen geloven zit Nederland midden in een burn-outepidemie. Is het echt zo erg? En wat verklaart al die uitputting dan? 

Terwijl haar debuutroman Hemel boven Parijs werd vertaald en genomineerd voor vele prijzen belandde de 25-jarige Bregje Hofstede op de bodem van een diepe put. Ze zat thuis, op een stoel, voor het raam. Drie maanden lang. Gevangen in een lichaam dat het niet meer deed. Met een hoofd dat – en dat was zo mogelijk nóg enger – het ook niet meer deed zoals ze gewend was. Een gesprek voeren ging niet meer. Lezen was onbegonnen werk, de letters duizelden voor haar ogen. Als ze op een scherm keek, drong niets tot haar door. Om niet helemáál niets te doen borduurde ze af en toe eenvoudige kruisjes op theedoeken. Uitgewoond. Opgebrand. Burn-out.

Hofstede is niet alleen. Als we de cijfers mogen geloven zit Nederland midden in een ‘burn-outepidemie’. En de kwaal slaat op steeds jongere leeftijd toe. Vroeger was het iets van veertigers en heette het nog ‘overspannen’, toen van dertigers en nu lijken studenten aan de beurt. Is Nederland werkelijk zo opgebrand? Hoe verhoudt zich dat tot onze parttimecultuur, papadagen, drie vakanties per jaar en seniorendagen? Zijn we van suiker geworden? Of is een burn-out gewoon een depressie, vermomd in een minder beladen etiket? Wat ís een burn-out eigenlijk?

Er zijn net zoveel burn-outdefinities als er burn-outcoaches, burn-outboeken, psychologen, stress-experts en arbeidsdeskundigen bestaan. Maar over één ding is iedereen het eens: de kern van een burn-out is mentale uitputting. De term is ontleend aan de meestgebruikte definitie van burn-out, van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Christina Maslach uit 1981. In die tijd gold alleen uitputting als gevolg van werk als een burn-out. Later is dat opgerekt. Ook mantelzorg kan tot een burn-out leiden. Of ernstige problemen met je partner of kinderen.

Wanneer overspannen, wanneer burn-out

De huisartsenrichtlijn hanteert de volgende criteria voor surmenage/ neurasthenie (zo noteren artsen het). Bij overspannenheid moet er sprake zijn van tenminste drie klachten uit het lijstje: moeheid, slechte of onrustige slaap, prikkelbaarheid, niet tegen drukte/ herrie kunnen, emotioneel labiel, piekeren, gejaagdheid, concentratieproblemen/vergeetachtigheid. Er bestaat een onvermogen of gevoel van machteloosheid om met stressveroorzakers om te gaan. Het dagelijks functioneren moet minstens 50 procent minder zijn dan normaal. Bij burn-out bestaan deze klachten minimaal een half jaar. Vermoeidheid en lichamelijke uitputting staan hierbij op de voorgrond.

Vrouwen hebben vaker last van burn-outklachten (15 procent) dan mannen (9 procent), blijkt uit het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 en de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Lageropgeleiden hebben iets vaker (13 procent) burn-outklachten dan wetenschappelijk geschoolde werknemers (9 procent).

De jonge schrijfster Hofstede was mentaal uitgeput. En dat besefte ze pas toen ze op een kwade dag in de nazomer van 2013 niet meer bleek te kunnen lopen: ze wilde opstaan van een bankje in het park, maar wist niet meer hoe dat moest. ‘Ik was kerngezond en heel sportief. Maar mijn benen weigerden dienst. Heel angstig, zo’n fysieke blokkade.’

De burn-out van Hofstede was langdurig en zo ernstig dat ze na de drie uitgeschakelde maanden heel langzaam opbouwde en gedurende drie jaar op halve kracht werkte. Soms had ze een terugval en moest ze weer een paar weken of zelfs langer stoppen met werken. Lang niet alle mensen in de burn-outstatistieken zijn langdurig uitgeschakeld en zo ernstig aangedaan dat ze fysiek en cognitief niet meer functioneren.

Lichte stijging

De jaarlijkse TNO-Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is de meest betrouwbare bron als het om burn-out gaat. Het aantal mensen dat – naar eigen zeggen – met burn-outklachten kampt, schommelde jarenlang rond de 10 procent en bedraagt nu 14 procent. ‘Een lichte stijging dus. Beslist geen epidemie’, benadrukt Wilmar Schaufeli, arbeids- en organisatiepsycholoog aan de Universiteit Utrecht en de KU Leuven.

Tot zijn grote ergernis wordt die 14 procent vaak vertaald als: ‘één op de zeven mensen heeft een burn-out’. En dat klopt niet. Eén op de zeven werknemers heeft burn-outklachten. Ze hebben in de enquête bijvoorbeeld aangevinkt dat ze zich een paar keer per maand leeg voelden na een werkdag. Of dat ze zich een paar keer per maand emotioneel uitgeput voelden door het werk of dat ze zich soms moe voelden bij het opstaan. Schaufeli: ‘Die mensen worden allemaal meegeteld en dat wordt allemaal onder de noemer burn-out gerangschikt. Vermoeidheidsklachten zijn vervelend, maar het is wat anders dan wanneer je langdurig bent uitgeschakeld omdat je als gevolg van de uitputting ook emotioneel en cognitief niet goed functioneert.’

Ook in het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 (van Nyenrode en vakblad Intermediair) zegt 14 procent van de werknemers te kampen met overspannenheid of langdurige vermoeidheid. Ook hier gaat het om burn-outklachten. Stress-onderzoeker en psychiater Christiaan Vinkers (VUMC, Amsterdam) maant tot voorzichtigheid met dit soort zelfrapportages. ‘Als je mensen vraagt: bent u emotioneel uitgeput, kunnen ze ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Waar je niet naar vraagt, daar krijg je geen antwoord op. Je achterhaalt dus niet wat er echt met die mensen aan de hand is.’

‘Het lijden is rëeel’

Dat er geen sprake lijkt van een epidemie, wil niet zeggen dat er geen probleem is. ‘We hebben het hier over gemiddelden’, benadrukt arbeidspsycholoog Schaufeli. ‘En die vallen mee. Kijk je naar bepaalde sectoren zoals het onderwijs, dan kom je wel degelijk uit bij grote aantallen mensen die last hebben van ernstige vermoeidheid. Ook de cijfers onder jonge vrouwen tot pakweg 36 jaar zijn zorgwekkend. Werkgerelateerde stressklachten zijn bovendien een van de belangrijkste redenen waarom mensen door het UWV worden afgekeurd en in de WIA belanden. Dan is er serieus wat aan de hand.’

Ook stressonderzoeker Vinkers wil het probleem allerminst bagatelliseren. ‘Het lijden van de mensen is reëel. Het is geen aanstellerij.’

Voor een diagnose burn-out moeten patiënten niet alleen spanning ervaren, zoals een uitgeput en opgejaagd gevoel, er hoort volgens de richtlijn van huisartsen ook bij dat mensen het gevoel hebben dat ze de controle over hun leven kwijt zijn en dat ze minder functioneren in het dagelijks leven. Dat kan op het werk zijn, maar ook in het verkeer, en natuurlijk privé. Sommige patiënten hebben daarbij veel lichamelijke klachten. Zo had schrijfster Hofstede last van hartkloppingen, kramp in schouders en buik, een piep in de oren, kortademigheid, hyperventilatie, een langdurige oogontsteking, slapeloosheid en viel ze geregeld van de trap.

Beeld Spcial effects en modelmaking: Erik Voors, Foto: Rein Janssen

Veelkoppig monster

Burn-out is een veelkoppig monster. Lastig vast te stellen. Want de helft van de klachten die bij een burn-out passen horen ook bij een depressie. ‘Ik heb geen valide manier om in de spreekkamer het onderscheid te maken’, zegt psychiater Vinkers. ‘Een burn-out gaat minder gepaard met schaamte en stigma: want te hard gewerkt. Maar de overlap met depressie is groot. We moeten terug naar de tekentafel om te onderzoeken wat een burn-out precies is.’ Schaufeli ziet wel degelijk fundamentele verschillen tussen de twee aandoeningen: ‘Een depressie is een stemmingsstoornis: mensen kunnen niet vrolijk zijn. Alles is grijs en grauw. Een depressie gaat vaak samen met suïcidale gedachten of zelfs suïcidaliteit. Bij een burn-out heb je geen energie meer. Daar word je niet vrolijk van, maar tussendoor kun je toch een leuke avond hebben. Bij een burn-out word je in de loop van de dag steeds vermoeider, bij een depressie is het andersom.’

Een depressie is een ‘stoornis’ en staat in de DSM, het handboek van de psychiatrie. Burn-out staat uitdrukkelijk niet in de DSM. ‘Het is geen stoornis’, vindt Schaufeli. ‘Het gaat immers om gezonde mensen, zonder persoonlijkheidsstoornis of psychiatrische problemen, die uit balans raken omdat ze overvraagd worden – of zichzelf overvragen.’

Ondertussen is de medicalisering van de burn-out in volle gang met ‘behandelrichtlijnen’ en ‘diagnoses’ en bedrijfsartsen die het een ‘beroepsziekte’ noemen. Schaufeli ziet die medicalisering als een noodzakelijk kwaad. ‘Onze sociale zekerheid is gebouwd op het medische model. Als je arbeidsongeschikt wordt, moet een verzekeringsarts bepalen of je recht hebt op een uitkering. We kennen geen verzekeringspsychologen. En dus moeten we wel medicaliseren.’

Zenuwzwakte

Het zal u misschien verbazen, maar nieuw is het verschijnsel burn-out niet. Aan het eind van de 19de eeuw, met de komst van de trein, de telefoon en de industriële samenleving, deed de term ‘zenuwzwakte’ zijn intrede, ook wel neurasthenie genoemd. De hoeveelheid reclame die er werd gemaakt voor pillen en poeders tegen neurasthenie doet vermoeden dat het een omvangrijk probleem was. In de VS werd prominente patiënten aangeraden om zich een tijdlang onder te dompelen in het ‘wilde westen’ met paardrijden en lasso’s gooien. Theodore Roosevelt, die zelf als jonge man zijn zenuwzwakte overwon door zo’n wildwestkuur, legde later als president de basis voor beroemde nationale parken als het Yosemite, opdat de moderne stadsmens zich daar zou kunnen opladen.

Ruim honderd jaar later is de term neurasthenie in medische kringen nog altijd springlevend. Iedereen met een burn-out komt onder de code neurasthenie in de huisartsstatistieken.

En net als zenuwzwakte wordt burn-out gezien als een gevolg van ingrijpende maatschappelijke veranderingen: denk aan de verregaande automatisering en de digitale revolutie; de terreur van altijd bereikbaar moeten zijn en de overmaat aan prikkels. Allemaal stressoren waar ons brein zich totaal geen raad mee weet, zoals Volkskrant-journalist Wilma de Rek en hoogleraar, stressonderzoeker en psychiater Witte Hoogendijk (Erasmus MC, Rotterdam) beschrijven in hun boeken Van big bang tot burn-out en Leef als een beest.

De betere lectuur over burn-out

Van het lezen van alle boeken over burn-out zou u haast…. Juist. Daarom wat tips. Wie graag oplossingsgericht leest, kan een van de boeken van Carien Karsten (zoals Uit je burn-out, een 30 dagen programma) lezen, of Stress en burnout van stress-onderzoeker Elke van Hoof (Universiteit van Brussel). Liever een filosofische verkenning van het probleem? Lees De herontdekking van het lichaam van Bregje Hofstede of het beroemde essay van de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han uit 2010, te vinden in zijn bundel De vermoeide samenleving (Müdigkeitsgesellschaft): ‘Uit angst om voorbijgestreefd te worden, onze baan of identiteit te verliezen, dwingen we onszelf en elkaar tot het uiterste. Alles voor de bv ‘Ik’. Yes We Can. Een als wilskracht vermomd monster dat maar een doel heeft: roofbouw. Met als resultaat een opgebrande ziel en ‘ik-vermoeidheid’.’

Een uitweg ziet Han ook: via verveling, Langeweile in het Duits, dat letterlijk ‘langdurig bij (n)iets stilstaan’ betekent.

Idealiter is er de rust, zegt Hoogendijk. Een beetje lummelen, grazen in de wei zogezegd. ‘We zijn heel goed in het hanteren van acute stress: wegrennen voor die brullende leeuw, opzijspringen voor de tram. Nuttig voor onze overleving en weinig belastend, want snel voorbij. Beperkte chronische stress kan ook voordelig zijn. Als de vijand van nabij op je loert, wordt alles even onderdrukt: onze eetlust en onze interesse en bewegingsdrang. Dat is geen probleem als het een paar dagen duurt, maar de chronische stress waar wij aan blootstaan, jaar in jaar uit, kan ons brein niet hanteren. Niet voor niets slikt een op de tien Nederlanders slaap- en kalmeringsmiddelen. Grote veranderingen volgen elkaar steeds sneller op. We plempen elke seconde van de dag vol met activiteiten. Er wordt vaak lacherig over gedaan, maar ik zie de telefoon als een belangrijke stoorzender die permanente onrust brengt.’

Inderdaad wordt daar door sommige andere experts lacherig over gedaan. ‘Als mensen over vijftig jaar lezen hoe wij ons opgejaagd voelden door Facebook en mobieltjes roepen ze natuurlijk: ach, de zielepoten. Ze dachten in 2018 serieus dat ze het druk hadden’, zegt gezondheidspsycholoog Schaufeli. ‘Zoals wij nu lachen als we lezen dat mensen honderd jaar geleden bang waren dat ze overspannen raakten door de telegraaf, de krant en van achterstevoren rijden in een trein. De mens kan wel tegen een stootje.’

Niet steeds zieker

Psychiater Vinkers valt hem bij: ‘Het is een herkenbaar verhaal, maar ik zeg: laat zien dat we steeds zieker worden. We zijn druk-druk-druk maar rara: ons stress-systeem doet het overwegend prima. We gaan met zijn allen niet steeds slechter functioneren, we worden evenmin psychisch steeds zieker.’ Vinkers baseert zich voor deze uitspraak onder meer op bevolkingsonderzoek naar stemmingsstoornissen tussen 1996 en 2009. ‘In beide jaren zei 20 procent van de ondervraagden ooit een depressie te hebben gehad. Er is geen stijging.’’

Sommige psychiaters zoeken naar een filosofische verklaring voor onze – al dan niet vermeende – mentale problemen. Damiaan Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), is behalve psychiater ook filosoof en meent dat we niet meer in staat zijn om lijden te dragen. ‘Het gewone lijden, dat bij het leven hoort, is compleet gemedicaliseerd. Ik kreeg drie weken geleden een student die in therapie wilde omdat hij zijn these niet af kreeg. Ik zei: driekwart van de mensen krijgt zijn these niet volgens planning af, daar heb je geen therapie voor nodig. We willen altijd gelukkig zijn, ons altijd goed voelen, ons niet vervelen. Ben je bang, verdrietig, eenzaam of boos? Dat accepteer je niet, je zoekt hulp. En hulp zoek je ook als de hooggespannen verwachtingen die je van het leven hebt, niet uitkomen. Iedereen wil mooi zijn, sociaal, slim en presteren. Dat is voor de meeste mensen niet haalbaar.’

Zelf moet Denys (AMC, Amsterdam) ook een stapje terug doen. Zijn bestaan als hoogleraar psychiatrie, wetenschappelijk onderzoeker, auteur, toneelmaker, voorzitter van de NVvP, populaire gast in radio- en tv-shows, echtgenoot en vader begint zijn tol te eisen. ‘Ik ben van plan het volgend jaar rustiger aan te gaan doen. Dit is niet houdbaar. Maar het is lastig. Je voelt je als een kind in een snoepwinkel die nergens aan mag komen. Al die mogelijkheden die er zijn! En die dan niet allemaal benutten.’

Beeld Spcial effects en modelmaking: Erik Voors, Foto: Rein Janssen

‘Helemaal volgepland’

De lat te hoog leggen. En geen hersteltijd inplannen. Dat ziet psychotherapeut en burn-outcoach Carien Karsten bij vrijwel al haar cliënten terug. ‘De jonge generatie krijgt de boodschap: volg je hart. Heb het vooral leuk. Ze plannen hun weken en weekenden helemaal vol. En dat kan dus niet. Het brein moet soms in de uitstand.’

Het zijn eisen die we onszelf opleggen, maar Karsten ziet ook werkgevers die ‘onveilige voorwaarden’ scheppen. ‘Je hoeft niet altijd bereikbaar te zijn, dat kan een baas niet eisen. Kantoortuinen zijn heel prikkelgevoelig. Laat mensen zich soms afzonderen, laat ze thuis werken of met een koptelefoon.’ Mensen hebben een groot herstelvermogen, zegt Karsten. Ze zijn vitaal en kunnen veel aan. Mits ze de tijd krijgen om te herstellen én die ook nemen.

Soms zit herstel of het voorkomen van erger in een ‘kleine’ mentale aanpassing. Volgens Karsten zijn we zo doelgericht bezig om ons te onderscheiden van de ander en op te vallen dat we het ‘spelen’ zijn verleerd. Zo geeft ze de mensen die ze behandelt soms het advies: ga eens alleen maar dingen doen die je fijn vindt, zonder doel. ‘Dan blokkeren ze bijna. Daar zijn ze zo vervreemd van.’

Help, ik ben opgebrand. En nu?

De helft van de werknemers met burn-out klachten (48 procent) laat zich begeleiden door de bedrijfsarts. Ook een persoonlijke coach zoeken is populair (42 procent). De huisarts begeleidt 30 procent van de opgebrande werknemers. Er worden zeer uiteenlopende oplossingen gevonden: aanpassing werktijden (46 procent), sporten (29 procent), medicatie (27 procent), mindfulnesstraining (17 procent), yoga (17 procent), begeleiding psychiater/psycholoog (10 procent), ontslag of andere baan (3 procent). (bron: Nationaal Salaris Onderzoek 2017)

Hoge ambities, een overprikkelde samenleving, een fundamenteel onvermogen om tegenslagen te incasseren? Om iets meer greep te krijgen op mogelijke maatschappelijke oorzaken van het hoge aantal burn-outklachten in Nederland, wilde Schaufeli weten welke landen het meest ‘opgebrand’ zijn. Hij legde cijfers van 34 Europese landen naast elkaar over burn-outgevoelens, de lengte van de werkweken, de productiviteit, de stand van de economie, het democratische gehalte van het bestuur en het voorkomen van corruptie. En verrassend genoeg: Nederland bungelt onder aan de ranglijst als het gaat om burn-outproblematiek, tussen Finland en Zweden in. In Nederland komt 6,4 procent van de werknemers altijd uitgeput uit zijn werk. In koploper Turkije is dat 25 procent. In Slovenië 20,6 en in Griekenland 8 procent.

Landen waarin werknemers veel uren moeten draaien, waar de productiviteit laag is en de economie niet goed presteert, kennen veel meer burn-outs. Rijke landen – met weinig corruptie en een stabiel bestuur, met niet al te lange werkweken, waar mensen hoog scoren op geluk – juist weinig.

In deze Europese studie is voor het eerst voor alle landen dezelfde indicator gebruikt voor wat een burn-out is. Dat er maar één indicator is gebruikt, is meteen de zwakke plek in dit onderzoek, geeft Schaufeli aan. ‘Mensen moesten reageren op de stelling: Ik ben uitgeput aan het einde van de werkdag. Dat is wel het wezen van burn-out, maar een langere vragenlijst was beter geweest.’

Kwetsbaarheidsparadox

Misschien, zegt Schaufeli, is de conclusie wel dat we relatief weinig burn-outs hebben omdat we zoveel integratietrajecten hebben, omdat bedrijfsartsen hier een vinger aan de pols houden, omdat we werkgevers aanspreken op het werkklimaat en omdat we parttime kunnen werken. ‘We zijn hier begaan met mensen die het moeilijk hebben. Als je in de VS tegen je baas zegt dat je een burn-out hebt, zegt hij: daar is het gat van de deur.’

Hoe dan ook, deze vergelijkende studie toont dat burn-out niet gezien moet worden als louter een individueel psychologisch probleem, maar ook als een maatschappelijk fenomeen. Hoe het werk en de zorg zijn georganiseerd doet ertoe, de mate waarin een burn-out taboe is en het welvaartsniveau.

Het is de ‘kwetsbaarheidsparadox’, zoals psychiater Denys het noemt. ‘Hoe rijker en gelukkiger de mensen, des te vaker ze psychische hulp nodig hebben of zoeken.’ Volgens de Belg is onze al dan niet vermeende mentale ongezondheid het gevolg van luxe en gemak; mensen hebben te weinig om handen dat er werkelijk toe doet.

‘We denken dat we een prettige comfortabele samenleving hebben gecreëerd, met welvaart, mogelijkheden, middelen en vrijheid’, zegt de filosoof Denys. ‘Maar we zitten ook opgezadeld met de impliciete filosofische overtuiging dat de mens niet zomaar op de aarde is, maar ertoe moet doen. Zijn individuele leven moet zin hebben. Die betekenis interpreteren we als productief zijn in de zin dat we zo veel mogelijk geluk willen genereren. En als dat niet lukt, heb je een probleem.’

In zijn ogen worden we verleid tot een leefstijl die we niet aankunnen en dat is onhoudbaar. Denys ziet het apocalyptisch, is zelfs bang dat er een nieuw klassensysteem ontstaat, gebaseerd op veerkracht en incasseringsvermogen. Hij noemt het resilience, met aan de top degenen die kunnen doorbeulen en daaronder diegenen die dat niet kunnen. Volstrekt onwenselijk natuurlijk, voegt hij daar onmiddellijk aan toe. Maar hij ziet niet hoe deze trend gekeerd kan worden.

‘Mijn hoofd doet het weer’

Van schrijfster Bregje Hofstede (inmiddels 30) verscheen afgelopen herfst een tweede goed ontvangen roman, Drift. Om te herstellen van haar burn-out hield ze rust, ze kon ook niet anders. Ze begon met wandelen. Heel kleine stukjes. Als eerste deed haar lichaam het weer, elke dag een beetje meer, totdat ze weer een uur kon lopen. Fietsen ging weer, langzaam begon ze met sjokken, sjokken werd hardlopen. Het hoofd kwam later. ‘Het duurde bijna drie jaar voordat ik dacht: hé, mijn hoofd doet het weer.’

Tijdens haar burn-out voerde ze veel gesprekken met een bekende, die jaren geleden overspannen raakte. Iemand die herstelde en, belangrijk voor Hofstede, daarna weer normaal kon functioneren. Dat gaf haar vertrouwen, om die grote angst te pareren: dat het nooit meer goed zou komen. Hulp zocht ze overal: van huisarts tot coach, van meditatie tot yoga.

Toch kwam ook Drift tot stand met manische schrijfperiodes en momenten van doorbuffelen. Een les is niet zomaar geleerd en dan klaar, zegt ze. De mens is een gewoontedier en voor je het weet, rijd je terug in je rails. Toch is er iets veranderd. Ze voelt beter wanneer het echt niet meer kan. En de scheiding tussen lichaam en geest die ze altijd maakte, ervaart ze niet langer. ‘Ik ben ervan overtuigd geraakt dat lichaam en geest sterk verbonden zijn. Het is niet: je geest loopt vast en daarom reageert je lichaam, kennelijk lopen er zoveel verschillende lijntjes dat je nauwelijks kunt spreken van een tweedeling.’

Daarover schrijft ze ook in haar essaybundel over burn-out met de veelzeggende titel De herontdekking van het lichaam uit 2016. Een boek dat ze schreef omdat ze het destijds zelf graag had gelezen.

Treft ze haar grens, dan kan ze doorgaan, weet ze. Maar meer nog weet ze dat ze niet weer een paar jaar wil inleveren. Ze neemt zichzelf serieus, dus gunt ze zichzelf kleine adempauzes. Vroeger had ze gedacht: hardlopen, dat is efficiënter. Nu gaat ze even slenteren, in het park of door de stad.

Misschien, zegt Hofstede, is ‘opbranden’ ook wel een verkeerde metafoor. ‘Een burn-out is niet een gebrek aan brandstof, het is een gebrek aan leegte.’

De Volkskrant Burn-out Gids

Op www.volkskrant.nl/burnout staan de komende weken alle verhalen over burn-out en stress. Via deze besloten Facebook-groep kunt u uw verhaal delen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.