Hier wordt het pure Tibetaanse boeddhisme nog beoefend

Een buitenwereldse ervaring in een tussenland in de Himalaya

De Indiase regio Ladakh is buiten Tibet de laatste plek waar het pure Tibetaanse boeddhisme nog wordt beoefend. Dat draagt ongetwijfeld bij aan de buitenwereldse ervaring van deze bestemming.

De bergen van Ladakh zijn curieus: hoogtewoestijnen uitgevoerd in geel, grijs, blauw en paars. Foto Toine Heijmans

Gelukkig zijn er nog plekken op de wereld waarvoor je moeite moet doen. Het bereiken van Ladakh is met de jaren wel eenvoudiger geworden - het is een uur vliegen vanaf New Delhi, vroeger moest je dagen met de bus - maar het blijft wat problematisch. Er moet er een jetlag overwonnen worden en een hoogteverschil van 3,5 kilometer, plus Jet Airways, die mijn bagage is kwijtgeraakt en verder geen moeite doet om die terug te vinden. Reizen zonder spullen, de Ladakhi zijn het gewend, maar nu is het onpraktisch zonder berguitrusting. Het mooie van Ladakh is wel dat alles er vanzelf eenvoudig wordt, terug naar de essentie, en dat ze er berguitrustingen verkopen voor een habbekrats.

Wolken bedekken de Himalaya tussen Delhi en Leh, ergens daar beneden ligt Ladakh. Het is een wonderlijk stuk land. Een Indiase regio, geen staat en geen provincie, een geografisch gebied dat zich vooral afbakent door middel van religie. De laatste plek waar je het pure Tibetaanse boeddhisme aan het werk kunt zien, op Tibet na. Het is ook een plek met curieuze bergen. Het gaat niet om de bruidswitte, ademloze Himalayatoppen, maar om het land ertussenin: een hoogtewoestijn, uitgevoerd in het paars, geel, grijs, blauw en doorschijnend groen van een aquarel. Waarover een of andere god duizenden gompa's en stoepa's heeft uitgestrooid, menselijke herkenningspunten met gebedsvlaggen eraan.

(Tekst gaat verder onder foto).

Reisinspiratie nodig? 

Volg Volkskrant Reizen op Facebook of bekijk onze reizenpagina.

Minimetropool Leh. Foto Toine Heijmans

Leh

Ik slik een Diamox tegen de hoogteziekte. Het geeft me tintelende vingers. Leh ligt hoog en we gaan nog hoger. We hebben een kleine week; zonde om twee dagen te besteden aan misselijkheid. Al kan ook dat een vorm van meditatie zijn.

Het vliegtuig daalt. Dit landschap zag ik nooit eerder. In de kerven van droge bergen groeien smalle diepgroene bossen, die langs beken en rivieren naar beneden stromen. Waar water is, zijn gerstvelden. De toppen van Zanskar in het zuiden, die van Nubra in het noorden, als in boeken van Tolkien.

Hier moet ik de schrijver Andrew Harvey aan het woord laten, die begin jaren tachtig met de bus naar Ladakh reisde: 'Tijdenlang had ik het gevoel of alles wat gebeurde, de vlucht van een eenzame vogel boven een ravijn, de glinstering van doorbrekend zonlicht op druppelnevels boven rotsblokken in de diepte, een briesje door een veldje paarse bloemen op een richel in de hoogte, ook in mij gebeurde, in mijn geest die even weids, even ijl, even stil was geworden als het landschap.'

Harvey reisde maandenlang door Ladakh, een dichter op zoek. Halverwege zijn boek Reizen in Ladakh stelt hij een belangrijke vraag: 'En wat staat Ladakh te wachten? Zal het even kitsch en afgetrapt worden als de rest van India?'

(Tekst gaat verder onder foto).

Auteur Toine Heijmans en zijn dochter Sylke. Foto Toine Heijmans.
Uitrusten in het landschap van Ladakh. Foto Toine Heijmans.

Kippenvel

In de hal van de luchthaven draait een cassettebandje met de lokale mantra voor de toerist: 'Doe 24 uur niets.' Het is de eerste plek ter wereld waar me gevraagd wordt niets te doen. 'Bij ernstige hoofdpijn, misselijkheid, slechte dromen: zoek een arts.'

Ik heb mijn dochter Sylke meegenomen, ze is 14 nu, het kippenvel van de reis staat op haar armen. Het is haar eerste keer in Azië, toch slaat de vervreemding bij mij harder toe. Omdat ik de Himalaya anders ken, misschien. Sylke pakt haar tas en zegt: 'Die van jou komt toch niet, we gaan.'

Leh groeit over zijn eigen heuvels heen, aan alle randen wordt gebouwd. Het is een stad met een gebruiksaanwijzing, een minimetropool. Er staan files. Internet is niet beschikbaar, dat duurt soms twee dagen. Buitenlandse mobiele telefoons werken niet.

Het guesthouse van Kunzang Dolma en Tserang Dorjey ligt wat hoger op een heuvel aan een beekje, beschut door een scherm van populieren. Hier is het stil. Kunzang hurkt in de moestuin en knipt koolbladeren af. Ze tilt de bladeren eerst op en bekijkt ze dan van alle kanten, alsof ze van kristal zijn. Knipt dan de beste af. Kunzang is er al een uur mee bezig, een kalme vorm van concentratie. Ze bundelt de bladeren met een grasstengel en legt er een knoop in, een beweging die haar geen moeite kost, die ze van kinds af aan eindeloos heeft herhaald.

'Doe 24 uur niets.'

We slapen in een lichte, lila kamer. Als we wakker worden drijven langgerekte wolken onze kant op, eerst wit dan scharlaken, daarna lossen ze op.

We zitten in de huiskamer van Kunzang en Tserang en eten soep. De televisie staat aan. Hun zoons, Stanzin en Tashi, kijken graag naar Amerikaans showworstelen. Af en toe valt het beeld weg, dan loopt Stanzin naar een zwart doosje en schudt ermee. De wifi is even stuk, zegt hij. Daar is nu niets aan te doen, 'morgen misschien'.

Henk Thoma duikt op. Hij is onze gids. Hij heeft helderblauwe ogen. Een windsurfer uit Friesland die nieuwe grond vond in Ladakh. Hij woont hier een kwarteeuw en is genaturaliseerd tot Indiër. Hij spreekt onmogelijk veel talen; zijn Ladakhi is onberispelijk, zijn Nederlands ook. Wanneer je met hem door de stad loopt, gaat het steeds van 'juley, juley, juley', het vrolijke 'hallo' van dit stuk land. Ze zien hem niet als buitenstaander, als ze al in iemand een buitenstaander zien.

Ik vraag Henk of hij boeddhist is en hij zegt: 'Ik hou niet van dat soort termen.' Wel heeft hij een leraar. Als we een klooster bezoeken, doet Henk zijn prostraties. Een betere gids is er niet.

Om het donkere te begrijpen dat schuilgaat in het boeddhisme moet je moeite doen. De dalai lama heeft in Leh een paleisje, we rijden er langs. Het heeft een gouden dak. Het vrolijke van het geloof, het gewapper van gebedsvlaggen, het branden van boterlampen, het tollen van gebedsmolens, de moderne opgewektheid van de monniken, het heeft allemaal een zware betekenis die je niet snel ziet.

'Boeddhisme is trainen in doodgaan', zegt Henk, onderweg naar het klooster van Hemis, dat groot en wit een berg usurpeert. 'Nou dat klinkt niet echt gezellig', zegt Sylke.

De weg naar Hemis is afgezet met nagelnieuwe witte stoepa's. Elke stoepa kent de 37 onderdelen van het pad naar verlichting. We trekken onze schoenen uit en gaan ruimtes binnen. Monniken schuiven aan een tafel, bidden, eten soep, niemand is verbaasd dat wij zomaar hun leven binnenwandelen. Henk vertelt over het boeddhisme van het kleine voertuig, het grote voertuig en het diamanten voertuig. Volgens die laatste stroming is het mogelijk binnen één leven de verlichting te bereiken, maar dat lijkt hem niet te doen. Aan verlichting gaat hard werken vooraf, en minstens een paar reïncarnaties. Henk vertelt over roodmutsen en geelmutsen, over rinpoches, bodhisattva's en de Maitreya, de nieuwe boeddha waarop wordt gewacht. Van de Maitreya is alvast een gouden beeld gemaakt, zo groot dat zijn voeten een verdieping lager staan.

(Tekst gaat verder onder foto).

Gebedsstenen voor een klooster. Foto Toine Heijmans.

Lezersreis

SNP Natuurreizen organiseert in samenwerking met de Volkskrant een lezersreis naar Ladakh. Het is een wandelvakantie van twintig dagen met kampeertrektocht, onder leiding van Henk Thoma, in de vrij onbekende Shayok-vallei. Meer informatie volkskrant.reiskatern.nl

Foto Hollandse Hoogte / Panos Pictures

Voor zijn torso, tussen brandende boterlampen, is geofferd: een pak Minute Maid met de smaak 'mixed fruit', een rol Mentos. Sylke offert tien roepies. Henk doet zijn prostraties, buigt neer op de krakende houten vloer en vertelt over de gezichten die ons van overal aankijken. Beelden, schilderijen. 'Is het echt?', vraagt Sylke. 'Of zijn het verhalen?'

Elke keer als ik denk de plattegrond van dit geloof te begrijpen, doemt er een nieuw kruispunt op. Een mens is gevangen in de eeuwige cirkel van levens na de dood, Samsara, dat is de kern. Het is een leven van onwetendheid, begeerte en afkeer. Daar moet een mens vanaf. Die streeft met meditatie naar de leegte, naar sunyata. Echt doodgaan. Het vermorzelen van het ego. 'Geen prettige gedachte', zegt Sylke, 'dat vermorzelen.'

We betreden de binnenplaats van het Phyang-klooster en bekijken de dansende monniken. Er is een festival gaande. Het klooster uit 1515 staat als een vierkant rotsblok in droog land van graniet. Langs een rivier liggen gerstvelden, daarachter groeit paars kattenkruid. De toegangsweg is omzoomd met kraampjes: klankschalen, sieraden. Elk festival is het hoogtepunt van het jaar.

Het dansen gebeurt op een binnenplaats, een zanderige arena, fel beschenen door de zon. Gidsen sjouwen met plastic tuinstoelen. Toeristen vullen de bovenste verdieping van het kloostergebouw, daar is het beste zicht, alsof ze in een skybox zitten.

Clowns met vlashaar vragen om geld. Er zijn jongens verkleed als tijgerapen. Het is kermis, fanfare en dodelijke ernst tegelijk. Sylke filmt de monniken en de monniken filmen haar. Dorpelingen komen binnen en hurken in het zand, ademloos, ook al hebben ze het vaker gezien.

(Tekst gaat verder onder foto).

Sylke filmt de omgeving. Foto Toine Heijmans.

We kijken naar de dansers, verpakt in warme gewaden. Traag tollen ze door de ruimte. Ze lijken drie keer zo groot door de dikte van hun kostuums. Ze vechten met zwaard en boog en vermorzelen hun vijand: het ego.

De muzikanten aan de zijkant maken geen muziek; het zijn klanken met een ander doel, hard en schel.

'Ze dansen niet op een ritme ofzo', zegt Sylke. 'Het is een beetje random.'

'Als je goed traint', zegt Henk, 'krijg je deze figuren te zien na je dood.'

Sylke: 'Ik vind het niet geruststellend om dit na mijn dood te zien.'

Sylke ziet dat een jonge monnik spelletjes speelt op z'n smartphone. Hij is aan het autoracen en kantelt zijn telefoon van links naar rechts. De rituelen gaan gewoon door, de monnik krijgt een tik op zijn neus van een lama (geestelijk leider, red.) maar speelt verder. De lama lacht. Schrijver Andrew Harvey deed er maanden over, maar slaagde er uiteindelijk in een 'ander werkelijkheidsbewustzijn' te vinden in Ladakh. Ik geloof niet dat dat nodig is om van Ladakh te houden.

Op de trappen van het klooster interviewt Sylke een monnik. Hij draagt een trainingsjack en heeft prachtig witte tanden. Ze vraagt hem of het leuk is monnik te zijn. Konchok Gonpo is nu 20 en vertelt dat hij als 10-jarige door zijn ouders naar het klooster is gebracht. Na vijf jaar zag hij het niet meer zitten, maar nu heeft hij er vrede mee. 'Tegenwoordig zijn er veel verleidingen en ik heb geleerd me er niet door te laten verleiden.'

's Avonds is Leh afgeladen met Indiase toeristen die per auto proberen het autoloze centrum te bereiken om daar truien en sjaals van kasjmier te kopen, bijvoorbeeld bij een man uit Kasjmir die in Zwolle woont, de zomers hier in Leh doorbrengt en de winters thuis in Nederland. Van hem kopen we een sjaal. Het is maar de vraag of de wol echt van de beroemde hooggebergtegeiten komt, dat is in het schrale licht niet vast te stellen - de elektriciteit is uitgevallen en overal springen generators aan als enorme, snorrende katten.

We kopen ook een nieuwe berguitrusting, tussen honderden Indische toeristen die hetzelfde doen. Ladakh is beroemd geworden door de Bollywoodfilm 3 idiots. Sindsdien staat Leh op veel lijstjes. Onafgebroken worden er hotels gebouwd voor de Indiase middenstand, allemaal met spoeltoiletten, wat problemen geeft en zorgen - de zorgen die Andrew Harvey destijds had. De toeristen rijden graag rond op gehuurde motoren en laten hun knalpijpen knallen. Ladakh verwestert niet, het verindianiseert - rijen arme gastarbeiders werken er met beitels en hamers aan de weg, hun kinderen en baby's onder plastic parasols tussen het stof. Militairen wonen in eindeloze kampen, want dit is politiek een explosief gebied, met China, Pakistan en Afghanistan vlakbij.

De volgende ochtend staren we naar een waterscheiding, een eind weg al uit de stad. Twee rivieren verdwijnen in hun prachtig brede dalen: de Indus bruin van omgewoelde modder, de Zanskar gletsjerwit. Langs de weg staan waarschuwingsborden voor de truckchauffeurs uit Srinagar, die hun wagens blazend en proestend de bergen door helpen, niet afgesteld op de hoogte en het zuurstofgebrek.

Life is short. Don't make it shorter.

De weg eindigt in Teya en we lopen omhoog. We volgen de loop van een beek met ijswater, omgord met tamarisken, kogeldistels, kattenkruid. Ontvelde wilgentakken, populieren, wilde rozen. Schermbloemen. Op een klif staat een blauwschaap, een geitachtige Himalayaklimmer.

Als we de boomgrens passeren, blijft alleen het honderdkleurige stenen landschap over. Ladakh is het land van de bergpassen en die wil je oversteken, maar daarvoor is geen tijd.

Sylke filmt Henk als hij vertelt hoe moeilijk het is het boeddhisme in praktijk te brengen. In dit decor begrijp ik beter waarom hij voor Ladakh koos. De ingewikkelde eenvoud. Hij woont in een zelfgebouwd huis aan de buitenkant van Leh, waar koeienpoep droogt op de daken. Ook daar wandelen we, tussen het 'Juley, juley' van kinderen en van vrouwen die de was doen in de rivier. Van de hoogteziekte, de jetlag en mijn bagage hebben we niets meer gehoord.

's Avonds kijken we thuis met de familie televisie: het wereldkampioenschap cricket voor vrouwen. Sylke naast de jongens, die net iets ouder zijn. Engeland wint van India. Kunzang maakt jasmijnthee en vraagt hoe wij in Nederland leven.

Volkskrant Reizen:
Raak geïnspireerd en maak uw reizen nog bijzonderder met de onafhankelijke reisverhalen en originele tips van de Volkskrant reisredactie. Bekijk onze reispagina of zoek een bestemming op de kaart:

Praktische informatie

Vliegen: Het handigst is eerst naar Delhi. Van Delhi naar Leh is een uur; met mooi weer heb je een spectaculair uitzicht over dit deel van de Himalaya. Een retour is zo'n 100 euro.

Bus: De busreis naar Leh is een klassieker, maar wel voor degenen die van avontuur houden. Reken op twee dagen smalle wegen en de verovering van hoge passen (vijfduizend meter) Er zijn twee routes: uit Srinagar (Kasjmir), of Manali (de meestgebruikte). Ook zijn er directe bussen uit Delhi.

Klimaat: De beste reisperiode is de zomer. Zo'n 25 graden, weinig neerslag (de moesson gaat aan Ladakh voorbij). Winters zijn koud. Niet voor niets is de lokale sport ijshockey.

Overnachten: Leh barst van de (nieuwe) hotels, die bevolkt worden door Indiase toeristen. De meeste hebben tegenwoordig spoeltoiletten. Homestays zijn er ook in overvloed; leuk want bij mensen thuis, maar wat spartaanser. Kies alleen voor een verblijfplaats in Leh als je van drukte houdt. Tien minuten lopen verderop is rust.

Hoogte: Leh ligt op 3.500 meter, hoog genoeg om flink ziek te worden. Bereid je hierop voor. Je lichaam heeft zo'n twee dagen nodig om te acclimatiseren. Neem dit serieus. Medicatie (Diamox) is mogelijk, maar alleen wenselijk als de omstandigheden erom vragen. Raadpleeg de uitstekende site hoogteziekte.nl.

Boeken: Reizen in Ladakh van Andrew Harvey (Uitgeverij Atlas) wordt niet meer gedrukt, maar is tweedehands te krijgen. Voor wandelaars, maar ook voor andere reizigers, is Trekking in Ladakh van Jan Knaapen een goede informatiebron (Dominicus Adventure).

Motor: Ladakh is populair onder motor-rijders. Je huurt er eenvoudig een Indiase Royal Enfield en je kunt met veel kabaal de wegen op. Verzeker je van een goede verhuurder of touroperator. Maar wandelend leert je het land pas echt kennen.

Lezersreis: SNP Natuurreizen organiseert in samenwerking met de Volkskrant een lezersreis naar Ladakh. Het is een wandelvakantie van twintig dagen met kampeertrektocht, onder leiding van Henk Thoma, in de vrij onbekende Shayok-vallei. Meer informatie volkskrant.reiskatern.nl

Meer over