Boekenweek Job Cohen

Het wordt tijd dat ook de voorlezer Job uit de onzichtbaarheid treedt

Job Cohen is een begenadigd voorlezer, en Arjan Peters weet wanneer die carrière is begonnen.

Beeld Io Cooman en Eva Roefs

Daar viel de naam Job Cohen in korte tijd drie keer. Allereerst bracht de Limburgse emeritus hoogleraar en dichter Wiel Kusters op Facebook een bekentenis in herinnering: hij is de schrijver geweest van een speech waar Job Cohen opzien mee baarde. Toen Harry Mulisch op 1 februari 2001 in de Amstelkerk het eerste exemplaar van zijn roman Siegfried kreeg uitgereikt door Amsterdams kersverse burgemeester, bleek die het boek kritisch te hebben gelezen. In Siegfried slaagt schrijver Rudolf Herter erin door te dringen tot het raadsel Adolf Hitler. Cohen sprak: ‘U bent Herter niet, u bent gelukkig Harry Mulisch maar, en u maakt mij niet wijs dat ú Adolf Hitler begrijpt.’

Ik herinner me nog goed dat er bij de borrel na afloop werd gesmiespeld dat Cohen was gesouffleerd. Pas in 2012, toen Kusters afscheid nam van de Universiteit Maastricht, liet Cohen (oud-rector magnificus in Maastricht) weten wie de tekst had geschreven. In de bundel Mulisch toegesproken (2002) staat Job Cohen als auteur vermeld. Daar mogen we Wiel Kusters van maken.

Wellicht was dat optreden het begin van Cohens carrière als markante voorlezer. Nadat hij in 2007 de roman Het grijze kind van Theo Thijssen had opgenomen, verschenen er audioboeken met Cohen die Nescio, Elsschot, Multatuli en Geert Mak reciteert. Vorige week vertelde Murat Isik in de Haagse boekhandel Paagman dat Cohen onlangs ook alle 600 pagina’s van de prijswinnende roman Wees onzichtbaar heeft ingesproken. Met Job Cohen de Bijlmer in! ‘Mijn moeder kijkt daar erg naar uit’, aldus Isik.

En dan is er het monumentale Dit is mijn boek (De Buitenkant; € 88), waarin Jan Aarts en Chris Kooyman de Joodse ex-libriscultuur in Nederland in kaart hebben gebracht, nadat ze jarenlang op het Waterlooplein telkens boeken aantroffen met ex libris voorin, een eigendomsmerk, een kaartje met een tekeningetje en een naam, die de samenstellers het beklemmende gevoel van de aanwezige afwezigheid van vroegere Joodse eigenaars bezorgde.

 Ze besloten van allen  de eigenaren en de kunstenaars, gestorven of springlevend  biografietjes op te nemen. Dat leverde een beeldschoon en smartelijk boek op van 1.500 pagina’s met kunstzinnige afbeeldingen en soms indringende portretten van al dan niet bekende namen. Louis Tas, Bob Trompetter, Alexander Pola, David Sjouwerman, Dieuwertje Blok.

En wetenschapshistoricus Floris Cohen, van wiens broer Marius Job wordt gezegd dat hij jurist is, hoogleraar, en ex-staatssecretaris, ex-burgemeester en ex-fractieleider. Allemaal waar, maar het wordt tijd dat ook de voorlezer Job uit de onzichtbaarheid treedt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden