Het vervloekte geboortedorp van Gabriel Garcia Márquez

Groots zijn hun dromen en plannen. Bewoners en bestuurders in het geboortedorp van schrijver Gabriel García Márquez weten wel hoe ze toeristen moeten trekken. Toch blijven die weg uit het Colombiaanse Aracataca, dat model stond voor Macondo, het dorp in Honderd Jaar Eenzaamheid. Marjolein van de Water doolde er rond en ervoer hoe het in Colombia niet de praktische bezwaren en wetten zijn die tussen droom en daad staan.

Taganga, een klein vissersplaatsje aan de Colombiaanse kust, een van de plaatsen die Márquez inspireerden. Beeld Scott Dalton

'Aracataca heeft dringend behoefte aan plekken om selfies te maken.' Burgemeesterskandidaat Pedro Sánchez laat een stilte vallen, alsof zijn constatering de loop der dingen zal veranderen. 'Een borstbeeld van Gabriel García Márquez', zegt hij dan, met hernieuwde energie. 'Dat hebben we nodig. Voor de selfies dus. Voor op Facebook.'

Het is half acht 's ochtends en Sánchez ontbijt in de voorkamer van zijn riante huis. Buiten ligt een hond aan een ketting. Het beest blaft onafgebroken, omdat er vreemdelingen het erf opkomen: haveloos geklede dorpelingen, dagarbeiders van de palmolie- en bananenplantages die zich met terneergeslagen blik bij de andere wachtenden voegen. Ze komen Sánchez vragen om stromend water of een schooluniform, in ruil waarvoor ze komend najaar op hem zullen stemmen.

Sánchez frunnikt wat aan zijn dikke gouden ketting, de felgroene Nikes die hij draagt lijken te groot voor zijn voeten. 'Er is veel armoede in Aracataca. Afgezien van de bananen en palmolie is er weinig werk', zegt hij met een hoofdbeweging naar de wachtenden. 'Ook daarom moeten we meer toeristen trekken, meer gebruikmaken van de erfenis van Gabo. Het is de enige hoop voor dit dorp om vooruit te komen.'

Aracataca, de naam klinkt als een kind dat mitrailleurvuur nabootst. In dit dorp, waarvan de inwoners een diep verlangen koesteren naar een winter die nooit zal komen, werd op 6 maart 1927 Gabriel García Márquez geboren, Gabo in de volksmond, Gabito toen hij nog klein was. Op zijn 10de verliet hij het dorp voorgoed - met genoeg herinneringen en inspiratie om vele jaren later zijn meesterwerk Honderd Jaar Eenzaamheid te schrijven.

Aracataca stond model voor Macondo, het dorp in de roman waar vele generaties José Arcadio's en Aureliano Buendías' opgroeien en ten onder gaan; waar oorlogen eindigen zonder dat iemand zich nog herinnert waarom ze ooit begonnen waren; waar ware liefdes ongemerkt overgaan in allesomvattende eenzaamheid en waar alleen betovergrootmoeder Úrsula doorheeft dat de geschiedenis niet lineair is, maar zich in verstikkende cirkels blijft herhalen.

Nostalgie

Het magisch realisme uit Honderd Jaar Eenzaamheid veroverde de wereld. Sinds de eerste uitgave in 1967 zijn ruim 30 miljoen exemplaren verkocht, in 35 talen. García Márquez werd de trots van Colombia, helemaal nadat hij in 1982 de Nobelprijs voor de literatuur had gewonnen. In april 2013, een jaar voordat Gabo stierf, lanceerde het ministerie van Toerisme de slogan 'Colombia is Magisch Realisme', in de hoop mee te liften op het succes van de schrijver.

In Aracataca loopt het niet storm met toeristen, tot frustratie van burgemeesterskandidaat Sánchez: 'Aracataca heeft de enige Nobelprijswinnaar uit de Colombiaanse geschiedenis voortgebracht en Gabo heeft niet eens een borstbeeld.'

Dat is waar, maar er zijn andere plekken waar toeristen een selfie kunnen nemen. In het park Remedios de Schone bijvoorbeeld, tegenover het in onbruik geraakte treinstation. Op het plein staat een standbeeld in de vorm van een opengeslagen boek van García Márquez. Het beeld van Remedios dat erbovenop stond, is verloren gegaan. Tijdens een sporadische storm viel de mooiste vrouw van Macondo naar beneden, haar armen en benen braken af, een voorbijganger nam haar romp mee naar huis.

Sánchez was al eerder burgemeester, tussen 2004 en 2007. Toen liet hij het oude huis van Gabo opknappen en maakte hij er een museum van. Ook organiseerde hij een referendum om de naam van het dorp te veranderen in Aracataca-Macondo. Het leek hem een goede manier om meer toeristen te trekken. 3.500 dorpelingen stemden voor, 200 tegen. Maar het referendum had tenminste 7.000 stemmen nodig om geldig te zijn. Ook wilde hij de Camellón verbouwen, een soort boulevard tussen twee rijbanen midden in het dorp. Volgens de overlevering besloot Gabo op deze plek tot het schrijven van Honderd Jaar Eenzaamheid. Hij was als jong volwassene even terug in Aracataca om het huis van zijn opa te verkopen en mijmerde op een bankje over zijn verleden. Ter plekke zou hij hebben besloten zijn nostalgie te vertalen naar een boek.

Prostituees wachten op klanten in een bordeel in Fundación, een klein plaatsje ij Aracataca, het geboortedorp van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Márquez. Beeld Scott Dalton

Wie wil er neuken?

Zo'n plek moet geëerd worden, vond Sánchez, en hij gaf opdracht tot de bouw van een fontein op de Camellón, met teksten van Gabo in de muren gegraveerd. Zijn termijn liep ten einde voordat het project klaar was. De betonblokken die de muur hadden moeten vormen, liggen verspreid over de grond. De fontein heeft nooit gewerkt, de pomp werd binnen een week gestolen. Op het gedeelte van de muur dat wel af is, is graffiti gekalkt: 'Diego, waar ben je?' Naast een tekening van een spuitende piemel staat: 'Wie wil er neuken?'

'Ik had Tim nooit moeten laten gaan', zegt Sánchez. 'Hij deed hier dingen. Tim kreeg zaken voor elkaar.' Vastberaden: 'Zodra ik de verkiezingen win, haal ik hem terug. Ik maak hem Secretaris van Toerisme. Als het moet, ga ik hem zelf halen.'

Tim, zijn naam echoot door de straten van Aracataca. Op een verder doodnormale dag in 2008 werd het dorp opgeschrikt door de komst van de boomlange Nederlander, die toen nog door het leven ging als Tim aan 't Goor. De bladeren van de bomen op het dorpsplein hingen er slapjes bij die dag, zuchtend onder de windloze vochtige hitte.

Met zijn lange haren en Indiase gewaden was Tim een exotische verschijning in een dorp waar vastomlijnde ideeën heersen over wat een acceptabel uiterlijk is. De vreemdeling verkocht gedichten en sliep op een oude matras in het huis van de telegrafist - ooit de werkplek van de vader van Gabo.

Tim maakte snel vrienden. En Tim raakte betoverd door Aracataca, las alle boeken van García Márquez en begon een hostel. Het was de enige overnachtingsmogelijkheid in het dorp, afgezien van de hotels waar kamers per uur worden verhuurd. Hij veranderde zijn naam in Tim Buendía en presenteerde zichzelf als de laatst overgebleven telg van de tot eenzaamheid gedoemde familie uit Gabo's bestseller.

Wandelstok en hoed

Tim gaf de bezoekers van zijn hostel een wandelstok en een hoed en raadde hen aan in die outfit door het dorp te lopen. Op die manier zouden ze zich beter kunnen inleven in de personages uit Honderd Jaar Eenzaamheid. De dorpelingen keken lang met argusogen naar de vreemd uitgedoste bezoekers. Niemand begreep wat Tim naar Aracataca had gebracht, noch waarom hij besloot te blijven. Er werd gegiecheld om zijn vreemde accent en als hij na zonsondergang zijn bankstel op straat zette om een boek te lezen in de kalmte van de wegebbende hitte.

Maar Tim bracht toeristen, meer dan ze ooit hadden gezien in het dorp. Buitenlanders, die broodjes kochten bij de bakker, biertjes dronken in het café op het plein en bereid waren een dollar te betalen voor koelkastmagneten in de vorm van een gele vlinder.

Maar plotseling, op een dag zo heet dat zelfs de muggen zich niet lieten zien, vertrok hij.

Het was de schuld van een vrouw, weten de Cataqueros te vertellen. Tim werd verliefd op een Amerikaanse, die als lerares werkte op een middelbare school in Santa Marta. De liefde maakte zijn hoofd mistig en zijn dromen irrationeel, zeggen de dorpelingen. Tim huurde een groter pand, duurder ook, dichter bij het oude huis van Gabo. Zijn hostel moest groeien als de baby in de buik van zijn geliefde. Maar het liep anders. Toen het stel de luiers niet meer kon bekostigen, vertrokken ze noordwaarts.

'Soms belt Tim me', zegt Omar Palacios (50). 'Dan vraagt hij hoe het met me gaat.' Palacios is 'Koning van de Patacones'. Elke middag om een uur of vijf zet hij zijn metalen warmhoudvitrine op de stoep voor zijn huis en verkoopt patacones, een snack van gefrituurde, platgestampte bananen.

Huilen

Toen Tim vertrok, moest Palacios huilen. Dat durft hij best toe te geven. 'Alles is anders nu. Er komen nog wel toeristen, maar die blijven niet slapen. Ze komen met de bus, bezoeken het oude huis van Gabo en vertrekken weer. Het gebeurt zelden dat ze bij me komen eten.' Tim bracht extra klandizie. Palacios: 'Hij organiseerde cursussen voor de buitenlanders. Dan kwamen ze hier en leerden we ze hoe ze patacones moesten maken.'

Palacios denkt veel na over Tim, en over Aracataca. Hij is ervan overtuigd dat grote persoonlijkheden alleen tot helden kunnen uitgroeien als ze hun geboortedorp verlaten. 'Gabo zou nooit beroemd zijn geworden als hij in Aracataca was gebleven. Kijk naar mijn broer. Die is ontzettend slim. Hij heeft de middelbare school afgemaakt, leest iedere dag boeken en heeft het volkslied van Aracataca geschreven. Maar hij is niet beroemd. Dat komt doordat hij hier is gebleven.'

Voor Tim geldt hetzelfde, gaat Palacios verder. 'In Nederland was hij onbekend, hier is hij een groots persoon. Iedereen houdt van hem.' De man staat op om een portie snacks te verkopen aan een vrouw met een jengelend kind op de arm. Hij telt zijn geld en gaat weer zitten, het plastic krukje bezwijkt bijna onder zijn gewicht.

Niet iedereen in Aracataca is te spreken over García Márquez. Sommige inwoners vinden dat hij te weinig heeft gedaan voor zijn geboortedorp, dat nog bijna net zo arm is als toen hij er in 1937 wegging. Palacios vindt die kritiek onterecht: 'Hij heeft ons beroemd gemaakt. De rest moeten we zelf doen.'

Het probleem van Aracataca, volgens Palacios een 'achterlijk en onderontwikkeld' dorp, zijn de politici. 'Het zit zo', zegt hij en steekt zijn wijsvinger in de lucht om aan te geven dat hij iets belangrijks gaat zeggen: 'Mensen met macht kunnen niet omgaan met de nabijheid van geld. Vroeg of laat verdwijnen hun handen in de geldpot. Zo is het altijd geweest.' Hij gaapt langdurig. 'Als het anders was, zouden we verkeersborden hebben in Aracataca. Dan zouden onze wegen bestraat zijn en zou iedereen in het Engels met de toeristen kunnen praten.'

Koppel in Sucre, waar de familie van Márquez lange tijd woonde. Beeld Scott Dalton

Euforie

Kolonel Nicolás Márquez, de grootvader van de schrijver, arriveerde in 1910 in Aracataca, toen nog een gehucht met huizen opgetrokken uit hout, leem en riet. Twee jaar eerder had hij elders een man gedood in een duel. Het was een erekwestie, desondanks werd Márquez gekweld door gewetenswroeging en vertrok hij naar Aracataca. Daar vond hij een baan als belastinginner. Hij sliep zijn verdere leven met een pistool onder zijn kussen.

Zijn dochter verloor haar hart aan de charmante telegrafist van Aracataca, ze trouwden en Gabriel was de eerste van zeventien kinderen. Slechts enkele maanden na zijn geboorte vertrokken Gabo's ouders uit Aracataca om een drogisterij te beginnen in het nabijgelegen Barranquilla. Hun baby bleef achter bij zijn grootouders.

De kolonel overlaadde de kleine Gabriel met liefde. Hij toonde hem de magie van woorden en verhalen, vertelde over de strijd tussen de liberalen en de conservatieven en leerde hem het belang van nederigheid. In 1937 stierf opa en moest Gabo bij zijn ouders gaan wonen. Zij hebben nooit de plaats van zijn opa kunnen innemen. 'Steeds als me iets goeds overkomt in mijn leven, wil ik dat delen met mijn opa', zei Garcia Márquez na het winnen van de Nobelprijs. 'Dat zou elke blijdschap completer maken.'

Tegelijk met de komst van de kolonel streek het Amerikaanse bedrijf United Fruit Company (UFC) rond Aracataca neer. Vanaf 1908 bouwde het de regio vol met bananenplantages. Arbeiders uit alle windstreken stroomden toe. De kolonel opende een horeca-gelegenheid pal tegenover het treinstation. Officieel heette het een dansschool, in werkelijkheid was het een bordeel waar de vreemdelingen zich konden laven aan zachte vrouwenlichamen. Het was de tijd van de bananen-bonanza: de zon kwam op en ging weer onder zonder dat iemand zich eraan stoorde.

In de euforie van laveloze dronkenschap verbrandden de feestvierders bankbiljetten in speciaal daarvoor aangestoken vreugde-vuren. Die gewoonte bleef, ook toen de armoede zich allang weer meester had gemaakt van het dorp. 'Aracataca zal voor altijd verdoemd zijn', sprak de woedende pastoor.

Palmtakken

Het management van UFC woonde elders, op een speciaal voor hen gebouwd terrein met tennisbanen, een zwembad en honkbalvelden: Prado de Sevilla, een land binnen het land, een eiland van luxe omheind door hoge hekken. Ieder jaar op 4 juli kwam er een orkest uit de VS, om de onafhankelijkheid te vieren. Dan werden vier koeien geslacht en geserveerd met aardappels en whiskey.

Nu ligt het lege zwembad in Prado de Sevilla vol met zwarte, half verteerde palmtakken. De muren van de huizen zijn met mos begroeid, de elegante trappen afgebrokkeld, de verf afgebladderd.

Jorge Real (66) is de enige overgebleven bewoner uit die tijd. Hij is in het huis blijven wonen waar hij als kind met zijn ouders introk en heeft nooit iets aan het interieur veranderd. 'Waarom zou ik? Het is goed zoals het is.' Het behang is half vergaan, de ooit witte vitrages zijn diepgeel uitgeslagen, in het plafond zitten grote gaten. De rieten rugleuningen en zittingen van de schommelstoelen zijn kapot. 'Riet houdt niet van hitte', legt Real uit. 'Het houdt het een tijdje uit en springt daarna van frustratie uit elkaar.' Hij koestert zijn servies met gouden UFC-logo. De wijnglazen gebruikt hij alleen met Kerst, als hij en zijn broer bruiswijn drinken bij het eten.

Reals vader Urbano was slim. Terwijl de meeste mensen niet konden lezen of schrijven, had Urbano de middelbare school afgemaakt. 'Hij kon sneller rekenen dan een rekenmachine', aldus Real. Urbano werd exportadministrateur bij UFC. Hij werkte zijn hele leven meer dan zijn contract van hem vroeg en spaarde zijn overuren op voor zijn pensioen. Na 37 jaar werken, kwam hij erachter dat overuren in Colombia slechts drie maanden blijven staan. Real: 'Hij heeft nooit een cent gekregen.'

Restaurant in Mompós. een van de oudste steden in Colombia. Beeld Scott Dalton

Bananenregio

De foto van Urbano hangt prominent in de woonkamer. Boven de televisie, 'die nog best te repareren is', hangt de foto van Urbano's vrouw: een statige vrouw met golvend bruin haar. Van de fruitbomen in de tuin die ze plantte, heeft ze nooit de vruchten kunnen plukken. Ze werd vermoord door de FARC. Real: 'De guerrilla houdt niet van mensen met geld.'

In 1928, lang voordat Real werd geboren, staakten de bananen-arbeiders. Ze eisten betere arbeidsomstandigheden. UFC gaf niet toe en het leger maakte korte metten met de stakers. Reals grootvader was treinmachinist en werd midden in de nacht door soldaten van zijn bed gelicht en gedwongen de trein in beweging te brengen. Ze stapelden de lijken in treinen en dumpten ze in zee. 'Het waren zeker drieduizend doden. Mannen, vrouwen en kinderen', zegt José Arcadio Segundo Buendía in Honderd Jaar Eenzaamheid, nadat hij getuige is geweest van de slachtpartij. Maar niemand gelooft hem, alsof de staking nooit had plaatsgevonden, alsof het bloed van de landarbeiders de bananenregio nooit rood heeft gekleurd. De regen, die ruim vier jaar aanhield, deed de bananenmaatschappij op de vlucht slaan. José Arcadio stierf eenzaam, met als enige gezelschap de wanen van zijn tot mythe vergane herinnering.

Ook Real zou iets willen doen met toeristen. Daar denkt hij al heel lang over na. 'De geschiedenis van de bananenregio is belangrijk', zegt hij. 'En toeristen vinden het leuk dat het verhaal in Honderd Jaar Eenzaamheid voorkomt.' Hij heeft nog geen vastomlijnd plan, maar het moet een tour worden langs plaatsen die in het boek voorkomen. 'Met een bus', oppert hij. 'Of misschien iets met paarden, want daar houden toeristen van.' En de regering moet Prado de Sevilla en Aracataca tot nationaal erfgoed uitroepen, vindt Real. 'Dan kunnen de Verenigde Naties ons daarna uitroepen tot werelderfgoed. Dat zou me een eind op weg helpen.'

Er zijn vaak beloften gedaan aan de inwoners van de bananenregio. Zo zou er een treintje komen die bezoekers vanuit Santa Marta naar Aracataca zou brengen. Net als vroeger, toen Gabo in het dorp woonde. Maar vooralsnog denderen alleen de goederentreinen met 120 wagons van steenkoolbedrijf Drummond over het spoor. Ieder half uur, een zwarte mist van steenkoolgruis achterlatend.

Vloek

'Er rust een vloek op Aracataca', zegt Dilia Todaro. Ze heeft een restaurant vlak bij het oude huis van Gabo en heeft haar patio versierd met gele vlinders. Er hangen foto's van de schrijver en er staat een oude typemachine met daarin een vel papier met de tekst van de eerste bladzijde van de wereldberoemde roman. Monter zegt ze: 'De pastoor zei het al destijds: we worden tot in de eeuwigheid gestraft.'

Todaro heeft weinig klanten, maar veel bezoekers. Al vanaf zes uur 's ochtends komen buren aanlopen om een praatje te maken. Sommigen blijven uren hangen. Op haar patio zorgen de ventilatoren voor een aangename bries, uit de speakers klinkt zachte muziek en de geur van vers gefrituurd deeg waait vanuit de keuken de neusgaten binnen.

Ze zet een cd op waarop muzikanten een eerbetoon brengen aan Gabo. Die luistert ze erg vaak. Gabo's broer Jaime heeft een keer in haar restaurant gegeten, met de minister van Cultuur. Daar heeft ze foto's van. Af en toe strijkt ze haar doofstomme zoon Italo liefdevol over het hoofd.

Terwijl ze met een deegroller het deeg voor de empanadas klaarmaakt, vertelt ze verhalen over vroeger. Over het op mysterieuze wijze verdwenen schilderij van een dronkenlap; over een Belg die een apotheek runde en zijn familie zo erg miste dat hij zelfmoord pleegde door zijn eigen poeders en pillen in te nemen. Ze praat ook graag over Tim. 'Tim kon ontzettend goed internetten', zegt ze. 'Daarom wist hij zo veel mensen te trekken.' Soms schoot hij een beetje door. Zoals toen hij het idee opvatte om een graf van García Márquez te bouwen in het dorp, ook al was de schrijver toen nog niet dood. Het leek hem nuttig, aangezien veel toeristen dachten dat Gabo al overleden was en hem vroegen waar het graf stond. Dat ging de dorpelingen te ver.

Kolonel Nicolás Márquez, de grootvader van de schrijver. Beeld onbekend

Graftombe

Dus bouwde Tim in plaats daarvan de graftombe van Melquíades, de zigeuner die wonderlijke nieuwe producten naar Macondo bracht en innig bevriend was met de allereerste José Arcadio. Melquíades stierf meerdere keren en bleef ook na zijn laatste dood ronddolen in het huis van de Buendías, waar hij gecodeerde manuscripten schreef. Zijn grafsteen ligt nu eenzaam aan het einde van een doodlopende weg van Aracataca. Toeristen kunnen selfies maken met het graf en de langslopende koeien.

Aracataca is een rustig dorp. De inwoners klagen over de toegenomen criminaliteit, maar hebben allemaal hun voordeur wagenwijd openstaan. In Aracataca kunnen kinderen zonder uit te kijken midden op de weg fietsen, dragen de bankjes op het plein de namen van oud-burgemeesters en staat de kerk er altijd netjes gewit bij. 's Ochtends vroeg gaan de boeren de huizen langs om melk en eieren te verkopen.

Op het dorpsplein voor de kerk staat een man. Hij mist een been en leunt op een fiets. Aan zijn stuur hangt een plastic tasje. 'Het wil niet regenen', zegt hij tegen een man op een bankje. Die knikt. Dan valt er een mango uit de boom. 'Dat is een goede', zegt de man zonder been en kijkt naar de vrucht. De ander raapt hem op en stopt hem in het plastic tasje aan het stuur. Ze zwijgen, wachtend op de volgende mango.

Als de zon ondergaat, zetten de inwoners hun schommelstoelen buiten. Naast het oude huis van Gabo woont Yolanda Saade (75). Ook zij zit in een schommelstoel op de veranda en is net begonnen te lezen in Vijftig Tinten Grijs. Ze heeft een houten kistje met daarin vergeelde foto's en brieven die geuren naar verbleekte herinneringen. 'Dit is een brief aan mijn vader', zegt ze, en toont een papier met Arabische letters. 'Hij was een Palestijn. Ik hoop nog altijd dat er op een dag een Arabier langskomt.' Ze heeft geen idee wat er in de brief staat.

Geest

In haar huis woonde vroeger een geest. Zelf heeft ze er nooit last van gehad, maar veel anderen vonden het vervelend. Er zijn wel meer geesten in Aracataca. Laatst nog. Toen bracht de pizzabakker zijn serveerster naar huis, op de fiets. Op de terugweg zag hij een jongetje, geheel in het wit gekleed. Het was klokslag middernacht en het jongetje liep mank. Toen wist de pizzabakker dat hij zich beter uit de voeten kon maken. Of in de tiende straat. Daar woont de man zonder hoofd. Hij doet niemand kwaad, maar jaagt een hoop inwoners schrik aan. Zodra hij verschijnt, begint hij te groeien en te groeien totdat zijn lichaam het hele gezichtsveld in beslag neemt. 'De beste remedie is bidden', weet Saade.

Op een muur vlak bij het huis van Pedro Sánchez staat een muurschildering met de afbeelding van Garcia Márquez, en een citaat: 'Ik voel altijd de nostalgie van de plek waar ik vandaan kom: Aracataca.' De verf bladdert af, waardoor de tweede zin moeilijker leesbaar is: 'Op een dag keerde ik er terug en ontdekte dat tussen de realiteit en de nostalgie de basis ligt van mijn oeuvre.'

Torado is nog altijd met de deegroller in de weer, een oude man zit onder de ventilator en eet tergend langzaam een kip empanada. Het is een van de zeldzame momenten dat Torado stil is, ze lijkt in gedachten verzonken. 'Ik weet zeker dat Tim terugkomt', zegt ze dan, tegen niemand in het bijzonder. 'Wanneer dan?', vraagt de oude man met volle mond. 'Dat maakt niet uit', antwoordt Torado. 'Maar hij zal terugkomen.'

Colombiaanse man aan het werk op een bananenplantage in Aracataca. Beeld LatinContent/Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden