Mythen en verhalen Terug naar de natuur

Het verhaal van de man die Lelystad opeet

We moeten weer terug naar de natuur. Dat is een van de grote moderne mythes van deze tijd. Leuke en wild om zich heen grijpende invulling daarvan: wildplukken. Kan je je met wat er in een middelgrote provincieplaats te vinden is in leven houden? Mee met een expert.

Hovenier en natuurkenner Peter Kouwenhoven: ‘Het is wel een beetje mijn probleem geworden dat ik niet meer zomaar rondlopen zonder naar eetbare planten te zoeken.’ Beeld Veronique Smedts

'Het is allemaal onbespoten. Heerlijk. Oké, misschien bepoept, maar dat merk je dan vanzelf'. Peter Kouwenhoven wijst een paar plantjes aan. Allemaal eetbaar, zo blijkt.

Voor je dagelijkse groenten en fruit hoef je de straat niet eens uit te lopen. Wildplukken is tegenwoordig erg geliefd: gratis voedsel, en nog milieubewust ook. Winkels liggen vol met gidsjes voor de beste plukplaatsen, bloggers plaatsen de beste recepten voor de jongste oogst. Dat leven van de natuur is eigenlijk heel makkelijk, vertelt Kouwenhoven, die zelf een wildplukboek schreef. Op leren pantoffels neemt hij ons mee op pad door zijn doodgewone Lelystadse woonwijk, om een dagje te teren op wat de stadsnatuur ons biedt.

Hovenier en natuurkenner Kouwenhoven werkt zijn hele leven al met planten, en houdt zich graag bezig met eetbare natuur. Zijn tuin staat vol bruikbare dingen: een druif, een pruim, een peer en allerlei groen. 'Mensen gebruiken hun tuin tegenwoordig als verlengde huiskamer. Ik snap daar niks van. Dit is toch prachtig!' Aan de rand van zijn veranda hangen bosjes kamille te drogen. 'Lekker voor in de winter, dan kun je toch een beetje de zomer proeven.'

We lopen de straat in. Vandaag moeten we toch genoeg kunnen vinden om een dag van te overleven; het is tenslotte bijna zomer. Twee meter van het huis kunnen we al beginnen met plukken: de overhangende berkentakken van de buurman hebben best lekkere blaadjes. 'Laat je er wel een paar hangen?', waarschuwt de buurman. Maar eigenlijk zijn we toch al een beetje laat voor de oogst van deze plant. Vroege lenteblaadjes zijn het lekkerst, nu geven ze een nogal wrange nasmaak.

Het paradijs

Aan het einde van de straat vinden we vier kersenbomen. Zomaar, midden in een strookje openbaar groen. In Lelystad zijn er veel fruitbomen aangeplant, vertelt Kouwenhoven. Zelf heeft hij zich daar sterk voor ingezet. 'Ik vind: als je een lijsterbes plant, kun je voor hetzelfde geld een appel neerzetten.' Dat belooft veel voor vandaag.

Er hangt veel aan de kersenbomen, al is het zonder trapje wat lastig oogsten. De vruchten zijn aan de kleine kant en iets lichter rood dan in de winkel, maar de smaak is prima. De donkerrode kersen van boom nummer 2 ogen nóg verleidelijker. Helaas, schijn bedriegt: deze zijn een stuk zuurder. Toch vreemd. Kouwenhoven legt uit dat de bomen gekweekt worden uit zaad, en dan komen ze variabel terug: de ene boom levert lekker zoete vruchten, de andere wat zuurdere.

Ondertussen fietsen er wat groetende buurtgenoten langs. Op de achtergrond kwetteren de vogels aan een stuk door. 'Het is hier net het paradijs, vind ik', zegt Kouwenhoven. Langs het fietspad, een paar honderd meter verderop, staat een krent. Er zit een beetje meeldauw in, maar de vruchtjes zijn nog lekker genoeg. Je kunt ze allemaal wel eten. 'Insecten veeg je er zo af.'

Wat betreft vruchten houdt het hier vandaag op. Het is te vroeg: appels zijn nog minuscuul en de vlierbes staat nog in bloei. Van een nog groene wilde pruim plukken we er een paar, want hij kent mensen die er dol op zijn. Maar één hapje zegt al voldoende: zuur.

Dus gaan we op zoek naar eetbare bloemetjes en blaadjes. Die zijn er volop. We plukken de bovenste blaadjes van brandnetels; die gaan vanavond door de pannenkoek. Ze prikken niet zo erg, die jonge blaadjes, dus als je voorzichtig bent heb je nergens last van. Ook zevenblad en bramenblad gaan in het tasje. Van bramenblad kun je goed thee trekken, net als van hondsdraf. Al doet de smaak van verse hondsdraf een beetje denken aan de geur van nieuwe-auto-interieur. Thee maken we ook van de Japanse bottelroos: die struiken waar in de herfst rozenbottels aan komen, staan nu volop in bloei met enorme roze bloemen. De roze thee smaakt net zoals het ruikt, naar bloemetjes.

De bovenste blaadjes van de brandnetels gaan vanavond door de pannenkoek. Beeld de Volkskrant

Op een grasveldje staan wat madeliefjes, leuk voor in de sla. In een randje naast de stoep staat een sieraardbei. Die lijken op gewone aardbeien en ze zijn eetbaar, al smaken ze niet naar aardbeien maar eerder naar water. Het zijn er niet zo veel, dus die gaan ook ter versiering in salade. We komen nog veel meer tegen aan leuke sla-versieringen, maar iets substantiëlers is wel gewenst.

We vervolgen onze zoektocht, nog steeds met een vrijwel lege maag. En dat terwijl je toch prima een dag zou kunnen overleven op voedsel uit de omgeving, volgens Kouwenhoven. 'Je kunt wel een jaar overleven!' Je moet gewoon een beetje goed kijken, dan staat er genoeg. 'Dat is wel een beetje mijn probleem geworden, ik kan niet meer zomaar rondlopen zonder naar eetbare planten te zoeken.’

Als we vandaag van de natuur willen overleven, hadden we dat beter moeten voorbereiden, legt Kouwenhoven uit. Echte jager-verzamelaars bewaarden van alles, zodat ze in elk seizoen iets te eten hadden. In de herfst pluk je vruchten en raap je noten, die je bewaart om ze in de winter en het voorjaar te kunnen eten, samen met wat groene blaadjes. Hij wijst naar een klein groen plantje. 'Ken je dat? Zevenblad heet het. Een doorn in het oog van tuiniers, maar je kunt er lekkere pesto mee maken'. Die pesto, die hadden we dus kunnen maken met walnoten van vorig seizoen. Zojuist liepen we nog langs een grote walnotenboom. Als het eenmaal het seizoen is, staan mensen er midden in de nacht voor op om walnoten te rapen, vertelt Kouwenhoven. Maar nu zijn ze nog niet rijp. Dan maar met pijnboompitten uit de supermarkt. Toch een beetje nep. Overigens wél lekker, want het smaakt groener dan fabriekspesto.

Verzamelen én bewaren 

Zelf verzamelt en bewaart hij ook volop. Zo gebruikt hij de sleedoornbessen in het najaar om likeur te maken. 'Ik maak elk jaar twee flessen, tussen Kerst en Oud en Nieuw drink ik die op.'

Een dag overleven van de natuur zal vandaag niet lukken. Althans, overleven zal wel gaan, maar je moet wel erg veel bladgroen eten wil je de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid calorieën binnenkrijgen. Dus worden het toch pannenkoeken – met melk, ei en bloem uit de winkel. Wél met wilde bloemen erop: vlierbloesem is heel lekker op een zoete pannenkoek. En de brandnetelblaadjes, die eenmaal verwarmd al helemaal niet meer prikken, smaken lekker met een beetje kaas. Die natuur is zo gek nog niet; al zijn de meegenomen boterhammen geen overbodige luxe.

Peter Kouwenhoven schreef samen met Barbara Peters het boek Wildplukken: de alternatieve fruittuin. Dit najaar verschijnt deel twee, over eetbare bloemen en bladeren.

Terug naar wat vroeger normaal was

De natuur is weer populair. Wildplukken, stadslandbouw, volkstuintjes: steeds meer mensen krijgen groene vingers.

Volgens natuursocioloog Kris van Koppen, universitair hoofddocent milieubeleid aan Wageningen Universiteit, ligt de oorzaak van de belangstelling voor de natuur bij onze rijke en sterk geïndustrialiseerde samenleving. Er is een afstand tot de natuur ontstaan, men is er in het dagelijks leven nauwelijks nog mee bezig. 'Maar dat is voor mensen niet genoeg: we willen terug naar wat vroeger normaal was. Toch die band met de natuur weer zoeken.' Dat het verlangen leeft, is volgens Van Koppen duidelijk: alleen al het bestaan van dierenpartijen spreekt voor zich.

Achter de opkomst van wildplukken schuilt volgens hem geen financiële reden: 'Mensen gaan niet om de honger plukken, maar om de beleving. Uit diverse onderzoeken blijkt ook dat dat gelukkig maakt.'

Een risico is er wel. Als mensen te naïef zijn, of het verschil niet zien tussen giftige en eetbare planten, kan dat ernstige gevolgen hebben. Ook kan de natuur erop achteruitgaan, als mensen grote hoeveelheden oogsten, bijvoorbeeld voor commercieel gebruik. 'Dat zie je in andere landen met bijvoorbeeld paddenstoelen,' zegt Van Koppen.

Toch benadrukt hij de positieve kant van deze ontwikkeling. Mensen gaan de natuur weer waarderen. 'Hopelijk uit zich dat in gedrag. Wellicht keert dit de trend om tuinen te plaveien en vol te zetten met loungesets.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden