Boekrecensie Oliver Sacks

Het tweede boek van Oliver Sacks dat verschenen is na zijn dood, toont aan dat Sacks scherp en geconcentreerd was tot het einde ★★★★☆

Beeld Claudie de Cleen

De tweede bundel met nagelaten werk van neuroloog Oliver Sacks biedt een veelzijdige kijk op zijn leven en werk. Van verhalen over jeugdige passies tot bespiegelingen over wetenschap en maatschappij.

‘We waren waterratten’, schrijft neuroloog Oliver Sacks in Eerste liefdes en laatste verhalen. Sacks’ vader, ooit een zwemkampioen, liet zijn zonen zodra ze een week oud waren los in het water, vertrouwend op hun aangeboren zweminstincten. En met succes. Zwemmen zou voor Sacks, net als voor zijn vader, een dagelijkse passie worden. Het leverde hem zelfs het huis op waar hij twintig jaar zou wonen. Toen hij in de jaren zestig in New York ging wonen, zwom hij geregeld rond City Island, in The Bronx. Halverwege een van die urenlange zwemtochten zag hij op het eiland huisjes die hem wel aanspraken. Hij ging uit het water, zag een rood huisje te koop staan, liet zich, nog nadruipend in zijn zwembroek, rondleiden door de verbaasde eigenaren, liep door naar de plaatselijke makelaar om de koop rond te maken en zwom vervolgens weer verder. Sacks zou het dagelijks zwemmen volhouden tot vlak voordat hij in 2015 op 82-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van kanker.

Oliver Sacks: Eerste liefdes en laatste verhalen

Eerste liefdes en laatste verhalen is het tweede boek van Sacks dat sinds zijn dood is verschenen. Het vorige, De rivier van het bewustzijn (2017), had hij nog zelf samengesteld. Voor dit boek is geput uit de talloze ongepubliceerde en eerder in The New York Review gepubliceerde teksten die Sacks naliet.

Deze teksten, geschreven in Sacks’ vertrouwde, aangename stijl, variëren van korte bespiegelingen tot langere essays en zijn losjes geordend in drie delen. Onder de titel ‘Eerste liefdes’ opent het boek met Sacks’ herinneringen aan de passies die hij in zijn jeugdjaren ontwikkelde: voor zwemmen, voor bibliotheken en oude boeken, voor scheikunde, voor biologie en het brein en voor de fossielen en skeletten van het Natural History Museum in Londen (hij liet zich als tiener zelfs een nacht insluiten in het museum om ongestoord bij het spookachtige licht van zijn zaklamp tussen zijn geliefde dinosauriërs en inktvissen te kunnen ronddwalen).

Betrokken neuroloog

In het tweede deel, ‘Klinische verhalen’, komt Sacks aan bod zoals we hem het best kennen: als een betrokken neuroloog die met liefde, empathie en kennis schrijft over mensen die lijden aan neurologische aandoeningen. Tussen de verhalen over mensen met het tourettesyndroom, alzheimer en epilepsie valt vooral een historisch verhaal op over de op- en ondergang van het krankzinnigengesticht en de alternatieve opvang van psychiatrische patiënten die Sacks aantreft in het Vlaamse stadje Geel. De legende wil dat de Ierse Dimpna in de 7de eeuw voor haar incestueuze vader vluchtte, in Geel belandde en daar door toedoen van haar in razernij ontstoken vader werd vermoord. Sindsdien wordt Dimpna aanbeden als de beschermheilige van bezetenen en geesteszieken, met een enorme toestroom van psychiatrische patiënten uit heel Europa tot gevolg. In de eeuwen die volgden ontstond onder burgers van Geel de traditie om deze patiënten in eigen huis op te nemen – een traditie die, weliswaar in mindere mate en gewijzigde vorm, nog altijd bestaat.

Vergeleken met het voorafgaande is het laatste deel, ‘Het leven gaat door’, waarin de oudere Sacks aan het woord komt, een beetje bij elkaar gerommeld. De stukken over de voortgang in de wetenschap, zoals de zoektocht naar buitenaards leven, zijn begrijpelijk, net als Sacks’ beschrijvingen van het voortbestaan van door hem gewaardeerde tradities als het jaarlijkse haringfestijn van de New Yorkse delicatessenzaak Russ & Daughters. Minder duidelijk is hoe stukjes over zijn ontmoeting met een orang-oetan of over zijn heimwee naar zijn moeders gefilte fisj hierbij aansluiten.

Wat dit deel de moeite waard maakt zijn Sacks’ afsluitende, sombere bespiegelingen over hoe zijn vertrouwde wereld van boeken, tradities en aandacht overschaduwd dreigt te worden door een door de mobiele telefoon aangejakkerde virtuele wereld, waarin ieders gedachten, foto’s en bewegingen potentieel publiek bezit zijn en het je onmogelijk wordt gemaakt je rustig op iets te concentreren. Gelukkig voor de lezer heeft Sacks zelf die concentratie tot het eind van zijn leven behouden.

Oliver Sacks: Eerste liefdes en laatste verhalen. Uit het Engels vertaald door Luud Dorresteijn. De Bezige Bij; 304 pagina’s; € 25,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden