Het perfecte trainingsrondje: vroeg opstaan, een kopje koffie tussendoor en afsluiten met een maaltijd

Duizenden hobbywielrenners rijden dit weekend de toerversie van de Amstel Gold Race. Sunweb-renner Laurens ten Dam schetst het perfecte fietstochtje.

Laurens ten Dam in actie tijdens de Tour de France, 2017. Foto ANP

‘Een rondje fietsen is geen ‘walk in the park’. Dus je moet niet na een uurtje al terug zijn. Je moet ’s avonds tijdens het eten wel iets hebben gedaan waarover je op kunt scheppen tegen je vrouw – of man natuurlijk. Een mooie afstand is 100 kilometer. Als je zo’n 30 kilometer per uur gemiddeld rijdt, dat is een beetje de gouden standaard, dan ben je ruim drie uur aan het trappen. Dat tikt aan.’

Belangrijk dus: goed ontbijten. Op een croissantje met een beetje jam kom je niet ver. Ik heb een grote voorliefde voor bacon, dus bij mij staan er vaak eieren met spek op het menu. Maar een flinke kom yoghurt met havermout of muesli, daar kom je ook een eind mee.

De ideale temperatuur is zo’n 20 graden. Dan zit je niet zo te klooien met hand- en overschoenen. Het mag ’s ochtends wel best nog een beetje fris zijn. De armstukken kunnen dan na de eerste pauze af. Omdat je ook niet te laat thuis wilt zijn, moet de wekker op tijd: vertrek zo tussen 08.00 en 09.00 uur.

Laurens ten Dam. Foto Jérôme Schlomoff

Beter fiets je niet alleen. En ook niet met z’n tweeën, trouwens. Want als je dan stopt voor een bakje koffie, zit je alsnog met dezelfde maat te ouwehoeren. Daarom is een groepje van vier perfect. Dan rijd je nooit alleen en hoef je niet te vaak op kop.

Foto Jérôme Schlomoff

Als je zo’n drie, vier uur weg bent, mag je tussendoor natuurlijk wel een mooi terrasje uitzoeken. Een kop koffie na een uurtje of anderhalf. En bestel geen vlaai, dat is een fout die veel mensen maken, maar zo’n stukje stelt bijna niks voor. Nee, de appeltaart is heilig. Uitstekend krachtvoer tijdens het fietsen. Je kunt de koffiepauze ook overslaan. Dan mag je namelijk eindigen in de kroeg, vind ik. Ik drink ook graag een biertje na het fietsen.

Ik heb een tijd in Amerika getraind, daar stopte ik altijd na de training bij een Chinees restaurant in Santa Cruz om alvast wat te eten. Als ik dan thuis kwam, hoefde ik niet meer te koken. Dan had ik tijd over voor vrouw en kinderen. Want van thuiskomen met honger wordt niemand gelukkiger. Nu pak ik in Alkmaar ook nog wel eens een uitsmijter voordat ik op huis aan ga. Ik bedoel: na vier uur trainen heb je gewoon trek.

Laatst was ik nog met onder andere Tom Dumoulin en Bram Tankink in Limburg aan het fietsen. Dan stoppen we ook gewoon voor koffie. En geloof me: dan wordt er ook veel geouwehoerd. Het gaat alleen net wat harder. Tom die sprint ons er in de Limburgse heuvels natuurlijk af. In amateurgroepjes is er ook altijd wel iemand die sterker is dan de rest.

Foto Jérôme Schlomoff

Ik mag graag oud-Tourwinnaar Greg LeMond citeren: ‘It never gets easier, you just go faster’. Eigenlijk verschillen de trainingsrondjes van professionals dus niet zo heel veel van die van de hobbywielrenners. Het gaat alleen iets harder.’

Biografie Laurens ten Dam

Laurens ten Dam (37) is profwielrenner in dienst van Sunweb. Hij reed jarenlang voor Rabobank. Ten Dam eindigde in 2014 als negende in de Tour de France. Hij is ook hoofdredacteur van het wielertijdschrift Bicycling en hij maakt sinds kort een podcast over fietsen: Live Slow, Ride Fast. 

Foto Jérôme Schlomoff
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.