Het Parijs van muzikant Thomas Azier

Hij verruilde het hippe Berlijn voor 'museumstad' Parijs

Berlijn liet hij achter zich, Abidjan lonkt, maar muzikant Thomas Azier woont nu nog in Parijs, waar hij liever in levendige migrantenwijken is dan in Montparnasse.

Foto Alex Cretey Systermans

Er staat een vleugel in de salon van de Fondation Suisse, het studentenhuis van architect Le Corbusier in de Cité Universitaire in Parijs. Thomas Azier kan de verleiding niet weerstaan. Hij gaat zitten en begint Babylon te zingen: 'You know that Babylon will fall, when dreams will turn to dust, will you believe in us?' Het lijkt een liefdesliedje, maar gaat ook over Parijs, 'museumstad in verval', zegt hij. 'Je speelt hier in een club en je ziet buiten de vluchtelingen lopen. Het is een bijna dystopische stad, met absurde verschillen tussen rijk en arm.'

Parijs is de stad van Louis Vuitton, van de deftige bourgeoisie in het 16de arrondissement, de elegant geklede uitgaansjeugd bij het Canal Saint-Martin en in de Rue Oberkampf. Maar op onze tocht door Parijs passeren we ook arme sloebers, een bedelaar die demonstratief haar geamputeerde onderbeen toont, migranten die een tentje hebben opgeslagen in een plantsoen.

Onlangs werd voor de 34ste keer in twee jaar een tentenkamp van migranten ontruimd en iedereen weet dat de 35ste keer snel zal volgen. Azier: 'Op elke hoek van de straat een apotheek, omdat alle geneesmiddelen worden vergoed. Mensen zeggen: ik moet een nieuwe bril kopen, want de verzekering betaalt. Wie betaalt dat allemaal? Tegelijkertijd leven er mensen op straat.'

Thomas Azier (29) werd geboren in Leiderdorp en groeide op in het Friese Nijeberkoop. Op zijn 18de trok hij naar Berlijn om muzikant te worden. Vier jaar geleden verhuisde hij naar Parijs, vanwege de liefde en de Franse muzikale traditie. Zijn muziek werd gebruikt in een commercial van Yves Saint Laurent en hij werkte mee aan een album van de Belgische zanger Stromae. Onlangs bracht hij zijn tweede elektropopalbum uit, Rouge, met de hit Talk To Me. 'Een wonderschone, tot in de puntjes verzorgde collectie liedjes die ook buiten Nederland moeten opvallen', schreef de Volkskrant. Dat bleek te kloppen. 'Een album van verpletterende klasse', oordeelde het Franse culturele tijdschrift Les Inrockuptibles.

We treffen elkaar bij vegetarisch restaurant Krishna Bhavan aan de Rue Cail bij het Gare du Nord, in een buurt die soms Little India wordt genoemd, maar vooral wordt bevolkt door Tamils die ooit Sri Lanka ontvluchtten. Een paar straten met Indiase restaurants, Bollywood-videotheken en hindoeïstische kitschwinkels.

'Als klein kind heb ik veel met mijn ouders door India gereisd', zegt Azier. 'Ik kan me er niet veel van herinneren, maar de geuren zijn me altijd bijgebleven. Als ik getourd heb, kom ik vaak op Gare du Nord aan. Dan gaan we hier nog even eten met de band. Het is lekker en goedkoop. Bovendien eet ik geen vlees en dan heb je het vaak zwaar in Frankrijk. Maar dit is een goed vegetarisch restaurant.'

Na een uitstekende lunch lopen we naar Gare du Nord, waar we de regionale trein RER nemen. De Parijse metro is tamelijk verouderd, maar de RER is vele malen erger. De stations zijn donker, vies en druk. Goed genoeg voor de trein naar de banlieue, is de onuitgesproken boodschap.

We stappen uit aan de zuidgrens van Parijs, vlak bij de boulevard périphérique. Daar ligt de Cité Universitaire, in de jaren twintig opgezet door de schatrijke industrieel Émile Deutsch de la Meurthe. Na de Eerste Wereldoorlog wilde hij de wereldvrede bevorderen. Studenten uit de hele wereld moesten naar Parijs komen om elkaar te ontmoeten en te leren begrijpen. De elite van een nieuwe generatie moest ervoor zorgen dat het nooit meer oorlog zou worden.

Foto Alex Cretey Systermans

De Cité is een schitterend restant van deze illusie. Een lommerrijke campus in de stijl van Harvard of Oxford, waar beroemde architecten nationale studentenhuizen hebben neergezet. 'Ik ontdekte het bij toeval', zegt Azier. 'Onze toerbus vertrok hier. Ik was een beetje vroeg en maakte nog een wandelingetje.'

We lopen eerst naar het onlangs gerenoveerde Collège Néerlandais, in 1938 gebouwd voor Nederlandse studenten door Dudok. Een zachtgeel monument in de stijl van het raadhuis van Hilversum. Azier bekijkt de karakteristieke stalen kozijnen. 'Het doet me denken aan mijn middelbare school in Friesland. Toen vond ik het oude troep, nu zie ik hoe mooi het is', zegt hij.

We lopen naar de andere kant van de Cité, waar de 'woonmachines' van Le Corbusier staan, de Fondation Suisse en de Maison du Brésil. In de Fondation Suisse is een spartaans ingerichte studentenkamer te bezichtigen. 'Hier zou ik het lang kunnen uithouden', zegt Azier. 'Perfect om te werken. Ik houd van het strakke en het sobere van Le Corbusier. Misschien heeft dat met Friesland te maken. Wat me altijd is bijgebleven, is het fietsen door de grote groene velden, met een witte lucht, zo licht dat je er bijna niet tegenin kon kijken. Het minimalisme van dat landschap heeft me beïnvloed, denk ik. Azier is een hugenotennaam. Dat protestantse, dat sobere zit wel in me.'

Foto Alex Cretey Systermans

In de lift

In Friesland was niet veel te doen, daarom maakte hij veel muziek met zijn broer Isa. Na de middelbare school werd hij afgewezen voor het conservatorium. Uiteindelijk kwam hij op een mbo-popacademie in Leeuwarden terecht. Al snel vertrok hij naar Berlijn.

'Met een rugzakje kwam ik aan op de Rosenthaler Platz. Mijn vader zegt: jij neemt altijd de trap als je ook de lift kunt nemen. Kennelijk heb ik dat nodig, die struggle, het gevoel dat je net niet verdrinkt. Vanuit Berlijn heb ik mijn studie afgemaakt. Eerst leefde ik van de studiefinanciering, later had ik ook een publishing deal. Ik heb meegeschreven aan het album XOXO van de rapper Casper. Toen ik afstudeerde, stond het op 1 in Duitsland.'

Hij zette zijn eigen liedjes op YouTube. Ze werden opgepikt op blogs en langzaam maar zeker begon zijn carrière te lopen. Vanuit Berlijn pakte hij de EasyJet om over de hele wereld te spelen, 'alleen op het podium met een computer en een paar synthesizers'. In 2014 bracht hij zijn debuutalbum Hylas uit.

Azier leefde het Berlijnse leven, werkend vanuit een verlaten fabriekspand in het oostelijk deel van de stad. Toen hij er introk, trof hij nog posters van naakte vrouwen uit de DDR-tijd aan. 'Maar op een gegeven moment had ik het wel gezien in Berlijn', zegt hij.

Hij kreeg een relatie met een Franse vrouw en raakte geïnteresseerd in de Franse muzikale traditie. 'Ik heb een voorliefde voor melodie, voor teksten, een verhaal vertellen. Daarvoor kun je in Parijs heel goed terecht.' Zo verruilde hij het coole Berlijn voor de 'museum-stad' Parijs. 'Veel Parijse clubs proberen Berlijn te kopiëren, maar dan krijg je een net-nietverhaal. In Parijs is minder ruimte voor experiment. Er zijn veel meer regels en alles is zo duur dat je op safe moet spelen als je iets organiseert.'

Sommige mensen geloven dat Frankrijk zal veranderen onder de nieuwe president Macron. Een Cool France, zoals over een Cool Brittannia werd gesproken na de verkiezing van Tony Blair in 1997. Azier is sceptisch: 'Ik zie vooral een systeem dat niet werkt en een land dat enorme moeite heeft om te veranderen.'

Foto Alex Cretey Systermans

Ambacht

Niettemin heeft Frankrijk een ambachtelijke kant die hij zeer kan waarderen. 'Het heeft een enorme traditie op het gebied van arrangeren voor mannenstemmen. Ze geven daar ook veel geld aan uit. Het lage ondersteunt de stem, de hoogte speelt een vraag- en antwoordspel met de zang. In het midden houd je een gat voor de stem over. Dat hoor je duidelijk bij Serge Gainsbourg. Hij was geen fantastische zanger, maar zijn stem krijgt zwaarte door het arrangement. Bij Leo Ferré hoor je dat ook.'

Voor zijn nieuwe album Rouge werkte hij met een orkest. 'Het zijn fantastische muzikanten. Maar uiteindelijk heb ik veel partijen weer vervangen door partijen die ik op mijn computer naspeelde. Het werd té retro met een orkest. Het klonk beter als er minder emotie in de muziek zat, omdat mijn stem al zo veel emotie heeft', zegt Azier. 'Maar ik heb veel geleerd van het werken met een orkest. En ik ben wel van plan die opnamen nog uit te brengen, als een soort omgekeerde remix.'

In Parijs is de balans tussen kunst en commercie gezonder dan in Berlijn, vindt hij. In Berlijn wordt veel kunst om de kunst gemaakt. Je kunt er ook eindeloos leven van weinig geld. Daarvan wordt weer een kunst op zich gemaakt. 'Ik leerde er hoe je de goedkoopste pasta kunt maken. Een pak pasta, een blik tomaten, een beetje kruiden, en dan toch iets maken waarvan je de hele week kunt eten.

'Parijs is het tegenovergestelde. Als ik met mijn muzikanten naar een winkel ga, wordt er meteen champagne gekocht en allerlei delicatessen. Als we op een festival spelen, bouwen we 's ochtends op. Daarna begint de lunch die twee tot drie uur duurt en meteen overloopt in de apéro. Na de show wordt er gedineerd en dat duurt ook weer drie uur. Al die tijd wordt er ontzettend veel gedronken en lol gemaakt. De muzikanten kunnen veel hebben. Ze zijn niet zat, maar net genoeg naar de kloten en toch spelen ze altijd fantastisch. Zelf drink ik niet veel, zeker niet voor de show. En daarna ben ik vaak ook de saaiste, die het eerst naar zijn hotel gaat.'

Soms verlangt hij terug naar Nederland. Snel staand een boterham met hagelslag naar binnen werken en dan weer door. 'In Frankrijk is het meteen: ho, ho, we moeten eerst eten.'

Toch leert hij ook van Frankrijk. Een Franse vrouw zei tegen me: You have to fight for everything as a whole. Ik begreep haar niet. Ik zei: je hebt je privéleven en je kunstenaarsleven. Ik heb altijd de neiging gehad om door te slaan, de grens op te zoeken, altijd aan het werk, op zoek naar de creatie. Maar zij zei: ook het persoonlijk leven is belangrijk, met mensen praten, het naar je zin hebben. Dat is ook zo, daar wordt je muziek ook lichter van.'

Charonne

We nemen een Uber naar Charonne, het quartier in de buurt van Bastille, waar hij nu woont. Uber is een van de belangrijkste werkgevers in de banlieue. Azier: 'In een auto van Uber hoor je geweldige muziek, vooral uit Afrika. Met de chauffeurs voer ik vaak prachtige gesprekken.'

We drinken een biertje in bar-restaurant Le Réserve des Initiés aan de Rue Léon Fort. Een buurt voor bobo's, zoals ze in Frankrijk worden genoemd, de bourgeois bohème met een alternatieve levensstijl, een baard van drie dagen en een goedbetaalde baan, bij voorkeur in de creatieve sector. 'Natuurlijk, het is ook mijn wereld, maar toch heb ik er moeite mee', zegt Azier. 'Als je in Parijs wilt leven, heb je geld nodig. Andere mensen worden naar buiten gedreven. Dat is een van de redenen waarom Parijs zo'n museumstad geworden is.'

Azier komt graag in Barbès-Rochechouart, een van de armste delen van de stad, een immigrantenwijk aan de noordkant. 'De sfeer is er heftig, maar het is wel het echte leven, niet de bubbel van de hippere buurten. Om in vorm te komen, doe ik aan boksen. Ik oefen met een oude Franse wereldkampioen. Hij helpt mij met boksen, ik help hem met pianospelen. Hij heeft zijn vingers gebroken, zijn hand staat de verkeerde kant op, pianospelen gaat ook niet echt. Net als mijn boksen. Maar we hebben heel leuke gesprekken over van alles en nog wat.'

Hij houdt niet van het klassieke Parijs. Montmartre: geen interesse. Liever de torenflats van de Olympiades, een curieus stukje Oost-Berlijn aan de zuidkant van de Franse hoofdstad. 'Dat is een buurt waar gewoon wordt geleefd, waar je kinderen op straat ziet spelen.' De Olympiades stammen uit de jaren zestig, toen Parijs niet bang was om te moderniseren. Niet alle vernieuwingen waren een succes. Na oplevering van de lelijke Tour Montparnasse werden torenflats in de ban gedaan. 'De vernieuwing gaat nu verder in voorsteden als Pantin en Montreuil. Alle muzikanten die ik ken, behalve degenen die het echt gemaakt hebben, wonen in Montreuil. De coolere feestjes vind je ook in de voorsteden; vraag me niet waar, want ik ga weinig uit. Technofeesten in Parijs zou ik mijden, die in Berlijn zijn echt beter. Op donderdagavond is er wel een goed hiphopfeest in het Nouveau Casino aan de Rue Oberkampf.'

Azier komt ook graag in de Rue du Faubourg-Saint-Denis, in de trendy buurt bij Gare du Nord, waar hippe restaurants en etnische winkels harmonieus samengaan: Café Chez Jeannette, restaurant 52 en het veganistische Wild & The Moon in de Marais. Andere favorieten: Palais de Tokyo voor moderne kunst en het heuvelachtige park Buttes Chaumont, aangelegd in een 19de-eeuwse groeve waaruit de stenen werden gehaald om het Parijs van baron Haussmann te bouwen.

Foto Alex Cretey Systermans

Sinds de relatie met zijn vriendin voorbij is, leeft hij als een 'hobo', zegt hij. Nu leent hij het appartement van een bevriende muzikant die op reis is. Het is een typisch Parijse flat: de krap bemeten woonkamer wordt gesplitst door een grote kast waarachter een tweepersoonsbed schuilgaat. Maar er is wel een studio bij.

Azier heeft iets van een monnik, die het liefst de hele dag in zijn cel aan zijn muziek werkt en zijn eten laat bezorgen door Deliveroo. Op zijn telefoon volgt hij het traject van de fietskoerier, zodat hij op het juiste moment beneden het eten kan aannemen. Geen tijd te verliezen, het werk wacht.

Alsof hij alweer aan het weggaan is uit Parijs, zo praat Azier. 'Rouge was een poging de Franse cultuur te begrijpen. Ik geloof dat ik het nu weet en ik wil mezelf niet herhalen. Ik heb prikkels nodig, ik wil leren van mijn omgeving.'

Foto Alex Cretey Systermans

Hij twijfelt over welke kant op te gaan voor zijn volgende etappe: het Wilde Oosten, Polen, de Baltische staten, Odessa? Of Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust, waar hij al vaker is geweest.

Voor zijn volgende album zoekt Azier een lichter geluid. 'Ik wil dansbare muziek maken, met emotie. Als je daarin slaagt, heb je iets wat niet obvious is.' In zijn studio laat hij een nummer horen dat hij met muzikanten uit Abidjan heeft gemaakt. Het klinkt vrolijk en elektronisch, ook Afrikanen maken muziek op hun laptop.

Azier: 'Een Franse filosoof zei: jullie generatie is als een aardbei, de aardbeiplant kan overal wortelschieten. Dat gevoel heb ik ook. Ik kan overal wonen. Ik besef dat ik bevoorrecht ben. Ik leef sober en ik slaap onderweg op reis in de goedkoopste hotels, maar ik kan de wereld rondreizen en van mijn muziek leven.'