Het paradijs bestaat niet, of toch?

Interview reisjournaliste Iris Hannema

Beroepsavonturier Iris Hannema (31) schreef een boek over de lelijke kanten van idyllische eilanden. Daar gebeurde toen tóch iets moois.

Iris Hannema op Bora Bora. Beeld Foto's uit Het bitterzoete paradijs

Bestaat er een stoerdere versie van Floortje Dessing? Ja, die bestaat en ze zit vanochtend aan de koffie in Amsterdam over haar leven als beroepsavonturier te vertellen. Stem, blonde haren, de broodnuchtere manier waarop ze het heeft over de dag dat er in Irak een geweer tegen haar hoofd werd gezet: het doet allemaal een beetje denken aan haar minstens zo veel reizende beroemde collega. Alleen is Iris Hannema jonger, 31, en maakt ze geen tv, maar schrijft ze.

Miss yellow hair, hello! heet haar eerste reisboek, dat in 2014 verscheen. Nu is er het tweede, Het bitterzoete paradijs, een verslag van de dertien maanden die ze door de Pacific trok, langs eilanden met paradijselijke namen als Tonga, Samoa, Tahiti, Bora Bora, Fiji, Vanuatu, Hawaï. Nou ja, zulke idyllische namen en de beelden die erbij horen, van witte stranden en kokospalmen, dat is natuurlijk te mooi om waar te zijn - het voorbehoud waarmee ze vertrok, zit al in de titel, die ze ruim van tevoren bedacht. Het paradijs bestaat niet. En Hannema ging dat bewijzen door juist die plekken te bezoeken. Verslag te doen van de ongelooflijke hoeveelheden vuil die ze aantrof (op de Salomonseilanden), de moddervette bevolking (Tonga, Samoa), natuurrampen (een cycloon op Vanuatu), de hebzucht die je overal tegenkomt (ze werd beroofd op Fiji) - de achterkant, kortom, van die zogenaamd ideale oorden.

Maar het pakte toch iets anders uit. 'Het paradijs' heet simpelweg het laatste hoofdstuk van haar boek. Daarin gaat het over een wit huisje op palen met een veranda ervoor. Uitzicht op zee, een zachtroze zonsopgang, een zoemende ventilator, de zon die tussen de bollende gordijnen door spiekt en een groot, warm, naakt lijf naast het hare in bed - over 'een groot geluksgevoel' gaat het, over 'thuis' en een 'lang, gelukkig en paradijselijk leven'. Twee maanden is Hannema nu weer in Nederland, maar in juli gaat ze terug naar dat eiland en de man en het huis met de veranda. Het ticket is al geboekt. Een retourdatum staat er niet op.

Beeld .

Je hebt de Nederlandse Eten, bidden, beminnen geschreven: vrouw gaat op reis en vindt het geluk.

Hannema lacht: 'Dat was helemaal niet het plan! Het plan was dat ik acht maanden lang een deel van de wereld zou bereizen waar ik nog niet eerder was geweest. Bora Bora, dat klonk zo aanlokkelijk. Om die reden wilde ik ook ooit naar Timboektoe, maar dat is er toen niet van gekomen, want er brak oorlog uit. En ik wilde een boek schrijven waarin ik het niet alleen maar heppie-de-peppie over mijn backpackavonturen heb, zoals in mijn eerste boek, maar waarin ik antwoord zoek op een paar levensvragen. Ik was een beetje aan het twijfelen geraakt over altijd maar reizen als levensvervulling. Tussen mijn 20ste en mijn 30ste ben ik elk jaar hooguit twee, drie maanden in Nederland geweest, de rest van de tijd was ik onderweg. Ik begon me af te vragen: wat ben ik in godsnaam aan het doen? Ja, het reizen was mijn werk geworden. Dat was het simpele antwoord. Vanmiddag vertrek ik naar Jersey om er voor het blad Kampioen van de ANWB een verhaal over te schrijven. Mijn ouders brengen me zo naar Schiphol, met zulke opdrachten verdien ik mijn geld. Maar waaróm was het mijn werk geworden? Waarom leeft iedereen fijn zijn leven in Amsterdam en waarom moet ik altijd weg? Ik begon het gereis een beetje zat te worden. Ik vond het zwaar en ik had ook nogal wat gezeik met mijn gezondheid gehad, dus ik dacht: ik maak nog één grote reis door de Pacific en daarna ga ik wat anders doen. In Nederland.' Vrolijk: 'Nou ja, dat is dus niet helemaal gelukt.'

Daarover straks meer. Eerst de vraag of ze de antwoorden heeft gevonden waarnaar ze zocht: waarom altijd dat reizen? Wat is de drijfveer geweest? De zucht naar avontuur. Vrijheidsdrang - op een andere manier kan ze het niet verklaren. Ze heeft het over de aard van het beestje, over het klaslokaal vroeger waar ze het al benauwd kreeg als de deur dichtging. En dan zat ze nog wel op een basisschool die nu 'smoothiehip' zou zijn, met filosofie en meditatie en rijstwafels en Indiase dans ('vroeger was dat hartstikke geitenwollensokken'). Haar ouders zijn spiritueel ingesteld en hadden bewust een alternatieve school gekozen voor Iris en haar zus. Maar hoeveel ruimte ze ook kreeg, het was nooit genoeg. 'Zo'n klaslokaal met een leraar en stoeltjes, als ik zelf kinderen krijg, weet ik niet of ik dat wel voor ze wil. Ik vond het als kind al onnatuurlijk. Ik liep gewoon weg. Ging ik door Amsterdam zwerven onder schooltijd.'

Ze deed mavo ('Dat vond ik al bijna te veel moeite'), schreef zich meteen daarna in bij de Kamer van Koophandel als freelance 'journalist, cameravrouw, ideeënbedenker', spaarde wat geld en kocht een ticket naar Tel Aviv. Nog geen 20 was ze - dat was het begin van haar reizende leven. 'Van Tel Aviv ben ik over land naar India gegaan, via Syrië, Libanon, Irak, Iran. Het was avontuurlijk, je had nauwelijks internet, ik was helemaal alleen en ik dacht: dit is subliem. Dit is wat ik wil. Daarna heb ik alle continenten afgereisd: Afrika, Zuid-Amerika, overal waar te reizen valt, ben ik wel zo'n beetje geweest.'

Beeld .

Wat was je gevaarlijkste bestemming?

'Pakistan, denk ik. Ik moet heel wat beschermengeltjes hebben. Het was oorlog, de taliban zat in het noorden in de bergen. Ik ben er omsingeld door groepen mannen die niet veel goeds met me in de zin hadden, onder politiebegeleiding ben ik daar uitgehaald. Ik weet nog dat ik in Karachi aankwam en de eerste 24 uur in mijn hotelkamer ben gebleven. Overal mannen die naar me staarden, ik voelde: dit is geen goed plan. Maar ja, ik wilde dat het edgy zou zijn.'

Beeld .

Voor het verhaal dat het zou opleveren?

'Ook. Ik zocht het avontuur voor mezelf, maar een goed verhaal was meegenomen. Het had natuurlijk best vaak mis kunnen gaan als alleenreizende vrouw, er hebben heel wat mannen aan mijn hotelkamer staan rammelen. Ik ben in de Amazone van een boot gesprongen, in een rivier vol piranha's en krokodillen. In Irak kreeg ik een automatisch geweer tegen mijn hoofd omdat iemand van me schrok. Ik ben in de slums in Rio geweest en in Somaliland, juist omdat niemand daar komt. Maar ik neem gecalculeerde risico's. Naar Somaliland ben ik niet vanuit Ethiopië de grens overgegaan, maar gevlogen, omdat het rommelt aan de grens. Voor een ander klinkt het misschien nog steeds als een debiel plan, maar voor mij voelt het als een gefundeerd besluit. Ik luister naar mijn intuïtie, naar wat goed voelt en wat niet. Ik zou nu niet naar Jemen gaan of naar Mogadishu. Ik wil niet dood.'

Wat vinden je ouders van zulke reizen?

'Mijn ouders zijn geweldig, die hebben me altijd gesteund. Ik heb ze vanuit Pakistan wel eens gebeld in zo'n situatie, dat ik midden tussen de opdringerige mannen zat, en gezegd: ik ben nu echt bang. Achteraf realiseer ik me hoe vreselijk dat voor ze was, ze hebben het er nu nog over. Maar toen bleven ze kalm. Mijn moeder zegt altijd: als dit is wat je het liefst wil, moet je niet voor ons thuisblijven. Ja, je kan in China een treinongeluk krijgen, maar beter dat dan tot je 80ste in Amsterdam blijven zitten en spijt hebben van wat je níet hebt gedaan.'

Je boeken gaan ook over avontuurtjes - over mannen ben je behoorlijk openhartig.

'Reisboeken die blijven steken in landschapsbeschrijvingen vind ik saai. De ontmoetingen onderweg, die bepalen je herinneringen. Havana was prachtig, maar denk ik aan Cuba, dan denk ik toch vooral aan die Cubaan met wie ik een affaire heb gehad en aan zijn familie waarin ik terechtkwam. Iedereen neukt, iedereen wordt ziek op reis en iedereen wordt een keer zo dronken dat je niet meer overeind kunt komen. Dat stop ik allemaal in mijn boeken.'

Beeld .

Je schrijft om van het reizen te kunnen leven. Lukt dat?

'Dat lukt ja, ik mag niet klagen. 2.000 euro is wel minimaal nodig per maand, want ik betaal alles zelf, ik laat me niet sponsoren. In een goedkoop Aziatisch land kun je misschien met iets minder toe, maar dan nog: je hebt vluchten nodig, visa, flessen water. En ik wil tegenwoordig een beetje een behoorlijke kamer. Vroeger kon het me niet goor genoeg zijn; met z'n twintigen op een hotelkamer tijdens het carnaval van Rio, dat maakte me allemaal niks uit. Ik kon me niet voorstellen waarom je ooit meer dan 3 euro zou betalen voor een overnachting. Dat is veranderd. Sommige maanden in de Pacific zat ik wel op 5 of 6 duizend euro, want op die eilanden is alles geïmporteerd, een blikje sardines is er al duur.'

Het beeld dat Hannema schetst in haar boek over de zogenaamd paradijselijke eilanden in de Pacific is ontluisterend. Veel armoede, klamme hitte, overal zwerfvuil, verrommeld landschap, veel te dikke mensen die liever noedels uit plastic bekers eten dan fruit uit de natuur.

Hoe komt het dat die landen zichzelf zo verwaarlozen?

'De mensen daar zien dat niet zo. Wij vinden dat armoedig, eten uit blik, maar zij vinden dat luxe. Het komt uit een andere wereld, het is exotisch - hier gaat dat toch ook zo? Wij willen hier ook geen brood meer eten of aardappels, maar superfoods. Wat nieuw is, is aantrekkelijk. Je kunt daar wel zeggen: ruim die pleuriszooi eens op, stop met noedels importeren en ga zelf weer tuinieren, maar dat is typisch westers denken. Daar geloof ik helemaal niet in.'

Je gelooft ook niet zo in 'vriendelijke bevolkingen', blijkt uit je boek.

'Ha, ja, dat hoor je altijd: de lokale bevolking is zó blij en vriendelijk. Dan denk ik: wie heb je dan gesproken? De gids, de taxichauffeur en het kamermeisje - ja, die worden betaald om aardig te zijn. Je komt aardige mensen tegen en niet-aardige mensen, dat is overal ter wereld hetzelfde. Natuurlijk zijn er wel verschillen: Russen zijn over het algemeen stugger dan Zuid-Amerikanen, maar kom je bij ze thuis dan zijn ze zo warm, dan kom je niet weg voor je zestien wodka's hebt gedronken. In Zuid-Amerika heb je weer last van macho's en moet je overal op je tas letten.' Ze wijst op onze tassen die naast de tafel liggen. 'Zoals wij hier zitten, dat kan daar geen minuut.'

Hoe zie je Nederland, als je zoveel hebt gereisd?

'Dit is een superland. We hebben hier alles: de beste koffietenten, uitpuilende supermarkten vol verse producten, vrijheid, geen muggen, geen hitte, alles is schoon. Nederland is echt een fantastisch land. Maar het is wel heel individualistisch. In veel andere culturen draait het om de gemeenschap, om samen, om familie. Dat ik alleen reis, vinden ze maar zielig. Ik ben onderweg nooit eenzaam. Iedereen praat met elkaar - op straat, in de bus. Ik vertel op reis wel eens over onze stiltecoupés, dat wordt kil gevonden. Stommetje spelen, dat doe je niet - hoewel je overal ter wereld nu wel steeds meer mensen ziet die verdiept zijn in hun telefoontje, net als hier. Maar als ik in Fakarava over straat loop zonder te groeten, wordt Francisque gebeld: wat is er met Iris, is ze ziek?'

Fakarava - dat is het eiland waar Hannema's boek eindigt en waar ze binnenkort naartoe vliegt, voor onbepaalde tijd. Francisque, dat is de Franse duikinstructeur die ze er ontmoette. Door wie ze nu, voor het eerst van haar leven, aan blijven denkt in plaats van reizen, aan thuis in plaats van onderweg.

Beeld .

'Liefde en vrijheid bijten elkaar', schrijf je aan het begin van je boek. 'Een relatie behouden en op reis gaan, het is niet mogelijk, althans niet voor mij.' Wat is er gebeurd?

'Zodra ik voet aan wal zette op Fakarava, een van de atollen in Frans-Polynesië, dacht ik: hier zou het best eens kunnen zijn. Het paradijs. Het is er zo magisch, zo exotisch. Net een ansichtkaart: wit zand, diepblauwe zee en het is niet overspoeld door toeristen. Er wonen maar 750 mensen, die leven van kopra, het witte vruchtvlees van de kokosnoot. Fakarava is eigenlijk een strook koraal; er loopt maar één weg over het eiland, dat zo smal is dat je de zee aan beide kanten kunt zien. De eerste avond, in een restaurantje, ontmoette ik Francisque. Hij komt uit Frankrijk, is duikinstructeur en hij woont daar - hij zocht een plek zonder gezeik of geweld. Ik ben er vijf maanden gebleven. Bij hem op de veranda heb ik mijn boek geschreven, de ventilator in mijn gezicht, ons hondje aan mijn voeten. Hij ging overdag duiken met toeristen en ik bleef thuis met de laptop op schoot, en 's avonds maakten we een wandelingetje over het eiland. Burgerlijker kan het niet. Had je me dit een jaar geleden gezegd, dan had ik je heel hard uitgelachen, maar ik vind het helemaal leuk. Alle clichés over de liefde zijn waar: ik ben er thuisgekomen.' Lacht: 'Als ik een roman had geschreven, dan had ik dit roze einde geschrapt, het is té fout. Maar ja, het is non-fictie. Het is allemaal gebeurd.'

Dan laat ze foto's zien op haar iPhone van etterende wonden in haar huid, veroorzaakt door een stafylokokkenbacterie. 'Er is geen dokter op Fakarava, dus Francisque heeft zelf die abcessen opengesneden, zonder verdoving. Ik zat met een prop lappen tussen mijn tanden om het niet uit te schreeuwen van de pijn. Middeleeuwse toestanden. Ik zit onder de littekens. Ik heb ook praktisch altijd diarree. Van sommige tropische infecties kom ik misschien de rest van mijn leven niet meer af. Dat krijg je nu eenmaal van al dat reizen. Zie je dat die titel klopt? Het paradijs ís bitterzoet.'

Het bitterzoete paradijs is net verschenen bij uitgeverij De Arbeiderspers (€19,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.