Stadsgids New York

Het New York van de 83-jarige cineast Woody Allen: ‘Mijn New York is een stad voor dromers en verdwaalde zielen’

Jesse Eisenberg en Kristen Stewart met Woody Allen in Central Park op de set van Café Society, 2016. Beeld Hollandse Hoogte / Allpix Press SARL

De Amerikaanse filmmaker Woody Allen gidst ons door het New York van zijn films, en het New York van buiten zijn films. 

Broos is een woord dat, naast het begrip #MeToo, almaar valt in de artikelen over filmmaker Woody Allen. Het rijmt met de, door ruim vallend overhemd en dito broek geaccentueerde, kleine gestalte op de sofa in een kantoorvertrek van het Amstel Hotel in Amsterdam. Maar al raakt z’n fysiek fragiel en zijn gehoor sleets, wie de 83-jarige cineast een poosje aanziet en aanhoort, treft een montere, standvastige Allen.

We gaan het hebben over New York. Het New York uit zijn films, en het New York daarbuiten – het is niet hetzelfde, wás misschien wel nooit hetzelfde. En over z’n nieuwe film, A Rainy Day in New York, die deze week in voorpremière gaat in de Nederlandse bioscopen. De regen uit de titel is géén domper, benadrukt de regisseur. ‘Als ik ’s ochtends door de jaloezieën in mijn huis naar buiten kijk en zie dat het buiten zonnig is, denk ik: verschrikkelijk. Daar moet ik straks in lopen, die zon. Wat erg. Nou, waarom ik dat vind, weet ik niet. Mijn buurman in New York gaat ieder jaar weg in de winter, omdat hij depressief wordt zonder zonlicht. Terwijl ik juist opleef als ik wolken zie, of een beetje regen. Juist dát weer geeft de stad iets magisch.’

Het is vroeg in de middag, een bloedhete zomerdag in Amsterdam. Desondanks heeft Allen vanochtend in de onverbiddelijke zon een lange wandeling door de hoofdstad gemaakt, met echtgenote Soon-Yi, hun dochters van 19 en 20, en z’n zus. ‘Gewoon rondlopen, niks doen behalve naar al die charmante straten en huizen kijken.’

Sinds Allen in de herfst van zijn filmcarrière Europa aandeed, van Londen naar Barcelona, Parijs en Rome (onder meer Matchpoint, Vicky Cristina Barcelona, Midnight in Paris, To Rome with Love), groeide de hoop dat Amsterdam ook eens als decor zou dienen. ‘Ik had het daar vanochtend nog over, met mijn vrouw en kinderen. Hoe de natuurlijke atmosfeer van Amsterdam zo goed zou werken voor een film: overal waar je kijkt is het zo open, niet ingesloten. Ik zou ermee uit de voeten kunnen.’ Verontschuldigende glimlach. ‘Als ik een idee had voor iets in Amsterdam.’

Allen treedt ’s avonds op in theater Carré; onderdeel van z’n Europese tournee als klarinettist, met z’n vaste jazzband. Tussendoor promoot hij zijn nieuwe komedie, die in Nederland uitgaat in de bioscopen, maar voorlopig ongezien blijft in de Verenigde Staten, waar Allen in een rechtszaak is verwikkeld met filmstudio Amazon (zie kader).

In A Rainy Day in New York plant het studentenkoppel Ashleigh en Gatsby (Elle Fanning en Timothée Chalamet) een romantisch weekend in de stad, waar alles anders uitpakt dan verwacht. Zij is een bleue doch schrandere journalist in spe met schatrijke olieouders. Hij een dromerige, wat uit het lood geslagen jongeman die eigenlijk acte de présence moet geven op een familiefeest van zijn (eveneens rijke) ouders. ‘Het meisje is ambitieus en realistisch, in essentie niet romantisch. Ze is journalist, ambitieus. De jongen is anders. Die zit met zijn hoofd in de wolken, hij houdt van wat al verdwenen is, van de oude stad, het New York van de pianobars, de oude liedjes. Dat is mijn romantische, onrealistische kijk, waarmee ik zijn karakter opzadel. Er zijn twee New Yorks. Of niet twee: waarschijnlijk zijn er méér dan twee. Tijdgenoten van me, zoals bijvoorbeeld Martin Scorsese – een fabuleuze regisseur – zien New York heel anders dan ik. Spike Lee is ook zo iemand. Hun New York is veel echter. Mijn New York is een stad voor dromers, voor verdwaalde zielen, het is niet de werkelijke wereld. Maar mensen die New York bezoeken, belanden niet in het gangstertijdperk van Scorsese, of in de raciale problemen waar Spike Lee het over heeft. Ze verwachten míjn New York en het lukt ze zelfs om de stad te zien zoals ik ’m zie. Maar als ze er zouden wonen, zouden ze ondervinden dat mijn New York een verzinsel is. De stad zit vol problemen en realistische obstakels waarmee je elke dag te maken hebt. Het zijn niet enkel mooie straten, prachtige restaurants en de muziek van Cole Porter.’

Bankje en brug uit ‘Manhattan’. Beeld ANP

Uitzicht op Queensboro Bridge

Het bankje met subliem uitzicht op Queensboro Bridge, waar televisieschrijver Isaac (Allen) en Mary (Diane Keaton) de nacht doorbrengen in zwart-wit Manhattan, bepaalde Allens meest klassieke filmbeeld. En betrof fantasie. ‘Mensen gaan er nog steeds heen, die plek, Sutton Place. Maar dan vinden ze geen bank. Die hadden wij er neergezet voor de opnamen. De stád had er een bank neer moeten zetten.’

Cameraman Gordon Willis (onder meer The Godfather) filmde de fameuze, met de klarinetsolo van George Gershwins Rhapsody in Blue aanvangende openingsscène en stadsmontage deels vanaf Allens balkon, met uitzicht over Central Park. Eronder klonk de voice-over van hoofdpersoon Isaac, die hardop verschillende beginzinnen uitprobeert voor z’n roman: ‘Hoofdstuk één. Hij adoreerde New York City, voor hem was het een metafoor voor het verval van hedendaagse cultuur (…) nee, te prekerig. Volgende poging: Hoofdstuk één. Hij was zo hard en romantisch als de stad, achter zijn zwarte brilmontuur school de opgewonden seksuele kracht van een junglekat – I love this! New York was zijn stad, en zou het altijd zijn.’

‘Ik was teleurgesteld toen ik Manhattan af had’, zegt Allen. ‘De film beantwoordde onvoldoende aan wat ik vooraf in mijn hoofd had. Breng ’m niet uit, zei ik tegen productiemaatschappij United Artists, dan maak ik een nieuwe film voor jullie, zónder salaris. Ze dachten dat ik gek was. Om een of andere reden sloeg de film aan. Soms denk je dat iets goed is, maar denken de mensen er anders over. Of andersom. Het verrast me nog steeds.’

Vanwege het grote leeftijdsverschil tussen het 42-jarige hoofdpersonage en diens 17-jarige vriendin Tracy (Mariel Hemingway), een omstandigheid die zich vaker voordoet in Allens oeuvre, werd Manhattan de afgelopen jaren geregeld bekritiseerd. ‘Ik schreef die film samen met Marshall Brickman en we meenden eenvoudigweg dat het grappig was als Isaac met een meisje zou gaan dat veel jonger is dan hij. Want – dachten we – dat leidt tot allerlei grappen. We verzonnen dat, niet anders dan hoe ik voor Midnight in Paris verzon dat iemand wakker wordt in een ander tijdperk. Toen ik trouwde met Soon-Yi, die veel jonger is dan ik, bracht iedereen het leeftijdsverschil uit Manhattan ter sprake: o, het is een obsessie! Dat is het niet. Ik heb net zo veel grappen gemaakt over joods zijn, of over psychiaters. Als ik morgen een idee heb voor iets over een jonge vrouw en een oudere man, waar ik veel nieuwe grappen uit zou kunnen halen, máák ik het. Kijk, ‘aardige man ontmoet aardig meisje’ is geen idee. Waar zitten de grappen?’

Times Square

‘Brooklyn, waar ik opgroeide, was gezellig, vriendelijk en bekoorlijk. Maar Manhattan, dat was iets... De eerste keer dat mijn vader me meenam naar de stad, ik was 6 jaar oud, ik vergeet nooit hoe we de metrotrap bij Times Square opliepen, het overdonderde me. Zover het oog reikte, in elke richting bioscopen, de ene na de ander. De Tweede Wereldoorlog was gaande, op de straten liepen soldaten, zeelui, en héél mooie, goedgeklede vrouwen. Overweldigend, overal die lichten en reclameborden. Zodra ik oud genoeg was om zelf de metro te pakken, ging ik zo vaak als ik kon. Als je van de 42ste naar de 52ste straat liep, passeerde je zo vijfentwintig of dertig theaters met liveshows.

Times Square na een hoosbui. Beeld Gary Hershorn/Getty Images

‘Vrij recent hebben ze Times Square geruïneerd. Eerst maakten ze er een voetgangersplein van, een verschrikkelijk idee. Vervolgens doken er overal fietsers op. Fietsers zijn prima, zolang ze gedisciplineerd zijn. Maar die in New York negeren stoplichten, rijden op de stoep, rijden tegen het verkeer in. Mensen zijn overleden omdat een fiets tegen ze botste. Hier in Amsterdam heb je ze ook, ja. Tuurlijk, er is óók iets goeds aan. Als ze de stoplichten gehoorzamen, maar dat doen ze niet. Ze denken: o, we zijn onschuldig, we zijn fietsers, geen auto’s. Het is een plaag, die New Yorkse fietsers.’

Basketbal, New York Knicks, in Madison Square Garden

‘Lange tijd waren de Knicks een heel opwindend team, samen met Diane Keaton bezocht ik elke wedstrijd. Nu zie ik ze vooral op de televisie, af en toe ga ik nog. Als ik een film zie, denk ik steeds: o, ze doen dit en dat, waarom heb ík dat nooit gedaan? Of: dat had ik beter kunnen doen, of dat had ik nóóit zo goed kunnen doen. Een miljoen gedachten komen dan in me op. Ik kán niet gewoon maar wat kijken. Maar bij basketbal, honkbal, football, tennis, golf – ik kijk alle sporten – kan ik compleet ontspannen achterover leunen en genieten.’

Upper East Side

‘Andere New Yorkers zweren bij Chelsea, West Village, of Gramercy Park, maar voor mij is het altijd de Upper East Side geweest. Andere buurten zijn óók vrij mooi, maar als je dan een paar blokken verder loopt, wordt het minder. In de Upper East Side is het héle territorium fijn. Ons huis ligt aan het blok waar Alvy Singer en Annie Hall wonen in de film (70ste straat, tussen Park avenue en Lexington avenue, red.). De huizen zijn er wat kleiner, aan weerszijden van de straat staan bomen. Al lang voor ik Annie Hall draaide kwam ik er graag. Je zit er op loopafstand van alle grote musea. Toen er een huis beschikbaar kwam, hebben we het binnen een minuut gekocht.’

Veel van de door Allen en diens personages gefrequenteerde plekken zijn al verdwenen. Zoals de restaurants Elaine’s en Le Cirque, of de Carnegie Deli, waar een Woody Allen-sandwich (corned beef & pastrami) op het menu stond. ‘Ik was me er van bewust dat zulke plekken komen en gaan. Ik wilde ook juist dat mijn films getuigen van de tijd waarin ze werden gemaakt. Als je Manhattan of Annie Hall ziet, kijk je naar het New York van toen.’

Steak

De realiteit is misschien niet de beste van alle mogelijke werelden, schreef Allen ooit, maar het is wel de enige plek waar je een goede steak kunt bestellen. ‘Voor een goede steak in New York ga je naar Sparks (Sparks Steak House, Midtown). Dat zou ík doen. Er zijn ook mensen die zweren bij Peter Luger, in Brooklyn (Peter Luger Steakhouse). Maar ik eet niet meer zoveel vlees, want ik bang dat het me doodt. Als ik één vleesmaaltijd per jaar zou eten, deed ik het bij Sparks. Na afloop voel ik me dan schuldig. Je wandelt het restaurant uit en denkt: dit lekkere eten heeft me dichter bij mijn dood gebracht. Was dat het waard?’

Allens vader werd 100 jaar oud, z’n moeder 95. ‘Dat is zo. Erfelijk gezien zit ik goed.

Midwood, Brooklyn (East 14th Street)

‘Om de zoveel jaar, als ik een dag niks te doen heb, bel ik mijn zus: ga je mee naar onze oude buurt? Ons oude huis staat er nog. Het is aangenaam: baden in nostalgie. En tegelijk ook niet, omdat de buurt zo verslechterd is. Er was zóveel, toen we kinderen waren: heerlijke bakkerijen, taartwinkels, speelgoedwinkels, een bibliotheek, een biljarthal, allerlei bioscopen. En nu? Allereerst is de buurt te religieus geworden. (In de jaren tachtig en negentig groeide met name het aantal orthodoxe joden in de wijk, red.). En verder is alles wat ik opsomde weg. In het prachtige filmtheater op de hoek verkopen ze nu meubels.’

In geen ander oeuvre wordt zo vaak een New Yorks filmtheater bezocht als dat van Allen. Maar al die theaters –zoals The Beekman, Thalia – zijn verdwenen.

‘Tegenwoordig zie ik nieuwe films meestal in de screening-kamer waar ik de montage voor mijn films doe. Dan bel ik voor een kopie. Meestal kan ik krijgen wat ik wil. Zo werkt dat in de filmindustrie. Mensen vragen mij ook wel eens: ik geef een dinerfeestje, mag ik een kopie van je film lenen? Er zijn wel steeds minder films die ik wil zien. De blockbusters van nu, de Marvel-films, die zijn voor kinderen. Utoya: Juli 22, over Noorse slachting, vond ik uitzonderlijk goed gedaan, meedogenloos. Die Deense film, met die man die de hele tijd aan de telefoon is (The Guilty, red.), vond ik ook heel interessant.’

Koetsrit om Central Park (zoals te zien in Manhattan, Café Society, A Rainy Day in New York)

‘In zeg vijftien minuten rijd je het park rond. Prijzig, maar genoeglijk. Toen ik jonger was, nam ik er wel eens een met een meisje. In de koets kon je kussen zonder gestoord te worden. Het is mooi om te zien, zo’n paard en wagen: de geur van het oude New York. Nou weet ik ook wel dat jaren geleden, toen er niks anders was, die paarden en koetsen behoorlijk verschrikkelijk waren. Als je snel naar het ziekenhuis moest of zo. Zó romantisch was het vast niet.’

Allen, die zijn carrière begon als grapschrijver voor televisiekomieken, verdiende als tiener al meer dan zijn ouders samen. ‘Ik spendeerde het aan avondjes uit, betaalde mijn korte studieperiode (Allen verliet de universiteit zonder diploma, nadat hij een onvoldoende kreeg voor het vak Motion Picture Producing), en ik huwde jong, dus ik onderhield mijn vrouw en gaf wat aan mijn ouders. Ik wilde nooit een landhuis, boot of auto. Ik koop wat ik wil kopen, er is alleen niks wat ik wil. Ook geen nieuwe typemachine, ik heb nog steeds dezelfde.’

De New Yorkse natuur

‘Er is alleen het park. Meer dan genoeg natuur voor mij. In Central Park wandel je langs mooie bloemen en groene bomen, maar als je door de bomen kijkt, zie je de gebouwen – heel romantisch. Het is niet zoals een plaats als Connecticut, of ergens in een bos, waar je dan loopt en ja: dat bos is fraai, maar er is géén civilisatie. Als je in New York klaar bent met lopen door de natuur, sta je in vijf minuten op Fifth Avenue. En twee minuten later op Madison Avenue. Tussen alle kledingwinkels, de nieuwste mode, de restaurants. Een periode in de tijd was het daar belle époque-achtig.

‘Mijn favoriete wolkenkrabber? O, het Chrysler-gebouw. Alles eraan is mooi. De hal, de liften, de kantoren, de badkamers, en natuurlijk die piek – een kunstwerk. Chrysler is de beste. Het stond te koop, onlangs. Ik kon het me helaas niet veroorloven.’

Coney Island (o.m. Annie Hall, Wonder Wheel)

‘Allereerst: het strand, zo enorm, met wit zand, prachtig. Als kind dacht ik: o, het is gewoon strand, zoals overal. Maar dan ga je naar Zuid-Frankrijk of Italië: zulke stranden hebben ze daar niet. Coney Island was een paradijs toen ik opgroeide, overal theatertjes, magische shows, circusshows, acrobaten, speelhallen, een achtbaan. Het is een poosje weggekwijnd, maar komt nu weer terug. Niet zoals het was, maar je kunt er met je kinderen een aangename dag doorbrengen. Dan eten ze een hotdog, schieten ze met een pistool, rijden ze in de botsauto’s. Lovely, heus.’

Coney Island beach, met het amusementspark op de achtergrond. Beeld Hollandse Hoogte / Luz Photo Agency / Alessandro Rizzi

Is New York nog steeds de beste stad van de wereld?

‘O zeker. Dat kun je niet ontkennen. Als ik niet in New York zou wonen, woonde ik waarschijnlijk in Parijs. Dat komt het dichtst bij. Maar er is niks zoals New York.’

Allen met Tony Roberts en Diane Keaton in ‘Annie Hall’, 1977. Beeld Sunset Boulevard/Corbis via Getty Images

#MeToo en de rechtszaak van 68 miljoen

Amazon legde Allen in 2016 vast voor een tv-serie en vier speelfilms, maar de studio van de internetkolos besloot A Rainy Day in New York niet uit te brengen. Allen zou de commerciële kansen van de bioscooprelease ‘saboteren’ met zijn uitspraken over Harvey Weinstein en #MeToo. De filmmaker had in 2017 in gesprek met de BBC opgemerkt dat het seksuele wangedrag van Weinstein tragisch was voor de betrokken vrouwen en treurig voor Weinstein. Om die toevoeging werd hij gekapitteld in de media. Een dag later zei Allen dat hij bedoelde dat Weinstein een ‘treurige, zieke man’ was.

‘Ik moet voorzichtig zijn met commentaar’, zegt Allen in Amsterdam, gevraagd naar de rechtszaak. ‘Ik kan slechts zeggen dat Amazon het contract heeft verbroken. Op een zeker moment, niet te ver in de toekomst, treffen we elkaar in de rechtszaal.’ Zijn advocaten eisen 68 miljoen dollar van de studio. ‘Ik ben er zeker van dat ik zal zegevieren.’

De publicitaire druk op Amazon en Allen nam toe toen verschillende actrices en acteurs, onder wie Greta Gerwig, Mira Sorvino en Colin Firth, zeiden spijt te hebben van hun (eerdere) werk met de filmmaker. Dit vanwege de opnieuw onder de aandacht gebrachte aantijging van Allens ex Mia Farrow en hun adoptiedochter Dylan Farrow, die volhoudt op haar 7de jaar eens te zijn misbruikt door haar adoptievader. De rechter achtte dit in de jaren negentig onbewezen. Ook twee acteurs uit A Rainy Day in New York – Timothée Chalamet en Rebecca Hall – verontschuldigden zich (nog voor de release) voor hun medewerking aan de film en doneerden hun gages aan goede doelen. Bijrolactrice Selena Gomez schonk eveneens haar salaris (en meer), maar viel Allen niet af.

‘Ik heb sympathie voor een aantal van hen’, zegt Allen, over de acteurs die afstand namen van zijn werk. ‘Die zijn bang dat ze problemen krijgen op sociale media. Verder ben ik er niet zo mee bezig. Als ik acteurs uitnodig en ze willen meedoen, fijn. Als ze niet willen, mogen ze dat ook. Ik heb altijd kunnen werken met zeer bekwame acteurs, en dat doe ik ook weer bij de film waaraan ik volgende week begin.’

Allen filmt deze zomer in Spanje, met onder anderen Oscarwinnaar Christoph Waltz. Ook als A Rainy Day in New York op de plank zou zijn blijven liggen, zoals werd gevreesd, acht de filmmaker zijn filmcarrière niet voorbij. ‘Nee hoor. Voor mij schuilt het genot van een film in het maken. Dat de film nu wel in Europa uitkomt is fijn. Maar als ik sterf met vijf afgeronde films die nergens op de wereld werden vertoond, heb ik die films nog steeds gemaakt. En op een dag, lang na mijn dood, zal iemand zeggen: we moeten eens kijken naar die films, misschien zijn ze interessant. Of – dat is realistischer – misschien kunnen we er geld aan verdienen.’

De kwestie Allen/Farrow

De beschuldiging van seksueel misbruik van Woody Allen door zijn adoptiedochter Dylan Farrow is verwikkeld met een gezinsruzie die de banden van Mia Farrows (adoptie)gezin doorsneed. Nadat zijn relatie met Mia Farrow stukliep (en vóór het vermeende misbruik van Dylan op 4 augustus 1992) begon Allen een relatie met de 21-jarige Soon-Yi, adoptiedochter uit Farrows eerdere huwelijk met André Previn. Volgens broer Moses Farrow jutte zijn woedende moeder Mia hem en de andere Farrow-kinderen vervolgens op tegen Allen, en coachte ze de beschuldiging van zus Dylan. Broer Ronan Farrow is juist overtuigd van Dylans waarheid. En die broer, aangeduid als Allens zoon, doch vermoedelijk verwekt door Frank Sinatra, is tevens de Pulitzerprijs winnende journalist die Weinsteins seksuele roofdierschap onthulde voor het tijdschrift The New Yorker.

De kwestie Allen/Epstein

Woody Allen is een van de beroemdheden wiens naam viel bij de heropende zaak van de New Yorkse miljardair en veroordeeld zedendelinquent Jeffrey Epstein. De filmmaker was volgens The New York Times een van de gasten op een feest ter ere van de Britse prins Andrew in het huis van Epstein, driekwart jaar nadat die in 2010 vrijkwam na zijn celstraf voor seks met minderjarige meisjes. Allen was die avond in gezelschap van zijn echtgenote Soon-Yi. Anders dan de Volkskrant eerdere berichtte, komt Allens naam niet voor in Epsteins ‘zwarte adressenboekje’ en blijkt uit vluchtgegevens niet dat de filmmaker ooit meevloog in Epsteins ‘Lolita-express’-privévliegtuig.

In 1992 beschuldigde Woody Allens toen 7-jarige dochter hem van seksueel misbruik. De zaak kreeg aandacht, maar had amper gevolgen voor de regisseur. Daar kwam na #MeToo verandering in.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden