Het 'groene hart van Italië' snakt naar toeristen: 'Umbrië heeft u nodig'

De heuvels zijn er te glooiend, de dorpjes te fotogeniek

Leeggelopen door migratie, werkloosheid, aardbevingen of andere natuurrampen is menig Italiaans dorp tot spookstad verworden. Een bijzonder soort toeristenaccommodatie brengt het leven terug op het platteland.

Sellano, waar Assunta en Maria de enige bewoners zijn Foto Nicola Zolin

Assunta van de bloemenwinkel op nummer 28 schrikt als de bel gaat. 'Wie is daar?', bibbert haar stem vanuit een donker hoekje achter de toonbank. 'Maria, ben jij dat?' 'Ja', antwoordt Maria, zij is eigenaar van het kledingwinkeltje op nummer 30. 'Ik ben het. Met twee klanten.' Stilte.

'Klanten?', klinkt het verbaasd. 'Meen je dat?'

'Ik meen het', antwoordt Maria. 'Sterker, het zijn toeristen.'

De eigenaar van het bloemenwinkeltje stapt in het licht - dit moet ze met haar eigen ogen zien.

Assunta en Maria zijn de enige overgebleven bewoners van Sellano, officieel verkozen tot een van de borghi più belli d'Italia (mooiste dorpjes van Italië). Hoewel er vrijwel geen klanten meer naar hun winkeltjes komen, openen ze hun deuren iedere ochtend trouw om halfnegen om ze pas twaalf uur later weer af te sluiten. Zo deden ze het altijd, en zo blijven ze het doen.

Alsof er nooit een aardbeving plaatsvond in Umbrië.

Assunta voor haar winkeltje Foto Nicola Zolin

Want bijna een jaar geleden sloeg het noodlot toe in dit deel van Italië. Eerst was er de aardbeving in Amatrice, een paar weken later was het heuvelachtige Umbrië aan de beurt, de enige Italiaanse regio zonder kuststrook, en juist daarom een van de meest ongerepte. Die aardbeving van 30 oktober bij Norcia ging de boeken in als een van de zwaarste in Italië in honderd jaar.

'Vrij snel daarna werd het hier stil', zegt Assunta. Ze wijst om zich heen naar de straten van Sellano. Voor 30 oktober woonden er zo'n tweehonderd mensen, nu zijn alleen zij en haar buurvrouw Maria over. Dat
is vreemd, want het centrum is, ondanks de aardbeving, vrijwel volledig intact; de kalkstenen gebouwen die tegen de heuvel aan lijken geplakt, de
omhoog kronkelende weggetjes, de witte kerktoren, het soezerige middeleeuwse dorpsplein: ze lijken allemaal zonder aanwijsbare reden verlaten.

Praktische informatie

- (Meerdaagse) tochten per ezel of muilezel worden georganiseerd door La Mulattiera, het bedrijf van Roberto Canali. Weekend vanaf €70 (excl. overnachting), 8 dagen vanaf €350 (excl. overnachting). lamulattiera.it
- Algemene informatie over accommodaties en activiteiten in Umbrië: umbriatourism.it
- Informatie over alberghi diffusi: alberghidiffusi.it

Het kasteel van Postignano, het dorp dat in 1963 door de meeste inwoners werd ontvlucht wegens een dreigende aardverschuiving Foto Nicola Zolin

Angst voor aardbevingen

'Precies daarom heb ik jullie hiernaartoe gebracht', zegt Roberto Canali. 'Nergens zijn de gevolgen van de aardbeving beter te zien dan op dit verlaten dorpsplein. Het klinkt misschien gek, maar Umbrië heeft meer last van angst voor aardbevingen dan van de aardbevingen zelf.'

Canali is voorzitter van de vereniging 'We Are Norcia', opgericht daags na de aardbeving van 30 oktober. Dat is een groep van inmiddels 86 bedrijven met als doel de regio erbovenop te helpen. Ze doen dat door festivals te organiseren en geld in te zamelen, en vooral door te benadrukken dat slechts een klein deel van Umbrië is getroffen. 'De rest van de streek is veilig', herhaalt Canali keer op keer. 'Die boodschap is belangrijk want ook al valt de materiële schade mee, de economische schade is overal enorm. Er komen geen toeristen meer.'

Dat probleem begint, zeker nu het zomer is in Umbrië, nijpend te worden. Sinds de aardbeving daalde het aantal bezoekers per dorp dramatisch, soms wel met driekwart. Een ramp voor de talloze hoteleigenaars, restauranthouders en gidsen, die allemaal leven van het toerisme.

Het dorpje Casteldilago. Foto Nicola Zolin

Zo ook voor Canali zelf, die eigenaar is van het bedrijf La Mulattiera (Het ezelpad). Zijn klanten kunnen - alleen of in groepsverband - twee ezels en een wandelkaart huren om een paar dagen van hotel naar hotel te wandelen, ondertussen etend van de ricotta van schaapsherder Federico en de honing van de boerderij in Castel San Felice.

'Vandaag nemen we een oude schaapsroute', zegt Canali terwijl hij de zadeltassen van Pinocchio en Fantasia dichtsnoert. Pinocchio begint te balken. 'Ssssst', streelt Canali de hals van de ezel. 'Deze route werd een tijdje geleden uitgeroepen tot de mooiste wandelroute van Italië', zegt hij, en geeft een tik op de billen van Pinocchio. 'Kom. We vertrekken.'

De officiële bijnaam van Umbrië luidt 'het groene hart van Italië', en na een paar bochten begrijp je waarom. Bij iedere blik naar links, rechts, opzij of naar voren zie je dat de varianten groen eindeloos zijn in deze heuvels.

Versnipperde herberg

Nog spectaculairder dan het door het dal slingerende riviertje de Nera, de zwarte rivier, en de benedictijner kloosters die om de zoveel kilometer tussen de bomen opduiken, zijn de slaapplaatsen waar de ezels van Canali naartoe lopen: die zijn niet alleen mooi vanwege hun ligging, maar vooral vanwege de hoopvolle boodschap die ze vertegenwoordigen. Neem Postignano, een middeleeuws vestingstadje vlak bij Sellano. Ook hier ontvluchtten de bewoners hun huizen - in dit geval vanwege een dreigende aardverschuiving in 1963 - en ook deze stad werd een spookdorp. 'Maar toen wij hier kwamen, ergens begin jaren negentig, zagen we niet alleen een spookdorp', zegt architect Gennaro Matacena. 'We zagen vooral de mogelijkheid tot herstel.'

Samen met zijn collega knapte Matacena de stad op en maakte er een zogenoemde albergo diffuso van, wat letterlijk 'versnipperde herberg' betekent. Dat is in feite een groot hotel met kamers verspreid over de oude, verlaten woonhuizen in het historische centrum. In Postignano zijn bijvoorbeeld 20 van de in totaal 59 huizen, stallen, warenhuizen en zelfs de stadsgevangenis omgebouwd tot luxe hotelkamers. De overige huizen worden gebruikt als expositieruimte, concertzaal, restaurant of woonhuis van de teruggekeerde bewoners.

Roberto Canali met zijn ezels Foto Nicola Zolin

Alberghi diffusi zijn een ideale oplossing voor wat ze in het Italiaans le belle addormentate noemen, legt Matacena uit - de schone slaapsters. Verspreid over het land zijn er naar schatting tussen de 5- tot 15 duizend van dit soort leegstaande dorpen en gehuchten waar niets meer mee gebeurt: spooksteden. Ze hadden ooit last van aardverschuivingen, werkloosheid, armoede, migratie, vergrijzing en recenter: aardbevingen, en liepen daarom leeg.

Versnipperde herbergen zijn dé manier om dat tegen te gaan. Zeker met de aardbevingen van vorig jaar in achterhoofd, zijn ze actueler dan ooit. Voor toeristen is het de ideale manier het Italië achter het massatoerisme te ontdekken, voor de bewoners een kans op inkomen. Met dat idee werd ook de eerste albergo diffuso dertig jaar geleden opgericht. De eigenaar wilde niet zozeer een hotel stichten, hij wilde vooral het door een aardbeving getroffen dorp opknappen.

Dankzij de strenge Unesco-regels waaraan alberghi diffusi gebonden zijn (anders krijgen ze geen subsidies), zijn de stadscentra bovendien volledig in ere hersteld - meestal met behulp van een legertje archeologen en altijd met spectaculaire resultaten. Een wandeling door de steegjes van Postignano, twintig jaar geleden nog een spookstad, nadert daarom de perfecte historische ervaring. De afwezigheid van auto's en scooters in de stad, de bloementuin met twintig rozensoorten, de steegjes, trapjes en bruggetjes, de schemerige kerk tegenover de paarse bougainville, waar de ezels water kunnen drinken: het is alsof je in de middeleeuwen loopt. Op het onzichtbare glasvezelinternet na herinnert niets hier aan 2017 - geen tv-antennes, geen stroomdraden, niets.

'Hooooooo Fantasia', roept Canali een dag later. 'Hooooooo Pinocchio.' De ezels balken: het is tijd om te lunchen. Hij kijkt omhoog, richting het herboren Postignano. Als een renaissance ergens mogelijk is, zo lijkt de stad te willen zeggen, dan toch zeker in Italië.

'Ik hoop zo dat steden als Postignano een voorland blijken voor de rest van Umbrië. Een aardbeving hoeft geen einde te betekenen. Alleen hebben we daarvoor wel toeristen nodig. Daarom zeg ik: kom ons alstublieft bezoeken. Umbrië heeft u nodig.'

Terwijl de zon een van de mooiste heuvelstadjes van Italië kust en Canali uit de draagtassen van Pinocchio een bol ricotta, een stuk ham en twee flesjes wijn tevoorschijn tovert - één wit, één rood - wordt het opeens allemaal glashelder: de bewoners van Umbrië hebben gelijk. Het zijn niet zozeer de aardbevingen die een gevaar vormen voor hun regio. Nee, het grootste probleem van Umbrië is dat het er te goed toeven is. Want kijk nou: de heuvels zijn er te glooiend, de dorpjes te fotogeniek. Nog niet verbitterd door het massatoerisme zijn de bewoners te vriendelijk, hun verleden te interessant en de fresco's in hun kloosters te adembenemend. Om nog maar te zwijgen over hun sagrantinowijn of de pastasauzen die ze maken met everzwijn.

Daarom een waarschuwing aan vakantiegangers richting dit deel van Italië. Maakt u zich niet te druk over aardbevingen. Het echte gevaar is dat het verschil tussen een leven in deze heuvels en uw dagelijkse bestaan in Zeewolde, Zwanenburg of Schiedam zo groot is, dat een toerist onmogelijk welgemoed huiswaarts kan keren. Want wie wil er op maandagochtend weer door zijn met verkeersdrempels en rotondes beklede woonwijk rijden, terwijl hij weet: even verderop ligt Umbrië?

Groentehandelaar in Gualdo Tadino Foto Nicola Zolin
Woningen in Vallo di Nera Foto Nicola Zolin

Of in de woorden van Assunta, een van de twee overgebleven bewoners van het spookdorp Sellano, een van de mooiste dorpjes van Italië: 'Waarom zou ik hier ooit weggaan? Kijk goed om je heen en beantwoord dan mijn vraag: denk je dat ik ergens anders gelukkiger kan worden dan hier?'

Drie alberghi diffusi in Umbrië

Gallano Resort, Valtopina
Meer nog dan een bewoonbaar museum is Gallano Resort een plek om vakantie te vieren. Hier en daar doemt er een kinderspeelplaats op tussen de 32 middeleeuwse huizen. Het maakt het resort aangenaam, maar ook een tikkeltje toeristisch. Anderzijds is de kans dat u er toeristen tegenkomt klein. 'Normaal gesproken beginnen de reserveringen in mei al binnen te lopen', vertelt de manager. 'Dit jaar heeft nog niemand gebeld. Terwijl de aardbeving hier geen enkele schade heeft aangericht.' Het is de waarheid. Het enige echte risico dat u hier loopt, is de enorme wijncollectie van de chef, die iedere lunch levensgevaarlijk maakt. Vanaf €95 per nacht.

castellodigallano.com

Borgo Sant'Angelo, Gualdo Tadino
Bankmedewerker Eleonora ging met steeds minder plezier naar haar werk, tot ze op een dag tegen haar man zei: laten we het roer omgooien. Het dreef hen naar Gualdo Tadino. Net als in andere alberghi diffusi bevinden de appartementen zich in het historische centrum van de stad, waar nog altijd een paar duizend mensen wonen. Het voordeel daarvan is dat je overnacht in een levendig stadje met genoeg restaurantjes en winkels. Het nadeel is dat de historische ervaring minder is. In de meeste alberghi diffusi zou het 1494 kunnen zijn. In Gualdo is het onmiskenbaar 2017. Vanaf euro 75 per nacht.

borgosantangelo.it

Borgo San Valentino, Casteldilago
Borgo San Valentino is van alle bezochte alberghi diffusi misschien wel de meest authentieke. Dat komt vooral omdat er tussen de vijftien opgeknapte appartementen nog veel oorspronkelijke bewoners wonen, die 's avonds aanschuiven in Osteria dello Sportello, net als de hotelgasten. Casteldilago ontstond in de 8ste eeuw en was eeuwenlang een belangrijke handelspost, maar begon de laatste decennia te vergrijzen. De komst van het hotel bleek een zegen voor de werkgelegenheid. Vanaf euro 50 per nacht.

borgosanvalentino.it

Meer over