DE GIDSLust & Liefde

Herman over zijn Griet: ‘Het was het beste huwelijk ooit’

Beeld Saša Ostoja

Herman was als 23-jarige niet echt geïnteresseerd in meisjes, maar toen Griet eenmaal bij hem achterop de motor was gestapt, was er geen weg meer terug. 

Herman, 67: ‘In 1976, een van de warmste zomers van de vorige eeuw, maakte ik als 23-jarige een lange tocht op mijn motor naar de kust van de Zwarte Zee. In mijn eentje, zoals gebruikelijk, was ik op weg naar een bijeenkomst van internationale motorrijders, toen ik op een camping in Roemenië een ouder echtpaar uit Friesland ontmoette dat me bekend voorkwam van andere keren. In die tijd was Roemenië een onherbergzame plek voor buitenlanders, je werd voortdurend gecontroleerd door de politie. We raakten aan de praat en ik stelde voor vanwege de veiligheid samen een stuk op te rijden. De rally aan de Zwarte Zee zou drie dagen duren, daarna reed ik weer alleen via Italië terug naar huis. Mijn ouders hadden een meisje voor me op het oog, maar ik was niet bezig met meisjes, de motor was mijn escape. Ik werkte in die jaren bij de NS. Ik deed reparatieklussen in treinwagons, een baantje dat me weinig vreugde bezorgde, ik voelde me er opgesloten. Maar op de motor gingen alle zintuigen open, daar rook, voelde en zag ik alles beter. Op de motor dacht ik ongestoord uren na.

Op een avond voor de tent in Roemenië haalde het echtpaar hun portefeuille tevoorschijn met pasfoto’s van hun bijna volwassen kinderen. Ik zag een meisje met kort blond haar, de dagen erop bleef ze dansen in mijn hoofd. Zij lijkt me aardig, dacht ik. Het echtpaar nodigde me uit na de vakantie hun 8mm-films van de reis te komen bekijken en toen ik een paar maanden later in de buurt moest zijn, besloot ik langs te rijden. Want het meisje bewoog nog steeds in mijn hoofd en dat kende ik niet. Het was zondagmiddag, twee uur, ze hadden net warm gegeten en waren aan de afwas. Hun dochter stelde zich voor. Ik ben Griet, zei ze. Ik ben Herman, zei ik. Dat was alles. Ik loop meestal niet zo hard van stapel, maar ze raakte me wel. Liefde is een raar ding. Intuïtief begreep ik dat ik er iets mee moest. Deze vis moest gevangen, om het zo maar te zeggen, dat snapte ik wel. Maar hoe? Ze werkte in Den Dolder, de Willem Arentshoeve en ik wist dat ze eens in de veertien dagen bij haar ouders was. Terug in Haarlem zocht ik wat kleingeld bij elkaar en liep ermee naar een telefooncel. Mijn ouders hadden nog geen telefoon, geloof ik, en als we er wel een hadden, bood die te weinig privacy. Haar moeder nam op. ‘Mag ik Griet spreken?’, vroeg ik. Ik vertelde Griet dat er het weekend erop een motorbijeenkomst was in Zeeland, en vroeg of ze meeging. ‘Ik heb alleen een probleem: ik heb maar één tentje. Voor een extra slaapzak kan ik wel zorgen.’

Dat waren mijn letterlijke woorden, ik herinner me ze nog precies. Via de Afsluitdijk reed ik die vrijdag van Haarlem naar Drachten om haar op te pikken en van daaruit door naar Zeeland. Het was de eerste keer dat ik een meisje achterop had. Dat ik überhaupt iemand achterop had. Haar dijbeen botste af en toe tegen het mijne. In de bochten helde ze ontspannen en vol vertrouwen mee, dat was goed nieuws. Ze was twee jaar ouder dan ik en vijf centimeter korter. We sliepen naast elkaar in de kleine tent, elk in onze slaapzak. Er gebeurde verder niks, maar andere mannen sloeg ze af, ook daarin zag ik een goed teken. Eenmaal thuis, nadat ik haar weer had afgezet en had gevraagd of het goed was als ik vaker langskwam, merkte ik dat ik ineens niet meer kon eten. Slapen ging ook niet meer. Mijn collega’s hadden het meteen in de gaten en begonnen me te plagen. En ik kon niet wachten tot ze twee weken later opnieuw achterop klom, met dezelfde vanzelfsprekendheid als de eerste keer, naar weer een motortreffen. In de bar op de camping dronken we een biertje, tot ze zei: kom, loop even mee naar de tent. En ook al dacht ik: de tent, wat moeten we daar, volgde ik haar naar wat onze eerste zoen zou worden. Een jaar later zijn we getrouwd. Ik kon een huis krijgen van de NS in Haarlem, maar dan moest ik wel getrouwd zijn. Het werd het beste huwelijk ooit. Griet is de enige vrouw in mijn leven. Ongecompliceerd, geen moeilijkhedenzoeker. Uit al die jaren herinner ik me slechts één ruzie, die keer dat we de tent wilden opzetten in Noorwegen. Het ene moment zit je daar op zeeniveau en het volgende op een paar duizend meter hoogte. Ineens was het ijskoud, we waren moe en werden het niet eens.

Veertien dagen voor haar overlijden in 2012 zat ze nog achterop de motor. Het was spannend, ze had een stoma en door alle operaties ging het op- en afstappen erg moeizaam. Maar als we eenmaal reden was het nog steeds even heerlijk. Wat ze de eerste keren in 1976 niet deed, deed ze nu inmiddels wel: ze sloeg een arm om mijn middel en ik legde even een hand op haar knie. Haar dood heeft die koppeling als van stekker in een stopcontact, ik kan het niet anders zeggen, op een gruwelijke manier verbroken. Hoewel wij elkaar veel vrijheden gunden en zij iedere vrijdagavond alleen naar haar zwemclub ging, had het ‘wij’ het ‘ik’ vervaagd. Zij hield van Neil Diamond en Leonard Cohen en ik van The Cats en The Doors. Maar verder zaten we altijd op één lijn. Een prater ben ik nooit geworden, dat vroeg ze niet van me. Als er strubbelingen waren, lachten we er achteraf om en zeiden: het zal wel aan mij gelegen hebben. Dan dronken we nog een kop koffie. Ze was gek op koffie. Drie koppen, ongeacht het moment van de dag, zoals alle Friezen. Ik heb verder natuurlijk weinig ervaring, maar ik denk dat het hielp dat we geen precieze voorstelling hadden van ons huwelijk toen we eraan begonnen. Ik had geen beeld bij liefde. Op goed geluk hebben we er samen onze eigen invulling aan gegeven.’ 

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Herman ­gefingeerd.

Coronaverhalen

Voor de komende weken zoeken we mannen en vrouwen, jong en oud, van single tot net samenwonend tot meer dan 50 jaar samen, die hun liefdesrelatie in welke vorm dan ook hebben zien veranderen door het corona­virus en de lockdown. Van prille liefde tot het verlies ven een levenspartner. We horen graag van u. Mail naar lust@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden