Wetenschap Kunstmatige humor

Hé computer, je bent zeker de leukste thuis? #not

Jim Carrey Beeld Colourbox

Computers leren in een paar uur beter schaken dan de wereldkampioen, kunnen artsen helpen met het stellen van diagnoses en rijden zelfstandig auto. Maar écht grappig wil kunstmatige intelligentie maar niet worden. 

Als Dave in de film 2001: A Space Odyssey zegt dat hij het ruimteschip via de noodluchtsluis gaat verlaten omdat boordcomputer HAL hem vasthoudt, antwoordt HAL droogjes: ‘Zonder je ruimtehelm? Dat ga je vrij lastig vinden.’ Een soepele reactie, HAL begrijpt duidelijk de context. Goed genoeg om zich een sarcastische grap te permitteren. Maar waar veel vindingen uit oude sciencefictionfilms het wel tot realiteit schopten – van het iPad-achtige apparaat uit Star Trek tot de misdaadvoorspellende software in Minority Report – geldt dat niet voor humoristische computers. Wij moeten het stellen met de voorgebakken flauwigheden van Google Assistant of Siri.

Dat gaat dan als volgt:
‘Ok, Google, vertel eens een grap.’
‘Komt ie. Waarom bleef visser Jan arm? Hij viste steeds achter het net.’

‘Je bent zeker de leukste thuis?’
‘Het spijt me, maar ik begrijp het niet.’

Zo’n voorgeprogrammeerde grap vertellen is voor een spraakassistent een peulenschil, maar kaatst de gespreksgenoot een ironische opmerking terug, dan geeft de computer niet thuis. Zelfs geavanceerde chatbots als Mitsuku of Rose, nota bene gebouwd voor sociale interactie, vallen vrijwel constant door de mand als de gesprekspartner humor gebruikt. 

Een aaprikoos

Het genereren van een grap lukt nog wel. Humor gaat vaak om een raar contrast, een conflict, en dat is best in computerprogramma's te vatten. Systemen die zelf grappen bedenken bestaan al sinds de jaren negentig. Zo kwam het in 1994 gebouwde programma Jape eigenhandig met een geintje dat in het Nederlands neerkomt op ‘wat krijg je als je een aap en een perzik kruist? Een aaprikoos’. Al sloeg Jape ook regelmatig de plank mis met volstrekt onbegrijpelijke grappen. 

Inmiddels bestaan er varianten die minder vaak misschieten, maar computers zijn nooit veel verder gekomen dan woordgrappen, liefst met een vaste structuur als de vraag-antwoordvorm.

‘Van het ‘snappen’ van een grap is echt geen sprake’, zegt Marcel van Gerven, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de Radboud Universiteit. ‘Het missen van een diep begrip van zichzelf en de omgeving is de bottleneck.’ De film Her van Spike Jonze uit 2013 schetst wat dat betreft een realistischer beeld dan 2001: A Space Odyssey. In deze film wordt hoofdpersoon Theodore verliefd op een besturingssysteem, waarbij het ongetwijfeld helpt dat dit systeem is uitgerust met de zwoele stem van Scarlett Johansson. Maar hoe menselijk, attent en slim de digitale ‘Samantha’ ook is, het systeem vertoont barstjes. Ze heeft namelijk niet zo’n goed ontwikkeld gevoel voor humor. Mocht ze al blijk van humor geven, dan moet Theodore haar vertellen dat ze grappig is.

Samantha: ‘Is dat raar? Vind je dat ik raar ben?’
Theodore: ‘Een beetje.’
Samantha: ‘Waarom?’
Theodore: ‘Nou, je lijkt op een persoon, maar je bent gewoon een stem in een computer.’
Samantha: ‘Ik snap wel hoe het beperkte perspectief van een niet-kunstmatige geest dat zo kan zien. Je raakt er wel aan gewend.’

Theodore lacht.

Samantha: ‘Was dat grappig?’
Theodore: ‘Ja...’
Samantha: ‘Oh mooi, ik ben grappig!’

De reactie van Samantha illustreert haarfijn het probleem van de hedendaagse kunstmatige intelligentie: ze maakt onbedoeld een grappige opmerking, maar snapt zelf niet wat daar lollig aan is. Dat maakt het lastig voor computers om echt humoristisch te zijn. Daar komt immers meer bij kijken dan alleen moppen tappen, volgens Antal van den Bosch, directeur van het Meertens Instituut en hoogleraar taal- en spraaktechnologie aan de Radboud Universiteit. ‘De computer moet weten dat zijn gesprekspartner in staat is om humor te begrijpen. Of specifieker nog: in staat zijn om jóuw humor te begrijpen. Je moet dus een model van de ander hebben. En daarna moet hij nog het een en ander kunnen omzetten in een correcte reeks woorden.’

Onbedoeld grappig

Samantha uit Her is niet de enige die onbedoeld grappig uit de hoek kwam. Het Meertens Instituut experimenteerde samen met de Universiteit Antwerpen met een computer die samen met schrijver Ronald Giphart science fiction schreef en met een hiphop-generator, waar soms ineens grappige zinnen uitrolden, vertelt Van den Bosch. Een zin als Op aarde was er nog steeds een wijsheid die bestond uit de vier grote belangrijke robots in de niet-menselijke geschiedenis. ‘Dat zijn toevalstreffers, toevallige woordcombinaties. Het is leuk voor de ontvanger, maar de grappenmaker zelf heeft het begrip van een goudvis.’ 

Een belangrijk aspect bij bewuste pogingen tot humor is sociale nabijheid. Dat bepaalt of, en in welke mate, je ironie inzet. ‘Bij vrienden zal je geneigd zijn veel gebruik te maken van ironie. Maar naarmate de kring wijder wordt, brokkelt die bereidheid snel af. Bij buren, collega’s of je oma ben je al terughoudender en voorzichtiger. Een computer moet dat allemaal ook snappen.’

Die bewuste pogingen zijn dus niet zonder risico. Neem het programma dat op basis van tegenstellingen automatisch grappige vergelijkingen genereert. Dat kan met iets komen als ‘een huwelijk is net een begrafenis.’ Van den Bosch: ‘Zo’n vergelijking is gemiddeld genomen misschien grappig. Maar iemand die net zijn moeder heeft begraven, ziet dat anders. Daar ligt dus een gevaar. Een computer moet die context ook kennen. En daar zijn we nog lang niet.’

‘Als een computer doet alsof hij in je vriendenkring zit en dus grappig wil zijn, bevind je je als programmeur op glad ijs. Je loopt het risico op faliekante missers.’ Denk aan een grappende klantenservice-bot die de ene keer de situatie ontspant, maar een andere keer juist de woede van een boze klant verder zal opstoken. ‘Humor is leuk, maar niet onschuldig. Je moet er heel voorzichtig mee omgaan’, aldus Van den Bosch. 

Een eenvoudige oplossing is om computers zich verre te laten houden van humor. Dat hoeft ook geen probleem te zijn, volgens Van den Bosch: ‘Het is maar de vraag of mens-computerinteractie zoveel mogelijk zou moeten lijken op mens-mensinteractie.’

Amy Schumer Beeld Colourbox

Toch kan humor wel degelijk een nuttige toevoeging zijn, meent Peter Ruijten, die de interactie tussen mens en technologie onderzoekt aan de TU Eindhoven. ‘Mensen zijn sociaal ingesteld. De laatste decennia komen we steeds meer in aanraking met technologieën als computers, mobiele telefoons en robots. Die zijn zelf niet sociaal, maar onze reacties erop zijn dat van nature wel. Als een computer vastloopt, word je er boos op.

Vermenselijking maakt de interactie makkelijker en zorgt dat we nieuwe technologieën sneller accepteren, zegt hij. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die te maken krijgen met zorgrobots. Humor kan daarvan een onderdeel zijn.

Stel dat kunstmatige intelligentie nooit geslaagde grappenmakers gaat voortbrengen, is alle moeite dan voor niks geweest? Beslist niet, zegt Julia Rayz van de Purdue University in Indiana, de VS. Zij onderzoekt tekstbegrip van kunstmatige intelligentie en gebruikt humor om taalverwerking van computers te verbeteren, specifiek de omgang met meerdere betekenissen van woorden.

‘Als er twee interpretaties mogelijk zijn, moet het programma niet gewoon de bovenste pakken en verdergaan. Het moet dubbelchecken of meer betekenissen mogelijk zijn.’

Om te achterhalen of iemand met ‘bank’ op meubilair doelt of een financieel instituut is context nodig, zoals de formulering en de rest van het gesprek. Woordgrappen steunen vaak op zulke betekenisverschillen. Bij ironie moeten computers zelfs de mogelijkheid meenemen dat een zin niet letterlijk is bedoeld. Hoe beter onderzoekers als Rayz erin slagen om computers een gevoel voor humor te geven, hoe beter ze het tekstbegrip van computers in het algemeen kunnen verbeteren. Misschien zijn chatbots over tien jaar dus nog steeds geen geslaagde lolbroeken, maar snappen ze dankzij moppentappende voorgangers wel beter wat mensen bedoelen.

Little Britain Beeld Colourbox

Beeldhumor

Niet alleen woordgrappen en dubbele lagen in taalgebruik kunnen grappig zijn, dat geldt net zo goed voor beelden. Ook daarin zet kunstmatige intelligentie zijn eerste stapjes, zegt Julia Rayz van de Perdue-Universiteit in Indiana in de VS. Denk dan niet aan computers die Donald Ducks lezen of Laurel en Hardy kijken. Het analyseren van losse afbeeldingen is al moeilijk genoeg. Momenteel proberen wetenschappers programma’s te trainen om objecten te herkennen die ongebruikelijk zijn, eventueel in combinatie met de inhoud van een tekstwolkje. Iets waaraan computers kunnen oppikken wat grappig is aan een beeld en wat niet. Striptekenaars hoeven voorlopig in elk geval niet te vrezen voor hun baan.

Robottheater

Een à twee keer per maand voert computerwetenschapper Heather Knight van de Staatsuniversiteit in Oregon een heuse comedyshow op met robots: Marilyn Monrobot. De grappen zijn voorgeprogrammeerd, maar de zelflerende robots gebruiken signalen uit het publiek om te bepalen welke grap ze het best kunnen vertellen. ‘Mensen zijn echt verrast dat technologie onderdeel kan zijn van zulk soort toneel op een podium’, aldus Knight. Zelf onderzoekt ze de relatie tussen mens en robot, het podium is een mooie plek om daarover bij te leren. De maximale tijd die ze haar robots geeft per optreden is trouwens een minuut of acht. ‘Want een typische robotstem houdt de aandacht van het publiek niet zo goed vast als onze zeer expressieve mensenstem.’

De beloftes van zo’n 25 jaar geleden zijn al met al niet waargemaakt, zegt Antal van den Bosch. ‘Toen dachten de grote bedrijven die hiermee bezig waren dat dit nog binnen tien, vijftien jaar zou lukken.’ Dat lukte niet: de beschikbare technologie bleek simpelweg niet goed genoeg. Pas in recente jaren zijn door zogenoemde deep learning-technieken de prestaties van chatbots verbeterd. Maar nog altijd is humor een ‘nice to have’, aldus Van den Bosch. ‘De grote techbedrijven hebben wel wat beters te doen. Humor heeft gewoon geen topprioriteit. En dat snap ik wel; ze hebben hun handen vol aan urgentere zaken.’ Denk aan het uitbannen van vooringenomenheid (bias), de neiging van kunstmatige intelligentie om zaken niet gelijk te behandelen terwijl dit wel zou moeten - bijvoorbeeld wanneer je kunstmatige intelligentie inzet om criminelen te pakken of ongewenste inhoud op social media te verwijderen.

Gelukkig zijn er ook de nodige opstekers. Zo stak Antal van den Bosch met zijn onderzoeksgroep in Nijmegen veel werk in het ontwikkelen van een detector voor ironie en sarcasme. In een van de studies trainden Van den Bosch en collega's een zelflerende computer met 78 duizend Nederlandstalige tweets met de hashtag #sarcasme. Hierna was hij in staat om bij driekwart van de nieuwe tweets sarcasme correct te herkennen.

Daarmee zijn computers nog altijd verre van feilloos in het detecteren van sarcasme. Wat dat betreft zijn het wél net mensen. 

Meer lezen over kunstmatige intelligentie

Arnon Grunberg: Zelden heb ik zo gelachen als om de Grunbot, die Voetnoten genereert

Experiment Ronald Giphart: met een robot een literair meesterwerk maken

Slimme computers: kunnen ze nu ook al kunst maken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.