TERRASLOERENBokkenpruik

Gezien op het terras: de goedgeknipte bokkenpruik en de grijze rommelknot

Beeld Saša Ostoja

Terrasloeren is dialect voor stiekem mensen bestuderen. Stijlredacteur Cécile Narinx en zielenknijper Marcus Huibers trainen hun aangeboren Limburgse loerspieren door aan de hand van kleding, gedrag, bestellingen en lichaamstaal nietsvermoedende terrasgangers te determineren.

M: Ik heb het perfecte stel gespot. Zie je die dames daar?

C: Die hyperslanke met die zwarte jurk en die medium slanke met die pied-de-poule-top? Allebei dure sandaaltjes zie ik. En zunige, roodgestifte mondjes. Tweelingzussen, zo te zien. Ja, die zijn top! En, potverdorie: ze staan nét weer op.

M: Lekker begin dit. Wat me opvalt is dat ze hetzelfde kapsel hebben, maar allebei in een andere tint. Zouden ze daar weleens ruzie over hebben?

C: Misschien heeft de één een colorist van wie ze het adresje niet aan de ander wil geven. Die haarkloverij gaat wellicht terug tot hun geboorte, toen de hyperslanke als eerste kwam en de medium slanke als tweede. ‘Jij was toen al langzamer en steviger.’ Speaking of stevig: zullen we iets te peuzelen bestellen bij de wijn?

M: Ik ben eigenlijk op dieet. Coronakilo’s.

C: Dieet? Ben je van drie weken coronakoorts dan niet afgevallen? O wacht: nieuw loervoer op twaalf uur! Zie je dat koppel dat nu gaat zitten? Zij heeft een wijde Issey Miyake-achtige broek aan en artistieke sandalen. Hij heeft hippige sneakers, een mooi bordeauxrood gebreid shirt, een serieus brilmontuur en goed geknipt haar met grijze slapen. Zij is helemaal grijs met een rommelknot en draagt een leren rugzakje. Ik heb moeite met leren rugzakjes. Het heeft iets kinderlijks en droevigs tegelijk.

M: Dit is een stel dat de hele corona samen heeft doorgebracht en dat heeft ze niet per se goed gedaan. Hij blijft stoïcijns voor zich uitkijken, terwijl zij af en toe naar hem toedraait. Die tatoeage op zijn arm lijkt een soort windroos. Wat zegt dat over iemand?

C: Hij was ooit een wilde jongen maar is nu overduidelijk gedomesticeerd. Zij aait hem af en toe over de rug, hij geeft geen sjoege. Ik zie vooral gelatenheid, al kan het ook gewoon een sikkeneurig hoofd zijn. Met een goedgeknipte bokkenpruik, dat wel. Ik schat dat hij rond de 50 is, maar graag nog jongen wil zijn, terwijl zij haar leeftijd omarmt. Dat zie je aan haar kleren en de absentie van haarverf en make-up. En aan de ringen: zij draagt ’m aan de ringvinger maar hij passief-agressief aan z’n pink. Kijk! Zij geeft hem het eerste hapje van haar cheesecake, en hij haar weer een hapje terug. Kun jij daar iets psychologisch mee?

M: Reciproque voeren noemen we dat. Ik tel overigens twee grote papieren tassen van de kookwinkel en vraag me af waarom ze daar zo stevig hebben ingeslagen. Daar ligt denk ik het kernconflict dat weggepoetst moet worden.

C: Misschien heeft zij in een perimenopauzale woedeaanval de antieke ovenschalen van wijlen zijn moeder kapot gesmeten en heeft ze nu iets goed te maken.

M: Terwijl hij denkt: ammehoela. Zij wenkt nu om af te rekenen, hij heeft al vijf minuten zijn mannentas vast. Is er helemaal klaar mee. Misschien wil hij dolgraag uitbreken, maar lukt het gewoon niet. 

C: Zei ik toch, hij is gedomesticeerd.

M: En daar is hij niet blij mee. Aangeleerde hopeloosheid, noemen we dat, dat je de hoop hebt opgegeven om nog iets te kunnen veranderen aan je lot. Een conditioneringsparadigma dat zich prima leent voor het huwelijkse leven. En toch: reciproque voeren is een belangrijke eerste stap in het minnespel. Het is niet uitgesloten dat ze elkaar straks thuis de kleren van het lijf scheuren. 

C: Ik denk dat die Miyake-broek gewoon aanblijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden