de gids uit eten bij Café Cliché

Gekke Gerrit, Gleuvenglijders en Bordeelsluipers: Café Cliché hangt aan elkaar van de slechte grappen

Hiske eet bij Café Cliché in Amsterdam, waar je een Dijenkletser of Gekke Gerrit kunt bestellen.

Restaurant Café Cliché in Amsterdam Beeld Els Zweerink

Iedereen heeft wel een paar guilty pleasures, liefhebberijen waar je je eigenlijk een beetje voor schaamt. Ikzelf erger me bijvoorbeeld graag aan slechte woordgrappen en heb een zwak voor scharrige Hollandse eetcafés met fritessaus in scheurzakjes en garneringen van alfalfa en kiwi. Ook kijk ik trouw naar het verschrikkelijke televisieprogramma The Apprentice (de Britse versie, er zijn grenzen) waarin een groep onuitstaanbare jonge zakenmensen onder grote tijdsdruk bedrijfjes en advertentiecampagnes uit de grond moet stampen. De wangedrochten die hierbij ontstaan - een autoreclame opgenomen in een prehistorisch dorp, een nieuwe kinderheld die Onderbroekman heet - zijn meestal het resultaat van compleet uit de klauw gelopen brainstorms, waarbij de kandidaten dermate in paniek zijn dat niemand even een stap terug doet om te zeggen: ‘Klein puntje van kritiek: is dit niet een héél erg raar idee?’

Nu, dat komt allemaal reuzegoed uit bij ons bezoek aan Café Cliché, zoals weldra duidelijk zal worden. Scharrig is het overigens beslist niet in de knappe, grote zaak in Amsterdam-Oost, en de mayonaise maken ze zelf. Het betreft hier een nevenproject van Sidney Schutte, de chef van het chique tweesterrenrestaurant Librijes Zusje in het Waldorf Astoria aan de Herengracht. In Café Cliché, zijn ‘Amsterdamse culinaire huiskamer’, staat hij niet zelf in de keuken. Maar hij schreef wel het menu, ‘met invloeden van Hongkong tot Zeeland en van Maastricht tot Amsterdam. En met een knipoog naar de stad.’

Restaurant Café Cliché in Amsterdam Beeld Els Zweerink

Reserveren is niet mogelijk, de website raadt ons aan gewoon lekker langs te komen. Dat doen we, op een donderdag, en we moeten prompt een half uur wachten in een café om de hoek: de zaak is stampensvol. Eenmaal aan de beurt worden we warm welkom geheten door Berber Vergeest, die ook bij het Waldorf vandaan komt - een zeldzaam vriendelijke en attente gastvrouw, één en al Yvonjaspers-achtige, ontwapenende welwillendheid. Ook de jongeman die ons de rest van de avond bedient, is aardig en oplettend.

De zaak beslaat twee aaneengesloten panden en heeft ook nog een soort souterrain aan de tuin. Er is een lange bar, er zijn obligatenplanten, er is tropisch behang met apen erop. Overal zien we de restaurantmascotte, een nogal oenig kijkende uil met een mes en vork in zijn klauwen en andreaskruisen op zijn borst. Op de werkkleding van de bediening staat: ‘It’s okay/ to eat cliché’ en er is ook een grote muurschildering van een hert, met daarnaast de tekst ‘Home is where the hert is’.

Dat zijn allemaal nog subtiele ironische spitsvondigheden vergeleken met de menukaart, waar de gerechten om onduidelijke reden zijn getooid met Bargoense bijnamen: de steak tartare heet Truttenschudder, de aardappelpuree Krentenkakker en de chocoladetaart Gleuvenglijder. We zien Blufkikkers, Bordeelsluipers en Labberdoedassen. Lieve hemel, zeggen we. Dat is geen knipoog, dit is een staaroperatie. De gerechten hebben ook niks met hun bijnamen te maken, wat het vooral een tikkie genant maakt: alsof je het menu van de familiedag laat opstellen door je lollige ome Bert uit Meppel, die met een slokkie op altijd begint te galmen dat je in Mokum niet alleen rèèk bent, maar gelukkig teggellèèk.

Restaurant Café Cliché in Amsterdam Beeld Els Zweerink

De gerechten zien er evenwel smakelijk uit; er staan ook foto’s bij. Een soort retroklassiekers met moderne en Aziatische invloeden. Voorgerechten zijn los € 12,50 euro, hoofd € 22 euro, na € 8 euro en een driegangenkeuzemenu kost € 39,50. Er is geen kindermenu, maar mensen onder de 10 mogen, leuk vind ik dat, halve porties bestellen. We drinken een fles biologisch-dynamische Chinon cabernet franc van Fabrice Grasnier voor € 33,00. Prima.

Diep ademhalen en gáán: de Dijenkletser en de Gekke Gerrit alstublieft, gevolgd door een Hittepetit en een Hotemetoot. De Dijenkletser is, stelt het menu, ‘Allesbehalve een cliché carpaccio’ - dat klopt, want hij is gemaakt van gerookte runderlende uitgespreid over een berg Hamka’s-achtige aardappelknabbels. Er zit een saus van kappertjes en augurken overheen die volgens de ober ‘kanonnenzurebommensaus’ heet (hij kijkt er zelf ook wat vertwijfeld bij) en geraspte oude kaas. We vinden het erg zout en heftig en ook een beetje een mal gerecht - een soort kapsalon van chips en broodbeleg die ook in de kleine pauze door twee stonede 14-jarigen bedacht had kunnen zijn.

Gekke Gerrit, daar zul je ’m hebben, bevalt stukken beter. Het is een soort ceviche van gamba en harder met Thaise basilicum, tomaatjes en kokos. De vis is vers, de marinade goed zuur en iets gebonden en de aromatische kruiden, zure room en gebakken kokos geven een prettig tegenwicht. Dan de Hittepetit: varkensribbetjes, een flink bord vol, geroosterd en gelakt met een soort Japanse saus. Het is wederom erg zout, zeker omdat er ook niks bij ligt dat een beetje respijt geeft: zelfs de ‘geweckte komkommer’ waarvan we op wat frissigheid hoopten, blijkt zout en zwaar gerookt. Wel weer érg goed is de Hotemetoot, een lollige kruising tussen Hong Kong black pepper beef en biefstuk met pepersaus. Het malse vlees is geroerbakt met flink wat paprika en ui, de saus heeft een goeie tik oestersaus, knoflook en aromatische pit, maar er zitten ook van die retro-groenepeperkorrels in én een flinke lel boter. Bij elkaar echt een lekker fout eetcafégerecht en naar mijn idee beter bij frieten dan saté met pindasaus.

De Gleuvenglijder is zo’n lopend chocoladetaartje van het type dat in de jaren negentig niet van de kaarten af te meppen was: hij loopt bekant de Amstel in. Prima. De Labberdoedas is een pavlova, een gevulde meringue dus, maar die mist dat onweerstaanbaar taaie midden dat wat mij betreft een goeie meringue zo lekker maakt. Dit is een door en door hard schuimpje. De vulling van crème fraîche en kersen is wél goed: door de iets gebonden saus hebben de kersen iets onweerstaanbaar Jonker-Fris-monchoutaart-achtigs.

Café Cliché vliegt hier en daar nog uit de bocht, maar er is heel goed voor ons gezorgd en we hebben ook een aantal smakelijke dingen gegeten. Misschien is het enige wat deze zaak nodig heeft iemand die af en toe even een stap terug doet en zegt: ‘Jongens... is dit nu wel zo’n goed idee?’

Café Cliché

Middenweg 35, Amsterdam

Eetcafé, ofwel de ‘culinaire huiskamer’ van tweesterrenchef Sidney Schutte (Librije’s Zusje). Driegangenkeuzemenu: € 39,50.

cafecliche.amsterdam

Cijfer: 7- 

Culinaire nevenfucties

Sidney Schutte is beslist niet de enige chef die naast zijn hoofdwerkzaamheden in een sterrenzaak ook nog elders aan de weg timmert.

Schutte werkt in zekere zin zélf in zo’n nevenproject, namelijk van Jonnie en Thérèse Boer in Zwolle, van driesterrenrestaurant De Librije. Zij zetten vijf jaar geleden de lijnen uit voor ‘zijn’ Librije’s Zusje. Vanaf januari trekt het echtpaar zich terug en gaat de tweesterrenrestaurant met Schutte verder onder de naam Spectrum.

Naast dit soort hotelsamenwerkingen zien we de laatste jaren ook steeds meer laagdrempelige nevenzaken. Edwin Vinke van de Kromme Watergang opende vorige maand In Middelburg, samen met Paskal Jakobsen van de band Bløf het streetfoodrestaurant Hard & Ziel.

En dan is er een hele lijst chefs die hun naam verbinden aan producten: wijlen Cas Spijkers kookte op televisie met Knorr, Joop Braakhekke prees in een bubbelbad chocoladerepen aan (‘Bros Bros Bros en Joop komt los’) Ron Blaauw maakte reclame voor Tabasco, ING en Heinz, Onno Kokmeijer (Ciel Bleu) kluste bij voor Unilever, KLM en New York Pizza.

En geef die koks eens ongelijk. Nog nooit hadden topchefs zo’n enorm goed imago, en dat zetten ze (samen met hun kennis en kunde) met graagte in voor allerlei verbredende en lucratieve nevenfuncties. Het is daarbij wel zaak je goede imago te bewaren - Herman den Blijker kreeg vrij veel commentaar toen hij het gezicht werd van Hak, en ook Julius Jaspers kreeg het te verduren toen hij verscheen in televisiereclames voor de fritessaus van Remia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.