De GidsFrisse neus

Friluftsliv: doe zoals Scandinaviërs doen, maak het buitenluchtleven onderdeel van je dagelijkse routine

Tijdens de koude maanden is het verleidelijk om lekker binnen te gaan zitten, zeker in deze coronaperiode. Maar voor je gezondheid is het goed om naar buiten te gaan, de natuur in. Hoe maak je naar buiten gaan onderdeel van je dagelijkse routine?

Beeld Colourbox

Scandinaviërs ontdekten de geneugten van het buitenleven lang geleden. Ze hebben er zelfs een woord voor: friluftsliv (frie-loefts-lief), zo schrijft De Morgen. De term betekent ‘leven in openlucht’ en wordt toegeschreven aan de Noorse theaterschrijver en dichter Henrik Ibsen, die het woord mid-19de eeuw gebruikte in één van zijn bekende gedichten.

Het samengestelde woord van ‘vrij’, ‘lucht’ plus ‘leven’ krijgt bij Ibsen een filosofische lading. Hij heeft het over opgaan in de natuur, de bewoonde wereld achterlaten en doelt in ruimere zin op vrijheidsdrang: je verzetten tegen de verwachtingen van de maatschappij. Vandaag de dag is de term ingeburgerd als onderdeel van een levensstijl in Zweden, Noorwegen en Denemarken – in de vorm van wandelingen, kampeertochten maar ook een kort ommetje tijdens de middagpauze.

Kan het voor de gezondheid geen kwaad om buiten rond te dwalen in kou, wind en regen? Dat je er verkouden door zou worden, is een fabel. Daarvoor is namelijk altijd een virusinfectie nodig en omdat die verkoudheidsvirussen bij lage temperaturen het langst actief blijven, worden we in de herfst en winter sneller ziek. De kans op overdracht is in de koude maanden bovendien veel groter want dan zitten we binnen, dichter op elkaar. In die zin is het in de buitenlucht veiliger. Jezelf langdurig blootstellen aan kou is echter geen goed idee. Als het lichaam sterk afkoelt, vernauwen de bloedvaten in het slijmvlies van neus en keel zich, waardoor daar minder bloed naartoe stroomt. Zo vermindert de zogenoemde lokale weerstand, want minder doorbloeding betekent waarschijnlijk ook minder afweerstoffen.

In een reisreportage van de Volkskrant over Noorwegen komen we een voorbeeld van friluftsliv als ochtendroutine tegen. Met haar muts op en wanten aan gaat Mona Maurseth, inwoner van het plaatsje Geilo, op haar langlaufski’s, gestoken in buitensportkleding op pad. ‘Ik maak vaak een rondje om het meer nadat ik de kinderen naar school heb gebracht’, zegt ze. De twee honden trekken ongeduldig aan hun tuigjes, die weer zijn bevestigd aan haar middel. ‘Dit is leuker dan hardlopen; je gaat veel harder en je gebruikt je hele lichaam.’ 

Kies een ‘Sit spot’

Vaker naar buiten gaan, het klinkt zo mooi én verstandig en toch is de drempel vaak hoog. Eefje Ludwig, die workshops bosbaden geeft, adviseert om een ‘sit spot’ te kiezen, als manier om de buitenlucht in je dagelijks leven te incorporeren. ‘Zoek in je nabije omgeving een vaste plek uit, waar je één keer in de week naartoe gaat om twintig minuten te zitten.’ Het mag in je tuin zijn, op het terras, of in de vrije natuur, zolang het maar een natuurlijke omgeving is in de buitenlucht. ‘Je zit en vertraagt. Waarschijnlijk zul je merken dat je gedachten met je aan de haal gaan. Voel je zintuigen, raak uit je hoofd en in je lichaam. Je bestudeert de omgeving. Sommige mensen vinden het fijn om in een dagboek te schrijven. Het kan allemaal.’ Het is volgens Ludwig een mooie oefening om jezelf een duwtje in de rug te geven om naar buiten te gaan. ‘Het is een geheime plek, alleen voor jou. Dichtbij huis zodat de drempel zo laag mogelijk is. Regent het, dan trek je gewoon een goede regenjas aan. Je kunt ook een dekentje meenemen.’

Zoek het dichtbij huis

Cabaretier Jasper van Kuijk verhuisde tijdelijk met zijn gezin naar Zweden, waarover hij columns schreef in de Volkskrant. In hoeverre was het ‘friluftsliv’-principe op hem van toepassing? ‘We hadden een tuin ter grootte van een voetbalveld en onze dichtstbijzijnde buren woonden op 500 meter afstand. Achter ons huis lag het bos en we liepen zo naar een meer. ’s Ochtends zag je de reetjes en in de avond ging ik nog even de frambozen snoeien.’

Dat klinkt tamelijk ideaal. Maar wat nou als je in een gemiddeld Nederlands dorp woont waar je geen hert ziet  in je tuintje, maar een minitrampoline? Volgens Van Kuijk kunnen Nederlanders wel degelijk wat leren van hoe de Zweden kijken naar het hele concept van ‘naar buiten gaan’.

‘Als je in Nederland de natuur in gaat, dan is het een echte activiteit, een uitje. Je pakt de auto en rijdt naar de Hoge Veluwe.’ Hartstikke leuk natuurlijk, maar die hele operatie – inclusief thermosflessen en routekaarten – ga je niet een paar keer per week herhalen. ‘Houd het klein. Er zijn stiekem altijd wel plekjes in de buurt van je woonplaats die erg mooi zijn, je moet er alleen even naar zoeken. Zoek het dichtbij, in een straal van 5 kilometer van je huis’, tipt Van Kuijk. ‘Nu we weer in Delft wonen, kwamen we er opeens achter dat het Bieslandse bos heel mooi is.’

Buiten worstjes grillen, ook bij minus 5

Zweden houden van worstjes grillen, ontdekte Jasper van Kuijk. ‘En hoewel dit misschien een barbecueachtige activiteit lijkt, is het grillen van worstjes op nul en generlei wijze gebonden aan de zomerperiode. In Nederland denk je: hé, lekker weer, misschien iets op de barbecue gooien? In Zweden denken ze: zo, worstjes grillen, punt. Ze denken niet eens na over het weer. Afgelopen november hebben we op uitnodiging van onze buren bij minus 5 in de sneeuw en met een snijdend koude wind worstjes staan grillen. Onderaan skipistes zijn barbecueplaatsen een standaardvoorziening. Een ochtendje klussen met ouders op school werd uiteraard afgesloten met worstjes aan takken boven een paar knapperende houtblokken.’

Eten zoeken in het bos

Maar wat dóen al die Scandinaviërs als ze eenmaal buiten zijn in het bos? ‘Ga eten zoeken’, adviseert de cabaretier. ‘Ik ben slecht in gewoon een rondje wandelen, dan ga ik me dingen afvragen als: waar gaan we heen? Waar leidt dit toe? En toen ontdekte ik in Zweden dat je paddenstoelen kunt zoeken. Ik heb cantharellen verzameld bij het leven. Je moet even leren hoe je de giftige paddenstoelen ontdekt, bijvoorbeeld van iemand met die kennis. Er is ook een app met video's hoe je paddenstoelen kunt herkennen. Het geeft je iets te doen en dan neemt de lol enorm toe. Het is bijna een soort sport.’

Dat lijkt niet helemaal op een zen boservaring? ‘Maar dat is ook helemaal niet de bedoeling van friluftsliv,’ corrigeert Van Kuijk. ‘Je moet niet denken: ik moet naar het bos om rustiger te worden. Het achterliggende idee is om buiten te léven, dingen te ondernemen. En als je paddenstoelen zoekt, zie je veel meer van je omgeving dan als je gaat mediteren.’

Wat deed Van Kuijk vervolgens met al die cantharellen? ‘Je doet ze in een koekenpan, beetje vocht eruit bakken, dan boter erbij, een klein beetje ui. Op een geroosterde boterham is het fantastisch.’  Bekijk onze wildplukgids. 

Bomen zijn rustgevend

Wie toch wat meer rust zoekt, kan dat zeker ook vinden in het bos. Vaker naar het bos gaan is goed voor de geest, schreef Mac van Dinther eerder in een artikel. ‘Sinds ik weer bij het bos woon, maak ik een paar keer per dag een wandeling. Ik ervaar de aanwezigheid van bomen als rustgevend: ze zijn er gewoon en hoeven niets van mij. Bomen zijn voor mij het decor waartegen ik mijn gedachten de vrije loop kan laten. Als ze al met elkaar communiceren, dan stoort mij dat niet.’

Volkomen onbewust blijk Van Dinther hiermee deel uit te maken van een trend die uit Japan is komen overwaaien: die van de shinrin-yoku, oftewel bosbaden. ‘De Japanse arts en hoogleraar Qing Li heeft er een boek over geschreven met als ondertitel: ‘Hoe bomen je kunnen helpen gezond en gelukkig te worden.’ In de godsdiensten van Japan – het shintoïsme en het boeddhisme – is het bos het terrein van het goddelijke, aldus Qing Li. ‘Het is in Japan niet ongebruikelijk om mensen in het bos te zien bidden.’

Qing Li schrijft medicinale waarde toe aan bosbaden, waarvoor in Japan speciale therapiecentra bestaan. Ze verlagen de bloeddruk, verminderen stress, verhelpen depressies en geven energie. Proeven met kantoorwerkers uit Tokio hebben volgens hem aangetoond dat mensen beter en 15 procent langer slapen na een flinke boswandeling – iets wat iedereen die weleens in het bos wandelt kan beamen.

Volgens de Japanse dokter komt dat onder meer doordat bomen fytonciden afscheiden, stoffen die deel uitmaken van het afweersysteem van bomen en een heilzaam effect zouden hebben op het menselijk immuunsysteem. Ten bewijze haalt hij Amerikaans onderzoek aan, waaruit zou blijken dat in staten met een hoge boomsterfte ook het sterftecijfer onder mensen hoger ligt. ‘Geen ander medicijn heeft zo’n directe invloed op je gezondheid als een wandeling in een schitterend bos’, schrijft Qing Li. ‘Is het dan gek dat Boeddha verlichting vond toen hij onder een boom zat?’

Kijkoefening
‘Ook als je binnen bent kun je verbinding met buitenwereld versterken’, zegt Eefje Ludwig van de TheForestBathingCircle. ‘Iedereen heeft een raam, waardoor je de lucht kunt zien en misschien wel de planten op het balkon. Probeer jezelf aan te leren om na het opstaan in de ochtend niet direct achter je computer te gaan zitten, maar eerst naar buiten te kijken. Ik woon op één hoog en voor ons huis staat een kastanjeboom die ik zie veranderen met de seizoenen.’ Volgens Ludwig hoef je echt niet met de boom te gaan praten, ‘een blik naar buiten werpen is genoeg’.

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden