ONZE GIDS DEZE WEEKRoy Andersson

Filmmaker Roy Andersson (77) is de Gids van de week: ‘Tegenover je zit een product van de welvaartsstaat’

Beeld Anna Huix / Getty

De Zweedse filmmaker Roy Andersson, koning van het droogkomische absurdisme, knutselt eindeloos aan zijn vervreemdende tableaus. Zijn inspiratie vindt hij in de schilderkunst.

Het stond keurig vermeld op het lijstje culturele aanbevelingen van Roy Andersson, de Zweedse filmkoning van het droogkomisch absurdisme. Fruitig dessertVooraf alvast gemaild door zijn producent, ter voorbereiding op het gesprek voor de weekendrubriek Gids van de week.

De 77-jarige cineast ploft in beeld, stoeit nog even met z’n loopstok, tuurt dan in de laptop. Kleine olijke ogen in een rond gelaat, vriendelijk ironische blik. ‘Hallo?!’

Zoals dat gaat, legt het videobellen een waas over het contact. De mens gereduceerd tot een strak ingekaderd hoofd en een ietwat vertraagde stem.

Eerste vraag: vanwaar dat fruitdessert, op z’n lijst?

‘Huh?’

Het dessert.

I need help. Johan?’

Producent Johan Carlsson verschijnt in beeld, van opzij. ‘Kun je dat nog eens zeggen?’

Fruitig dessert.

De mannen overleggen even, in het Zweeds.

‘O mijn dessert!’, zegt Andersson. ‘Ja ja ja. Oké.’

Stilte, aarzelende glimlach.

‘Gisteren zei je dat het je favoriet was’, souffleert Carlsson.

‘Oja’, zegt de cineast. ‘Ken je het woord meringue? Ja? Fruit in combinatie met meringue, dát is het. Waarom? De combinatie. Fruit is fruit, meringue is meringue. Maar breng je die twee samen... Ja ja.’

In die eerste moeizame videobelminuten met Andersson, die heus zijn best doet, overvalt de journalist het gevoel achteraan aan te sluiten bij de lange rij figuranten uit het oeuvre van de Zweed. Die op straat (soms ook in Ikea) gecaste bleke stumpers, die een rijke variatie aan menselijk tekort etaleren in Anderssons fabuleus gevisualiseerde tableaus.

Roy Andersson.Beeld Anna Huix / Getty

Zoals de man in de volle bus, die plots ontredderd ‘Ik weet niet wat ik wil!’ roept en begint te snikken. Of die jongen – studieboek op schoot – die met z’n kennis over de thermodynamica indruk poogt te maken op zijn verveelde vriendin: ‘Jij bent energie, ik ben energie. En jouw en mijn energie kunnen nooit verloren gaan. In theorie kunnen onze energieën elkaar over miljoenen jaren weer ontmoeten. En dan ben jij misschien een aardappel.. of een tomaat.’

De vriendin, na enige overweging: ‘Dan ben ik liever een tomaat.’

Twee losstaande scènes uit Anderssons deze week in de Nederlandse bioscopen uitgebrachte speelfilm About Endlessness, vorig jaar bij de première op het filmfestival van Venetië aangekondigd als een ‘reflectie op het menselijk leven in al haar pracht en wreedheid, haar grandeur en banaliteit’. 

Het ‘vierde deel van mijn trilogie’, grapte Andersson, die na Songs From the Second Floor (2000), You, the Living (2007) en het met de Gouden Leeuw bekroonde A Pigeon Sat on A Branch Reflecting on Existence (2014) gewoon gestaag verder werkte aan z'n tableaus. Wéér jarenlang schaven aan de kamers, bars, kantoren, soms ook hele straten, die Andersson en zijn team zelf nabouwen en optrekken in de studio van de cineast te Stockholm. Net echt lijkt het allemaal. Maar ook precies voldoende net níét echt. Alsof Andersson de Scandinavische werkelijkheid eerst vacuüm trekt, om daarna heel beheerst kleine teugjes zuurstof toe te laten in al die vaalbleke, onder de groothoeklens als levende schilderijen vastgelegde decors.

‘Ingmar Bergman door Monty Python’, noteerde een Canadese criticus eens over Anderssons films. Kun je ook Ingmar Bergman door Gummbah van maken. Of Edward Hopper door Samuel Beckett. De cineast zelf is helder over z'n invloeden. ‘De schilderkunst, die is het belangrijkst.’

Schilder: Otto Dix

Wilhelm Heinrich Otto Dix (1891 - 1969), Bildnis der Journalistin Sylvia von Harden (1926).Beeld Alamy Stock Photo

‘Kijk naar een schilderij van Otto Dix: je ziet mensen zonder schaduw, niks om je in te verstoppen. Datzelfde schaduwloze licht gebruik ik in mijn films. Neem Dix’ portret van die vrouwelijke criticus (Bildnis der Journalistin Sylvia von Harden uit 1926), dat werk is me zeer dierbaar. Destijds vonden de mensen het abnormaal. Maar het interessante is: zoals wij er nu naar kijken, is zo’n grotesk portret ook eerlijker en naakter dan de realistische portretten uit diezelfde periode. Er is iets aan de werkelijkheid dat het dan toch aflegt. Zo brak ik ooit zelf met het realisme: het bleek gewoon minder interessant.

‘Wist je dat Dix soldaat was in de Eerste Wereldoorlog? Samen met zijn vriend George Grosz, ook een schilder. Wat ze schilderden was sterk beïnvloed door de wreedheden die ze in de oorlog zagen en meemaakten. Ook hun schilderijen van seksuele aberraties (ze schilderden lustmoorden, red.) kwamen daaruit voort: een oorlog is bandeloos.’

Boek: Reis naar het einde van de nacht (Louis-Ferdinand Céline, 1932)

Reis naar het einde van de nacht, Louis-Ferdinand Céline.

‘Céline is mijn favoriet! Zo schrijven zoals hij deed, dat is een beetje gevaarlijk voor ons, de gewone mensen – maar gevaarlijk op een goede manier. Het is goed om een zo níét sentimentele kijk op het leven tot je te kunnen nemen. Vooral dat ene boek, Reis naar het einde van de nacht, waarin hij zijn tijd als soldaat in de Eerste Wereldoorlog beschrijft en niks geeft om zaken als wetten, eer, of goede gewoonten. Compleet vrij, enkel ontzag voor de waarheid.

‘Ik wilde het verfilmen en kon de rechten kopen, zo’n dertig jaar geleden. Het lukte niet: te weinig belangstelling van de financiers. Niet in Zweden, Europa, of waar dan ook op de wereld. Maar ja, ook zonder mij overleeft die roman het wel. Dat Céline later in zijn leven ineens zo dicht bij het fascisme stond, dat is wel genant. Maar laten we wel zijn: er zijn schrijvers in de geschiedenis die ergere fouten maakten dan hij. We zullen zien, hoe het hem vergaat. Of Céline in de toekomst als pure fascist zal worden beschouwd, of niet. Ik denk nog steeds dat zijn boek moet worden verfilmd. Maar dat is nu aan de generaties na mij.’

Gereedschap: freesmachine

‘Zonder had ik mijn films niet kunnen maken. Heb jij er wel eens een bediend? Nee? Ik was zo blij toen ik er eindelijk eentje kon kopen: mijn eigen freesmachine. Dat je eigenaar bent van zo’n gevaarte. Kolossen zijn het, heel zwaar, met sterke motoren. En toen ik eenmaal wist hoe het werkte, kon ik álles maken, zo uit een blok hout. Ik was gelukkig.’

Muziek: Beethoven

Ludwig van Beethoven.Beeld Getty Images

‘Als je Beethoven luistert, kun je niet anders dan hoopvol zijn over het bestaan. Zelfs tegen beter weten in. Want hoe kréég hij dat voor elkaar? Hoe kon een mens zo goed componeren, zelfs nog toen hij doof was?

‘Z’n symfonieën zijn fantastisch, maar ik houd ook van Beethovens kleine, minder pretentieuze muziekstukken. Ik heb twee dochters, toen ze jonger waren kregen ze pianoles en uiteraard leerden ze ook Für Elise. Beethoven noemde dat zelfs een bagatelle, maar het is een meesterwerk. Juist het simpelste kan het moeilijkste zijn om te maken. Dat ervaar ik ook als filmmaker: mij lukt het niet altijd.

‘Voor literatuur geldt hetzelfde, denk ik. Ik herlees nu De vreemdeling, van Albert Camus. Die schreef heel eenvoudig, maar zó goed. Het is nog beter dan ik het me herinnerde. Die eerste zinnen had ik altijd onthouden, als sinds ik ze las voor Franse les.’ Andersson dreunt ze op: ‘Aujourd’hui, maman est morte... (Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet. Ik kreeg een telegram van het tehuis: moeder overleden. morgen begrafenis) 

‘Dat staat toch héél dicht bij deze huidige tijd? Zorgen maak ik me niet hoor, om dat virus. Misschien zou ik dat wel moeten doen. Maar je had van mij ook best hier in Stockholm mogen langskomen.’

Schilder: Francisco Goya

Francisco Goya (1746 - 1828), Saturnus verslindt zijn zoon (1819–1823).Beeld World History Archive/F1online

‘Eigenlijk wilde ik schrijver worden. Of schilder, mijn tweede keuze. En beeldhouwer, de derde. Maar het werd dus filmer. Die schilderambitie liet me nooit los: ik wil dat nog steeds. Mijn hele leven lang ben ik beïnvloed door schilderijen, dat zie je terug in mijn films. Ik maak die áls schilderijen: er is meer te zien dan je in films gewend bent, ook op de achtergrond.

‘Goya is toch de grootste, onder de schilders. Hij schilderde alle kanten van het bestaan, had een diep inzicht in de mens. Soms zeer wrede taferelen, maar toch ook poëtisch en gevoelig. Overigens zijn er best wat goede Zweedse schilders, maar die bevinden zich niet op het niveau van Goya. We moeten eerlijk zijn.’

Eten: pasta carbonara

Beeld Getty images

‘Vanmiddag weer gegeten: pasta carbonara. Dat is het beste eten, vind ik. Het is toch alles wat je van een maaltijd mag verwachten? Gelukkig zit er een Italiaan vlakbij, tegenover de studio hier in Stockholm. Meno Male, heten ze (in de wijk Östermalm, red.). Dat betekent zoiets als: niet bijzonder goed. Of: kon erger. Daar spreekt vertrouwen uit toch, als je een restaurant die naam geeft? Dan móet het wel goed zijn.’

‘Ik kom graag in restaurants, ook om hongerige mensen te observeren. De tevredenheid van de mens die nét goed gegeten heeft, intrigeert me op een of andere manier. Dat zie ik graag: eenvoudige blijdschap.’

Film: Ladri di biciclette (1948)

‘Die neorealistische film van Vittorio De Sica staat zo dicht bij me, bij hoe ik opgroeide. De hardheid van het leven, in het bijzonder van die naoorlogse tijd. Als je uit een arme familie kwam, dan wás het zoals in Ladri di biciclette, daar is niks sentimenteels aan. Zo’n effectief verteld drama ook: een vader en een zoontje, een gestolen fiets, hoe het misloopt. 

‘Veel mensen hebben geprobeerd De Sica te verslaan, om een betere film te maken in dat genre. Nooit iemand gelukt. Ik denk dat het onmogelijk is. Dus dan kun je beter iets heel anders proberen.

‘Ik ben van 1943. Mijn ouders waren arbeiders die na de basisschool moesten werken. Maar hun kinderen mochten en konden wel verder leren. Dat kun je niet los zien van de sociaaldemocratische beweging: tegenover je zit een product van de welvaartsstaat, de välfärdssamhället. De sociaaldemocratische beginselen waren altijd zeer verbonden met Zweden, maar nu brokkelt dat af. Tja.’

Ingmar Bergman, de Zweedse filmreus, was geen voorbeeld voor Andersson. ‘Hij was ‘speciaal inspecteur’ aan de Filmacademie, toen ik daar studeerde. Ieder jaar moesten we ons in zijn kantoor melden, waar hij je dan opvoedde: je moest het zo en zo doen. Wij, de nieuwe generatie, wilden films maken over de Vietnamoorlog, dat soort zaken, over hoe oneerlijk het was en zo. Bergman was diep teleurgesteld toen hij onze eerste academiefilms zag, boos zelfs. Ik werd in zijn kantoor geroepen: als je zo doorgaat, met die politieke films, die linkse films, zul je nooit iets bereiken! Of ik naar hem luisterde? Natuurlijk niet.’

Stad: Berlijn

Beeld Getty Images

‘Als je iets te zeggen hebt over de Europese geschiedenis, kun je niet om Berlijn heen. Die stad is met alles verbonden: zoveel goede én wrede dingen. Voor het fascisme opkwam, was het een fantastische plek. Die jaren twintig, voor de depressie. Voor mij is de stad zeer verbonden aan de Neue Sachlichkeit, de schilderstijl die vanwege z’n eerlijkheid zo afweek, óók van wat daarna dan weer kwam: de fascistische schilderkunst, dat idealisme van de ergste soort.

Ik kwam er voor het eerst in de jaren vijftig, een heel andere stad dan nu. Maar ik kom er nog altijd graag, al is het me al even niet gelukt.’ (een gepland bezoek aan de Berlinale, waar zijn debuut A Swedish Love Story uit 1970 in februari een ere-vertoning kreeg, moest Andersson afblazen omwille van ongespecificeerde gezondheidsredenen).

‘Ik moet nog een beetje aansterken. En dan zien of het mogelijk is: weer een nieuwe film. Of is het te laat? Misschien heb ik de tijd niet... Ach, ik denk dat ik er nog wel aan begin.’

Persoon: Muhammad Ali

‘Ik bewonder mensen niet zo. Maar er is er eentje: de bokser Muhammad Ali. Dat was wat je noemt een goed persoon. Een humanist en een poëet, zeer humoristisch en slim. Zelf heb ik het ook gebokst, toen ik student was. Mijn vader was amateurbokser. Of ik talent had? Ik denk het, een beetje. Mijn handen waren snel, mijn voeten waren traag. Eigenlijk was badminton een betere sport voor me.’

CV  Roy Andersson

1943 Geboren als Roy Arne Lennart Andersson in Göteborg, Zweden.

1969 Afgestudeerd aan de Zweedse Filmacademie.

1970 Debuteert met alom geprezen, inmiddels klassieke Zweedse speelfilm A Swedish Love Story, een naturalistisch jeugdliefdesdrama.

1976 Tweede speelfilm Giliap flopt ongenadig.

1977 – 1990 Groeit uit tot Zwedens meest gerenommeerde commercialmaker, wint acht Gouden reclameleeuwen in Cannes.

1987 - 1991 Past z’n droogkomische absurde commercial-stijl nu ook toe in korte films: Something Happened (1987) en World of Glory (1991).

1996 – 2014 Groeit uit tot internationaal gevierd filmauteur met z’n ‘leven-trilogie’ Songs From the Second Floor (2000), You, the Living (2007) en A Pigeon Sat on a Branch Reflecting Existence (2014) – bekroond met de Gouden Leeuw op het festival van Venetië.

2009 Overzichtstentoonstelling van zijn films en commercials in The Museum of Modern Art, New York.

2019 Wereldpremière About Endlessness, zijn zesde speelfilm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden