Elandsburgers, magische poolcirkel en licht: treinen op de Zweedse Inlandsbanan

Op de Zweedse Inlandsbanan reis je per stoere Fiattrein naar de poolcirkel. Ruim duizend kilometer rust, licht en fijne uitstapjes.

Vissen bij het dorpje Dorotea.Beeld Håkan Wike

Al na een paar kilometer staat de eerste man op, loopt door de coupé naar voren, klopt aan bij de machinist, die opendoet en toestaat dat de oudere man, al snel gevolgd door anderen, over zijn schouder mag meekijken. Niet voor eventjes, maar bijna de hele rit. Hun vrouwen blijven zitten en kijken vertederd toe, blij voor hun kinderen van 65. Het zijn kenners: de trein is een bijzondere, een Fiat, bere-sterk en in staat om kou en sneeuw te trotseren. En die trein maakt een bijzondere reis: over een enkel spoor van zo'n 1100 kilometer van Mora in midden-Zweden, via Östersund naar Gällivare, binnen de poolcirkel.

1100 kilometer

De Inlandsbanan doorklieft bossen, trekt langs beekjes, boemelt langs meren, af en toe langs een rood of groen houten huisje, vooral aan het water, bootje erbij. Gestaag, maar zeker niet te snel, al is het maar om te voorkomen dat ie rendieren schept, tevens de reden dat de machinist regelmatig toetert. 'Kijk, daar links tussen die bosjes!' Opwinding golft door de coupé als de eerste wordt gespot- ik mis 'm doordat ik net met m'n neus in een kaart zit - maar na een tijdje kijken we niet meer op als een groepje rendieren in paniek het bos in vlucht.

Over die 1100 kilometer doe je minimaal twee dagen, korter kan niet, langer wel. 'Wij stappen uit bij het dorpje Vilhelmina om een dag te gaan wandelen, morgen gaan we weer verder', vertelt de Engelse Margaret. Dochter Vicky oogt met haar hippe kapsel en armtatoeages niet echt als een buitentype, de wandelschoenen van moeder verraden meer ervaring. De Inlandsbanan trekt behalve de treinfanaten vooral natuurfreaks, de eerste soort gemiddeld wat ouder en stoffiger en vooral zittend in het eerste wagonnetje (dicht bij de machinist), de tweede iets ruiger en frisser, in het tweede wagonnetje, waarin ook ruimte is voor hun mountainbikes en rugzakken.

Tekst gaat verder onder de foto.

Onderweg uitstappen uit de trein voor een wandeling kan ook.Beeld Håkan Wike

Uitstappen doen we allemaal wanneer de trein weer eens stopt, meestal op een verlaten stationnetje ergens in het grote niets. Sommigen verdwijnen dan voor een dag of wat de bossen in, anderen strekken gewoon even de benen op het perron. Of gaan aan tafel voor de lunch die voor je klaarstaat. 'Wat wil je eten?', vraagt Annika, een van de twee allervriendelijkste hostesses. 'Broodje elandburger, rendier gestoofd in room of rendierflank met aardappelpuree?' Het is goed toeven op de Inlandsbanan: er is zelfs wifi aan boord, hoewel die net zo traag is als de trein zelf.

De spoorbaan is in het begin van de vorige eeuw aangelegd omdat de Zweden een alternatief wilden hebben voor het traject langs de kust van de Botnische Golf. Dat ten eerste, maar ook om al dat gekapte hout te kunnen vervoeren dat nu nog hoog opgestapeld ligt, stammen van wel 50 meter lengte. Maar het spoor kreeg zoetjesaan concurrentie van de weg en dreigde in de jaren negentig te worden gesloten. Daar staken de vijftien aan het traject gelegen dorpen een stokje voor: zij werden eigenaar van de Inlandsbanan in de hoop toeristen te verleiden uit te stappen in Dorotea, Sorsele of Storuman. 'Hier overnachten wij vanavond', vertelt een Duitse dame en ze vist uit een ordelijk mapje een brochure van een pensionnetje. De kamers ogen tamelijk basaal, maar het huis ligt prachtig aan een groot stil meer. 'En voor we morgen weer opstappen, gaan we naar het zilvermuseum.' Onderweg kun je ook nog een folkloremuseum aandoen en noordelijker, al binnen de poolcirkel, een museum bezoeken gewijd aan de Sami, beter bekend als Lappen (noem ze niet zo: dat is een belediging).

Tekst gaat verder onder de foto.

Vuurtje stoken aan de rivier Bergvattenån bij Dorotea.Beeld Håkan Wike

Moeder Margaret en dochter Vicky vinden elkaar bij het onofficiële vermaak: voor de deur van het Inlandsbananmuseum, een voorkamer in het stationnetje van Sorsele behangen met foto's van knoestige arbeiders die ooit de spoorlijn bouwden, speelt een oude Zweedse rocker tamelijk vals Neil Young- en Tom Petty-klassiekers tijdens de langste stop van de dag.

Nee, spectaculair is het entertainment niet. Gelukkig maar, op deze manier raak je door de rit onthaast, de horizon is niet vervuild door industrieterreinen of vinexwijken, langs de rails geen pakjes Marlboro of blikjes Red Bull. Een Canadees gezin speelt een kaartspelletje, de treinfans wisselen adressen uit, het Duitse stel is verdiept in een reisgids. Wel spectaculair is het licht. Nee, niet het noorderlicht, dat natuurverschijnsel is juist winters. Het is het daglicht, dat maar duurt en duurt, zeker wanneer ik aan boord ben, op 21 juni, de langste dag van het jaar. In heel Scandinavië wordt het gevierd met vuren en feesten en rituelen als het leggen van zeven bloemen onder je kussen, om te dromen van je toekomstige man of vrouw.

Selfietime

'We zijn er om 17.06, over twee uur', weet mijn Noorse buurvrouw. 'Er' is de poolcirkel, daar leeft de coupé toch een beetje naartoe. Daar gaat die dag de zon helemaal niet onder. De poolcirkel, het heeft iets magisch, alsof er ijsberen op schotsen drijven en Inuits iglo's bouwen - niet eens zo gek als je weet dat een kilometer of vijftig van Jokkmok, de eerste stop binnen de poolcirkel, het beroemde IJshotel staat. (In juni gesloten wegens gesmolten.) 'Je kan zien', doceert hostess Annika, ook student biologie, 'dat we noordelijker komen: de bomen worden korter, de bossen dunner, de grond rotsachtiger.' Opeens stopt de trein, midden in een open vlakte. Allemaal eruit, want op een groot bord naast het spoor staat het: poolcirkel. Selfietime. Om het officieel te maken, krijgen we van Annika een poolcirkelcertificaat, al is er geen notaris aan te pas gekomen en vul je zelf je naam in.

'Tien euro, alstublieft', vraagt de serveerster voor het biertje. We zijn in Scandinavië, nietwaar. Laatste stop voor eindstation Gällivare, diner in een restaurantje aan weer zo'n groot stil meer. Het is half 9, maar de zonnebril blijft op. 'Nog indrukwekkender is het nachtelijk licht vanaf de Dundret', vertelt een Zweed, die me in het skigebiedje meeneemt naar de 825 meter hoge berg naast Gällivare. Het is na middernacht als de Range Rover stopt op de top, bij het eindstation van een skilift. Het zicht is eindeloos. 'Je kunt eenzesde van Zweden zien', zegt mijn gids - het is meer dan heel Nederland. Surreëel ook: de zon schijnt, maar de natuur slaapt, vredig.

Mooi, die trein en dat licht, maar is er nog iets anders te zien of te doen? Zeker. Gällivare dankt zijn bestaan en beperkte faam aan de mijnindustrie. De open mijn, te zien vanaf de Dundret, is een enorme krater, waaruit goud, zilver en koper wordt gewonnen. Ik mag mee de diepte in, tot 1.250 meter, de diepste ijzermijn van Europa. 'Vanaf hier moet je je helm opzetten', zegt de mijnman. Laarzen en een veiligheidsjas had ik al: safety first, dit is Zweden. Of ik claustrofobisch was, vroeg hij eerder. 'Neuh', had ik een tikje zenuwachtig geantwoord.

Tekst gaat verder onder de foto.

Passagiers onderweg, verdiept in hun reisgids.Beeld Håkan Wike
Bij de machinist mag je gewoon komen kijken.Beeld Håkan Wike

Een dik halfuur daalt de auto door kilometers lange tunnels om uiteindelijk aan te komen in de onderwereld, niet die van de Zweedse maffia, of de Hades, maar die van Zweedse mannen én vrouwen (want ja, in Zweden hebben ze ook gewoon vuilnisvrouwen) die reusachtige machines besturen en bedienen. Een wereld van eindeloze gangen, lopende banden en pijlsnelle liften. 'Die liften brengen per dag zo'n zes Eiffeltorens aan ijzer naar boven', probeert de mijnman de zaak begrijpelijk te maken. Door het delven, moeten om de zoveel jaar complete wijken weg vanwege verzwakking van de fundering. De bewoners, veelal werkzaam in de mijnen of aanverwante industrie, protesteren soms, maar hun klachten smoren in genereuze afkoopsommen.

De trein en de mijn komen samen op een rit naar het Noorse Narvik, na Moermansk het noordelijkst gelegen treinstation ter wereld, want de gewonnen mineralen worden per trein afgevoerd richting Noorwegen, waar ze per boot verder de wereld ingaan.

Op datzelfde traject gaan dagelijks ook gewone treinen, niet zo romantisch boemelend als die van de Inlands-banan, maar doe het wel: ruim vier uur door een dramatisch landschap van peilloos diepe fjorden en bergen met besneeuwde toppen. Met heel af en toe een rood houten huisje op een plek waarvan je je afvraagt hoe de bewoner daar in godsnaam komt.

Praktische informatie

Reizen met de Inlandsbanan kan van 12 juni tot 20 augustus. Vanuit Östersund, het hoofdstation van de trein, kun je zuidwaarts richting Kristinehamn en noordwaarts richting Gällivare. Een enkeltje is 45 euro; voor ongeveer 200 euro heb je een Railpass en kun je twee weken lang op de trein. De Eurail- en InterRailpas zijn ook geldig op de Inlandsbanan. Kaartjes online: inlandsbanan.se.

Naar Östersund kun je vliegen, via Stockholm of per (normale) trein. Vanuit Stockholm: zo'n 6 uur reizen. Stap eens uit in Sorsele en Jokkmokk. Sorsele River Hotel (sorseleriverhotel.se) en Hotel Jokkmokk (hoteljokkmokk.se) zijn aan te bevelen.

In Östersund zit het Clarion Grand (nordicchoicehotels.com/clarion/clarion-hotel-grand-ostersund) en in Gällivare biedt Quality Hotel Lapland een bubbelbad op het dak (nordicchoicehotels.com/quality/quality-hotel-lapland).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden