ReportageOpvoeden kun je leren

Een weekje opvoeden in een vakantiehuis: cursus grenzen stellen voor ouders

Opvoeden is grenzen stellen, zegt Petra Knol. De jeugdhulpverlener met een geheel eigen aanpak heeft recht van spreken: ze wist van de honderd ontspoorde gezinnen er 97 weer op de rails te zetten. Flink meer dan de reguliere jeugdhulpverlening. ‘Ik ben niet van de vrije opvoeding, hè. Ik ben juist van de gestructureerde opvoeding.’

Beeld Claudie de Cleen

Het is maandagmorgen half tien en druilerig in het Drentse dorp Dwingeloo als Yvette (51) uit de bus stapt. Met haar rolkoffertje achter zich aan zoekt ze de weg naar de locatie waar ze een kleine week de cursus ‘Gezin in balans’ zal volgen. Ze is vroeg opgestaan, vanochtend in Utrecht, en gespannen; ze heeft al zo lang zo veel problemen met haar oudste zoon dat de tranen haar keel dichtknijpen. Hoe zal het zijn om straks voor een groep ouders haar verhaal te doen?

Yvette – net als de andere cursisten wil ze niet met haar echte naam in dit verhaal – heeft onlangs Rotjochies gezien, een documentaire over ontspoorde Nederlandse jongeren die worden opgevangen op het Franse platteland. Ze herkende haar zoon Sam van 17 in de jongens; net zo woedend, net zo onverschillig, net zo onhandelbaar. Ze zag in de film ook jeugdhulpverlener Petra Knol aan het werk, haar repeterende vragen aan de jongeren (‘Wat maakt dat je nu zo boos bent? Wat maakt dat je je niet aan de afspraak houdt?’) en de kalmerende uitwerking daarvan. Door Rotjochies heeft Yvette hoop gekregen. Deze hulpverlener lijkt iets voor elkaar te krijgen bij lastige pubers wat Yvette en haar man bij Sam al jaren niet meer lukt. Ze heeft Knol gegoogeld. Die blijkt inmiddels in Nederland cursussen te geven vanuit haar eigen organisatie, Mereo, die ze samen met twee van haar zes volwassen kinderen runt. Yvette heeft zich onmiddellijk aangemeld.

En zo zit ze dus hier, met vier andere ouders in een vakantiewoning in Dwingeloo, waar ‘10.30 – 12.00 uur: kennismakingsrondje’ op het programma staat. Er zijn handen geschud, de koffers zijn naar boven gebracht, de kamers verdeeld en Petra Knol (57, kort grijs haar, hetzelfde fleecevest waarmee ze in de documentaire te zien is) heeft zich aan het hoofd van de tafel gezet, een plastic boodschappentas vol duplopoppetjes aan haar voeten. Daarmee zal ze de komende dagen veelvuldig over tafel schuiven om familiepatronen te verbeelden; het is onderdeel van de behandelmethode die ze heeft ontwikkeld. Maar eerst vraagt ze de ouders – Yvette heeft ze nooit eerder ontmoet, de vier anderen zijn met hun kind bij haar in behandeling (geweest) en nu in Dwingeloo voor een opfriscursus – zich voor te stellen.

Yvette vertelt dat ze freelance ontwerper is en twee zonen heeft van 17 en 15, beiden gediagnosticeerd met adhd. Ze zijn allebei pittig dus, maar met de oudste zijn de problemen de laatste jaren echt uit de hand gelopen. Het begon in de brugklas – of eigenlijk al eerder; ze herinnert zich picknicks toen de jongens nog klein waren waarop bevriende ouders al met argwaan keken naar hoe Sam zich gedroeg. Zelf zag ze niet veel kwaad in zijn speelsheid, Sammie was soms een ongeleid projectiel, ja, maar mensen oordelen wel erg hard. Op de middelbare school ging het mis. Spijbelen, blowen, stelen, verkeerde vrienden, agressie; Yvette en haar man krijgen geen grip meer op Sam, wat ze ook proberen. Ze verdenken hem ervan drugs te dealen, want hij koopt verdacht dure kleren de laatste tijd, maar hij reageert met een woedeaanval bij elke poging tot gesprek. ‘Het ergst vind ik dat ik bang voor hem ben’, zegt Yvette. ‘Hij is van drie scholen afgestuurd omdat hij nooit kwam opdagen, maar zelfs als ik gewild had, kon ik zo’n groot joch niet zijn bed uit sleuren. Dat had ook geen zin, want hij blowde veel, viel pas tegen 5 uur ’s ochtends in slaap. Hij zat zó vast in zijn problematiek. Dan moet je de juiste hulp krijgen, maar die was er niet.’ Dan, in tranen: ‘Sam zit sinds een paar weken in een jeugdinstelling. We hebben er zelf op aangedrongen, want het ging niet langer thuis.’

Daarna doen de anderen hun verhaal. Bettine is alleenstaande moeder van een zoon van 14 met wie ze afgelopen najaar voor een therapieweek bij Petra Knol terechtkwam omdat ze hem nauwelijks de baas kon. Sindsdien gaat het beter, al is er nog steeds geregeld ruzie in de tent. ‘Mijn zoon vindt het lastig’, zegt Bettine, ‘want de regels zijn strenger en consequenter. En dat bevalt hem natuurlijk niks.’ Petra knikt: ‘Je hebt in elk geval de regie weer.’ Ha, zegt een andere moeder, Christa: ‘Als ik aan mijn dochter vraag: ‘Wat maakt dat je nou zó doet?’, rolt ze soms lachend met haar ogen. Dan zegt ze: schiet je weer in de Mereo-stand?’

Ook Christa is eerder met haar kind voor een gezinsbehandeling bij Knol geweest en ze heeft daar volgens de Mereo-methode geleerd open vragen te stellen. ‘Wat maakt dat je...?’, heeft Petra uitgelegd, klinkt minder beschuldigend dan ‘Waarom?’ en het levert specifiekere antwoorden op – het kind wordt ermee aan het denken gezet over zichzelf. ‘Sinds ik met Lisa een week bij Petra in Frankrijk ben geweest’, zegt Christa over haar 15-jarige dochter, ‘is er enorm veel ten goede veranderd bij ons thuis.’

Petra Knol pakt de duplo erbij op tafel. Ze zet een poppetje op een rood blokje, een ander poppetje op een geel blokje en zegt: ‘Kijk, zo staan we allemaal op ons eigen blokje. De ouder redeneert vanuit een rood standpunt, het kind vanuit een geel, en je ziet het hier heel simpel: daardoor is er afstand. Pas als je van je eigen blokje kunt afstappen’ – ze koppelt het ene poppetje los van het gele blokje, het andere van het rode en schuift ze naar elkaar toe – ‘kun je elkaar begrijpen. Je moet dus niet dénken voor je kind, zoals veel ouders doen, maar naar hem lúísteren. Terwijl: ik ben niet van de vrije opvoeding, hè. Ik ben juist van de gestructureerde opvoeding. Maar als je niet luistert, komen er heel veel emoties tussen jou en je kind te staan.’

Het geschuif met duplo is een bekend beeld uit de film Rotjochies, die werd opgenomen in Frankrijk, waar Knol jarenlang probleemjongeren en hun ouders behandelde in haar eigen huis. Onlangs kwam ze terug naar Nederland. In Frankrijk mag ze niet langer werken, omdat ze aan een aantal (huisvestings)regels niet voldoet. Nu huurt ze een huis in Friesland, waar ze momenteel in opdracht van jeugdzorg vijf uit huis geplaatste jongeren begeleidt. De hoeveelheid opdrachten die ze krijgt via jeugdzorg wordt echter steeds kleiner; gezinsopnames, waarbij ze ook de ouders behandelt, kan ze nauwelijks meer doen. En dat terwijl Knol er juist zo in gelooft om kinderen en ouders samen te behandelen, zelfs, nee júíst als er thuis dingen zó verkeerd zijn gegaan dat een kind uit huis dreigt te worden geplaatst. ‘Door de problemen bij jeugdzorg staan er steeds vaker uitzendkrachten op de groep in een jeugdinstelling. Soms ziet een jongere tientallen gezichten, daar wordt hij echt niet beter van. En wat gebeurt er als de poorten weer opengaan? Dan gaat de jongere vaak rechtstreeks naar huis, al was het maar omdat hij geen andere plek heeft om naartoe te gaan. En dan begint de ellende opnieuw. Daarom hamer ik erop: de ouders, die moeten ook begeleid worden. Die moeten handvatten krijgen om beter met hun kind om te gaan. Er staan momenteel duizenden ouders op wachtlijsten die leuren met hun kinderen, terwijl de oplossing bij henzelf ligt. Als zij de juiste hulp krijgen, kunnen veel problemen worden opgelost.’

Dat is haar missie, zegt Knol, en daarom heeft ze de cursus Gezin in Balans ontwikkeld, een ‘training voor ouders om weer regie te krijgen’. Voorlopig is het een investering. De ouders deze week mochten gratis komen – ze doet wel vaker dingen gratis als ze erin gelooft. Later betaalt dat zich hopelijk uit. En zo niet: na haar scheiding, lang geleden, heeft ze een jaar in haar auto geleefd. ‘Ik kan met weinig toe.’

Beeld Claudie de Cleen

Tijd voor de lunch. Er is kaas en boterhamworst die Petra vanochtend bij de plaatselijke Spar heeft gehaald. Christa knijpt haar neus dicht als het blok kaas haar kant op komt – ze heeft een kaasfobie; de geur doet haar denken aan de ranzige jeweetwel van de man die haar op jonge leeftijd heeft getraumatiseerd. Door haar post-traumatisch stresssyndroom, vertelt ze, kan ze niet werken. Twee van de drie andere vrouwen in de groep ook niet, zo blijkt; een van hen kampt met fibromyalgie, de ander met chronische vermoeidheid. Kevin, die stratenmaker is, zit thuis vanwege zijn rug. ‘Goh’, zegt Christa. ‘Ik was bang dat ik hier alleen maar energieke werkende moeders zou treffen. En mijn zelfbeeld is al niet zo denderend.’ Christa is niet de enige die openhartig praat over problemen in haar verleden. Kevin, de enige vader in de groep, is na een rotjeugd jarenlang verslaafd geweest aan drugs en alcohol. Zijn vrouw Elvira, de stiefmoeder van zijn dochter, heeft na een vechtscheiding de jongste van haar drie eigen puberzonen vier jaar niet gezien. ‘Hij woonde om de hoek, bij zijn vader. Af en toe zag ik hem fietsen. Dan ga je als moeder kapot.’

Yvette smeert ondertussen een boterham. Ze heeft een stabiele jeugd gehad, werk, een rijk sociaal leven – haar problemen betreffen voornamelijk zoon Sam, die zij en haar man als baby adopteerden uit Colombia. ‘Adoptie kent een heel eigen problematiek’, heeft Petra bij aanvang van de cursus gezegd, ‘maar er zijn ook veel overeenkomsten met andere opvoedvraagstukken. En de handvatten die ik aanreik komen voor elke ouder van pas.’

Klopt, zegt Yvette als ze later met de groep naar een filmpje kijkt dat Petra in Frankrijk heeft gemaakt van een gezin dat bij haar in behandeling was. Een vader, een moeder en twee rumoerige zoontjes die volstrekt hun eigen gang gaan – van tafel lopen, knoeien, joelen –, terwijl de ouders doen alsof ze niets zien. Vader schenkt liefdevol chocomel in terwijl de kinderen elkaar jennen, moeder strooit hagelslag. ‘Wat leer je kinderen hiermee?’, vraagt Petra. ‘Dat er geen regels gelden, dat ze met niemand rekening hoeven te houden, want papa en mama staan toch wel voor ze klaar. Ik zie veel ouders louter in de rol van ziekenverzorger, politieagent of brandjesblusser, maar met kinderen kun je gewoon afspraken maken als je in je kracht staat. Structuur vinden ze juist fijn.’

Het filmpje emotioneert Yvette; ze herkent de situatie van vroeger. ‘Ik vond het bij ons altijd gezellig rommelig aan tafel, maar nu denk ik: goh, we hadden er veel aan kunnen hebben als iemand ons toen al opvoedtips had gegeven. Dan waren de kleine probleempjes misschien niet zulke grote problemen geworden.’

Van Christa en haar dochter Lisa heeft Petra Knol in Frankrijk ook zo’n ontbijtfilmpje gemaakt, vertelt Christa later op de dag. ‘Ik schrok me kapot toen ik mezelf terugzag. Ik hing als een uitgeputte zeekoe aan tafel terwijl Lisa, toen 13, de prinses was, het was niet gezond. Ik vond dat ik alles verkeerd had gedaan toen ik naar Frankrijk reed met Lisa, die woedend achterin zat. Ik voelde me een falende moeder die een verkeerde vent had uitgezocht, mijn ex, van wie ik gescheiden ben toen Lisa 4 was en die verslaafd was aan drank en drugs. Lisa dreigde uit huis geplaatst te worden toen we bij Petra terechtkwamen. Ik was niets meer waard in die periode. Echt, als je mij op dat filmpje ziet: alle leven was eruit.’

Christa schetst hoe het zover kwam: na de – traumatische – scheiding werd haar dochter angstig en onrustig en als alleenstaande moeder, druk met overleven, lukte het Christa niet daar adequaat op te reageren. Lisa werd hoogbegaafd en adhd’er bevonden, kreeg ritalin; al toen ze nog op de basisschool zat, trok er een leger hulpverleners aan het gezin voorbij. Christa: ‘Ik werd een labiele moeder genoemd. Je verleden wordt tegen je gebruikt.’ In het voortgezet onderwijs ging het niet beter. Na een paar maanden havo-vwobrugklas zat Lisa een half jaar thuis, ze kreeg dagbehandeling, ging vervolgens naar het speciaal onderwijs, werd aangerand, begon te blowen, schold haar moeder uit voor kuthoer – en Christa stond machteloos. ‘Ik raakte het contact met haar kwijt.’ Het dieptepunt was de avond dat Lisa, toen 12 jaar oud, door iemand uit de buurt naar de voordeur werd gedragen; ze had zich aan de wodka in een coma gezopen met oudere jongens in het speeltuintje verderop. Jeugdzorg kwam in actie; gedwongen opname in een jeugdinstelling was het plan. Christa: ‘Daar is nog nooit iemand beter van geworden. Gelukkig heeft één hulpverlener toen geopperd naar Petra in Frankrijk te gaan. Daar hebben we vijf dagen gepraat, gewandeld, therapiesessies gedaan, geoefend met duplo en dat heeft ons enorm veel goed gedaan. Het ging niet vanzelf, het is de eerste dag verschrikkelijk geëscaleerd daar, maar daarna ging het beter. We kregen veel meer begrip voor elkaar. Alle liefde die weg leek tussen ons, was er ineens weer. Op de terugweg zijn we samen drie dagen naar Parijs geweest en dat was heel gezellig.’ En waar het nu precies aan ligt? ‘We praten veel meer, ik luister beter, ik stap van mijn blokje af als het nodig is. En het werkt. Ik had eerst totaal geen gezag en nu wel. Bij bepaalde zaken ben ik echt in mijn kracht gaan staan: er wordt niet meer gedronken. Ik heb een tester gekocht waarin Lisa moest blazen als ze uit was geweest. Ik heb hem al jaren niet meer hoeven gebruiken.’

Om zes uur komen er zoutjes op tafel en een glas wijn voor wie dat wil. Kevin, wiens 13-jarige dochter momenteel bij Petra in Friesland wordt opgevangen, houdt het op cola. ‘Nooit meer een druppel.’ Yvette maakt spaghetti met roerbakgroenten en na het eten gaat de breedbeeld-tv in de vakantiewoning aan. De slechtste chauffeur van Nederland wordt uitvoerig becommentarieerd. Kevin en Elvira kijken er altijd graag naar, Yvette probeert een boek te lezen. ‘Wat een idioten, zo wil je toch niet op tv?’

Kevin en Elvira vertellen over hun vakantie van drie weken naar Peru onlangs. Een fantastische ervaring: ze hebben er ayahuasca genomen, een cacaoceremonie gevolgd, aan yoga en meditatie gedaan, in een zweethut gezeten en een hike naar ruim 4 kilometer hoogte gemaakt. Een geweldig land, maar voor Elvira is de ayahuasca wel de laatste keer geweest. ‘Ik had zoiets van: nu is het genoeg.’

Als iedereen naar bed gaat, blijft Petra nog zitten. Ze legt omstandig uit waarom Mereo in zwaar weer verkeert; grote jeugdinstellingen gunnen kleine onderaannemers in de zorg, zoals zij, nauwelijks cliënten meer. ‘Het draait allemaal om geld.’ En dat, zegt ze, terwijl ze zo goed is in haar vak. ‘Ik heb 250 gezinnen behandeld en bij 100 daarvan stonden de kinderen op het punt om uit huis te worden geplaatst. Uiteindelijk is het bij slechts 3 gebeurd. Ik zat eens met een collega-hulpverlener bij een gezin, die huilend aan me vroeg: waarom lukt het míj niet wat jij kunt met die blokjes? Zegt een kind uit dat gezin: jij helpt ons ook, maar Petra is de beste.’

De duploblokjes zijn een hulpmiddel, net als de ontbijtfilmpjes, de andere video-opnamen die Knol maakt, de rollenspelen die ze ouders laat doen en de tekeningen die ze maakt tijdens de cursus met pijlen van ‘oorzaak’ naar ‘gevolgen’. In de kern, zegt ze, draait het bij opvoeden om twee zaken: gezag en respect. ‘Ik zie ongelooflijk veel ouders ongelooflijk onduidelijk zijn tegen hun kinderen. Ze zenden indirecte boodschappen uit: ik vind het niet leuk wat jij doet, maar ik grijp niet in. Maar als je kinderen niet vroeg leert zich aan regels en afspraken te houden, dan ontspoort de boel. Dan krijg je onhanteerbare pubers. Er loopt nu een hele generatie rond waarvan de ouders vervolgens machteloos zeggen: het is de puberteit. Ik geloof niet in de puberteit, niet als fase althans waarin wangedrag gelegitimeerd is. Als je kinderen jong leert hun emoties te reguleren, zijn ze ook als puber prima in staat tot verstandig gedrag.’

Ouders van jonge kinderen vertelt ze daarom: stel grenzen. Maar in gezinnen met ontspoorde 15-, 16-, 17-jarigen is het vaak te laat om opeens allerlei regels in te stellen als je dat nooit eerder hebt gedaan. Bij zulke gezinnen, gezinnen waar alleen nog strijd is, is haar behandeling er in eerste instantie op gericht het contact tussen ouder en kind te herstellen. Ze leert ze praten dus, luisteren vooral, samen leuke dingen doen, proberen niet te oordelen, respect tonen voor het kind. ‘Wat niet betekent dat je over je heen moet laten lopen, maar pas als er weer gepraat wordt in plaats van geschreeuwd of gezwegen, kun je samen tot afspraken en compromissen komen.’ En, zegt ze, als de sfeer in huis weer leefbaar is, moet je je kind ook kunnen loslaten. ‘Gaat je 17-jarige zoon niet naar school? Dat is vooral zijn probleem. Je kunt hem er niet heen dúwen, je kunt alleen maar proberen samen een oplossing te zoeken.’

Beeld Claudie de Cleen

Later in de week wordt dat advies actueel: Christa krijgt op donderdag bericht dat haar 15-jarige dochter Lisa de hele week nog niet op school is verschenen. Als Christa haar dochter vervolgens belt, valt haar een vertrouwde scheldpartij ten deel (‘Welke kankerhoer heeft er tegen jou lopen klikken? En je zou je niet meer met mijn school bemoeien, rot op, waarom bel je mij?!’) Laten afkoelen, adviseert Petra. Pas later, rustig, een gesprek voeren – kom, we gaan oefenen met een rollenspel. ‘Wat maakt dat je niet naar school bent gegaan? En wat maakt dat je zo boos werd?’

Nog die middag leggen moeder en dochter het bij. ‘Lisa staat erg onder stress omdat ik weg ben’, zegt Christa. ‘Dat praat haar gedrag natuurlijk niet goed, maar ze belde net om sorry te zeggen. Ik kreeg de ruimte om mijn gevoel te benoemen en we hebben samen oplossingen bedacht. Dit soort buien heeft ze nog hooguit één keer per maand. Best gênant dat het juist vanochtend gebeurde, maar achteraf eigenlijk ook een heel mooi moment omdat we er weer goed uitgekomen zijn.’  

In Utrecht blikt Yvette veertien dagen later op de cursusweek terug. ‘Het heeft me enorm goed gedaan’, zegt ze. ‘Door de positiviteit en de energie van Petra, en vooral door haar vertrouwen dat heel veel te herstellen is. Dat werkt aanstekelijk. Mijn oudste zoon, Sam, moet ik voorlopig loslaten, en dat lukt me ook beter sinds de cursus. Ik kan niet méér doen dan tegen hem zeggen: de deur staat altijd voor je open, maar het is nu aan jou. Met de jongste en zijn vriendinnetje zijn we net een weekje naar Frankrijk geweest. Dat was heel ontspannen, en voor ons allemaal nieuw dat het ook gewoon gezellig kan zijn. Het klinkt gek misschien, maar ik ben het opvoeden door de cursus meer als een spel gaan zien dat je gewoon goed moet spelen. Bij mijn oudste liep ik altijd op mijn tenen om conflicten te voorkomen en daardoor ontstonden ze juist. Tegen de jongste heb ik mezelf de afgelopen weken al een paar keer horen zeggen: nee, lieve schat, zo zijn de regels hier, punt uit.’

In verband met de privacy van de ouders en hun kinderen zijn in dit verhaal alle namen behalve die van Petra Knol gefingeerd. De echte namen en adressen zijn bekend bij de redactie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden