ReportageBiesbosch

Een periode van excessen in de Biesbosch: ‘Er is nog nooit zoveel gesloopt’

Beeld Renate Beense

Illegaal kamperen, vuurwerk en techno: het was een gekkenboel in De Biesbosch, de laatste maanden. Maar boswachter Jacques van der Neut laat zich niet gek maken. We varen een stukje mee: ‘Het is hier zo nu en dan net de Efteling.’

Tussen het Spijkerboor en het Gat van de Plomp, in de Sloot van St. Jan, zet boswachter Jacques van der Neut van Staatsbosbeheer de ronkende buitenboordmotor uit van het tourbootje dat in Drimmelen voor een dagprijs van 75 euro is gehuurd bij café-botenverhuur Van den Diepstraten. Stilte. En vogels. Ze zingen en ze kwetteren.

Het is zondag en behoorlijk zonnig in Nationaal Park De Biesbosch. En best druk, vindt de boswachter, maar het is maar net hoe je het bekijkt. Er is water en ruimte genoeg en van filevaren, zoals met Pinksteren toen Staatsbosbeheer kreken moest afsluiten omdat er geen doorkomen meer aan was, is vandaag geen sprake.

Wel zijn we eerder op de dag bij de Aakvlaai met absurd hoge snelheid gepasseerd door een speedboot met drie kaalgeschoren en mogelijk onder invloed verkerende inzittenden, type voetbalhooligans, iets wat Van der Neut verleidde tot een gemompeld en welgemeend ‘idioten’. Hij was net klaar met zijn somber stemmende verhaal over de overlast van watersporters, de toenemende druk op de natuur, het vandalisme en de enorme hoeveelheden afval die de afgelopen maanden door de bezoekers werden achtergelaten, van barbecues (gebruikt) tot lege blikjes Red Bull en plastic flessen.

Boswachter Jacques van der Neut.Beeld Renate Beense
Het uitzicht vanuit het kantoor van Diepstraten Bootverhuur. Beeld Renate Beense

Maar nu is het stil en vredig. Tenminste, dat was het totdat vlak boven onze hoofden een bruine kiekendief – ‘een mannetje’ roept de boswachter – en een buizerd het met elkaar aan de stok kregen. Hun schijngevecht is spectaculair, het kan zo een BBC-documentaire in. Gedoe over een nest, veronderstelt Van der Neut.

De stille kreek, de behoorlijk grote vogels die elkaar uitdagen, de suizende wind door het riet en door een wilgenstruik die volgens Van der Neut trouwnens een Duitse Dot heet, het schijnsel van de zon in het water en de klassieke Hollandse luchten: precies zo moet het zijn in de Biesbosch, in de ogen van de gemiddelde natuurliefhebber dan. En precies zo stel je het je ook voor als nieuwkomer in dit waterrijke gebied in het zuidwesten van het land.

Van der Neut, bijna fluisterend: ‘Het is net de Amazone in het klein.’

Beeld Renate Beense

Ter oriëntatie en informatie: de Biesbosch ligt in het grensgebied van Noord-Brabant en Zuid-Holland en bestaat uit drie delen, de Hollandse Biesbosch, de Brabantse Biesbosch en de Dordtse Biesbosch. Het gebied is 9000 hectare groot, het belangrijkste jaartal in haar geschiedenis is 1421 (Sint-Elizabethsvloed, het polderland werd in één klap een binnenzee) en ter aanduiding en aanbeveling wordt altijd het samenvattende woord ‘zoetwatergetijdengebied’ gebruikt.

Om de uniciteit te onderstrepen maakt de Biesbosch deel uit van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, Natura 2000. Nog een jaartal dat overal in de literatuur opduikt: 1970, de afsluiting van het Haringvliet. Door het grotendeels wegvallen van eb en vloed in het gebied veranderde de Biesbosch geleidelijk in een zoetwatermoeras met lagunes. Er is veel water. En weinig land. Zonder boot, kano of sup begin je hier niks.

De Amazone in het klein, dat is nou ook weer wat overdreven, maar het kan boswachter Jacques van der Neut niet kwalijk worden genomen. Dit is zijn achtertuin. De Biesbosch is al 37 jaar zijn werkgebied.

Hij heeft hier alles meegemaakt, kent alle sloten, kreken en oevers en weet hoe het was, is en mogelijk gaat worden. Hij is 66 en begin september gaat hij met pensioen. Daar verheugt hij zich niet op, integendeel, maar hij troost zich met de gedachte dat hij zat mensen kent van wie hij straks een bootje kan lenen en hij woont gelukkig dichtbij, in Dordrecht.

Er moet zowel ruimte zijn voor recreanten, als voor natuurliefhebbers, vindt boswachter Jacques. Beeld Renate Beense

Alle vogels, planten, vissen, struiken en bomen kan hij benoemen, de hele flora en fauna. Het uit de kluiten gewassen knaagdier dat is uitgegroeid tot het hoopgevende symbool van de Biesbosch, de bever, heeft hij eind jaren tachtig zelf nog helpen uitzetten, na de eerste exemplaren te hebben opgehaald, in Oost-Duitsland.

Vooral de keer dat prins Bernhard een handje kwam helpen, staat hem nog helder voor de geest. ‘Ruim 120 genodigden, tientallen journalisten en iedereen aan de Oranjebitter. En twee bevers.’

Het gebied kan hem nog steeds overweldigen. Tegelijkertijd erkent hij volmondig dat de Biesbosch voor iedereen is. Hier moet, vindt Staatsbosbeheer, zowel de naar rust hunkerende natuurliefhebber aan zijn trekken komen als de recreant die met een fles rosé op een van de strandjes in de Aakvlaai wil rondhangen terwijl zijn kinderen een watergevecht houden.

En dat, zegt de boswachter, is ontzéttend ingewikkeld.

De drukte neemt toe, de afgelopen maanden helemaal. Zo druk heeft Van der Neut het in al die jaren niet eerder meegemaakt. ‘Mensen hoefden niet meer naar het werk, kinderen zaten niet meer op school en dus gingen ze naar de Biesbosch, de natuur in.’

Dat is allemaal nog tot daaraan toe, maar er zijn tal van excessen. De paar boa’s in het gebied hebben handenvol werk. Van der Neut somt op: snelheidsovertredingen te water, illegaal kamperen, illegale houtkap, illegale kampvuren. ‘Er is nog nooit zoveel gesloopt.’ Keten en picknicksets die in vlammen op gaan, slagbomen die worden opengebroken, ‘jongeren, vuurwerk, keiharde techno’ – de boswachter gruwt.

Plus: het afval dat vooral op de strandjes van de Aakvlaai wordt achtergelaten. ‘Leef je dan onder een steen of zo? Lees je niks? Heb je nooit iets gehoord over de invloed van microplastics op de voedselketen? Dat vissen het inslikken, dat de maag van zeevogels vol met plastic zitten?’ Afvalcontainers in een natuurgebied, de boswachter vindt het geen aangename gedachte, maar Staatsbosbeheer zal er toch aan moeten geloven, denkt hij, vanwege de troep op de Aakvlaai vooral.

De Aakvlaai is niet echt, om het zo maar te zeggen. Je moet het weten om het te zien, maar de Aakvlaai is verzonnen achter tekentafels. De strandjes en kreken zijn kunstmatig. Niet al te lang geleden zaten hier boeren op hun trekkers en werden suikerbieten, graan en aardappelen geteeld.

Om de watersporters weg te lokken uit het hart van de Biesbosch en te compenseren voor het verlies van voorheen voor hen toegankelijke kreken en lagunes, werd rond de eeuwwisseling een nieuw recreatiegebied gecreëerd van 120 hectare. Er ging twintig jaar gesteggel en gediscussieer aan vooraf, vanwege procedures en bezwaarschriften. ‘Mijn baas heeft er grijze haren van gekregen.’ Het was het waard, de Aakvlaai bleek een schot in de roos.

We leren een nieuw woord, recreatiezonering, waarmee de strategie van Staatsbosbeheer wordt aangeduid om de bezoekers al naar gelang hun voorkeuren over het gebied te verspreiden. ‘De recreatiestroom sturen’, daar gaat het om, maar eenvoudig is dat niet en er zijn tal van dilemma’s, plus tal van partijen met niet overeenkomstige belangen: de gemeenten Altena, Drimmelen en Dordrecht, de bootverhuurders, de watersporters, Staatsbosbeheer.

Koorddansen is het, zegt Van der Neut, vanwege al die verschillende belangen. ‘We voelen ons soms net politici.’

Henny Kelder woont in de Biesbosch. Beeld Renate Beense

Tijd voor thee, of koffie – of wat sterkers, maar dat is er in de Biesbosch niet bij, tenzij je het zelf van huis hebt meegenomen of naar de uiteinden vaart, naar Drimmelen of Hank, of als je, zoals de boswachter, een goede bekende bent van de vrolijke en vitale vrouw die naast de monumentale Amaliahoeve op de oever staat, Henny Kelner. Van der Neut meert aan en informeert hoe het met de ‘familie visarend’ is. De vrouw zegt dat drie jongen nog in leven zijn en dat er een is opgevreten.

Ze woont in het witte huisje naast de hoeve. Het is alleen bereikbaar per boot. Elektriciteit is er niet, stromend water evenmin. In haar wat rommelige huisje vol snuisterijen trekken een paar tekeningen de aandacht; prachtig werk, maar ze is met tekenen gestopt, ze had er genoeg van. Zij en de boswachter kennen elkaar natuurlijk, want in de Biesbosch woont maar een handjevol mensen, de tijd dat hier een stuk of 25 boerengezinnen leefden is voorbij.

Henny Kelner serveert koffie en ‘Henny-thee’, een (gedroogde) mix uit eigen tuin. Ze is hier aangespoeld, zegt ze. In 1968 kwam ze voor de eerste keer in de Biesbosch terecht, met een kano, en ze was meteen verkocht. ‘Er waren destijds veel meer kleine kreken dan nu en de stroming was veel sterker. Het water nam me mee. Wauw! Ik liet me maar gaan, er was niet tegenin te kanoën. Ze wilden me hier hebben.’

Dankzij internet is ze een lokale bekendheid geworden. ‘Heel veel mensen maken foto’s van me die ze op internet gooien. Soms komt er een bootje langs en dan hoor ik mensen ‘ze is er, ze is er’ fluisteren. En dan willen ze met me praten.’

Ze zit er niet op te wachten, zegt ze. Tenminste, ‘niet echt.’

Ze is gids, maar niet meer zo vaak als vroeger. ‘Ik ben 78, het is wel mooi geweest en ik heb de ziekte van Lyme, die hakt er ook aardig in. Corona? Weet ik veel of ik corona heb. Ik ben langzaam aan het uitbranden, maar ik douw nog even door.’

Ze heeft de Biesbosch zien veranderen. Er varen meer boten dan ooit tevoren door Keesje Killeke, de kreek voor haar huis. ‘Het is hier zo nu en dan net de Efteling, het wordt veel te druk.’ Als gids gaat ze noodgedwongen vroeg op pad, ‘anders kom ik in de file.’ Vooral aan ‘zatte lui in luxe-bootjes’ heeft ze een bloedhekel.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over een nieuwkomer op het water, een blokhutboot, een drijvende blokhut inderdaad, we komen er een paar tegen. Toch is de liefde van Henny Kelner voor de Biesbosch gebleven. Ze prijst de ruigheid en de onvoorspelbaarheid van het natuurgebied. ‘De Biesbosch is oer.’

Bij het afscheid trekt ze op de oever van Keesje Killekje een paar keer schijnbaar willekeurig wat groen uit de grond, om het vervolgens met een gedecideerd gebaar in haar mond te stoppen. Voedzaam en gezond, dat is het, en je hoeft er niet voor naar de supermarkt, zegt ze, kauwend op een bloemstengel.

Ook de liefde voor de Biesbosch van Jacques van der Neut is ongebroken. En hij is optimistisch, ondanks alles. De drukte, het afval, de vernielingen, het raakt hem diep, maar hij zit niet bij de pakken neer en dat zal Staatsbosbeheer ook niet doen, na zijn pensioen, daar kan geen twijfel over bestaan.

Beeld Renate Beense

Nóg betere regulering van de bezoekersstroom, duurzaam varen propageren en kreken in het meest kwetsbare deel alleen toegankelijk maken voor elektrische bootjes, een verplichte bijdrage voor bezoekers, een limiet aan het aantal huurboten, strenge handhaving van de regels: mogelijkheden voor een tegenoffensief zijn er zat. Voor somberheid is geen reden en ook de afgelopen jaren waren fantastisch, zegt hij.

Van alle veranderingen staat de komst van de visarend en de zeearend bij hem op één. ‘Dat was iets wat niemand voor mogelijk hield, want voor die vogels was het zogenaamd veel te druk in de Biesbosch.’

En nu zijn ze er, spontaan gekomen, zonder menselijk ingrijpen, op een dag waren ze er gewoon. De boswachter van de Biesbosch: ‘Het mooiste wat er is.’

Beeld Renate Beense
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden