Een lesje armoede in Vietnam

Reportage

Met een vriendin en haar twee puberdochters reist journalist Edith Tulp door Vietnam. Tijd voor een lesje armoede voor de meiden: leven van anderhalve euro per dag.

Beeld Claudie de Cleen

'ik ben nu al klaar met die armoede.'

Suus trekt een gezicht. Het experiment dat we gaan uitvoeren tijdens onze vakantie in Vietnam valt niet goed. Het voornemen is minstens drie dagen van anderhalve euro per dag te leven. Mijn vriendin Corin denkt dat het nuttig is dat haar dochters kennismaken met een karig bestaan. Daar weten de 15-jarige Suus en de 17-jarige Nena namelijk weinig van. Het drietal maakt deel uit van een gezin dat ruim bemeten woont in een buurt met louter grote huizen. Ze komen niets tekort. Met andere woorden: ze zijn strontverwend. Vinden wij, hun moeder en ik. Zij zelf vinden dat niet. 'Verwend ben je als je alles krijgt wat je wil', zegt Nena. 'Zo is het niet bij ons.'

Van de 95 miljoen mensen in Vietnam leven er ongeveer 10 miljoen onder de armoedegrens van 1,70 euro per dag. Wereldwijd gaat het om meer dan 1,5 miljard mensen. Deze reis door Vietnam lijkt ons een goede gelegenheid de meiden iets van die armoede te laten ervaren. Hoewel het even geleden is, zijn Corin en ik het gewend om low budget te reizen en verwend, nee, wíj zijn dat niet. Ons plan is een arme familie bereid te vinden ons vieren enkele dagen op te nemen. Desnoods betalen we ze ervoor. Dat is misschien een beetje valsspelen, maar wel zo aardig. Als we maar mogen slapen zoals zij slapen, op matjes. Eten wat zij eten. En doen wat zij doen: op een rijstveld werken, vissen vangen of de straat vegen.

Cocktails en massages

Ruilhandel kan ook, leggen we de meiden uit in Ho Chi Minhstad, het vroegere Saigon. Suus mag bijvoorbeeld haar nieuwe bikini van 120 euro inleveren in ruil voor onderdak en lekker eten op de 'armoededagen', zoals we ze al snel hebben genoemd. De bikini, nog verpakt, stuurt ze dan maar terug naar de webwinkel waar-ie is besteld.

We zitten op een terras van wat je gerust een toeristenfuik kunt noemen in Vien Bui Street. Hier komen alle vakantiegangers voor noedelsoepjes en goedkoop bier, nog voordat ze ook maar iets van het land hebben gezien. Ruilen wil Suus niet - ze wil de bikini. Verder protest van de zusjes blijft uit. Ze weten dat hun moeder toch haar zin doordrijft. En het lijkt ze wel een avontuur. 'Het is interessant om mee te maken hoe de Vietnamezen leven', denkt Nena. Wat verstaan de meiden eigenlijk onder armoede? Nena: 'Arm zijn betekent dat je geen geld hebt om te sparen, maar net genoeg om rond te komen.' Suus vult aan: 'Je kunt dus niet eten wat je wilt, leuke kleren kopen of uitgaan. Het is zielig voor die mensen, maar ik kan er niks aan doen.'

Voorlopig laten we ons fêteren in de levendige straat waar om de halve meter massages, schoonheidsbehandelingen, cocktails en toeristenkleren worden aangeboden. We doen ons te goed aan verse loempia's en noedelsoepjes. Bergen lychees gaan erin en we drinken ijskoude smoothies. Alles vers en fris. Na de massages zitten we als vier nuffen met de voeten en de handen in badjes voor manicures en pedicures. De margarita's kosten hier de helft van wat we gewend zijn, dus mogen we er nog twee: ze fietsen er vlot in. Het is nog wennen aan de stomende hitte, maar gelukkig heeft ons middenklassehotel - 30 euro per kamer - airco.

Over de auteur

Edith Tulp (1960) studeerde af aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Als free-lancejournalist reist ze geregeld naar Ghana, Zimbabwe, Namibië, Zuid-Afrika (in beide laatste landen woont zij enige tijd), Kenia en Oeganda, waarover ze schrijft voor onder meer HP/De Tijd en Trouw.

In 2008 richtte zij de FairPen Foundation in Oeganda op, een ngo waarvan ze tot 2013 directeur was.

In juni 2015 is ze gastcolumnist voor de Volkskrant; momenteel is ze columnist voor VluchtelingenWerk Nederland.

Op 19 april verschijnt bij uitgeverij In de Knipscheer haar debuutroman, De bushsoldaat.

De bus nemen naar Cambodja, waar we de beroemde Angkor Wat-tempels bezoeken, is kinderspel. Je gaat naar een lokaal reisbureau, koopt een kaartje en wordt in je hotel opgehaald, stipt om half zeven in de ochtend. Onze verwachting dat we voor een reis van 12 uur met te veel mensen op te weinig stoelen in een bus worden geperst, komt niet uit. We hebben gereserveerde plaatsen op comfortabele stoelen.Uiteraard is er airco, een beetje te veel zelfs. Nena en Suus slapen. Slapen, uitslapen vooral, blijft, naast een hotel met zwembad, gedurende de hele vakantie hun belangrijkste wens.

Artikel gaat verder onder de afbeelding.

De meiden op de foto's maken geen deel uit van het reisgezelschap. Beeld Claudie de Cleen

Zoektocht naar een arm gezin

De tempels zijn fenomenaal en daarom nemen we het voor lief dat we op deze beroemde plek weer in een toeristenfuik belanden. Alles is razend duur. Compenseren we later wel weer met de armoededagen. Armoede zien we niet. Maar we horen er wel over. Op een excursie in een bus pakt de jonge, enthousiaste gids de microfoon en vertelt een bewogen verhaal over hoe hij op jonge leeftijd zijn moeder verloor. Van zijn vader, een arme rijstboer en op de Cambodjaanse killing fields getraumatiseerde dwangarbeider, moest hij op de rijstvelden werken. Totdat hij in een boeddhistisch klooster een gratis opleiding kon krijgen. Zijn toekomst, besloot hij, lag niet langer op de rijstvelden, maar in het toerisme. 'Ik ben nu een jaar gids', vertelt hij. 'Twee jaar geleden ben ik getrouwd en in mei is mijn zoon geboren.' Trots laat hij foto's zien. 'Zijn er verder nog vragen?' Suus steekt haar hand op en vraagt: 'Hoe vond u het om arm te zijn?' 'Zoiets vraag je toch niet?' schrikt Corin. Verontwaardigd kijkt Suus haar moeder aan. 'Hij begon er toch zelf over?'

Weer terug in Ho Chi Minhstad besluiten we de meiden nog even te ontzien en niet weer zo'n lange busrit te maken naar het noordelijk gelegen Hoi An. Hoewel vliegen prijzig is, boeken we een vlucht. Hoi An is een eeuwenoud stadje met een historisch centrum, een haventje, Chinese tempels en pittoreske straten waar bougainvillea tegen okergele huismuren groeit. Het sterft er van de toeristen. En van de winkels, waar we weerstand aan bieden totdat we de kleer- en schoenmakers ontdekken. Ze kunnen er alles maken en namaken. Binnen een mum van tijd zitten we bij een kleermaker waar verkoopsters ons boeken vol modefoto's en stalen pure zijde en zachte wol in de handen drukken. We gaan volledig los.

Een flink aantal sjaals, broeken, blouses, ijscoupes en margarita's verder is het tijd voor de armoededagen. Het enthousiasme is enigszins getemperd. We zien ertegenop om drie dagen lang in een rijstveld te moeten werken. Vooralsnog is het niet zover, want hoe vinden we onze arme familie? We verzinnen een list en lopen een reisbureautje binnen. 'Nena hier', leg ik de vriendelijke medewerkster uit, 'moet een project voor school doen. Een armoedeproject. Ze moet gedurende drie dagen van een bestaans-minimum leven, het liefst bij een Vietnamees gezin.'

De medewerkster kijkt ons niet-begrijpend aan. 'Dat soort excursies bieden we niet.' 'Het is ook iets nieuws', beveel ik aan. 'Misschien kent u iemand. Familie? Vrienden? Bij wie we mogen logeren?' 'Tja', zegt ze peinzend. 'Ik raad jullie aan het mensen op straat te vragen.'

Buiten realiseren we ons de onuitvoerbaarheid van het plan. Hoe leggen we een eenvoudige rijstboer uit wat we willen? We spreken geen Vietnamees en al spraken we het wel, hoe maken we duidelijk dat we in ons luxe leventje een dagje arm willen zijn? Al onze goede bedoelingen ten spijt, het voelt aanmatigend. Het voelt verkeerd.

Hoi-An. Beeld Flickr

En toch zetten we door. We leggen de eigenares van ons hotel uit wat we willen. Zij lijkt het te begrijpen. Ze weet een familie in een hutje op het platteland bij wie we misschien kunnen logeren, met wie we mee mogen de rijstvelden in. Wat later meldt ze dat de familie akkoord gaat voor 30 dollar per nacht. Dat hebben we er graag voor over.

De rijstvelden in of witte wijn?

De volgende dag staan we vroeg op; onze bagage laten we in een kluis in het hotel. Ons onderkomen bevindt zich niet ver buiten Hoi An. Ietwat decadent nemen we een taxi naar het opgegeven adres. Het groen van de rijstvelden steekt fel af tegen een dreigende lucht. Op de achtergrond de silhouetten van palmen en de contouren van huizen die niets weg hebben van een hut. De taxi draait een rustige straat in, waar het nog steeds niet erg arm is, totdat we aan de rand van een rijstveld een klein huisje met een dak van verweerde palmbladeren zien. Dat moet het zijn. De taxi mindert vaart en stopt - pal voor een groot huis met een tuin eromheen. Van de veranda komt een jonge vrouw op ons af. 'Daar zijn jullie dan!' roept ze uit. Nee, schud ik mijn hoofd. Ik wijs naar de overkant en toon haar het briefje met het adres dat we van de hoteleigenares kregen. Ze knikt van ja. 'Jullie willen toch naar de rijstvelden?' Nena en Suus staren naar iets achterin de tuin. Het glinstert. Dan zie ik het ook. Een zwembad!

'We zijn verkeerd,' mompel ik nog, maar de uitbaatster heeft me al bij de arm en voert ons naar een viertal kamers die pal aan het zwembad liggen. Grote kamers, vol zaken die echt niet te associëren zijn met armoede: airco, een minibar, flessen wijn, een enorme badkamer met jacuzzi en een televisie. Zo luxe hadden we het nog nergens. Weigeren is geen optie. De opluchting van de meisjes is bijna tastbaar.

'Maar we gaan wel in de rijstvelden werken,' zegt Corin streng.

Onze bagage halen we op uit het hotel. Het zwembad hebben we voor onszelf. Op mijn ligbed met uitzicht op de rijstvelden vraag ik me af wat er in vredesnaam de hele tijd misgaat: we komen niet eens rond voor minder dan 60 euro per dag. Hoe denken we dat te gaan doen voor anderhalve euro? Corin ligt te slapen. De meiden dobberen in het water. De eigenares komt informeren wanneer we de rijstvelden in willen. 'Later', zeg ik. 'We kunnen toch ook alles over rijstvelden op internet vinden?', merkt Suus op. Nadat ik het startsein heb gegeven door een pak koekjes te openen, voelen Nena en Suus zich vrij om ook de rest uit de minibar te consumeren. Corin komt rond een uur of drie weer bij. Ze strekt zich uit, gaat rechtop zitten en vraagt me: 'Wat doen we? De rijstvelden in of een wijntje?'

De beslissing is snel gemaakt. Ik open een fles witte wijn. Eén fles worden er twee en bij het avondeten besluiten we ons experiment op te geven. Het is gewoon niet te doen om hier arm te zijn, concluderen we, en we bestellen een derde fles wijn.

Wie is hier nou verwend?

Uiteindelijk krijgen we toch wat we willen. Per ongeluk. We zijn terug in Ho Chi Minhstad. Per vliegtuig; we wilden wel met de bus of de trein, maar alles was volgeboekt. We hebben ons erbij neergelegd dat we inmiddels zo'n drie keer over het budget heen zijn gegaan. Onze laatste etappe wordt de Mekongdelta, in dat gebied willen we nog een paar dagen reizen. Jammer dat ik ziek ben, ongetwijfeld veroorzaakt door ons experimentele eetgedrag. Voor de lol en bepaald niet uit armoede heb ik twee kakkerlakken met chili gegeten. Ook hebben we ons tijdens een eetexcursie tegoed gedaan aan slang, kikker, eendentongetjes en rat. Nu ben ik aan de diarree en probeer ik een antibioticakuur uit te stellen. 'Laten we weer zo'n luxe homestay bespreken', zeg ik tegen Corin in een reisbureautje. 'En graag een luxe touringcar. Ik voel me echt niet lekker.'

Maar: niks geen luxe touringcar. De man die ons ophaalt uit het hotel, komt voorrijden in een Mercedesbusje dat tjokvol zit. Uiteindelijk zitten we dan in de situatie zoals we die ons in het begin hadden voorgesteld. Nena op de voorbank, Suus en ik twee banken daarachter, ik met mijn neus in de zwetende oksel van de buurman en Suus naast een plakkerig kind dat een plastic zakje voor haar mond houdt. 'Vast omdat ze hyperventileert', legt Corin op de bank achter ons uit. 'Dan moet je in zo'n zakje in-en uitademen en dan gaat het over.' Erin kotsen kan ook, blijkt. Wanneer het meisje is uitgebraakt, grijpt de moeder het volle zakje en smijt dat in één beweging uit het raam, waarop het weer binnenkomt via het venster daarachter. Het zakje spat open op de buurvrouw van Corin. Er wordt gevloekt in het Vietnamees. De chauffeur draait zich even geïrriteerd om en geeft vervolgens extra gas. 'Ze zit helemaal onder', doet Corin verslag. 'Het druipt nu van de bank.'

De homestay lijkt in niets op die in Hoi An. De beloofde groene tuin is niet groen, maar blijkt een braakliggend stukje land. De vrijstaande bungalows zijn de hutjes die we eerder zo graag wilden. We delen met een familie een wc en een douche die boven de wc hangt. We slapen dan wel niet op matjes, maar op matrassen die zo hard zijn als een plank. Terwijl Nena en Suus de kippen bewonderen in het hok dat de tuin nog enige charme geeft, grijpt een vrouw daaruit een kip en neemt die mee naar de keuken. Een paar uur later ligt het beest op ons bordje rijst. Zonder airco soppen we die nacht in ons zweet.

De volgende dag nemen we zo snel mogelijk de benen, op zoek naar een echt hotel. Een hotel met airco, met lekkere bedden, goed eten en een eigen badkamer.

Aan het zwembad, op een ligbed met een margarita in de hand, schamen Corin en ik ons. We hadden van tevoren kunnen bedenken waarom de armoededagen geen schijn van kans zouden maken. Niet de pubers, maar wij zijn verwend.

De vakantie was super!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.