Een kerkplein vol vechtende mannen in Florence

Vier wijken van Florence strijden jaarlijks om een beker. Je kunt het gekostumeerd voetbal noemen, maar een ratjetoe van 27 vechtende mannen en een bal mag ook. De zo kunstzinnige stad laat zich hier van een heel andere kant zien.

Het speelveld tijdens de jaarlijkse Calcio Storico op het Santa Croceplein in Florence. Beeld Sports Illustrated/Getty Images

Een waarschuwing vooraf: een journalist uit Australië zegt over Calcio Storico in Florence: 'Vergeleken hierbij is Australisch voetbal voor pussy's.' Terwijl die sport toch geen moeite heeft met een blauw oog of een paar afgebroken tanden. Wie het jaarlijkse voetbaltoernooi op de Piazza Santa Croce bezoekt, koopt eigenlijk een kaartje voor vijf sportwedstrijden in één: voetbal, handbal, rugby, worstelen en boksen. En vooruit, ook nog wat handelingen uit oosterse vechtsporten. Allemaal tegelijk uitgevoerd door twee teams van 27 bikkels van mannen.

Dat gaat zo al sinds 1530. Of waarschijnlijk nog eerder. Het middeleeuwse stadsplein wordt volgestort met zand, tijdelijke tribunes vullen zich met joelende inwoners uit vier wijken, gehuld in de kleuren blauw, rood, wit of groen. Calcio Storico is een evenement voor Florentijnen, niet voor toeristen. Het is, gek genoeg, zelfs relatief onbekend in de rest van Italië. Het speelveld is rechthoekig, iets kleiner dan een regulier voetbalveld. Een team kan een punt scoren door de bal in een doel te krijgen. Tot zover de gelijkenissen. Het doel bestrijkt de hele achterlijn, hands en buitenspel bestaan niet. De bal mag worden opgepakt, gegooid en geschoten.

'Euh, ik ben voor rood', zegt ober Alessandro van restaurant Santa Croce. Zijn gezicht betrekt even, want zijn team heeft net met 10-0 verloren van de Azzurri, de blauwen die meestal kampioen worden. Vraag hem naar de regels en hij antwoordt: 'Er zijn geen regels'. Of nou ja, sinds 2006 mogen de spelers alleen nog een-op-een spelen om totale chaos te voorkomen. Het toernooi kon twee jaar ervoor niet worden gespeeld bij gebrek aan spelers. De vijf scheidsrechters mogen bij overtreding een speler eruit sturen. 'Voor hoe lang? Voor altijd!'

De zon staat hoog, de tribunes zitten vol en de verwachtingen zijn hooggespannen. Als opmaat vindt een parade door de stad plaats: verzorgers, officials, vaandelzwaaiers en trommelaars. Iedereen in middeleeuwse klederdracht, elk in de kleur van zijn team. De trommelaars en vaandeldragers zijn neutraal en laten zien wat ze kunnen. De sfeer is vriendelijk, het publiek applaudisseert dankbaar. Dan komen de spelers het veld op. Stuk voor stuk mannetjesputters, met kale koppen en tatoeages. De gemiddelde Italiaan is klein, de gemiddelde Calcio-speler is een reus, een gladiator. Ze kijken niet vrolijk. Een Italiaanse op de tribune zegt: 'Ze komen uit de gevangenis.'

Plotseling wordt er gefloten, lang en hard. Dat kan niet het beginsignaal van de wedstrijd zijn, lijkt me, want er zijn nog allemaal mensen op het veld: behalve spelers en scheidsrechters staan ook coaches, verzorgers, waterdragers en mensen van de EHBO op het zand. Maar de wedstrijd is wel degelijk begonnen. Die lijkt in niets op een sportwedstrijd. De meeste spelers staan stil of dribbelen een beetje heen en weer. Je zoekt de bal, maar die is nauwelijks waarneembaar. Wat gebeurt hier? De actie lijkt zich te concentreren rond de middellijn, waar helemaal geen bal is.

Een speler van blauw neemt een bokshouding aan tegen een tegenstander, die hetzelfde doet. Het is geen grap. De Azzurro stapt in en haalt uit. Mis, de Bianco helt met zijn bovenlichaam achterover. De Bianco gaat bliksemsnel in de tegenaanval en raakt zijn blauwe opponent vol in het gezicht. Een enorm gejuich stijgt op vanaf de witte tribune. De scheidsrechters kijken goedkeurend toe. De bal, ergens ver weg, is nog nauwelijks van zijn plaats gekomen.

Hoe en wat

De finale van de Calcio Storico valt altijd op 24 juni, de dag van de beschermheilige van de stad, Johannes de Doper. De wedstrijd is een lokale aangelegenheid, maar niemand verbiedt toeristen te komen kijken. De strijd lijkt niet zo geschikt voor kinderen. Toegangsprijzen variëren van 10 tot 50 euro, ter plekke te koop.

calciostoricofiorentino.it

KLM vliegt rechtstreeks naar Florence. Goedkoper is een budgetvlucht naar Pisa en dan anderhalf uur per trein naar Florence.

Beeld Giuseppe Sabella
Beeld Giuseppe Sabella

Naast bokspartijen wordt er ook geworsteld. Blijkbaar is het functioneel een tegenspeler op de grond te krijgen en daar te houden. Ook als die geen balbezit heeft. Vanuit het niets vormen zich vijandige tweetallen. Een heupworp, een high-kick, een tackle op de man: alles lijkt geoorloofd. De middellijn is bezaaid met vechtende mannen. Omdat iedereen door elkaar loopt, komen de mano-a-mano-gevechten vaak als een verrassing. Zo zie ik een Azzurro zich even ontspannen op eigen helft, waar hij zich blijkbaar veilig waant. Ten onrechte: een Bianco neemt buiten zijn blikveld een sprint en treft zijn tegenstander vol in de rug. Die slaat voorover - hoor ik daar iets kraken? De witte tribune juicht.

Na een tijdje wordt een patroon zichtbaar. De middellijn vormt een soort muur: daar wordt een groot deel van de strijd gevoerd, met als doel een bres te slaan waar iemand met de bal doorheen kan rennen. Dat is niet eenvoudig: wanneer een blauwe speler zich zigzaggend over de middellijn waagt, wordt hij onmiddellijk aangevallen door witte spelers. Er lijkt geen doorkomen aan.

Anders gezegd: er wordt sterk verdedigd. Zoals American-footballspelers en rugbyers een menselijke muur vormen om bal en tegenstander te stoppen, zo gebeurt dat hier ook. Alleen is de volgorde anders: eerst de man, dan de bal. Er klinkt gejuich op de blauwe tribune. Voor hun neus, in het verdedigingsvak van de Azzurri, gaat een witte speler op de loop. Vijf of zes Azzurri zetten de achtervolging in. De Bianco kijkt niet blij en komt ook niet ver.

Het is heet, er is een constante aanvoer nodig van water. En er is stof, bloed, aanmoedigingen en verwensingen. Weer geroep door toeschouwers: een Bianco heeft een opening gevonden in de rij vechtende mannen en neemt een sprint naar de overkant. Belangrijk detail: hij heeft de bal bij zich! Die zit stevig in zijn gespierde armen geklemd. Het geluid vanaf de tribunes zwelt aan. De speler zit nu tussen twee werelden: die van het openbreken van de score en die van grote pijn. Er is geen weg terug. De blauwe spelers proberen koste wat kost de doorbraak te stoppen. Het geschreeuw van de tribunes stijgt tot een beangstigend niveau. Witte supporters stuwen hun moedige speler richting de eindstreep. De blauwe toeschouwers, hoe zullen we het zeggen, willen bloed zien. Maar krijgen dat niet, want de balbezitter is behendig, komt tot vlak voor de balustrade en drukt de bal erover. Punt!

De witte tribune ontploft. De Bianchi staan met 1-0 voor, iets wat tegen de Azzurri zeldzaam is. De blauwen waanden zich de baas van het Calcio-veld, want ze zijn al vaak als winnaar van het plein gestapt. Maar nu staan ze achter. En er is niet veel tijd meer om die achterstand goed te maken. Een wedstrijd duurt 50 minuten, waarvan meer dan de helft voorbij is.

Na de score wisselen de teams van speelhelft. Dat maakt de sfeer er niet gezelliger op. Al snel liggen geen twee, maar drie mensen met elkaar op de grond te vechten. Wat niet mag. Zonder een terechtwijzing van een scheidsrechter af te wachten, werpen meer vechtersbazen zich op het trio. Nu ontploft de blauwe tribune. Een van hen springt op de perstribune en gaat tekeer tegen een scheidsrechter. Drie, vier man snellen toe, waarna ook hier een kluwen vechtende Italianen ontstaat.

Beeld Giuseppe Sabella

Zal er meer publiek de tribunes afkomen? Gaan er spelers het publiek in? En, we volgen een wedstrijd, dus ook: gaat er nog gescoord worden? Ja, dat gebeurt, drie keer nog. Allemaal door wit. Blauw wordt met 4-0 verslagen. Direct na de laatste score klinkt er een fluit, een kanonschot en een stem door de luidsprekers: de wedstrijd is finito. Net zo plotseling als het geweld is begonnen, komt er een einde aan. De Bianchi zijn uitzinnig. Toeschouwers rennen het veld op. Hun helden hebben de jarenlange ban van de Azzurri gebroken. 'Massimo!' Massimo!', klinkt het. De grootste, meest gespierde en sterkst uitziende Bianco wordt van alle kanten toegejuicht.

Op sommige plekken wordt nog gediscussieerd. Maar langzaam verdwijnt de agressie van het plein. Blauwe en witte spelers omhelzen elkaar, handen worden geschud, schouders beklopt. De meeste blauwen zijn weer rustig geworden, ook op de tribune. Langzaam loopt het stadion leeg. Er wordt niks vernield, er wordt niet gevochten. De Bianchi zingen, de Azzurri druipen af.

Beeld Giuseppe Sabella
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden