Een jacuzzi in de club, hakvriendelijke trottoirs en Don Drapers lunchplek

When in Rome...

Cécile Narinx en Arno Kantelberg bespreken elke week de stijl van een wereldstad. Opdat u, toerist, er de volgende keer net iets minder opvalt. Vandaag: New York.

Foto Elodie Lascar

C: Waar ik ook ben, andere toeristen vragen me vaak de weg. Dat kan ook komen doordat ik steevast uitstraal dat ik de weg weet, wat vaak ook zo is. Komt door mijn padvindersverleden, een sterk ontwikkeld richtinggevoel, veel reiservaring, een zwak voor stadsplattegronden en een diepgewortelde christelijke hulpvaardigheid. In New York daarentegen weet ik niet hoe ik snel ik moet zeggen: 'Sorry, I'm European.'

A: Het is ook raar dat je in een stad met genummerde straten de weg moet vragen. Wat moet ik doen als ik er in New York uit wil zien als een local?

C: Ga naar een nagelsalon voor een mani-pedi, daarna naar een blow-dry bar voor een föhnbeurt. Spatel vervolgens nog flink wat aangezichtsverf op - denk Ivanka en Melania.

A: Voor mannen is het simpeler: koop al je kleren twee maten te groot en draag onder zowel formele als informele kleding grote sneakers van New Balance. Al moet ik ook eerlijk zijn: als ik in een smoking door Manhattan loop, krijg ik nooit bijdehante opmerkingen. New Yorkers zijn goed in underdressen, maar accepteren ook het overdressen. Hoe zit het met de damesgarderobe in New York?

C: Die moet stralend verzorgd, conservatief en luxe zijn. Met donkerblauw en beige sla je de plank nooit mis. In die delen van de stad waar de straten wel namen hebben, mag het uiteraard ietsje creatiever en tweedehandser - denk Lena Dunham.

A: In recente culturele uitingen is er een opvallende heimwee naar het minder gepolijste New York van de jaren zeventig en tachtig. De stad van Lou Reed en Patti Smith, van clubs als CBGB en Max's Kansas City, waar je na zonsondergang de deur niet uit durfde. Toen Times Square nog een panorama van peepshows en prostituees was, en er in het Meat Packing District nog daadwerkelijk meat gepacked werd, 's avonds ook trouwens, maar dan door transseksuelen. Nu struikel je er over designwinkels en boetiekhotels als het Gansevoort en The Standard.

C: Ze hebben wel een lekker ontbijt bij het Gansevoort, en op het dak van The Standard kun je prima zwemmen, mét uitzicht op de Hudson.

A: In de zomer staat er zelfs een jacuzzi in Le Bain, de club boven in The Standard. Die wordt ook daadwerkelijk gebruikt des nachts, zij het niet door mij. Je moet wel beneden in de rij aansluiten om überhaupt in de buurt van de lift te komen, tenzij je in het hotel logeert.

C: Begrijp jij nou waarom er op Times Square altijd zo'n lange rij staat voor die musicalkaarten? Kunnen ze toch gewoon online kopen?

A: Ik wil nog niet dood gevonden worden bij een musical, met uitzondering van Hello Dolly, want daar speelt Bette Middler in.

Foto Elodie Lascar

C: Ik heb nog altijd moeite met dat overdreven geëxalteerde van Amerikanen, dat neppe, dat van alles te veel.

A: Dan moet je misschien ook maar niet naar Hello Dolly gaan.

C: Ik schrik me ook steeds een hoedje als er iemand brult: 'Oh honey, I just looooooove your shoes!!' Ik moet er wel bij zeggen dat de trottoirs van de New Yorkse Avenues, en uiteraard die van Fifth, uitstekend geschikt zijn voor hooggehakte opschepschoenen.

A: Ik neem liever de metro, veel sneller. Of een taxi, helemaal niet zo prijzig daar.

C: Wat fooien betreft moet je het wél breed laten hangen, in de dienstverlening leven ze daarvan - wat die overdreven vriendelijkheid en op niets gebaseerde cameraderie verklaart.

A: Veel dure zaken hebben tegenwoordig een no tipping-beleid, de eigenaar van restaurant The Modern in het MoMa is daar vorig jaar mee begonnen. Gratuity included dus, de werknemers krijgen er nu een echt salaris.

C: Reken er niet te veel op, zou ik zeggen. Als je voor groepen van meer dan vier mensen reserveert, moet je tegenwoordig zelfs al van tevoren aankondigen hoeveel fooi je gaat betalen - of het eten nu wel of niet te verhapstukken is. En alles onder de 15 procent is een belediging.

A: Begin je nu weer te mopperen?

C: Een beetje. Op het nieuwe Whitney Museum en het High Line Park van 'onze' Piet Oudolf na vind ik de moderne grote appel niet spannend en te kitsch naar mijn smaak, zeker nu Trump Oppersmurf is. Maar het verleden was er reuze opwindend, ook vóór Lou Reed. De hoogtijdagen van Esquire en Harper's Bazaar, van Truman Capote en Diana Vreeland, van Dorothy Parker en The Algonquin Round Table.

A: Die aanvankelijk trouwens niet rond was, maar dit terzijde. The New Yorker is er opgericht, en Don Draper ging er graag lunchen. Ze hebben er nog steeds een huiskat.

C: Maar ook een totaal opgepoetst interieur en Martini 'on the rock' van 10 duizend dollar, met een diamant erin. En laat ik nou allergisch zijn voor katten én voor patserij.

Cécile Narinx is hoofdredacteur van Harper's Bazaar en Arno Kantelberg van Esquire.

Meer over