Een droomhuis in Afrika

In Zambia - waar de KLM sinds kort direct op vliegt - liet een Engelse aristocraat diep in de wildernis een fabelachtig landgoed verrijzen. Zijn kleinzonen verwelkomen er nu toeristen. En ons.

Beeld Noël van Bemmel

De spoorzoeker in zijn groene uniform zet zijn geweer voorzichtig neer en knikt tevreden naar de overkant van een riviertje. 'Leeuwen', fluistert hij. En inderdaad, daar, nog geen 100 meter verderop, ligt een hele groep leeuwinnen op een strandje. We hadden hun sporen al gezien, pootafdrukken zo groot als schotels, en in het hoge olifantengras haalde de tracker het geweer van zijn schouder en ging hij behoedzamer lopen. 'Zes, negen, elf', telt hij. 'Ik mis alleen nog twee grote mannetjes.' Op zo'n moment kijk je toch een beetje angstig over je schouder.

Beeld Noël van Bemmel

Een wandelsafari, zo blijkt, is een heel andere ervaring dan een autosafari. Al je zintuigen staan op scherp. Je leert de sporen van dieren lezen - deze hyena was aan het rennen, hier heeft net een krokodil gelegen - je ruikt of het wrattenzwijn thuis is (nooit voor de ingang van zijn hol staan!) en je luistert of je ossenpikkers hoort, de vogels die meerijden op de rug van de buffel. Als een leeuw je aanvalt, luidde het advies voor vertrek, ga dan bij elkaar staan en maak lawaai. Schreeuw, klap in je handen, maar ga nooit, echt nooit, rennen.

'Dit is de laatste, echte wildernis van Afrika', zegt Mark Harvey. Hij runt een safarikamp in het afgelegen North Luangwa National Park. Een uithoek die een stuk dichterbij is gekomen nu de KLM direct vliegt op Zambia. In veel wildparken liggen gewoon asfaltwegen, mag je het busje niet uit en sta je in de file zodra er wat te zien is. Harvey, die een groot deel van het jaar in een boomhut woont, struint graag met zijn gasten door het bos, baggert door rivieren en ligt uren met je in het gras naar passerende buffels te kijken. Met een gin-tonic in zijn hand wil hij best vertellen over zijn beroemde grootvader Sir Stuart Gore Brown.

Die excentrieke Britse aristocraat bouwde een fabelachtig landgoed in de Afrikaanse bush en zette zich in voor de rechten van de zwarte bevolking. Na zijn dood gaf de eerste gekozen president van Zambia hem een staatsbegrafenis voor zijn bijdrage aan de onafhankelijkheidsstrijd. Geen blanke ontving zoveel eer in zwart Afrika. Maar Sir Stuart liet ook een enorm privé-imperium na zonder voldoende inkomsten.

Beeld Noël van Bemmel

Tien uur rijden

De KLM vliegt drie keer per week naar Lusaka voor een introductieprijs van 700 euro. Dan is het nog tien uur rijden over één rechte asfaltweg. Rij liever niet in het donker. Reken op minstens 1.000 euro voor een week autohuur en diesel. Een vliegtuigje charteren kost 400 euro per persoon als je met z'n vieren komt. Het landhuis rekent 300 euro per nacht, de Kapishya Lodge 90 euro voor een huisje. Toegang tot North Luangwa National Park kost 50 euro per dag. Mark Harvey organiseert desgevraagd vervoer.
klm.com

shiwasafaris.com
shiwangandu.com
voyagerszambia.com

Buffelkoppen en jachthonden

Het roestige hek van landgoed Shiwa Ng'Andu wordt geopend door een slaperige bewaker. Een rode stofweg loopt nog 12 kilometer door tot de hooggelegen plek waar de jonge officier Gore Brown in 1914 besloot zijn droomhuis in Britse stijl te bouwen. Een coyote rent mee in de berm, twee antilopen springen de bosjes in, we passeren een school, een hospitaal, bakstenen huisjes in Engelse cottagestijl en een poortgebouw met klokkentoren. Terrasvormige tuinen met Italiaanse cypressen leiden uiteindelijk tot een gebouw dat het midden houdt tussen een Brits landhuis en een Toscaans kasteeltje.

In de eetzaal met hoge ramen zit Charlie Harvey, de oudere broer van Mark, te ontbijten met zijn vrouw en een gast. Het lijkt een filmscène, met knapperend haardvuur, buffelkoppen aan de muur en slapende jachthonden onder de tafel, maar zo leven de Harveys nu eenmaal. 'Toerisme is de toekomst voor Zambia', zegt Charlie over zijn landgoed, 'want de kopermijnen raken ooit uitgeput.' Hij besloot twaalf jaar geleden Shiwa Ng'Andu te herstellen. De vijftiger houdt het hoofd boven water dankzij een boerderij met 1.200 koeien, het organiseren van foto- en jachtsafari's in zijn enorme wildpark en door zijn huis open te stellen voor welgestelde gasten. Die accepteren het roestige badwater graag als authentiek detail.

Beeld Noël van Bemmel

Dwalen

Dwaal door zijn huis en keer terug in het tijdperk waarin de zon nooit onderging in het Britse imperium. Aan de muur hangen portretten van besnorde officieren en elegante dames in satijnen jurken. In de bibliotheek staan titels als The Empire at War naast gebonden jaargangen van Punch en Country Life. In een hoek balanceert een stapel 78-toeren platen. Gore Brown zette graag een opera van Wagner op, nam port en sigaren mee, en keek vanaf het terras uit over het Meer van de Koninklijke Krokodillen. Vijftig jaar eerder had een van die beesten nog het hondje van ontdekkingsreiziger Livingstone opgeslokt.

In de werkkamer van grootvader staat een kast vol zwartleren dagboeken. Je voelt je een voyeur, maar toch: in een keurig handschrift passeren de details van een koloniaal leven tussen 1899 en 1967. Op 21 mei 1921 noteert Gore Brown na afloop van een bal: '24 chiefs, dancing till 7 am next morning'. Op Shiwa Ng'Andu dansten zwart en wit met elkaar.

Aan de andere kant van het landgoed, 19 kilometer verderop, woont broer Mark, die rietgedekte huisjes verhuurt aan toeristen die het landhuis te chic vinden. Zij kunnen daar ook een tent opzetten langs de rivier Mansya. Loop door diens tropische tuin het bos in en daar verschijnt - heel verrassend - een smaragdblauwe poel met wit zand op de bodem. Dobber op je rug in het borrelende water van 41 graden en luister naar bontgekleurde vogels die tussen de palmbomen fladderen. Afkoelen in de rivier kan, maar daarin leven grote krokodillen. Na een paar dappere slagen denk je: dat is wel genoeg.

Kapishya Hot Springs is populair bij expats en de Zambiaanse elite. De geschiedenis van het landgoed is leerstof op Zambiaanse scholen. Wat nog niet in de boeken staat: een Australische gast en amateurarcheoloog ontdekte vorig jaar prehistorische rotstekeningen rond het huis. Sindsdien brengt Dave, een politieagent uit Brisbane, zijn vakanties klauterend door tussen de rotsen. 'Kijk, hier zaten onze voorouders rond een vuur. Zo hakten ze met vuistbijlen een soort plankjes in de muur, waarop ik grote, fonkelende kwartskristallen heb gevonden.' Klim een middagje mee en je ontdekt nieuwe tekeningen en voorwerpen waar je niet aan durft te komen.

Beeld Noël van Bemmel
Beeld Noël van Bemmel

Luipaarden en bushbaby's

De supermarkt is tien uur rijden. Daarom maken de Harvey's alles zelf: het fruit, de jam, de boter, de groente, het vlees en zelfs de koffiebonen. De familie kreeg ook als een van de weinige toestemming safari's te organiseren in North Luangwa National Park. Daar wordt ieder voorjaar Buffalo Camp opgebouwd: half open hutjes van olifantengras en Mopane-hout. De wc biedt uitzicht op de sterren. 'Laat geen spullen in je badkamer, want de hyena's Henny en Henriëtta knagen alles kapot; zet je tas niet aan de voorkant, want de olifant Charlie pakt het zo weg, en o ja, leg je kleren en schoenen klaar naast je bed voor het geval we je 's nachts wakker maken.'

In Buffalo Camp schat je eerst de lengte van een olifantenslurf in, voordat je je tas uitpakt. Onder het muskietennet luister je naar de geluiden van de bush. Hyena's roepen jekjekjek, bavianen blaffen als straathonden en de leeuwen laten de grond trillen met een laag woempf, woempf. Om zes uur begint de kamproutine: een licht ontbijt, een paar uur struinen, een brunch, een middagslaapje en weer met een gids op pad tot zonsondergang. Dan wordt een tafeltje uitgeklapt, verschijnt een wit kleedje, en serveert de gids gintonics met een schijfje citroen. Op de terugweg sta je achter op een Toyota Landcruiser en speur je met een zoeklicht naar luipaarden of bushbaby's.

Opa's dagboeken

Het ware verhaal van een Engelse gentleman die zijn Afrikaanse droom wilde delen met de liefde van zijn leven. Zo omschrijft de Britse journaliste Christina Lamb het leven van de excentrieke aristocraat Stuart Gore Brown in haar boek The Africa House (1999). Sindsdien arriveren zwijmelende bezoekers voor de deur van het afgelegen landhuis in Zambia. Zij willen overnachten in het huis vol grote dromen en tragische liefdes. 'Het boek is meer een roman, dan een biografie', zegt kleinzoon Mark die de schrijfster zelf over opa's dagboeken vertelde in een hotelbar. 'Maar ik klaag niet, hoor. Dat boek heeft ons echt op de kaart gezet.'

Christina Lamb: The Africa House
Penguin Books; 13 euro.

Droge olifantenmest

Die wandelingen zijn verrassend informatief. Rijden safarigangers doorgaans als een dolle rond op zoek naar de Big 5 (olifant, leeuw, luipaard, buffel en neushoorn), Mark staat graag om de zoveel meter stil. 'Kijk, een takje van deze mahonieboom is een prima tandenborstel. Voel eens hoeveel warme lucht uit zo'n termietenheuvel komt, gewoon op zitten tijdens een koude nacht. Steek zulke droge olifantenmest aan om tseetseevliegen te verjagen en wrijf deze wilde thijm boven een kom kokend water tegen verkoudheid.'

Maar als Mark over zijn land praat, later bij het kampvuur, is hij minder enthousiast. Van de droom van zijn grootvader, die samen met de plaatselijke Bemba-bevolking een bloeiend landgoed wilde opbouwen, is weinig terechtgekomen, stelt hij. Na de - vermoedelijk politiek gemotiveerde - moord op zijn ouders in 1992, erfden de kleinkinderen een piepend en krakend imperium in de wildernis. Sindsdien maken ze werkdagen van 18 uur om lekkende daken en instortende bruggen te onderhouden.

Op bittere toon: 'Ik ben totaal niet racistisch opgevoed, maar de kloof tussen zwart en wit blijft groot.' Meer dan duizend dorpelingen zijn afhankelijk van Shiwa Ng'andu, maar geen van de Bemba's toont volgens hem veel liefde voor het landgoed. 'Ze zien mij als een soort Bill Gates die al hun problemen wel oplost.' Broer Charlie trekt het zich minder aan: 'Je moet gewoon heel streng en duidelijk zijn. Dat is het enige wat hier werkt. Wie van mij een lift wil, moet bijvoorbeeld eerst een greppel schoonmaken.'

In honderd jaar lijkt er weinig veranderd in de Zambiaanse wildernis. Gore Brown concludeert in zijn dagboeken dat alleen zijn zweep van zebraleer indruk lijkt te maken. Toen onlangs een werknemer de beste Landcruiser van Mark total loss reed, kwam zijn broer langs met een dagboekje van opa uit 1932. Die klaagde: 'Ik leende mijn fiets uit aan Sampa en kreeg hem kapot terug'. De broers openden een fles whisky en konden er toch wel om lachen. Mark: 'Ons leven is een dagelijkse worsteling. Maar iedere keer als ik terugkom van vakantie, denk ik: wat een geluk dat ik op de mooiste plek op aarde woon.'

Beeld Noël van Bemmel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden