In beeld Designklassiekers

Echte designklassiekers zijn niet kapot te krijgen. Wat goed is, blijft goed

Echte designklassiekers gaan mee van huis naar huis, van generatie op generatie. Deze eigenaren weten het zeker: wat goed is, blijft goed.

Anne van der Burg (27): ‘Toen ik de PH-5-lamp van Louis Poulsen kocht, dacht ik: nu ben ik volwassen.’ Beeld Krista van der Niet

‘Het is een kunstwerk boven de eettafel’

Anne van der Burg (27, actrice, woont in Amsterdam): ‘Toen ik de PH-5-lamp van Louis Poulsen kocht, dacht ik: nu ben ik volwassen. Mijn vriend Sebastiaan en ik gingen samenwonen en het was onze eerste gezamenlijke designaankoop. We waren net afgestudeerd van de toneelschool, hadden maar weinig geld en kwamen uit een studentenkamer met alleen maar Ikea-meubels.

We hadden hem al drie jaar op het oog voordat we hem anderhalf jaar geleden kochten. We vonden hem zo mooi dat we zelfs een goedkope knock-off overwogen. Via Marktplaats kwamen we uiteindelijk bij een designstudio in Amsterdam terecht die zes oude exemplaren verkocht. Deze was een beetje beschadigd, er zit een klein deukje in, waardoor we flink hebben kunnen afdingen. We hebben er 150 euro voor betaald, terwijl ze normaal gesproken tweedehands voor 600 worden verkocht.

De lamp combineert strak, Scandinavisch design met ronde, vrouwelijke vormen. De witte buitenkant en blauwe binnenkant passen goed bij ons huis: wit met speelse details. Hij geeft mooi warm licht. Helaas wel wat weinig, maar dat neem ik voor lief: het is echt een kunstwerk boven de eettafel.

Een groot deel van ons inkomen gaat naar designspullen. Vooral lampen vind ik belangrijk, want die bepalen de sfeer van het huis. We hebben net de aap-lamp van Seletti aangeschaft en nu azen we op de ‘Ok’-hanglamp van Flos. We hebben veel geduld om de mooiste spullen bij elkaar te sparen: ik kijk elke dag op Marktplaats.’

De PH-5-lamp van Louis Poulsen

Ontwerper Poul Henningsen (1894-1967) ontwikkelde in 1958 de PH-5-lamp voor de eveneens Deense lampenfabrikant Louis Poulsen. Directeur productontwerp Rasmus Markholt legt uit waarom de lamp voldoet aan het designprincipe ‘form follows function’: ‘Hangend boven een eettafel vervullen de schermen van de lamp vier belangrijke functies: helder licht schijnt recht op de tafel, zodat je de krant goed kan lezen of het eten voor je neus ziet staan. Op de omzittenden valt diffuus licht zonder harde schaduwen. De vloer rondom de tafel wordt uitgelicht, zodat je ziet waar je loopt en het opwaartse scherm verlicht het plafond en daarmee de hele ruimte. Fel in je ogen schijnen doet deze lamp dus niet, hoe sterk de lichtbron ook is. Het helpt dat Scandinavisch design tegenwoordig zo populair is, maar eigenlijk is de lamp door zijn veelzijdigheid altijd onze bestseller geweest.’

louispoulsen.com

‘Het is een ranke, slanke kast; hij heeft echt souplesse. Het lijkt wel alsof ik het over een man heb!’ Beeld Krista van der Niet

‘Ik ben nog steeds hartstikke blij mee met deze kast, hoezeer mijn man er ook tegen is’

Anke Wammes (42, communicatiemanager bij 113 zelfmoordhulplijn, woont in Utrecht): ‘Ik ben een sucker voor de A’dammer. Ik kocht de kast zeven jaar geleden als eindejaarsgeschenk aan mezelf. Iedereen om me heen kreeg kerstpakketten van hun baas, maar ik als freelancer nooit. Zelfstandig werken ging me goed af en daar was ik trots op, dus toen heb ik dat bij mezelf geïntroduceerd.

Ik kocht de kast bij de voormalige Pastoefabriek, schuin tegenover mijn huis. In de outlet was hij te koop voor 1.500 euro. Veel geld, maar alsnog een paar honderd euro goedkoper dan normaal. Ik was op zoek naar een grijze, maar viel als een blok voor deze met metallic glans. Dat maakt hem speelser en minder klassiek. Twee Pastoemannetjes hebben de kast bij mij naar de zolder getild. De lange kast past qua stijl goed in mijn eenvoudige jarendertigwoning.

Mijn man Rieken vindt hem alleen niet zo mooi, en dat is een understatement. Hij wilde hem niet in de woonkamer. Het ergst vindt hij de herrie als je de kast opent of sluit: hij klapt hard dicht. Ik vind dat geluid juist onderdeel van de romantiek.

Nu staat de kast boven in onze slaapkamer. Hij pronkt naast mijn kant van het bed aan het hoofdeinde. Ik heb er mooie vilten bakken in staan, waar ik mijn ondergoed en sokken in bewaar. Ik ben er nog steeds hartstikke blij mee en doe hem nooit weg, hoezeer Rieken er ook tegen is. ‘Het is een ranke, slanke kast; hij heeft echt souplesse. Het lijkt wel alsof ik het over een man heb!’

De A’dammer-kast van Pastoe (1978)

De A’dammer-kast van ontwerper Aldo van den Nieuwelaar, vernoemd naar de vorm van het ‘Amsterdammer’-verkeerspaaltje, werd in 1978 aan de collectie van meubelfabrikant Pastoe toegevoegd. Joost van der Vecht is creatief directeur van Pastoe:

‘De A’dammer is altijd een functionele kast geweest. Of zoals Van den Nieuwelaar het ooit zei: ‘Als je dronken bent, mag je niet over de deur van mijn kastje struikelen.’ Dankzij het rolluik, met op elke hoogte een greepje waardoor je niet hoeft te bukken, neemt de kast minder ruimte in dan een met klapdeurtjes. We blijven de kast vernieuwen: met wisselende kleuren, de toevoeging van een wijnrek of door hem te kantelen tot de ‘A’dammer Twist’. Nu het Memphis-design met zijn ronde en zuilachtige vormen weer in trek is, neemt de populariteit van de A’dammer ook weer toe.’

pastoe.com

‘In het café pak je gewoon een andere stoel erbij om je arm op te laten rusten.’ Beeld Krista van der Niet

‘Omdat je door de Thonetstoel heen kan kijken, vraagt hij weinig ruimte’

Pieter Baarsma (77, gepensioneerd, komt uit Bergum, Friesland): ‘Ik heb dertien Thonet-stoelen. Het is vakwerk. Ik heb daar oog voor: ik had zelf een meubelfirma. Op uitnodiging ben ik in de Thonetfabriek geweest. Daar heb ik gezien hoe de stoelen worden gemaakt: het houten rugdeel wordt door twee man in de juiste vorm gebogen, dan gaat hij in een mal met klemmen en ten slotte wordt hij 24 uur in de stoommachine gezet. Dat levert een stabiele stoel op.

Mijn lievelingsstoel is de Thonet 209. Die heb ik met een chique gouden weefstof laten bekleden. Thonetstoelen passen in elk interieur: omdat je er doorheen kan kijken, vragen ze weinig ruimte. Ze zijn niet voor niets al zo lang in productie. Ik hou niet van trendy spullen: vandaag in, morgen uit. Zo moet het niet. De klassieke caféstoel heb ik natuurlijk ook, al 45 jaar. Je kon de stoelen met houten, rieten of gestoffeerde zitting kopen. Ik ben voor stof gegaan, want dat zit lekkerder en gaat niet zo gauw kapot.

Een goede stoel past bij zijn eigenaars en bij de tafel waar hij onder staat. Er moet ongeveer 30 centimeter tussen het tafelblad en de stoel zitten. De caféstoel zit minder comfortabel dan een stoel met armleuningen, maar dat maakt niet uit; aan een eettafel zit je toch rechtop. En in het café pak je gewoon een andere stoel erbij om je arm op te laten rusten.’

Caféstoel 214 van Thonet (1859)

De ‘nummer 14’, ook wel de Weense koffiehuisstoel, werd in 1859 ontworpen door de Duitse meubelmaker Michael Thonet (1796-1871). De stoel wordt onder de noemer ‘214’ nog steeds geproduceerd door de Duitse meubelfabrikant Thonet. Philipp Thonet is als vijfde generatie werkzaam in het familiebedrijf: ‘Een stoel die van generatie op generatie wordt doorgegeven en zelfs opa en oma overleeft, bouwt vanzelf een duurzaam, onbreekbaar en betrouwbaar imago op. De gebogen houten stoel is het erfgoed van Thonet, we zijn haast verplicht hem in de collectie te houden. Om het zitcomfort te verbeteren - en omdat ‘de mens’ langer én zwaarder geworden is - hebben we de zitting in de jaren zestig aangepast van rond naar trapezevormig met ronde hoeken. Momenteel maakt de stoel in de horeca een comeback, hij past als geen ander in de koffiehuis- en bistro-achtige sfeer die je nu in veel restaurants ziet. Ook niet onbelangrijk: hij kan tegen een stootje.’

‘We kunnen echt genieten van een mooi meubelstuk, of dat nou design is of niet.’ Beeld Krista van der Niet

‘Het ontwerp zit zo goed in elkaar, ik heb het zelfs een keer proberen na te maken van karton’

Margriet Muijtjens (68, gepensioneerd, komt uit Geleen): ‘De Delta-vaas is al 28 jaar mijn favoriet. De naden zijn zwart en er zijn wat hoekjes af, maar dat vind ik niet erg; een voorwerp moet gebruikt worden. Meestal staat hij op een bijzettafel naast de bank, soms ook in de vensterbank. Ik doe er liever een paar bijzondere bloemen in dan een volle bos. Een paar losse bloemen staat chic en Japans. Al zitten er soms niet eens bloemen in, ik vind het ook al een mooi object op zichzelf. Het ontwerp zit zo goed in elkaar, ik heb het zelfs een keer proberen na te maken van karton. Een leuk detail is dat er ‘Mart van Schijndel’ in zijn handschrift in het glas staat gegraveerd.

Ik heb hem gekregen voor mijn 40ste verjaardag van mijn vrienden Ben en Ine. Zij hadden een showroom bij mij om de hoek. Onderweg naar de slager of de bakker liep ik altijd bij ze langs om meubels te bekijken, het was een waar walhalla van design. Vaak genoeg liep ik even naar huis met een lamp of stoel om te kijken of het mooi stond. Deze vaas vond ik in eerste instantie te duur - hij zal zo’n 50 gulden hebben gekost - dus ik was dolgelukkig toen ik hem kreeg.

Mijn man Will en ik houden van Italiaans design en lange, strakke lijnen. We hebben een grote eettafel en een bank van wel 6 meter lang. Dat geeft rust. We kunnen echt genieten van een mooi meubelstuk, of dat nou design is of niet.’

De Delta-vaas van Mart van Schijndel (1981)

In 1981 trof Meike van Schijndel, dochter van de ontwerper Mart van Schijndel (1943-1999), haar ouders vaak midden in de nacht in de kelder aan, waar ze eigenhandig de eerste collectie vazen in elkaar zaten te plakken.

‘Veertien jaar na het overlijden van mijn vader, wilde ik zijn beroemde vaas als eerbetoon terug op de markt brengen. De oude glasproducent in Lopik bleek de door mijn opa gebouwde glasslijpmachines gelukkig nog te hebben staan. Grote aantallen maken we niet meer, de vraag komt vooral van liefhebbers wiens vazen gesneuveld zijn. Mijn vader had een oogafwijking en kon daardoor geen diepte zien, ik ontdekte dat hij platte vlakken en driehoeken gebruikte om een 3D-effect te creëren. De eenvoud, geometrie en architectonische vorm van de Delta maken hem zo interessant, dat hij ook in de smaak valt bij een jonge generatie die niet met de vaas is opgegroeid.’

deltavaas.nl

‘Wat is nou een bed? Vier planken, vier poten en een spiraal waar je een matras op kunt leggen. Zo simpel is het.’ Beeld Krista van der Niet

‘Ze doen weinig bijzonders met de Auronde, maar wat ze doen, zit vernuftig in elkaar’

Hyppo Wanders (61, ontwerper, woont in Utrecht en Wierden): ‘Wat is nou een bed? Vier planken, vier poten en een spiraal waar je een matras op kunt leggen. Zo simpel is het. Bij Auping hebben ze dat goed begrepen. Ze doen weinig bijzonders met de Auronde, maar wat ze doen, zit vernuftig in elkaar. De verbinding tussen de ronde poten en de planken aan de randen van het bed vind ik mooi: ze hebben het hout niet strak tegen elkaar aangeduwd, maar er is een dunne naad zichtbaar met een stukje metaal ertussen. Een aantrekkelijk detail.

We hebben twee Aurondes, allebei antracietgrijs. Onze oudste dochter is in 1989 in Utrecht geboren in de één, onze jongste dochter vier jaar later in de ander. We waren inmiddels verhuisd en hadden de eerste in de logeerkamer gezet. Bij de geboorte van onze dochters was het handig dat de rugleuning en voetensteun van het bed omhoog kunnen, bijvoorbeeld toen mijn vrouw borstvoeding gaf.

De eerste werkt met een treksysteem: je zet hem rechtop als een strandstoel. Bij de tweede hangt in het midden van het bed een touwtje waaraan je moet trekken, zodat je kunt blijven liggen. Ik vind het eerste mechaniek prettiger werken, al moet ik dan mijn bed uit. De huidige versies zijn allemaal elektronisch.

De Auronde is gewoon een goed bed, ze gaan een leven lang mee. Er zitten links en rechts wat krassen en butsjes op, dat is alles. Het enige nadeel is dat hij vrij laag is. Er bestaan modellen met hogere poten, maar die zien er zo senior-achtig uit. Ze zijn niet in verhouding: alsof je een te lange korte broek aan hebt.’

Het Auronde-bed van Auping (1973)

In 1972 ontwierp Frans de la Haye het ‘Auronde’-bed voor Auping, dat in 1973 op de markt kwam en een stuk langer mee bleek te gaan dan verwacht:

‘De Auronde was erg vernieuwend voor zijn tijd. ‘Er zit niet eens een laatje in het schuiftafeltje’, zag de directeur van Auping tot zijn schrik. In plaats van storende scherpe hoeken, gaf ik het bed ronde vormen van gebogen beukenhout. Daardoor oogt-ie nog steeds modern. Door zijn eenvoud raakt het bed nooit in conflict met de omgeving en past het ook in een klassiek interieur. Duurzaamheid speelt nu een grote rol, vroeger niet: er was veel troep op de markt. Een Auronde kan je zonder enig kwaliteitsverlies na elke verhuizing makkelijk weer in elkaar zetten, zo gaat-ie een leven lang mee.’

auping.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.