Analyse Veganistisch eten

Easy-peasy vegan: de opmars van de veganist

Het veganisme is verhuisd van mottige natuur­winkels naar hippe foodtrucks en zelfs naar de gewone supermarkt. Wat bezielt de moderne veganist? En kloppen de claims?

Bezoekers op het Vegan food festival in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent.

‘Het is voor mij bijzonder dat ik dit kan eten’, zegt Emile Dingemans. Voor zijn neus houdt hij een ijsje als op een reclameplaatje: twee dikke bollen, Ferrero Rocher en gezouten karamelijs, zo’n breed hoorntje met een toef slagroom en een koekje erop.

Hij is niet de enige die het ijsje net met zijn telefoon heeft gefotografeerd. De bezoekers van het Funky Vegan Festival in Amsterdam maken de ene na de andere foto, voor zichzelf of voor op Instagram. Het is dan ook niet zomaar een ijsje: hier is geen dier aan te pas gekomen. De slagroom is gemaakt van soja, er zitten geen eieren in het deeg van het koekje.

‘Twee jaar geleden was veganistische slagroom alleen online te bestellen. Ik kan me voorstellen dat een foto van zo’n ijsje anderen inspireert om ook over te stappen op een plantaardig ­dieet’, zegt Dingemans, sinds twee jaar voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV).

In sneltreinvaart heeft Dingemans zijn vereniging zien groeien. Jarenlang was de NVV een klein clubje. Tot in 2014 ineens een groeispurt inzette: van 450 leden groeide de vereniging naar ruim 2.000 leden in 2017. Inmiddels staat de teller op ruim 3.100. Ze heeft nu bijna meer leden dan de ­Nederlandse Vegetariërsbond. ‘We denken hun ledental dit jaar voorbij te streven.’

Exacte cijfers over het aantal veganisten zijn er niet. In 2016 schatte het Sociaal en Cultureel Planbureau het aantal veganisten in Nederland op 70 duizend. Volgens de NVV zijn er nu 110 duizend, zes keer zoveel als tien jaar geleden.

Ook in de landen om ons heen lijkt het een trend. In het Verenigd Koninkrijk zijn volgens schattingen van de Vegan Society 542 duizend veganisten, terwijl er tien jaar geleden 150 duizend waren.

In Duitsland houdt de Vegetariërsbond het zelfs op één miljoen veganisten. Duitsland is bovendien kampioen in het maken van veganistische producten en had de eerste veganistische supermarkt (in Berlijn – uiteraard).

Felgekleurde foodtrucks

Niet alleen in aantallen is er iets aan de hand, de beweging is ook onherkenbaar veranderd. Het veganisme is verhuisd: van de schappen van mottige natuurwinkels naar de felgekleurde foodtrucks van de hippe voorhoede en vanuit de geïmproviseerde krantjes van dierenactivisten naar Instagram.

Was tien jaar geleden Volkert van der G. de enige bekende veganist, nu dragen sterren als Beyoncé, Miley Cyrus, Ariana Grande en Paul McCartney hun veganisme actief uit op sociale media en in interviews. Met in hun kielzog een ­leger fitgirls die op sociale media hetzelfde propageren.

En dan zijn er nog documentaires als Cowspiracy en What the Health die hebben bijgedragen aan de verspreiding van het veganisme. Veelbekeken films die het niet zo nauw nemen met de feiten (elke dag een ei zou vergelijkbaar zijn met vijf ­sigaretten per dag. Dagelijks bewerkt vlees eten zou de kans op diabetes met 51 procent verhogen).

Kijk je rond op het Funky Vegan Festival, dan is het eten bijna net zo knap als de bezoekers. Knalgroene lenteui, vrolijk opgerold in een slaapzakje van quinoa met zeewier omwikkeld, wordt verkocht als veganistische sushi. Ook voor de Dutch Weed Burger is geen dier gebruikt – de burger is gemaakt van zeewier en ziet eruit als de knappe broer van de Big Mac. Om de hoek: felgekleurde cupcakes en limonade met takjes munt erin.

Bezoekers op het Vegan food festival in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent.

Een van de bedenkers van de Dutch Weed Burger is Mark Kulsdom, sinds eind jaren negentig veganist. Volgens Kulsdom wordt het veganisme in de toekomst mainstream. ‘Vroeger werden de meesten veganist omdat ze ethische bezwaren kregen tegen dieren ­doden, nu gaan steeds meer mensen overstag omdat ze inzien dat de vlees- en zuivel­industrie een van de grootste negatieve bijdragen leveren aan de klimaatverandering.’

Kulsdom wijst op de grote hoeveelheid alternatieve melkproducten, zoals amandel-, rijst- en sojamelk, die nu in de supermarkt te krijgen zijn. Albert Heijn heeft sinds kort zelfs een heel veganistisch koelvak. ‘Er zijn nu zo veel alternatieven. Wat zit je dan nog vlees op je brood te doen?’

Instagram

Zoals Kulsdom het veganisme uitdraagt – easy-peasy, positief en behulpzaam naar mensen die het willen proberen – is tekenend voor het veganisme van nu. Kijk op Instagram en je vindt duizenden mensen die elkaar stimuleren met prachtige plaatjes van avocado’s, knalrode tomaatjes, gele paprika’s en nog meer avocado’s.

Vegan food festival in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent.

Lisa Stel, online beter bekend als Lisa goes Vegan, was een van de eersten in ­Nederland die merkte hoe succesvol die positieve insteek is. Op Instagram heeft Lisa goes Vegan nu bijna 45 duizend volgers, ze heeft een YouTube-kanaal, een website en maakt kookboeken. Haar baan als psycholoog heeft ze opgezegd om haar platform uit te bouwen.

‘Ik probeer te laten zien dat diervriendelijke, duurzame en gezonde keuzes leuk en makkelijk zijn. Dat werkt’, zegt Stel. ‘Mensen denken vaak dat het alles of niks is en dat weerhoudt hen ervan om te beginnen. Ik wil laten zien dat je het stap voor stap kunt doen.’

Nu er meer vlees- en zuivelvervangers komen en veganistische recepten, tips en trucs via sociale media overal voorhanden zijn, zijn mensen eerder bereid om het te proberen.

Zo heeft de Vereniging voor Veganisme vorig jaar de Vegan Challenge in het leven geroepen: een maand lang veganistisch eten, waarbij de deelnemers tips en recepten krijgen. Laagdrempelig is het sleutelwoord.

Niet weer kikkererwten

Maar veganisme is niet laagdrempelig. Hoe graag veganisten het ook anders willen zien, het westerse consumptie­patroon is tot in de vezels ingesteld op het gebruik en de beschikbaarheid van dierlijke eiwitten. Daar uitstappen betekent geen kaas, geen boter, geen eitje, geen honing op de boterham. Het betekent geen wol, geen zijde, geen leer en geen veren in je kussen. Het betekent op verpakkingen kijken of er geen ei of gelatine aan te pas is gekomen en E-nummers ontcijferen om je ervan te verzekeren dat er geen sprake is van dierlijke toevoegingen.

‘Pas als je echt veganistisch gaat eten, word je ermee geconfronteerd dat dierlijke producten overal inzitten’, zegt stripmaker Merel Barends, die na twintig jaar vegetariër te zijn geweest nu een jaar veganist is. Bij het maken van een strip over dierenrechten kwam ze erachter dat ook voor een vegetarische levensstijl dieren geslacht worden: om melk te geven moet een koe geregeld kalveren, de stiertjes worden na een paar weken bij de moeder weggehaald om gemest te worden voor de slacht.

Eerst zat Barends ‘op een vegan high’. ‘Net als veel andere veganisten, zei ik ook dat het geweldig en supermakkelijk was. Maar na drie maanden was mijn repertoire niet alleen uitgeput, maar ook volledig afgekloven; niet wéér die kikker­erwten.’

Het hielp niet dat ze geen interesse heeft in koken. ‘Ik heb er een hekel aan en ik zoek ook niet graag naar recepten.’ Buiten de deur eten vindt Barends moeilijk, omdat de veganistische variant op de kaart vaak die kikkererwt niet voorbijkomt. ‘Meestal is het niet lekker en betaal je toch een tientje voor een broodje dat je niet te vreten vindt. Het doet me denken aan de tijd dat ik net vegetariër was en in elk restaurant een portobello voorgeschoteld kreeg omdat koks geen idee hadden wat ze met vegetariërs aan moesten.’

Ook bij anderen eten is ingewikkeld. ‘Ik wil mijn vrienden niet vragen veganistisch te koken, dat doe ik niet. Ik eet dan vegetarisch, niet veganistisch. Het is bullshit als mensen zeggen dat veganisme geen offer is. En waarom zou het erg zijn áls dat zo is? Gerechtigheid heeft een prijs.’

Gerechtigheid. Offer. Het zijn woorden die weinig moderne veganisten gebruiken. Te zwaar om de beweging laagdrempelig en toegankelijk te houden. Niet geschikt om het makkelijk te laten lijken. Vervreemdend voor niet-veganisten. De blijmoedige campagnes op Instagram, uithangborden als het Funky ­Vegan Festival en niet te vergeten de ­reclame die Hollywoodsterren maken voor het veganisme als duurzame en gezonde levensstijl, lijken veel effectiever.

Dat veganistisch eten per definitie ­gezonder is, is een fabel, blijkt onder ­andere uit een grote studie van Harvard University van vorig jaar: ‘vegan’, waar veel merken nu mee adverteren, kan net zo goed te vet, te zout of te zoet zijn als niet-plantaardige varianten. Het is overigens evenmin aangetoond dat veganistisch eten per se ongezonder is, al lopen veganisten wel het risico dat ze tekorten opbouwen van stoffen die planten niet aanmaken. Vitamine B12, nodig om processen in je lichaam te versnellen, moet bij een veganistisch dieet uit een potje komen.

Toch blijkt het gezondheidsargument ijzersterk. Van de deelnemers aan de ­Engelse variant van de Vegan Challenge – overwegend jonge vrouwen – deed 39 procent vooral om gezondheidsredenen mee.

Dat gezondheidsargument ziet psycholoog Saskia Vermeulen van de Ursulakliniek voor eetstoornissen terug in haar praktijk. Ze ziet veganisten steeds vaker in haar behandelkamer. ‘Gek genoeg hoor ik van veganisten in mijn omgeving dat ze geen dierlijke producten eten uit ethische overwegingen, maar in de kliniek is het argument vrijwel altijd dat mensen veganistisch eten uit gezondheidsoverwegingen.’

Veganisme biedt voor mensen die al een eetstoornis hebben of er een ontwikkelen een sociaal geaccepteerde uitweg om van alles niet te hoeven eten, een manier om ‘onzichtbaar’ minder calorieën te eten. ‘Voor ons is het dan zaak om goed te kijken of iemand veganisme ­gebruikt om niet te hoeven eten: of het echt uit overtuiging is of door een eetstoornis’, zegt Vermeulen.

Een bekend voorbeeld is de Blonde ­Vegan, een Amerikaanse blogger genaamd Jordan Younger. In 2014 beschreef ze hoe ze via haar veganistische levensstijl zichzelf steeds meer beperkingen oplegde. Naast dierlijke producten schrapte ze ook olie, suiker, dressing, gluten, tot haar haren uitvielen en ze oranje zag van de wortel en zoete aardappel – de enige koolhydraten die ze zichzelf nog toestond. Ze leed aan een obsessie met gezond eten, orthorexia, zo schreef ze. Ze wilde mensen waarschuwen, maar werd online vooral verketterd door andere veganisten om haar ommezwaai.

Is er echt iets aan het veranderen, of is veganisme voor een breder publiek een volgende voedselhype die we net als de antioxidanten-, glutenvrij- en superfoodshype zo weer vergeten zijn?

In Nederland is er geen drastische ­daling in de vleesconsumptie te zien. In België, Frankrijk en Engeland lijkt die wel te zijn ingezet. Hoe kan dat, als veganisme bij ons zo hot is en vegetariërs al jaren zijn ingeburgerd? Volgens Dé van de Riet, woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector, onderschatten mensen – en dan vooral de ‘flexitariërs’ – hun eigen vleeseterij. ‘Dan hoor ik: ik eet hooguit drie keer per week vlees, liefst van de biologische slager. Dan vergeten ze dat ze ’s middags of ’s ochtends vleeswaren op hun brood hadden en ze tellen vlees in kant-en-klaarmaaltijden en een gezellig etentje buiten de deur even niet mee.

‘Het is hip om je flexi of vega te profileren. Je redt de dieren en de planeet, zo is de suggestie, hoewel het daarvoor minder doet dan velen denken.’ Maar mensen zijn niet snel geneigd hun eetpatroon te veranderen, denkt Van de Riet. ‘De gemiddelde Nederlander heeft per week zo’n zeven recepten waaruit hij kiest. Vlees maakt daar voor velen een onlosmakelijk deel van uit.’

Broeikasgassen

Toch is op dit ogenblik de vleesconsumptie wereldwijd, zeker in het Westen, veel te hoog om op lange termijn houdbaar te zijn. De Wereldvoedselorganisatie FAO becijferde in 2013 dat de wereldwijde veehouderij verantwoordelijk is voor bijna 15 procent van de uitstoot van broeikasgassen.

Een groep wetenschappers berekende in mei hoeveel landbouwgrond nodig is voor de productie van dierlijke eiwitten: de vlees- en melkindustrie levert wereldwijd maar 18 procent van de calorieën en 37 procent van de eiwitten terwijl de productie van melkproducten en vlees 83 procent van de landbouwgrond inneemt. Een koe is enorm inefficiënt als je kijkt naar hoeveel calorieën ze oplevert.

Veganistisch eten op Vegan food festival in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent.

Tegen The Guardian zei onderzoeker ­Joseph Poore van de universiteit van ­Oxford: ‘Een veganistisch dieet is waarschijnlijk de enige echte manier om je impact op planeet aarde te verkleinen, niet alleen wat betreft broeikasgassen, maar ook wat betreft verzuring, eutrofiëring (bemesting van het water waardoor waterleven stikt door de overdaad aan algen), landgebruik en watergebruik. Het effect is veel groter dan minder vliegen of een elektrische auto kopen.’

De verhouding dierlijk/plantaardig is nu ‘uit het lood’, concludeert hoogleraar Martin Scholten van de Wageningen Universiteit, die onderzoek doet naar circulaire landbouw. ‘Onze landbouw is de afgelopen zestig jaar ingericht om zo goed, veel en goedkoop mogelijk dierlijke producten te maken. Dat heeft er in Nederland toe geleid dat we nu 70 procent dierlijke en 30 procent plantaardige eiwitten produceren.’ Met die verhouding kun je in 2050 bij lange na de wereldbevolking niet duurzaam voeden. Volgens Scholten zou de verhouding beter in balans zijn in een kringlooplandbouw die de natuurlijke bronnen niet uitput: met 50 procent dierlijke productie en 50 procent plantaardig.

Veganistisch eten op Vegan food festival in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent.

‘Geen dieren voor voedsel willen doden, is een persoonlijke ethische afweging en daar heb ik respect voor’, zegt Scholten. ‘Maar ik krijg de kriebels van gelegenheidsvegans die claimen dat dit de enige manier is om de aarde te sparen. Want dat is niet waar. Ik zie vaak een zwart-witblik, dat we met onze voedselkeus ook een keus maken tussen goed en slecht. De redenatie is dan dat de vermindering in je vleesconsumptie lineair loopt met de vermindering van de problemen die de vleesindustrie veroorzaakt.

‘Produceer je alleen planten dan kun je een aanzienlijk deel van wat je verbouwt niet eten; mensen verteren nu eenmaal geen maisstengels, bietenblad of gras. Daar heb je een koe, kip of varken voor nodig om dat weer om te zetten in eiwitten die mensen wel kunnen eten’, betoogt Scholten. ‘Met een volledig veganistische wereldbevolking zou je nog veel meer landbouwgrond nodig hebben en te veel biomassa weggooien. Dat kunnen we ons gewoonweg niet ­veroorloven.’

Toch zullen er meer veganisten, vegetariërs en flexitariërs nodig zijn om tot een verhouding te komen die één aarde kan dragen, denkt ook Scholten. Volgens de hoogleraar is er echter zo’n radicale omslag in de voedselproductie nodig dat je die niet alleen door een anders denkende consument bereikt. Scholten wijst naar de overheid die met beleid moet aansturen op een duurzame verhouding tussen dierlijke en plantaardige productie binnen een circulaire landbouw.

‘Daarmee creëer je schaarste en een hogere prijs voor dierlijke producten. Als je je de luxe wilt veroorloven om vlees en zuivel te consumeren, moet je weten dat het een exclusief product is dat zijn waarde heeft. Zo stuur je aan op een veelzijdige mix met goed gebruik van bijproducten, de enige weg naar duurzaamheid. Er mag best keuze zijn, voor vegans en voor meat lovers.’

Merel Barends, die zo’n moeite heeft met haar veganistische levensstijl, ziet het anders. Zij heeft haar hoop gevestigd op een heel nieuwe voedselontwikkeling: kweekvlees. In theorie – de techniek staat nog in de kinderschoenen – kun je met stamcellen een deel van een dier kweken. Het resultaat is een stuk vlees waar geen dier voor gedood is. ‘Mmm, dan kan ik gewoon weer zonder ethische bezwaren rookworst eten, of een broodje warm vlees, shoarma en ­kroketten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.