De Gids Madrid

Dwars door Madrid met een Nederlander in een Spaans lichaam

Als schrijver noemt hij zich Miquel Bulnes en werkt hij in Spanje. Als arts en microbioloog is Ekkelenkamp de naam en werkt hij in Utrecht. Hij gidst ons door historisch Madrid.

Miquel Bulnes in een tapasbar. Foto James Rajotte

Spaanse vrienden noemen hem ‘een Hollander opgesloten in het lichaam van een Spanjaard’. Je ziet het als Miquel Bulnes door Madrid wandelt: met een afstandelijke blik, maar de souplesse van een stierenvechter. Hij houdt deuren open voor vrouwen, springt op om hun tas te gaan halen als zij die vergeten zijn en klapt ritmisch op gitaarmuziek. Bulnes is een planner. De wandeling door Madrid die hij heeft uitgestippeld zal precies 7,2 kilometer bedragen.

De Spaans-Nederlandse schrijver Miquel Bulnes (1976) brak in 2011 door met Het bloed in onze aderen, een historische misdaadroman over de aanloop naar de Spaanse Burgeroorlog. Begin dit jaar verscheen zijn roman Reconquista, over de Middeleeuwen in Spanje. Hij pendelt tussen Utrecht, waar hij werkt als microbioloog, en Madrid, waar hij schrijft.

Foto James Rajotte

Als schrijver ruilde hij de naam Ekkelenkamp van zijn vader in voor de meer melodieuze van zijn Spaanse moeder. Naast zijn werk als arts en microbioloog in het Universitair Medisch Centrum Utrecht voltooide hij vijf romans. Zijn historische roman over de Spaanse oorlog tegen de Marokkaanse Rif-republiek in 1921, Het bloed in onze aderen, werd in 2012 genomineerd voor de Libris-literatuurprijs. Ook Reconquista werd juichend ontvangen.

In Nederland heeft hij altijd het gevoel gehad ‘niet helemaal thuis’ te zijn. Hij heeft er een baan en een Spaanse vriendin, maar als hij wil schrijven, gaat hij naar Madrid. Bulnes leeft niet in, maar tussen werelden: Nederland en Spanje, wetenschap en kunst. Je zou ook kunnen zeggen dat hij erboven zweeft. Analyserend, observerend, zich dikwijls verwonderend over menselijke grilligheid, zeker in Spanje.

We ontmoeten elkaar op de Plaza del Rey in de wijk Chueca, om de hoek van zijn huis. Je ontbijt er goedkoop: 6 euro voor toast met huevo revuelto (roerei), verse sinaasappelsap en café con leche. Vroeger was dit een door drugsverslaafden en hoeren bevolkte achterbuurt, maar sinds homoseksuelen de wijk ontdekten en geld meebrachten, is de boel opgeknapt. Dit deel van het huidige stadscentrum werd vanaf de 18de eeuw aangebouwd aan het oude, meer westelijk gelegen Habsburgse deel van Madrid, dat Filips II in 1561 tot hoofdstad van Spanje maakte.

We lopen via de in 1910 aangelegde verkeersader Gran vía naar de fontein van Cibeles, een van de neoklassieke bouwwerken waarmee koning Karel III Spanje eind 18de eeuw nieuwe allure gaf. Het paleis van Telecommunicatie dat begin 20ste eeuw tegenover de fontein gebouwd werd, is tegenwoordig het gemeentehuis, maar volgens Bulnes kun je er nog steeds postzegels kopen.

Met Manuela Carmena, de eerste vrouwelijke burgemeester van Madrid, die in 2015 via de linkse protestbeweging Podemos aan de macht kwam, waait een onorthodoxe wind. Op het gemeentehuis liet zij een vlag wapperen met de tekst ‘Refugees Welcome’. Onlangs maakte ze controversiële plannen bekend voor het storten van zand op het drukke verkeersplein Plaza Colón, voor de aanleg van een stadsstrand, door een bedrijf dat 8 euro per strandstoel vraagt.

Typerend voor de Spaanse politiek is dat wie wint, bepaalt, zegt Bulnes. Meerderheden hebben niet de gewoonte zich veel van de minderheid aan te trekken en ook de huidige minderheidsregering van premier Sánchez stelt zich zo op. Zonder zich vooraf te hebben vergewist van steun, ontketende de Catalaanse leider Puigdemont vorig najaar een opstand, om vervolgens in zijn auto te stappen en naar Brussel te vluchten. ‘De Nederlander in mij vraagt zich vaak af: waar is hier het overleg?’, zegt Bulnes.

Eten & drinken in het Madrid van Miquel Bulnes

La Castela
Gemoedelijk, verfijnd tapasrestaurant
Doctor Castelo 22

Bar Florida Retiro
Levendige bar in het park waar tout Madrid drinkt en danst
Paseo de Panamá, Retiropark

Bar Cock
Legendarische cocktailbar uit 1921 met nog altijd vaste klantenkring uit de film- en theaterwereld
Reina 16

Schoenen kopen

De mooiste espadrilles ter wereld staan bij Casa Hernanz. De Spaanse prinsessen dragen ze ook
Casa Hernanz Alpargatería, Toledo 18

Kunst bekijken

Wie niet in de lange rij voor het Museo del Prado wil staan, kan bij de Real Academia de Bellas Artes in alle rust een adembenemende collectie zien van onder anderen Goya, Velázquez en Zurbarán.
Alcalá 13

We lopen over de Paseo de Recoletos langs de Nationale Bibliotheek, waar Bulnes vaak werkt. Ze bewaren er alles wat ooit in het Spaans is gedrukt, zegt hij. ‘Als je wilt weten wat er dertig jaar geleden op een pak melk stond, vind je het daar.’

Zelf bestudeerde hij er het rapport dat generaal Juan Picasso (oom van de schilder) opstelde over de ‘ramp van Annual’, de verpletterende en voor het leger traumatische nederlaag tegen de Marokkaanse Riffijnen in 1921. Bij het standbeeld van Columbus, de door Spanje gefinancierde ontdekker van Amerika, slaan we rechtsaf richting de chique winkelstraat Serrano, in de woonwijk van de pijos (vrij vertaald: kakkers).

De Plaza de la Independencia (onafhankelijkheid) refereert weliswaar aan de triomf over Napoleon in 1814, maar de stadspoort van Alcalá die er in het midden staat, toont met haar neoklassieke grandeur juist de sterke invloed die Frankrijk op Spanje heeft uitgeoefend sinds een kleinzoon van Lodewijk XIV, Filips V, in 1700 op de Spaanse troon kwam.

Miquel Bulnes. Foto James Rajotte
Toeristen voor Puerta de Alcalá. Foto James Rajotte

Via de hoofdingang komen we in het Retiropark, dat in de 17de eeuw werd aangelegd als tuin van het inmiddels verdwenen buitenpaleis van Filips IV. Voor 8 euro huren we een roeibootje waarmee we door de vijver langs het monument voor Alfonso XII (1857-1885) varen. Eind 19de eeuw wist hij, nog net voor hij aan tuberculose overleed, een zoon te verwekken, zodat de Borbóns de troon behielden. Voorlopig althans, want opvolger Alfonso XIII vluchtte in 1931 naar Frankrijk, waarna het kruitvat dat onder de Spaanse kroon gestaan had, tot ontploffing kwam. Van 1936 tot 1939 slachtten conservatieven, liberalen, carlisten, regionalisten, socialisten en anarchisten elkaar af in een burgeroorlog die de hele westerse wereld raakte. Bij de moeder van Bulnes liep de frontlinie dwars door de familie heen. Haar vader was een officier die aan de zijde van Franco vocht en wiens jongere broer werd vermoord door anarchisten; haar moeder was kleindochter van een republikeins politicus (José Maria Esquerdo, tevens een bekend psychiater) die een linkse staatsgreep plande.

Miquel Bulnes roeit met een bootje door Retiro Park. Foto James Rajotte

De controverse, zegt Bulnes, werd nooit besproken. ‘Als mijn moeder erover vertelt, hoor ik veel emotie, maar nooit feiten. Misschien wilde ik daarom over die periode schrijven. Het is toch een manier van ordenen. ’

De paseo de Argentina, die het park uit leidt, wordt geflankeerd door een verzameling van schijnbaar lukraak geplaatste standbeelden van koningen, die tussen de 10de en de 16de eeuw in (delen van) het sinds 400 na Christus door Germanen, Arabieren, Joden en zigeuners bevolkte huidige grondgebied regeerden.

Na de burgeroorlog introduceerde dictator Franco in 1939 een nieuw nationaal concept. Spanje werd één land met één volk en één wil, die niet vertolkt werd door een koning maar door een militair. Hoewel de dictatuur veel slachtoffers maakte, glimlachen sommige oudere Spanjaarden nog vertederd als el Caudillo (de Leider) ter sprake komt. Spaanse tegenstellingen worden door buitenlanders vaak verkeerd geïnterpreteerd, zegt Bulnes. ‘Vijand’ is een relatief begrip. ‘Spanjaarden kunnen zich vreselijk druk maken, maar leggen zich ook altijd weer verrassend makkelijk bij de feiten neer. Politieke discussies eindigen meestal met de constatering dat er nu eenmaal toch niets aan te doen is. En aan het eind van de dag belandt iedereen weer in hetzelfde café.’

We lopen langs de straat Alfonso XI, waar Ernest Hemingway in het voormalige Gaylord Hotel ‘de tijd van zijn leven had tijdens de burgeroorlog’, zoals Bulnes droogjes opmerkt. Als we de Paseo del Prado zijn overgestoken, schittert verderop in de zon het parlementsgebouw, dat in de namiddag van 23 februari 1981 werd bestormd door luitenant-kolonel Antonio Tejero. Ook een voorbeeld van beroerde planning, zegt Bulnes. ‘Hij schoot wild in het rond, zijn handlangers in Valencia stonden met hun tanks al voor het gemeentehuis. Maar een plan ontbrak.’

Koning Juan Carlos, door Franco tot staatshoofd benoemd, maar na diens dood democraat geworden, spoedde zich naar het nabijgelegen Palace Hotel, waar zich loyale legeroffcieren hadden verzameld. Die avond vroeg hij tijdens een legendarisch geworden televisietoespraak om steun aan het parlementaire systeem. De volgende dag gaven de coupplegers zich over.

Tijd voor een drankje op de Plaza de Jesús bij Taberna la Dolores, waar niemand vreemd opkijkt als je ’s ochtends een biertje bestelt. We zijn nu in de zogeheten ‘wijk der letteren’ waar Spaanse schrijvers als Cervantes, Quevedo en Lope de Vega hun straat hebben. Het verderop gelegen Lavapiés, vroeger een achterbuurt, is tegenwoordig een van de gezelligste wijken van Madrid, met cafés, eettentjes, winkels en de markt van San Fernando.

Taberna La Dolores. Foto James Rajotte

De gentrificatie heeft kleine middenstanders die in hun etalage badschuim van Fa uitstallen, nog niet uit het stadscentrum verdreven. Oude contracten met huurprijzen van soms maar 20euro per maand bieden voorlopig bescherming, zegt Bulnes, maar nu de huizenprijzen sinds de zware crisis van 2007 weer hard stijgen en de houders van de gunstige contracten langzamerhand uitsterven, zullen ze binnenkort wel verdwijnen.

Bij Plaza Mayor staat dagelijks een lange rij geduldige klanten voor Casa Hernanz, dat sinds 1840 espadrilles fabriceert, naar verluidt ook voor de koninklijke familie. Dit plein, waar Madrilenen tegenwoordig komen voor een broodje calamares, was in de 17de eeuw het decor voor de beruchte ‘auto-da-fé’s’, de vrijwillige bekentenissen waarmee ketters konden bewerkstelligen dat ze, zoals Bulnes zegt, ‘niet levend verbrand, maar eerst gewurgd’ werden.

In de calle Mayor lopen we langs het raam van waaruit de Catalaanse anarchist, Matteu Morral, in 1906 een aanslag pleegde op koning Alfonso XIII, toen die op zijn huwelijksdag per koets voorbijreed. De in een bos bloemen verpakte bom, die hij van drie hoog naar beneden gooide, ketste af op de tramleiding en doodde zo in plaats van de koning, 29 omstanders.

Gezien de vele revolutionaire gebeurtenissen in Spanje is de continuïteit in het land opmerkelijk. Men eet er grofweg nog dezelfde gerechten en danst er nog op dezelfde muziek als een eeuw geleden. De huidige koning van Spanje, Filips VI, stamt in directe lijn af van Alfonso XIII. ‘Vergeet niet dat de Spanjaarden in de 16de eeuw de bureaucratie uitvonden, zegt Bulnes. ‘Wat er ook gebeurt, het systeem stempelt door.’

Miquel Bulnes voor de ingang van Sala Equis, een filmhuis in Madrid. Foto James Rajotte

We zijn aangekomen bij het over een 9de-eeuws Moors fort heen gebouwde Koninklijk Paleis, dat uitkijkt over de indrukwekkende hoogvlakte van ‘La Meseta’. Terwijl de zwager van koning Filips deze week is begonnen met het uitzitten van zes jaar gevangenisstraf wegens corruptie en de reputatie van zijn vader, Juan Carlos, aan diggelen ligt na onthullingen over minnaressen en het doden van olifanten, gaan de officiële ontvangsten hier verder. De monarchie functioneert, maar is niet populair. Eenvormige nationale geestdrift is Spanjaarden van nature nu eenmaal vreemd, zegt Bulnes. Hun hart gaat uit naar regionaal gevormde tradities.

Maar trouw aan wie of wat betekent dan de Spaanse vlag, die sinds de Catalaanse opstand overal aan de Madrileense balkons hangt? ‘In de eerste plaats toch aan de Spaanse staat’, zegt Bulnes. ‘Madrilenen hebben zich vorig jaar voor het eerst gerealiseerd dat het bestaan van hun land geen vast gegeven is, dat sommige politici proberen een grens te trekken, dat zij buitenlanders willen maken van Madrilenen in Catalonië en vice versa, terwijl iedereen over en weer familie heeft. Die dreiging, nooit eerder zo sterk gevoeld, heeft nationalisme doen ontbranden, waarvan we dachten dat het met Franco was begraven.’

Tapas in La Castela. Foto James Rajotte
Florida Retiro. Foto James Rajotte

’s Avonds serveren joviale maar precieze obers aan de bar van restaurant La Castela tapas, die het midden houden tussen traditioneel Spaans en subtiel Frans: van gefrituurde inktvisjes (chipirones) en Iberische ham (jamon Bellota) tot bladerdeegtaartjes met tonijn en paprika (milhojas de Ventresca). Bij bar Florida Retiro, in het Retiro Park stroomt later die avond half Madrid, jong, oud, arm en rijk, samen voor flamencomuziek.

We besluiten de avond in Bar Cock, een uit 1921 stammende cocktailbar die model stond voor een nachtclub in Het bloed in onze aderen. De luiken zouden er dicht zijn, een geheime gang, verbonden met een meer respectabel café aan de achterzijde bij Gran vía, zou clandestiene afspraakjes mogelijk maken. Rond één uur vallen met een harde knal de luiken dicht.

Maar die gang, meldt Bulnes even later na een korte inspectie, is tegenwoordig afgesloten.

In een eerdere versie van dit artikel werd geschreven dat de Burgeroorlog plaatsvond van 1933 tot 1936. Dat moest zijn van 1936 tot 1939.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.