De gids Uit eten

Dit Afghaanse restaurant in Rotterdam is reusachtig, hysterisch en gastvrij

In Afghaans restaurant Helai in Rotterdam komt een parade van gerechten voorbij in een uitzinnig decor.

Helai, het reusachtige Afghaanse restaurant in Rotterdam. Beeld Els Zweerink

We zijn in het gebied aan de voet van stadion De Kuip in Rotterdam-Zuid. Op dinsdagavond is het stil en guur rond de grote Pathé-bioscoop die er de publiekstrekker is. Na een korte wandeling over lege parkeerplaatsen en langs verlaten bowlinghallen en vreetschuren zien we aan het tochtige stuk langs de Nieuwe Maas een rood lopertje liggen van nog geen meter lang, compleet met afzetpaaltjes en rode koorden - een piepklein warm welkom voor wat een reusachtige zaak blijkt. Binnen bij het Afghaanse restaurant Helai is het warm en gezellig druk.

Het restaurant biedt een staaltje edelkitsch waarbij menig geschifte dictator zijn vingers zou aflikken. Aan het verrassend hoge plafond schijnen honderden oosterse lampen, er zijn namaakpalmen, overal blinkt wit marmer en er is zelfs een klaterende fontein. Aan het plafond hangt een geplooid wit laken zo gigantisch dat het niet had misstaan in de Witte Reus-reclame met die helikopter en daarop schijnen weer andere lampen gekleurd licht: zachtroze, dan paars, dan blauw en weer roze. Uit de boxen klinken saxofooncovers van jarentachtighits, afgewisseld met het oosterse getokkel van de oed. Het is allemaal vrij hysterisch, maar omdat de zaak zo groot is en de ontvangst zo prettig, is het eerder imposant dan storend.

Restaurant Helai

Piet Smitkade 160, Rotterdam

Grote, vriendelijke zaak met gemêleerd publiek. Afghaanse ‘rijsttafel’ met voor- en nagerecht voor € 29,95. Ook geschikt voor vegetariërs.

helai.nl

Cijfer: 7,5

Volgens eigenaar Haroen Peigham, die ons vriendelijk welkom heet, is dit een vrij rustige avond: ‘Op zaterdag hebben we regelmatig meer dan vierhonderd gasten.’ Hij vluchtte in 2003 uit Afghanistan naar Nederland, maakte ondanks allerlei tegenslag razendsnel carrière in de horeca en begon dik twee jaar geleden deze zaak. Het publiek is opvallend gemêleerd: we zien havenarbeiders naast hipsters, gehoofddoekte vriendinnenclubs naast een grote, feestelijk uitgedoste Oost-Afrikaanse familie, stellen met baby’s en senioren met windjacks. ‘Er komen hier ook wel Afghanen’, zegt de eigenaar, ‘maar gastvrijheid wordt in Afghanistan gezien als de grootste deugd en wij willen gastvrij zijn voor iedereen.’ Dus het vlees is halal, maar er wordt ook alcohol geschonken. Er zijn kloeke kebabs en dikke lamsschenkels, maar er is ook een uitgebreid vegetarisch menu. Het loopt als een tierelier.

Ook de bediening is allerhartelijkst: ‘Wat gezéllig dat jullie er zijn’, zegt de jongedame die ons naast de fontein aan een tafeltje zet. ‘Hoe hebben jullie ons gevonden? Hebben jullie wel eens Afghaans gegeten of is dit de eerste keer?’ Ze raadt ons de ‘Afghaanse rijsttafel’ aan, een uitgebreide kennismaking met de keuken die bestaat uit een pilav en daarbij een combinatie van hoofd- en bijgerechten. Inclusief voor- en nagerecht kost dat € 29,95. Een en ander wordt desgewenst onbeperkt aangevuld. Wij zeggen dat ons dat wel wat lijkt, maar dat we daarnaast ook graag het gemengde voorgerecht en de kebab willen proberen, en liever het Afghaanse dessert dan de chocoladetaart die in het menu zit. ‘Dat is natuurlijk geen enkel probleem, hartstikke prima zelfs!’ zegt ze meteen. Voor het royale gemengde voorgerecht rekent ze een supplementje van € 3,50, voor de bijgeleverde kebab € 7,50. Welwillend en flexibel - zo zien we het graag.

Die proeverij van voorgerechten bestaat uit een soep, drie deegbuideltjes en een gevulde pannekoek. De ash, op de kaart aangeprezen als ‘oma’s groentesoepje’, is stevig en smakelijk gevuld met kikkererwten, nierbonen en vermicelli. De mantu is een soort ravioli gevuld met gehakt en ui, en de ashaak de vegetarische versie gevuld met prei. Ze zijn wat slappig en hier en daar gebroken en ze lijken ons gekookt in plaats van gestoomd zoals gebruikelijk is. De smaak is evenwel erg goed, vooral ook door de stevige saus met tomaat, splitlinzen en kalfsgehakt en de frisse yoghurt waarmee ze worden geserveerd.

Bolani is een ongerezen platbroodje - vergelijkbaar met een rotiplaat of quesadilla - dat gevuld kan zijn met bijvoorbeeld prei, linzen, pompoen of aardappel. Die laatste serveren ze hier, en het resultaat is heet, vers en lekker. Ook de met veel groenten gevulde gefrituurde sambousa (een soort Indiase samosa, maar dan met milde specerijen) smaakt goed. We krijgen er een pittige chutney van groene pepers en koriander bij.

Mantu: pastabundeltjes met gekruid gehakt. Beeld Els Zweerink

Dat was al een hele optocht aan indrukken, en dan moet de pilavtafel nog komen. Die wordt geserveerd op een lazy suzan, zo’n geinig draaiend dienblad, met in het midden de Afghaanse rijst of kabuli palau. Dat betekent overigens niet dat deze rijst uit Kabul komt, maar gewoon dat het hier ‘geweldige rijst’ betreft: kabuli palau is zo’n beetje Afghanistans nationale gerecht. Langkorrelige basmatirijst wordt gekookt met bouillon, olie en saffraan en geserveerd met gekarameliseerde wortel, amandel en rozijnen - heel prima. In bakjes daaromheen staan alle verschillende gerechtjes, waarvan we de groentegerechten met kop en schouders boven het vlees vinden uitsteken: een heerlijk kruimige en net een tikkie pittige aardappelstoof (kurma); een geweldige spinazieschotel met zwartoogboontjes die sabzie heet en doet denken aan de beroemde Indiase saag- of palakschotels, met veel notige fenegriek en ook weer een beetje pit; zijdezachte aubergines in tomatensaus en goede pompoencurry met knoflook. De vleesgerechten steken daarbij een beetje bleekjes af: er is weliswaar een prima kurma van kippendij en ook de op houtskool gegrilde gehaktspies is smakelijk, maar de dopjaza van gestoofd kalfsvlees is droog, met ui die nog knarst. De plofkipkluifjes (je herkent plofkippen meteen aan hun zielig korte en knotsige pootjes) hadden ook niet gehoeven, en de gehaktballen in de kofte kurma zijn groot en saai - al is de linzen-tomatensaus daarbij wél erg goed.

De hybride keuken

Afghanistan ligt op het kruispunt van India, het Midden-Oosten, Centraal-Azië en het Verre Oosten en is in de geschiedenis door ongeveer de halve wereld bezet geweest. Dat soort gebieden heeft vaak een interessante, hybride keuken waarin je uiteenlopende invloeden terugvindt. Bovendien hebben deze landen, toeval of niet, gastvrijheid vaak hoog in het vaandel staan.

In de Afghaanse keuken zien we dus gerechten, smaken en bereidingswijzen die ons bijna Grieks voorkomen, met aardappel, gehakt en aubergine, maar ook smaken die we vooral kennen uit de Levant (rozenwater, granaatappel) en kurma’s (curry’s) die aan India doen denken, Turkse kebabs en zelfs gestoomde dumplings die niet zouden misstaan bij Chinese dim sum. Voor het platte naan- of chapatibrood wordt gebruikgemaakt van de kleioven die tanour of tandoor wordt genoemd: die staat in Nederland bekend als Indiaas, maar wordt in heel Centraal-Azië uitbundig gebruikt. De precisie waarmee de rijst wordt gegaard, rijk met noten, saffraan, vruchten en zoete wortel, doet denken aan de verfijnde Perzische keuken. Afghaans eten is rijker aan specerijen dan het eten uit het Midden-Oosten, maar minder vet en pittig dan die van India en Pakistan.

Het is bitterzoet dat betwist land zulke verrukkelijke gerechten voortbrengt, want er ligt veel leed aan ten grondslag. Vrijwel alle Afghaanse restaurants die de afgelopen jaren in Nederland opdoken zijn geopend door mensen die voor geweld zijn gevlucht

Melkpudding gebonden met rijstebloem of maizena en op smaak gemaakt met rozenwater, specerijen en knapperige nootjes - het is zo’n gerecht dat dermate lekker en succesvol is dat alle volkeren van Turkije tot en met Sri Lanka zich er wel een versie van eigen hebben gemaakt. In Afghanistan heet-ie kinli.

We kijken verbaasd naar de royale schaal custard die we op tafel krijgen en denken even dat het aan het licht ligt, maar de firni blijkt hier écht millennial pink; biggetjesroze. ‘Kleurstof!’ zegt de serveerster vrolijk. ‘We maken hem ook wel eens blauw of groen.’ De pudding is fijn van textuur en niet te zoet, zwaar geparfumeerd en dik in de kardamom - daar moet je van houden, we proeven hem de volgende ochtend nog.

We vinden Helai een fijne, gastvrije zaak en, ondanks een slordigheidje hier en daar, beslist een aanrader.

h.versprille@volkskrant.nl

Afghaanse rijsttafel. Beeld Els Zweerink

Op zoek naar een fijn restaurant of benieuwd naar waar het lekker eten is bij u in de buurt? Bekijk de kaart hieronder en lees het oordeel van Hiske Versprille en haar voorganger Mac van Dinther. Zoom in om de locaties te zien en klik op het icoontje om de restaurants te bekijken en het bijbehorende artikel te lezen. Is de kaart niet zichtbaar op je mobiel, of wil je liever een grotere versie? Klik dan hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.