Die ene patiënt Afgewezen kindje

Deze medisch maatschappelijk werker leerde veel van een afgewezen kindje

Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: medisch maatschappelijk werker Tineke Westdijk (56).

Beeld Tzenko Stoyanov

‘De verpleegkundige die me belde, klonk zenuwachtig, bijna in paniek. Ze had net geholpen bij een bevalling en de baby had het Downsyndroom. Je moet nu komen, zei ze: de moeder wil er niks mee te maken hebben, ze wil het kindje niet. De verloskamers waren op de zesde verdieping van het ziekenhuis, ik pakte de lift en had maar een paar minuten om na te denken. Wat moest ik doen? Ik had geen idee wat ik kon verwachten.

‘Toen ik de kamer binnenkwam, lag de moeder met haar rug naar haar kind toe, ze weigerde om het te zien. De vader liep op me af en nog voordat hij zich voorstelde, sprak hij een zin uit die me nu, na twintig jaar, nog altijd kippenvel bezorgt. Hij zei: dit vogeltje moet uit het nestje.

‘Ik keek naar de baby, het was een meisje. De verpleegkundige liep onrustig heen en weer. Ze had al geprobeerd de moeder te overtuigen, ze had gezegd dat kinderen met Down ook lief en vrolijk kunnen zijn, maar dat had allemaal niet geholpen.

‘Ik heb eerst rustig met ze gepraat. De moeder was verdrietig maar vooral boos. De hele zwangerschap had ze het idee gehad dat er iets niet klopte, ze had een sterk voorgevoel dat haar kindje een afwijking had, maar de verloskundige had haar zorgen voortdurend weggewimpeld. Het was in een tijd dat er nog nauwelijks prenatale screening bestond. Ze was jong, de controles wezen niet op problemen, er was geen aanleiding geweest voor extra onderzoek. En nu bleek dat ze al die tijd gelijk had gehad. Waarom had de verloskundige niet geluisterd? Wij kunnen dit niet aan als ouders, zei ze.

‘De baby moest medisch worden onderzocht op de kinderafdeling, een paar etages lager. Prima, zei de moeder, hoe verder weg, hoe beter. Haar houding riep in het ziekenhuis veel emoties op. Artsen en verpleegkundigen waren boos en verontwaardigd. Hoe kún je zo zijn als moeder, vroegen ze zich af, hoe kun je nou je eigen kind afwijzen? Ze vonden dat we het meldpunt kindermishandeling moesten bellen en het kindje bij hen moest worden weggehaald. Ik liet me aanvankelijk meevoeren door die emoties maar al snel begon ik te twijfelen. Als we de ouders tijd zouden geven en niet onder druk zouden zetten, was er misschien een oplossing mogelijk.

Medisch maatschappelijk werker Tineke Westdijk Beeld RV

‘Een dag later ben ik met ze naar de kinderafdeling gegaan. Daar zag de moeder haar dochter voor het eerst. Drie minuten, toen wilden ze weer weg. Stap voor stap heb ik geprobeerd om de band met hun kind te versterken. Ik wees op details, vroeg op wie het meisje leek. De vader liet zich aanvankelijk leiden door de afweer van zijn vrouw, maar begon gaandeweg toch contact met zijn dochter te zoeken. Na een paar dagen maakte hij een foto. Het bleek een mijlpaal, daarna ging het voorzichtig beter.

‘Niet te snel oordelen, dat is wat ik in die periode heb geleerd. Geleidelijk aan kreeg ik door wat er aan de hand was. Hun afwijzing kwam voort uit boosheid, maar ook uit angst. De ouders hadden een verkeerd beeld van het Downsyndroom. Ze waren bang voor wat hun kind te wachten stond, bang dat ze niet voor haar konden zorgen. Ze hebben naar video’s gekeken van oudere kinderen met Down en zo is dat schrikbeeld langzaam verdwenen.

‘Sindsdien heb ik in mijn werk durven vertrouwen op mijn gevoel. Want wat ik hoopte, is uiteindelijk ook gebeurd. Het heeft twee maanden geduurd, toen hebben ze hun dochter uit het ziekenhuis opgehaald en mee naar huis genomen. Na een jaar was alles in orde. Het meisje begon te lachen en te brabbelen, ze kregen contact met haar. Je gunt een kind liefdevolle ouders maar dat kun je niet afdwingen. De liefde had tijd nodig. En de tijd heeft zijn werk gedaan.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.