De winter op glad ijs begeven?

Voor een weekje wintersport heb je helemaal geen bergen nodig. Waarom zou je bijvoorbeeld niet gaan schaatsen over eindeloze Zweedse meren.

Fika, de traditionele Zweedse picknick.Beeld Christian Andersson & Christian van Dartel

Op het eerste gezicht lijkt het een matig geslaagde practical joke. Een verbodsbord met daarop een duikend poppetje op de grens tussen een bos en een sneeuwvlakte. Tot bij nadere inspectie onder de sneeuw de contouren van een steiger zichtbaar worden. Dan besef je: hier begint het Runn-meer, 's zomers een geliefd watersportgebied in Midden-Zweden,

's winters een besneeuwde ijsvlakte van 20 kilometer lang en 8 kilometer breed, omzoomd door sparren, als een horde zwijgende toeschouwers in witte jassen. Met samengeknepen traanogen tegen de zon inkijkend, ontdek je een schoongeveegd parcours, dat voortkronkelt tot waar de sneeuw de wolken raakt.

Het is zo'n wintermorgen waarop ademen voelt als priklimonade. Het plaatje lijkt te mooi om waar te zijn en even komt de gedachte op dat bij het minste of geringste geluid dit wintersprookje in rook op zal gaan.

Van dergelijke remmingen hebben de twee mannen die op een stief tempo de heuvel af komen klossen duidelijk geen last. Eenmaal op de steiger halen ze ijzers uit hun rugzak, klikken die routineus onder hun schoenen en glijden weg. De eerste slagen wat houterig, daarna met grote flaneerderige zwieren. Ze schaatsen anders dan Nederlanders, niet in de laatste plaats omdat ze skistokken bij zich hebben.

Al snel zijn ze niet meer dan twee silhouetten tussen tientallen eilandjes. Volgens een lokale mythe liggen er in het Runn-meer net zoveel eilandjes als er dagen in het jaar zijn.

Het is als schaatsminnende Nederlander moeilijk om niet hysterisch blij te worden bij het zien van zoveel ijs, ijs dat op de plekken waar de sneeuw is weggeveegd ook nog eens gitzwart blijkt te zijn. IJs waarvan je bovendien niet hoeft te vrezen dat het volgende week weer is weggedooid, want de meren van Midden-Zweden zijn meestal van december tot eind maart bevroren.

En die meren zijn niet eens zo heel ver van huis. Het Runn-meer ligt in het zuiden van de provincie Dalarna, tweeënhalf uur rijden van Stockholm.

Op het Zweedse ijs ontbreken de massa's die we in Nederland gewend zijn als het vriest. Deels komt dat omdat de verhouding tussen de hoeveelheid ijs en de bevolkingsdichtheid nogal anders is dan in Nederland, maar ook omdat de Zweden hun bevroren meren niet zozeer zien als bron van volksvermaak, maar in de eerste plaats als een praktische bijkomstigheid van de lange winters.

Met schaatsen of een slee kwam je in het autoloze tijdperk een stuk sneller van A naar B dan als je om de meren heen moest wandelen of rijden. De Zweedse kluunschaats, met dikke ijzers en een gevoerde schoen, is niet ontworpen om wedstrijden te schaatsen, maar om lange tochten af te leggen, een soort wandelschoenen voor op het ijs. Letterlijk, als je de ijzers uit de langlaufbindingen klikt, houd je bergschoenen over.

Zweden schaatsen bij wijze van winterwandeling, of op zoek naar een goede stek voor het ijsvissen, warm aangekleed en met in de rugzak een Fika, de traditionele Zweedse picknick met drie basisingrediënten: buitenlucht, kaneelbollen en koffie uit de thermoskan. En in de meeste gevallen ook nog iets sterkers voor in de koffie.

Een potje curling op het ijs.Beeld Christian Andersson & Christian van Dartel

Hoe kom je er?

KLM vliegt meerdere keren per dag naar Stockholm. Een retour kost ongeveer 250 euro. Vanuit Stockholm is het tweeënhalf uur rijden naar Falun. Op visitdalarna.nl vindt u een overzicht met beschaatsbare meren en actuele informatie over de kwaliteit van het ijs. Materiaal huren kan onder andere op camping Främby Udde, bij het Runn-meer: frambyudde.se

Maar op het Runn-meer schiet de laatste jaren ook de Nederlandse schaatstraditie wortel. Elke zaterdagmorgen om half 9 verzamelt een groep schaatsers zich op de steiger, wachtend op Thomas Plahn, voorman van de Dalarna Active Skaters. Krasse mannen en een enkele vrouw, op de nieuwste modellen klapschaats. Sommigen zijn zelf naar Friesland geweest om ze op maat te laten maken.

Ze verkondigen het evangelie van het Nederlandse schaatsen met het onmiskenbare fanatisme van bekeerlingen. De winnende olympische tijden van Sven Kramer kennen ze uit het hoofd. En het blijft niet bij praatjes, hun tempo ligt hoog, diep door de knieën in een treintje. Alsof ze vanavond ergens in de buurt van Sneek een stempelpost moeten halen.

Het geveegde parcours, bij gunstige omstandigheden 50 kilometer lang, schaatst perfect, soms midden over de immense bevroren vlakte, dan weer langs de oever, waar bossen worden afgewisseld door zomerhuizen, of de rood bakstenen schoorstenen van lang geleden verlaten fabriekjes.

Dalarna is een van Zwedens oudste industriegebieden, vanwege de grote kopermijn in Falun. Koper was, voor de tijd van Volvo en IKEA, een belangrijk Zweeds exportproduct. De mijn werd in de jaren tachtig gesloten en staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst.

Af en toe tuft een grote man op een klein veegwagentje voorbij, een verbouwde sneeuwscooter met borstels ervoor. 'Gepensioneerden uit de buurt', zegt Thomas Plahn. 'Mannen die deze taak onbezoldigd op zich nemen, omwille van het ontluikende schaatstoerisme.'

Als in de loop van de morgen meer mensen op de geveegde parcours verschijnen, zijn in het voorbijgaan flarden Nederlands en Duits hoorbaar. De bescheiden aantallen binnen- en buitenlandse schaatstoeristen logeren op de camping Främby Udde, in de rode houten blokhutten langs de waterkant. De receptie van de camping verhuurt schaatsen, maar organiseert ook wildsafari's en ijsvisexpedities.

Vanaf het moment dat het begint te schemeren, gaat van de van ver af zichtbare verlichte ramen van het restaurant van Främby Udde een magnetische werking uit, zowel voor de ingevlogen Nederlanders als voor de tourschaatsende Zweden. Het Pippi Langkoushuis noemen Nederlanders de houten villa, vanwege de scheve torentjes en de vanille-gele veranda's.

's Avonds schaft de pot elandenbiefstuk met aardappelpuree en een saus van Zweedse vossenbessen. Zo eindigen twee verschillende schaatstradities in dezelfde eetkamer, waar de hitte van de grote tegeltjeskachel de met bloemetjesvitrage behangen ramen doet beslaan.

Het Runn-meer is in al zijn sprookjesachtigheid een goed beginpunt voor een ontdekkingreis naar het Zweedse schaatsen, maar de omgeving heeft meer te bieden. Wie zich alleen op het ijs en de wereld wil wanen, moet beslist een auto huren en naar een van de kleinere meren in de buurt rijden, zoals Flosjön, dat begint in het afgelegen dorp Dala-Floda.

Hier geen geveegde banen, maar een half met sneeuw bedekte, half schoongewaaide ijsvloer met af en toe een indrukwekkend kistwerk, een scheur in het ijs waarvan de twee tegen elkaar aangevroren kanten een barrière van wel een halve meter hoog vormen. Hier komen stevige kluunschaatsen en stokken pas echt goed van pas.

Zomaar op de bonnefooi wegschaatsen is op meren als Flosjön niet zonder risico's, vanwege de in het meer uitmondende stromende riviertjes, die het ijs op sommige plekken onbetrouwbaar maken, en omdat je in de wirwar van vertakkingen zomaar kunt verdwalen.

De oplossing is plaatselijke schaatsgids Wolfgang Immler, een Duitse zeventiger die jaren geleden zijn tandartsenbestaan in Berlijn opgaf toen hij in Dala-Floda de Noorse Randi ontmoette. Ze bleven er wonen en schaatsen.

Beiden kennen het ijs op hun duimpje en schaatsen naar eigen zeggen onder alle omstandigheden, zelfs tijdens een flinke februaristorm, gekleed in wollen trui en knickerbocker, een set ijspinnen om de nek en een sneeuwbril tegen de felle noordoostenwind.

Het Runn-meer tijdens zonsondergang.Beeld Christian Andersson & Christian van Dartel

Met wind mee hoef je niet eens te schaatsen, voortgestuwd over het meer dat steeds lijkt op de houden, maar toch na elke bocht tussen de bomen nog kilometers verder blijkt te gaan. Als je al glijdend in de spiegel van het ijs kijkt, zie je een omgekeerde wereld, naar beneden groeiende bomen en het staalkleurige wolkendek daaronder.

Waar eindigt dit? Misschien wel nooit, mijmer je, hopelijk nooit. Maar dan komt het moment dat doordringt dat je straks nog terug moet. Tegen de wind.

Voor het zover is, maakt Wolfgang een stop bij een eilandje dat zo klein is dat het zomerhuisje, de houten sauna en de drie dennen er maar ternauwer-nood op passen. 'Dit is ons eiland.' Hij kocht het toen hij tijdens een van zijn omzwervingen ontdekte dat het te koop stond, net als veel kleine eilandjes hier.

De terugweg is een kwestie van gestaag opkruisen, als een zeilboot in zwaar weer. Op de winderigste stukken klemt Wolfgang zijn skistokken onder zijn armen en houdt ze naar achteren, zodat Randi de uiteinden kan grijpen en uit de wind kan zitten. Een navolgenswaardig voorbeeld.

Tijdens een adempauze wijst Randi op verse sporen in de sneeuw: een wolf, zegt Wolfgang. Een wolf? Ja, die zitten hier, net als beren en veelvraten. Gelukkig fonkelen in de verte de geruststellende lichtjes van de houten boerderijen van Dala-Floda.

Daar wacht het Dala-Floda Värdshus, een ecologische B&B in een boerenhoeve, even sober als romantisch ingericht. Als je de met strooizout bevlekte Volvo's op het erf wegdenkt, waan je je in een tekening van Carl Larsson, de 19de-eeuwse Zweedse kunstenaar, die het boerenleven in Dalarna vastlegde in een serie wereldberoemd geworden romantische prenten.

De dorpssauna, een klein houten gebouwtje tussen de verzakte botenhuizen aan de oever van Flosjön, lijkt rechtstreeks van zo'n prent afkomstig. De burgermeester komt persoonlijk de sleutel brengen, en een mand biertjes, want die horen nu eenmaal bij een saunabezoek - evenals de verplichte duik in het ijswater.

Als je die achter de rug hebt en je daarna in die paar seconden tussen gloeien en rillen buiten blijft staan kijken hoe het donker neerdaalt over het ijs waarop je net nog schaatste, kan de gedachte opkomen die onder Nederlandse schaatsfanatici grenst aan heiligschennis: dat schaatsen in Zweden minstens net zo magisch is als schaatsen in Nederland.

De blokhutten van camping Främby Udde.Beeld Christian Andersson & Christian van Dartel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden