recept de volkskeuken

De Volkskeuken: spijbelsoep die smaakt naar een tijd waarin geluk heel gewoon was, net als het eten van vlees

De suggestie voor de dagelijkse dis van uw Volkskok. Vandaag: ouderwetse groentesoep, hoofdgerecht voor 4 personen.

Ouderwetse groentesoep Beeld Marcus Huibers

Terwijl scholieren op het Malieveld demonstreerden voor het klimaat, bezocht ik mijn maatslager. De man heeft het niet makkelijk dezer dagen. Zelfs zijn eigen dochter had tijdens het avondmaal geopperd om eens wat minder vlees te eten. Het gesprek aan de slagerstafel viel meteen stil.

‘Zul je zien, gaan die spijbelaars zo gauw het gaat regenen allemaal naar McDonalds, om diepgevroren bordkarton uit Argentinië te vreten’, sprak hij profetisch.

Mijn slager heeft zijn hele leven, net als zijn vader, vreugde in het leven der mensen gebracht door vlees te verkopen. Hele dieren komen bij hem binnen, prachtig vlees, dat hij van snuit tot staart verwerkt. Niets gaat verloren. Laatst kwam zo’n clubje klimaatkinderen ‘controleren’ hoeveel ‘dierlijk product’ er verspild wordt in zijn slagerij. Ze konden niks vinden.

Ja, we moeten minder vlees eten, maar dat begint met anders vlees eten. Nooit meer naar de supermarkt, met zijn plastic massagraven van geportioneerd dood dier. Alleen nog maar naar de echte slager, die ons naast een lekker stukje ribkotelet ook een zak soepbeenderen meegeeft, en een varkensstaart, om een ouderwetse bouillon van te trekken. Gooi wat runderbotten, een mergpijp en een varkensstaart in een pan water, laat het eindeloos trekken, en je proeft hoe soep vroeger smaakte, toen geluk nog heel gewoon was, net als het eten van vlees.

Vraag uw slager om soepbeenderen. Die van mij gaf me gewrichten, een camelot (schenkel met vlees en been) en een mergpijpje mee. Doe de botten met de varkensstaart, uien, stengels bleekselderij en laurierblaadjes in een ruime soeppan en schenk er drie liter water bij. Breng aan de kook, maar draai daarna het vuur lager. Schep het grijze schuim af dat in het begin boven komt drijven. Trek de bouillon vijf uur net onder het kookpunt en met het deksel schuin op de pan. Schenk de bouillon door een schone thee- of kaasdoek in een zeef, en zet een nachtje in de koelkast. Gooi de botten weg, maar bewaar het soepvlees en merg.

Schep het vet dat gestold is weg. Verwarm de bouillon, en voeg zout en peper naar smaak en de bouillonblokjes toe. Kneed het varkensgehakt goed door met wat zout, en draai er kleine balletjes van. Doe de balletjes met het soepvlees, merg en de fijne groenten bij de soep, en laat 15 minuten garen. Serveer de soep in diepe borden, en garneer met fijn gehakt selderijblad.

Ingrediënten

-1,5 kg soepbeenderen

-1 varkensstaart

-2 uien, ongepeld

-3 stengels bleekselderij, grof

-3 laurierblaadjes

-2 runderbouillonblokjes

-300 g varkensgehakt

-300 g pastinaak, fijn gesneden

-300 g snijboon, fijn gesneden

-150 g wortel, fijn gesneden

-peper en zout

-selderijblad, gehakt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden