De toerist is een zeldzame diersoort in Napels

Citytrip: een ijskoud Peronibiertje, het oudste operagebouw en de beste pizza

U kent de uitspraak, maar sterven hoeft niet. Maak een uitstapje naar Napels en dompel je onder in de tomeloosheid van het alledaagse leven.

Napels bij zonsondergang. Foto getty

Er komt een moment dat je jezelf terugvindt op een smoezelig stoepje met je rug tegen een gesloten metalen rolluik en met op anderhalve meter van je neus een uitpuilende vuilniscontainer. Je oren suizen van het lawaai van de voorbijscheurende brommers en je knieën zijn dik van het lopen. Maar daar heb je allemaal geen erg in, want op je schoot rust een platte kartonnen doos met daarin misschien wel - nee, zeker weten - de beste pizza ter wereld. In je hand een ijskoud Peronibiertje, dat je even sukkelig als triomfantelijk vasthoudt.

Je bent zielsgelukkig in Napels.

Italië, dat is Rome, Milaan, Florence, Venetië. Steden waar je gemakkelijk van kunt houden dankzij hun overdaad aan kunstschatten, verleidelijke architectuur en laagdrempeligheid, Gepolijste steden waar iedereen het wel naar zijn zin kan hebben, het zijn allemansvrienden.

Nee, dan Napels. Stad van de camorra, de maffia-oorlogen, de corruptie, het vuilnis op straat, grootschalige drugshandel, een vieze haven en overal scooters en toeterende auto's. Een haast Zuid-Amerikaanse metropool aan de Middellandse Zee. Chaotisch en intimiderend.

En juist daarom, juist omdat Napels zich niets van jou aantrekt en haar eigen onstuimige gang gaat, juist daarom moet je erheen. Wie een beetje zijn best doet, zich niet laat afschrikken en zich durft over te geven aan de draaikolk van het alledaagse, wordt rijkelijk beloond en zal zien, ruiken en proeven dat Napels onweerstaanbaar is.

Een paar stappen buiten het vliegveld merk je het al. De lucht is zacht, het licht is zacht, alsof het gefilterd wordt door een onzichtbare sluier die zich vanuit de Vesuvius helemaal uitstrekt over de baai van Napels. De taxi brengt je van de luchthaven in een mum van tijd naar het centrum, maar eerst zal de taxichauffeur naar goed Italiaans gebruik zijn eigen invulling proberen te geven aan de uitspraak 'Eerst Napels zien, dan sterven'.

In december vorig jaar schreven Italiaanse onderzoekers in het tijdschrift Nature dat de reuzevulkaan onder Napels ontwaakt lijkt te zijn en binnen een paar jaar tot uitbarsting kan komen. Een uitbarsting van deze Campi Flegrei zou een direct gevaar zijn voor de half miljoen mensen die op de vulkaan wonen. Er zitten veel mitsen en maren aan die vermoedens, maar feit is dat Napels op vulkanische grond ligt. Het borrelt er altijd. De toekomst verkeert, meer dan elders in Italië, permanent in wankele staat.

In Napels is alleen verleden en heden. Er zit een soort tomeloosheid in het dagelijks leven, in de manier waarop de inwoners zich door de stad begeven, zich een weg banen door de smalle straatjes, hun espresso's drinken en hun sigaretten roken. Alles zit vol leven, inclusief het risico van de dood. Want morgen, morgen bestaat niet.

En jij, toerist, staat erbij en kijkt ernaar. Het duizelt je. Maar je moet meedoen, dat is de enige manier. Want hoewel er natuurlijk meer toeristen zijn, de buitenlandse bezoeker is een zeldzame diersoort in Napels. Zelfs zo zeldzaam dat een medewerker van de Napolitaanse VVV je op straat aanspreekt en vraagt of je alles kunt vinden en of hij ergens mee kan helpen. Nee, de folder met het kaartje en de adressen kan hij je niet meegeven, daar heeft hij er maar eentje van. Napels is als een dronken gastvrouw die wuift waar de drank en de hapjes staan en verder moet je het zelf lekker uitzoeken. Salute.

Tekst gaat verder onder de foto.

Op straat in de wijk Spagnoli in Napels. Foto getty

Dus je gaat maar lopen, over de Spaccanapoli, de kilometerslange smalle straat die het centrum van Napels in tweeën snijdt en een duizelingwekkende reeks kraampjes met prullaria, cafés, kerken, winkels vol Napolitaanse Strega-likeur en panettones telt. Hier kun je hele dagen slenterend doorbrengen, de vele zijstraatjes inslaan, espresso's achterover tikkend - want natuurlijk doe je dat. Daarbij eet je een met een royale hoeveelheid rum doordrenkt babacakeje of een sfogliatella, een met ricotta gevuld gebakje van duizenden laagjes bladerdeeg dat net zo'n zegening voor de tong is als de naam doet vermoeden.

's Avonds, als je gewend bent geraakt aan de stadse diesel- en tabakslucht en je neus ook de zilte zee en sinaasappelbloesem begint op te merken, eet je Napolitaanse ragú (een stevige tomatensaus met ribbetjes, stoofvlees en worst) bij het piepkleine restaurantje Tandem en lach je met terugwerkende kracht elke spaghetti bolognese uit die je eerder hebt gegeten. De rode huiswijn drinkt makkelijk weg en als je even stopt met praten, luister je naar de legendarische Napolitaanse zanger Roberto Murolo die uit de gammele speakers klinkt.

Omdat je er goede sier mee kunt maken, maar vooral omdat het zo'n integraal onderdeel vormt van de stad, is een bezoek aan Napels niet compleet zonder het Teatro di San Carlo te hebben gezien. Gebouwd in 1737 is het San Carlo het oudste nog in gebruik zijnde operatheater ter wereld. Hier voerden door de eeuwen heen onder anderen Paganini, Bellini, Mercadante en Verdi hun werken op. De opera's (zoals La Traviata en De Barbier van Sevilla) zijn in het Engels boventiteld en al te bezoeken vanaf 20 euro, maar dan moet je geen hoogtevrees hebben.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het Teatro di San Carlo. Foto Eefje Ludwig

Napels mag dan bekende trekpleisters als het Colosseum, Dogepaleis of Ponte Vecchio ontberen, dat wil niet zeggen dat het kunsthistorisch behelpen is. Nadat hij in 1606 een jongeman had vermoord in Rome, vluchtte Caravaggio naar Napels en schilderde hij voor de kerk Pio Monte della Misericordia zijn wereldberoemde zeven werken van Barmhartigheid, die er - midden in het oude centrum - nog steeds te zien zijn. Niet veel verderop, in de Galleria di Palazzo Zevallos Stigliano, hangt Caravaggio's Martelaarschap van de Heilige Ursula, en zijn Geseling van Christus is te zien in het Capodimonte-museum. Wat een belangrijk museum is, maar lang niet zo belangrijk als het vlakke-hand-in-je-gezicht-imposante Nationale Museum van Archeologie, waar je innerlijke archeoloog op tilt slaat van alle Griekse, Romeinse en Egyptische artefacten, opgravingen, halve tempels, complete mozaiëken en natuurlijk het Gabinetto Segreto met erotische kunst uit Pompeii en Herculaneum.

Oh ja, Pompeii en Herculaneum. Want er komt een moment dat je even de stad uit wil, weg van het lawaai, weg van de mensen. Een krakkemikkig treintje brengt je in nog geen half uur naar de ruïnes van Herculaneum en Pompeii, die in 79 onder de as en lava werden bedolven door de uitbarstende Vesuvius. Maar na die dosis geschiedenis en frisse zeelucht ga je niet meteen terug naar Napels. Het treintje brengt je nog een paar haltes verder, richting het chique kustplaatsje Sorrento, waar je langs de tientallen meters hoge kliffen loopt, uitkijkt over de baai van Napels en de Vesuvius en je ziet dat het allemaal best goed is.

Tekst gaat verder onder de foto.

Da Michele: de beste pizza's ter wereld? Foto Eefje Ludwig

Terug in Napels moeten we het echt nog even over pizza hebben. Want die komt hier vandaan. Zeggen ze. In Rome zeggen ze dat hij uit Rome komt. Het doet er niet zoveel toe, behalve dat je 'm eet bij Da Michele, een pizzarestaurant in een achteraf-buurtje, waar je alleen komt met hulp van Napolitanen. Die zien je midden op straat naar je telefoon staren of hulpeloos om je heen kijken en snellen naar je toe. 'Da Michele?', vragen ze je retorisch, 'die kant op'.

Voor de deur staat een rij en de wachttijd voor een tafeltje kan oplopen tot twee uur (tijdens de lunch). Gelukkig kun je ook afhalen. En dus heb je, eenmaal binnen, een paar minuten de tijd om je te vergapen aan de razendsnelle handen van de pizzabakkers die het deeg bewerken en beleggen, en de grote steenoven waar de pizza's in verdwijnen en even later weer in al hun dampende glorie uitkomen. Da Michele serveert slechts twee soorten pizza': een marinara (alleen tomatensaus) en een margherita (tomatensaus en mozzarella), wat een keuze is tussen heerlijk en zalig. De San Marzano-tomaten uit de saus worden geteeld op de vruchtbare heuvels van de Vesuvius, de mozzarella is afkomstig uit de Monti Lattari-regio en de olijfolie uit de traanbuizen van God. De pizza's van Da Michele zijn volgens kenners de beste van Napels. En daarmee de beste ter wereld.

Dus als je na een paar minuten weer buiten staat, met twee pizzadozen en twee koude Peroni's in je handen, kun je niet wachten. Er zijn geen tafels buiten, geen stoelen. Er is alleen een smoezelige stoep, en een metalen rolluik.

Meer informatie

- Napels bezoek je het best in het vroege voorjaar of het late najaar, als het niet te warm is. In december kan het nog makkelijk 15 graden worden.

- EasyJet, KLM en Transavia vliegen vanaf Schiphol op Napels. Vanaf Eindhoven vliegen KLM en RyanAir. Het Capodichino-vliegveld ligt op een paar kilometer van het centrum; een taxi kost ongeveer 20 euro en er gaat ook een bus via de haven naar het centrum.

- Het oude centrum van Napels is uitstekend beloopbaar. Er zijn een paar metro- en buslijnen die ongeveer de hele stad met elkaar verbinden. Een enkeltje kost 1,30 euro.

- De trein richting Pompeii en Herculaneum (Circumvesuviana) vertrekt vanuit het Stazione Centrale op het Piazza Garibaldi.

- De Artecard Campania geeft toegang tot (of korting op) tientallen musea, waaronder de opgravingen bij Herculaneum en Pompeii. De kaarten zijn verkrijgbaar op het Stazione Centrale, bij musea en op campaniartecard.it.

- Het Nationaal Archeologisch Museum, (dinsdag gesloten), 12 euro (eerste zondag van de maand gratis entree).

- Capodimonte Museum (woensdag gesloten), 8 euro (eerste zondag van de maand gratis entree).

- Pizzeria Da Michele heeft de beste pizza van Napels. Probeer ook Sorbillo, aan de drukke Via Tribunali. De beste ragù (noem het vooral geen bolognese) heeft Tandem.

- Lovit serveert zalige kazen, worsten en wijn uit de regio. Via Santa Chiara 5.

- Zeer betaalbare appartementen via Airbnb, vanaf circa 60 euro per nacht midden in het oude centrum. Meer grandeur en beter uitzicht over de baai en de Vesuvius: het Royal Continental en Grand Hotel Vesuvio (vanaf 200 euro per nacht).

Meer informatie: napoliunplugged.com