Stijlpastoor Stropdas

De Stijlpastoor over de stropdas: ken de regels en breek ze

Kleding is geen kleurplaat waarop binnen de lijntjes moet worden gekleurd, vindt Esquire-hoofdredacteur Arno Kantelberg. 

Gianni Agnelli. Beeld Hollandse Hoogte / Keystone historical archive collection

Tijdens een parmantig praatje over de stijl van de man, werd ik laatst geïnterrumpeerd door een heer op leeftijd die me toewierp dat dat allemaal wel leuk en aardig was, die do’s-and-don’ts, maar hoezo had ik mijn eigen stropdas uit het lood hangen? Het smalle uiteinde van mijn das stak pontificaal onder de brede voorzijde uit, dus de schrandere senior had een punt.

In etiquetteboeken lezen we dat de dunne zijde van een das altijd hoort te worden verstopt achter het dikkere uiteinde, waarvan het puntje iets boven de broekband hoort te eindigen. Tot zover de regels, waarover ik van mening ben dat je die wel degelijk moet kennen, zodat je ze vervolgens kunt breken. Zo reikt het uiteinde van de voorzijde van mijn das weliswaar tot de broekband, maar dat komt omdat ik mijn broek heel hoog draag. Het dunne uiteinde doet voorts een Trumpje (lees: eindigt ter hoogte van de kroonjuwelen). Het is een stijl die we kennen van Gianni Agnelli, de Fiat-topman en stijlkoning (we zien hem hier in 1976), maar ik zag het ook bij de – onbekende – student die in een walkietalkie conspireert tijdens de bezetting van het Maagdenhuis, dit jaar exact een halve eeuw geleden.

Een anonieme Maagdenhuisbezetter. Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Het stroppen van de das is een vorm van toegepaste kunst. Het begint met de strop: hoe minder das je gebruikt voor de knoop, des te meer hou je over om in lengte mee te spelen. Zelf opteer ik veelal voor een four-in-hand, die ik twee keer omsla, in plaats van één keer. Dat creëert iets meer leven in de knoop, en er blijft alsnog voldoende das over om in lengte mee te poedelen.

Je zou kunnen zeggen dat het slordig is om het dunne deel langer te dragen, maar ik zou daar liever de term nonchalant voor willen gebruiken. Zeker als je een pak draagt, wil je wegblijven van de stijve, corporate look. Om die reden ben ik ook geen vriend van een riem in dezelfde kleur als je schoenen, of een pochet met hetzelfde patroon als je stropdas. Kleding is geen kleurplaat waarop binnen de lijntjes moet worden gekleurd. Je zoekt juist driedimensionaliteit, zowel in het grotere geheel als in de stropdas – vandaar ook mijn pleidooi voor een kneepje onder de strop. De moderne man kan het zich niet meer veroorloven om alleen langs de parameters lengte en breedte te verschijnen. Zonder diepte red je het niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden