De stijlpastoor Snor

De snor mag wel uit het verdomhoekje heren, zegt de Stijlpastoor, en hij kan het weten

Esquire’s hoofdredacteur Arno Kantelberg breekt een lans voor de snor, de eigenzinnige, intimiderende, heerlijke pels op de bovenlip.

Ruud Gullit en Frank Rijkaard in de finale tegen de Sovjet-Unie, 1988. Beeld Hollandse Hoogte / Michael Kooren

Bij de lezerspost trof ik een brief van mevrouw De Jong-Zutphen. Daarin zette zij een boom op over televisiepresentatoren die hun haar verven ten einde een zekere vergrijzing te camoufleren. Ter illustratie voerde lezeres De Jong voetbalpresentator Toine van Peperstraten op. Mevrouw toonde zich kritisch over de ‘onnatuurlijke haarkleur’ van Van Peperstraten, met name omdat het haar op diens kin en bovenlip contrasterend kleurde. Het flardje ontluikend grijs bij de slapen van de tv-presentator gebruikte lezeres De Jong om haar punt nog eens kracht bij te zetten.

Het verschil tussen haarkleur boven- en onderop de bol is inderdaad opmerkelijk. Toch hoeft dat niet het gevolg te zijn van een verfbeurt. Haren kunnen zich op het gezicht van een man in de meest uiteenlopende tinten manifesteren. Ik hoef alleen maar in de spiegel te kijken om daar het bewijs van te zien: zowel souterrain als plafond zijn bij uw stijlpastoor grijs, op het zilverwitte af; de pels op de bovenlip daarentegen volgt een geheel eigen koers, die is rossig-bruin, met hier en daar zelfs een verdwaalde zwarte pluk. Een hoogst curieuze lappendeken, wat u zegt, maar wel een die recht doet aan het karakter van de snor.

Toine van Peperstraten. Beeld Hollandse Hoogte / Fotopersburo Edwin Janssen

De snor is het meest eigenzinnige onderdeel van het mannenlichaam. Niet voor niets heeft de snor een voorname plek in de militaire geschiedenis. De huzaren in het Hongaarse leger gebruikten in de 18de eeuw hun snorren om de tegenstander te intimideren voordat er überhaupt een zwaard getrokken was. En hanteerde het Nederlands elftal in 1988 niet precies dezelfde tactiek tegen de Russen? Nee, het is niet toevallig dat de enige voetbalfinale die Oranje ooit won, werd gespeeld met vijf snorren in de basiself (Wouters. Van Aerle, Rijkaard, Gullit, Van Tiggelen) en twee op de bank (Hiele, Suvrijn). Die arme Russen wisten daar alleen maar de knevel van Aleinikov tegenover te zetten. Het is eigenlijk een wonder dat het bij 2-0 bleef.

Maar de snor is in het verdomhoekje geraakt. We zien hem eigenlijk alleen nog maar in combinatie met de baard. Misschien is het ook een teken van de tijdgeest, van masculiniteit die moet wijken voor feminiene ambitie. Er is namelijk niets vrouwelijks aan een snor. Sterker nog, het is de rite de passage die een man maakt van een jongen. Afijn, uw stijlpastoor trekt zich de komende weken terug in zijn parochie. Voor rust en reflectie. En voor het laten groeien van een snor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden