De perfecteBiografie

De perfecte biografie: zo speur je naar een levensverhaal

Hans Renders begeleidt aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekers die willen promoveren op een biografie. Hij weet hoe je speurt naar een levensverhaal.

Beeld Jérôme Schlomoff

‘Dat Sinatra contact had met de maffia, dat weten we dankzij zijn biograaf Kitty Kelley. En omdat Kelley het grondig heeft uitgezocht, weten we dat Oprah Winfrey een groot deel van haar levensverhaal bij elkaar heeft gefantaseerd. Dankzij biografen en het feit dat ze niet terughoudend zijn, begrijp je meer van de mensen.

‘Het verdient zeer de voorkeur pas een biografie over iemand te schrijven wanneer die persoon dood is. Liefst pas na een jaar of tien. Tegen die tijd beginnen vrienden ook papieren weg te doen en willen ze wel vertellen. Tien jaar na iemands dood zijn er meer archiefstukken toegankelijk.

‘Belangrijk is dat je drie perspectieven in de gaten houdt. Hoe zag je onderwerp zichzelf? Hoe zagen anderen hem of haar: welk beeld komt naar voren uit interviews of recensies? En hoe zie jij als biograaf je onderwerp. Want jij moet er een verhaal van maken, met een kop en een staart.

‘Je moet het private en het publieke domein van je onderwerp met elkaar in verband brengen. De persoonlijke levenssfeer moet je onderzoeken om te weten te komen of daar de reden zit dat we nog steeds over iemand praten.

Beeld Jérôme Schlomoff

Saillante details

‘Probeer wat saillante details te vinden die illustratief zijn voor hoe iemand was. Die zeggen doorgaans meer over een mens dan de algemeenheden die we allang weten. Over Jan Hanlo is bijvoorbeeld opmerkelijk dat hij bijna al zijn gedichten al in 1947 geschreven had, nog vóórdat hij de eerste publiceerde. Dat is relevant, omdat daarmee de vaak gehoorde theorie dat hij inspiratie putte uit bijvoorbeeld de Vijftigers verworpen kan worden: toen die opkwamen, was hij al ongeveer gestopt met het schrijven van poëzie.

‘Taboes zitten de biograaf in de weg. In elke biografie zit iets schurends, want niemand is perfect. Dat geeft ook reliëf aan een mens. Met gevoeligheden bij nabestaanden kún je geen rekening houden: als zij elk woord voorafgaand aan publicatie moeten goedkeuren, kun je niets opschrijven. Je bent alleen loyaliteit verschuldigd aan je vak, niet aan de nabestaanden. Toch moet je ze niet negeren, want daarmee sluit je de weg af naar verhalen en archieven.

‘Je kunt als biograaf niet zeggen: over die vijftien jaar van zijn leven kan ik niks vinden, dus die laat ik maar zitten. Dan zul je in cirkels om je onderwerp heen moeten gaan zoeken. Naar de plek waar hij werkte, de collega’s met wie hij werkte, zijn familie. Er is altijd íéts te vinden.

Beeld Jérôme Schlomoff

Anderhalf A4-tje

‘Zo was er over Jan Campert heel weinig bekend. Anderhalf A4-tje informatie uit het Literatuurmuseum had ik, toen ik ermee begon. Campert was in de jaren dertig journalist. Ik ben om hem heen gaan zoeken. Naar mensen die bij hem in huis woonden. Die wel eens voor dezelfde krant schreven als hij. Door onderzoek te doen naar de journalistiek in die jaren kwam ik een heleboel te weten over zijn wereld.

‘Een biografie heeft een houdbaarheidsduur van een jaar of vijftien; daarna zijn er doorgaans weer nieuwe vragen die beantwoord moeten worden. Dan kan er weer een nieuwe biografie geschreven worden.’

Beeld Jérôme Schlomoff

Hans Renders (1957) is de biograaf van Jan Campert en van de experimentele dichter Jan Hanlo, de man van ‘Oote oote oote boe’. Hij is hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie, en directeur van het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden