de gids reizen

De Nubische piramiden zijn de kroonjuwelen van vergeten koninkrijk Soedan

Gereconstrueerde piramiden. Op de achtergrond piramiden met door dynamiet verpulverde toppen. Beeld Sven Torfinn

Als toerist denk je niet zo snel aan Soedan, maar de reis langs alle pracht van een lange Nubische geschiedenis is zeker de moeite waard.

‘Vertel het niet verder’, zeggen twee Franse jongens als ze met hun statief van de dorre bergen in de woestijn waarachter ze hun tent hadden opgezet richting de piramiden lopen. Zij zijn de enige bezoekers deze morgen bij een mistige zonsopgang. Wat deze Fransen betreft mag dit zo blijven. Na de drukte en opdringerige verkopers bij de Egyptische oudheden van de weken hiervoor zijn de onbekende Nubische oudheden in buurland Soedan voor hen een verademing.

Pas als de westerse bezoekers in zicht komen, rennen kleine kinderen naar de ingang om hun souvenirs uit te stallen: sieraden, dolken en zandstenen beeldjes van de piramiden en leeuwen. De verafgoding van leeuwen, overal zichtbaar op de verweerde Nubische tempels, verraadt onmiddellijk dat we niet in Egypte zijn. Dit is ‘zwart’ Afrika waar drieduizend jaar geleden nog wilde dieren rondliepen in de toen nog groene vruchtbare Nijl-vallei. En waar machtige Afrikaanse farao’s en koninginnen regeerden, zoals Amanishakheto, die begin dit jaar nog diende als inspiratiebron voor de verschijning van zangeres Beyoncé als Black Power-woman tijdens een gala in Los Angeles.

Gereconstrueerde piramiden. Beeld Sven Torfinn
Stalletje met lunchgerechten in Shendi. Beeld Sven Torfinn

Amanishakheto, die op de overgebleven tempels en graftomben wordt afgebeeld met een kroon van cobra’s en behangen met juwelen en goud, en regeerde over het Nubische koninkrijk vanaf 10 v. Chr., is een van de bekendste Afrikaanse krijgskoninginnen aan wie zwarte jongeren wereldwijd hun hernieuwde zelfbewustzijn - ‘African pride’- ontlenen. Afrika kende wel degelijk een eigen, ontwikkelde beschaving, zo willen de nakomelingen maar zeggen. Het bewijs is te vinden in het huidige Soedan, op drie uur rijden van de hoofdstad Khartoum bij de ruïnes van Meroë, het centrum van het welvarendste Nubische koninkrijk van Kush (van 800 voor Chr. tot 350 na Chr.).

Soedan. Niet de meest voor de hand liggende toeristische bestemming wellicht met het oog op de burgeroorlog in buurland Zuid-Soedan en de onrustige provincie Darfur, maar een tocht langs de Nubische oudheden blijkt verbazingwekkend gemoedelijk en simpel. Tenminste, voor wie zich alle zorgen uit handen laat nemen door bijvoorbeeld George, de allervriendelijkste Griekse eigenaar van familiehotel Acropole - sinds de jaren vijftig een begrip in Khartoum. Van de aankomst op de luchthaven, langs de bureaucratie van visa, politieregistraties en simkaarten tot aan een comfortabele jeep met chauffeur en prima gids: George regelt het.

Praktische informatie

- Turkish Airlines en Egyptair vliegen naar Khartoum via respectievelijk Istanbul of Cairo (retour Amsterdam- Khartoum vanaf € 419).

- Een huiselijk en verzorgd verblijf is gegarandeerd bij hotel Acropole (€ 80), waar gastheer George alle praktische zaken regelt zoals bijvoorbeeld de verplichte politieregistratie en reizen door Soedan.

- Wandel in Khartoum langs de Nijl en drink koffie of thee op een van de restaurantboten tegenover het ‘Ei van Khadafi’ ofwel het luxueuze hotel Corinthia. Lunch in het hippe Ozone, waar kosmopolitisch Soedan samenkomt.

- Via Acropole zijn meerdaagse excursies naar de Nubische oudheden langs de Nijl te boeken of dagtripjes door Khartoum. Een regelrechte aanrader is de kamelenmarkt in Omdurman waar nomaden uit de woestijn van oudsher met hun vee komen om het te verkopen.

- Eindig je reis aan de Rode Zee. Hier kunnen duikliefhebbers hun hart ophalen bij ongerepte koralen, hamerhaaien en scheepswrakken. Verblijf: eco-resort bij Port Sudan of op een jacht.

- Neem cash geld mee (geldautomaten en creditcards werken niet vanwege economische sancties) en een bewijs van vaccinaties. Een visum is verplicht.

Een luxeverblijf moeten de gasten tijdens hun reis langs de Nubische geschiedenis niet verwachten. De diverse tempel- en piramidencomplexen liggen verspreid over een desolate woestijn. Hier geen hotels, restaurants en verkopers van prullaria zoals in het drukke Egypte. Er is één luxe tentenkamp nabij de piramiden open gedurende het seizoen, dat wordt beheerd door een Italiaan. Wie minder wil besteden, kan een eigen kamp laten opzetten onder de sterrenhemel, logeren in een sober huis waarin de archeologen soms hun bivak opslaan of in een hotelletje in de dichtstbijzijnde stad Shendi. Daar kan de dag worden begonnen met het typisch Soedanese ontbijt van falafel, zwarte bonen en koffie of thee met een keuze van exotische kruiden in een van de vele stalletjes. De hitte is bijna ondraaglijk op deze nazomerdag voor de start van het koelere toeristenseizoen, van oktober tot april, als we vanuit de auto met airconditioning naar de tempels van Naga sjokken. Schaduw vinden we alleen tegen de stenen muur in de entree van de tempel of onder de enige boom in de wijde omtrek, waar ook een herder met zijn schapen verkoeling heeft gezocht. Het is moeilijk voor te stellen dat hier duizenden jaren geleden leeuwen en olifanten rondliepen in een schaduwrijk woud. De oude herder in een stoffige djellaba steekt nieuwsgierig zijn eeltige hand uit naar de bezoekers.

Gids en archeologe Rihan Khider wijst naar koningin Amanitori op de muur. Beeld Sven Torfinn
Reliëf van een door Nubiërs aanbeden leeuw. Beeld Sven Torfinn

‘Kijk hoe mooi, die vrouwen’, zegt archeologe en gids Rihan Khider als ze bijna liefkozend wijst naar de wulpse rondingen van koningin Amanitori - dochter van Amanishakheto - die is afgebeeld op de muur van de leeuwentempel van Apedemak. ‘Dit is Afrika, wij houden van gevulde vrouwen.’ Nog mooier vindt Khider het dat in Afrika vrouwen als volwaardige koninginnen heersten en als krijgers hun manschappen leidden. Afrikaanse girlpower. Daar trekken moderne Soedanese vrouwen zoals Khider zich graag aan op in de masculiene islamitische cultuur die hen al decennia wordt opgelegd door president Omar al-Bashir. Zijn regering keerde zich sinds 1989 juist af van Afrika om zich te richten op de Arabische wereld.

Soedan vs. Egypte

Aantallen toeristen naar
Soedan: 741.000 (2015)
Egypte: 9,1 miljoen (2015)

Een uur rijden verderop voeren de Nubische piramiden een hopeloze strijd tegen het rode zand van de oprukkende woestijn. Ze zijn lang niet zo groot en indrukwekkend als hun Egyptische voorgangers, maar de setting is bijzonder. Half bedolven onder verse zandduinen steken de vreemd afgestompte, driehoekige silhouetten grillig af tegen de horizon als we in de namiddagzon komen aanrijden. Kamelendrijvers proberen ritjes te slijten aan een handvol Soedanese families; de gesluierde moeders met hun kroost nemen stralend selfies voor de piramiden.

Marktje in Shendi. Beeld Sven Torfinn

Althans, voor wat ervan over is. De Italiaanse ontdekkingsreiziger Giuseppe Ferlini blies in 1834 de grootste graftombe van koningin Amanishakheto op met dynamiet om haar kostbare juwelen te roven; daarna volgden andere schatrovers zijn voorbeeld. Van alle piramiden is de top vernield. Vergeefs overigens, want de puntige bouwwerken bleken gemaakt van massief steen. De schatten met hun gemummificeerde eigenaren lagen diep verborgen in tunnels onder de piramiden.

Die tunnels liggen net als de vele andere archeologische schatten van het koninkrijk van Kush nog steeds onder het zand te wachten op onthulling. En vooral: erkenning. Voor de Britten was Nubië een voetnoot bij de grote Egyptische beschaving, geld voor archeologisch onderzoek was er nooit. Ook na de onafhankelijkheid in 1956 toonde de regering geen interesse voor het eigen rijke verleden; in de - nog steeds gebruikte - Britse schoolboeken werd met geen woord gerept over de Nubiërs. ‘We weten meer van de Britse geschiedenis dan van Afrika’, verzucht archeologe Khider als we koffie drinken bij de bewakers van het complex. ‘De wind is hopeloos’, zeggen ze. Vorige week zijn nog zestig vrachtwagenladingen zand afgevoerd, maar de piramiden zijn nu alweer half bedolven.

Kaneeldrijvers slijten hun toeristenritjes. Beeld Sven Torfinn

Het besef dat Soedan een eigen hoogontwikkelde beschaving heeft gekend, drong pas door bij de bouw van de Aswandam in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Bij de verplaatsing van de beroemde tempel van Abu Simbel zag men voor het eerst de Nubische invloeden op de beelden die bewezen dat de Nubiërs een eigen cultuur hadden ontwikkeld. Los van Egypte. Logisch ook wel, want de zes stroomversnellingen tussen Aswan en Khartoum, maakten het voor avonturiers vrijwel onmogelijk de Nijl stroomopwaarts te ontdekken. Pas vanaf 1600 v. Chr. slaagden de Egyptenaren erin de stroomversnellingen op te komen om diep in Nubië - het huidige Soedan - goud, koper en slaven te halen.

‘We hebben altijd gedacht dat archeologie iets was voor de blanken, nu snappen we dat het gaat om onze voorouders, onze geschiedenis’, zegt Fatima Ali, jongerenactiviste en historica bij de National Centre for Research in Khartoum. ‘Dit besef vervult ons met trots. Het is alleen zo jammer dat er niet meer mogelijkheden zijn om de archeologie op een hoger plan te tillen’, vindt Ali. ‘Een kwestie van geld, maar ook van verwaarlozing door de overheid. Pas nu de olie-inkomsten teruglopen, begint het te dagen dat toerisme een belangrijke bron van inkomsten is.’

Man bij een van de gerestaureerde tempels van Naga. Beeld Sven Torfinn

Enkele jaren geleden kwam er ineens een smak geld uit onverwachte hoek. Qatar wil bij de opening van het Wereldkampioenschap voetbal in 2022 de Nubische oudheden in het zonnetje zetten in een nieuwe afdeling van het Nationaal Museum van Soedan. Een subtiel opgestoken middelvinger naar Egypte, bondgenoot van Qatars aartsvijand Saoedi-Arabië. Qatar stelde in totaal 135 miljoen dollar beschikbaar voor verschillende archeologische opgravingen in Soedan. De opening van de diepe tunnel naar het graf van koning Adikhalamani moet het hoogtepunt worden. De restauratie van het voorportaal, dat diende als offeraltaar, is al klaar.

Hoewel het niet erg authentiek oogt is, het gebruik van vers zandsteen, cement en beton, geven de reconstructies wel een beter idee van de welvaart van de Nubiërs. Op de muren in het altaar zijn afbeeldingen te zien van het vele goud, rijk gevulde schalen met voedsel en menselijke offers. En er is een nog onbekend Nubisch handschrift: een kruising tussen Egyptische hiërogliefen en het Griekse alfabet. Een archeoloog, die het ooit bijna had weten te ontcijferen, werd vermoord. Volgens de Soedanezen zat Egypte erachter.

Graffiti maakt de ontcijfering van het schrift er niet eenvoudiger op. De inkervingen zijn een erfenis van de eerste ontdekkingsreiziger Frédéric Caillaud. Deze geoloog, die in 1821 bij toeval op de piramiden stuitte toen hij op zoek was naar mineralen, vond het nodig zijn handtekening achter te laten. Sindsdien laten vrijwel alle archeologen, donateurs en bezoekers hun visitekaartje op de muren achter, ondanks de verweerde waarschuwingsborden dit vooral niet te doen.

Kinderen verkopen souvenirs. Beeld Sven Torfinn
De ruïnes van Meroë, centrum van het welvarendste Nubische koninkrijk van Kush. Beeld Sven Torfinn

Volgens archeologen komt de belangstelling voor de Nubische beschaving maar net op tijd. Door de oprukkende woestijn dreigen de archeologische kunstschatten en de sleutel tot de kennis over de cultuur voorgoed onder het zand te verdwijnen. Van de oude stad Meroë is behalve een oud badhuis weinig meer over dan een immense vlakte met bergen stenen van ingestorte muren. Gids Khider wijst naar een berg stenen onderaan de trap die liep naar de offertempel van koningin Amanirenas die in 25 v. Chr. de Romeinen versloeg bij Aswan. Hier werd het hoofd van een bronzen standbeeld van de Romeinse keizer Augustus gevonden dat zij als aandenken aan haar overwinning had meegenomen.

Het hoofd is nu een van de topstukken in het British Museum in Londen, het Museum van Khartoum moet het doen met een replica, zoals bij de meeste kunstschatten die door buitenlandse archeologische missies zijn gevonden. ‘Je wil niet weten wat er nog allemaal onder het puin ligt’, zegt Khider als we duizenden jaren oude scherven onder onze voeten horen verbrokkelen.

Moderne moskee op de weg naar Khartoum. Beeld Sven Torfinn

Volkskrant Magazine bedrijft onafhankelijke reisjournalistiek. Reizen kunnen deels worden betaald door derden, maar zonder toezeggingen over onderwerpkeuze en presentatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.