Blik Mini Cooper S Cabrio

De Mini Cooper S cabrio: Engelse eigenzinnigheid en een berg rijplezier

Blik test auto’s, signaleert opvallende autozaken en doet daarvan elke twee weken verslag. Vandaag de Mini Cooper S cabrio.

De Mini Cooper S cabrio Beeld Fabian Kirchbauer

Weinig ruimte, veel geld, maar de Mini Cooper S Cabrio staat garant voor een berg rijplezier.

Gereden: Mini Cooper S cabrio

Motor: 2-liter benzine, 191 pk, 7-trapsautomaat

Prijs: € 52.447 (vanafprijs € 39.666) 

Top: 230 km/u

0-100: 7,1 seconden

LxBxH: 382 × 173 x 142 cm

Gewicht: 1.309 kg

Verbruik tijdens test: 1:14 (opgave 1:17)

CO2: 131 g/km

Energielabel: E

Tik, tik, tik: het geluid is hard en de frequentie lekker fel, van de clignoteur in de Mini Cooper S cabrio. Past helemaal bij de rij-ervaring in een van deze topmodellen van het succesmerk Mini, sinds 2001 in handen van BMW. De laatste facelift kreeg het model begin vorig jaar, maar het hoekige autootje is onverminderd herkenbaar gebleven. En de leukste uitvoering ervan blijft de cabrio. Ten opzichte van het origineel zijn er wel wat windtunnelconcessies gedaan, maar kaploos lijkt de Mini met zijn weinig aerodynamische voorruit nog altijd gemodelleerd naar een kindertekening, wat zijn aantrekkingskracht alleen maar groter maakt. 

Of het de verkoop buiten Engeland goed doet, valt vandaag de dag te bezien, maar de achterlichten-in-Britse-vlagstijl zijn beslist grappig. De Union Jack is trouwens ook groot zichtbaar op het dichte dak.

De hoekigheid is binnenin ver te zoeken. Alles is daar rond: de meters, de knoppen, de handgrepen, de gordelhouders en zelfs alle twaalf(!) luidsprekers van de excellente Harman Kardon-installatie (met ‘digitale 360-watt amplifier’). Die laatste optie kost 800 euro, maar is te goed om te laten liggen. Want in de luxe uitvoering waarin Blik mocht rijden is het goed muziek luisteren, dicht, maar ook open – dat hadden we eerder in zo’n kleine cabrio (Fiat 500 en DS 3) niet ervaren. Maar ja, zeker, inderdaad, wat wil je, want hij is ook belachelijk duur. Een Mini cabrio is er vanaf 28.890 euro, de Cooper begint ruim tien mille verder en dat is nog niet eens de kostbaarste (de JCW begint bij een halve ton). 

Veel (overbodige) knoppen in het ronde, veelkleurige en rijke interieur. Sommige draaiknoppen werken, Engels eigenzinnig, de andere kant op dan wij gewend zijn. De Union Jack op het handschoenenkastje verschiet voortdurend van kleur.

Weinig ruimte voor veel geld: we reden één keer met twee pubermeisjes achterin en toen moest de bestuurder zijn stoel verkeersonveilig ver naar voren zetten. Maar wat een berg rijplezier. Een Mini is vanouds een stug geveerd kreng en dat is de Cooper S in de sportstand nog immer: hij rijdt ouderwets direct en lekker, voor wie ervan houdt. Wie dat niet doet, kiest de neutrale of groene rijstand; dan reageert het gaspedaal merkbaar bedaagder en kun je doen waarvoor een cabrio eigenlijk bedoeld is: flaneren. En ook is de nieuwe zeventrapsautomaat dan een bijna traploze zaligheid waarmee het goed uitrusten is na het desgewenst handmatig schakelen in de sportstand. En ach, dat geld – een auto is als een geliefde: als-ie niets kost, is-ie ook niets waard.

Het dak is er in 18 seconden af (of weer op). Door de beperkte ruimte verdwijnt het niet helemaal achterin, waardoor open het zicht naar achter niet optimaal is. En de bagageruimte trouwens ook niet.

Meer cabrio's

Blik reed een cabrio. Cruisen met de BMW M850i blijkt een waar genot, zolang het weer meewerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden