Recensie Drakensteyn

De koninklijke faction over kasteel Drakensteyn levert linke soep op (twee sterren)

Illustratie bij Fleur Jurgens, Drakensteyn, droomkasteel. Beeld Martyn F. Overweel

Fleur Jurgens: Drakensteyn, droomkasteel – Naar de dagboeken van kokkin Michelle Mastenbroek

Prometheus; 288 pagina’s; € 19,99.

De verbitterde kokkin Minnie Mandemaker blikt aan het eind van haar leven terug op lange en hectische jaren achter het fornuis. Ze is eenzijdig verlamd, heeft haar spraakvermogen verloren, is gekluisterd aan stoel en bed, en voor haar verzorging afhankelijk van een trouwe werkster en ontrouwe echtgenoot. We schrijven de dagen tussen 2 februari 2002, als zij op televisie naar het huwelijk van dan nog prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta kijkt, en 15 februari 2002, als zij zichzelf na 280 pagina’s klagen op de klanken van ‘Non, je ne regrette rien’ het zwijgen oplegt.

Het zijn korte hoofdstukjes, door journalist en schrijver Fleur Jurgens bedacht als raamwerk voor de langere hoofdstukken daartussen. Die lopen van eind 1961 tot begin 1967 en zijn gebaseerd op het dagboek dat Minnie in die jaren bijhield. Tijdens haar levensavond herleest en herfomuleert Minnie dat dagboek, en voorziet het van commentaar. ‘Als ik mijn dagboek uit die tijd moet geloven’, staat er dan, of ‘schreef ik in mijn dagboek’.

Waarom moet dat dagboek ons boeien? Omdat het de jaren beschrijft waarin het echtpaar Mandemaker als kokkin en butler op kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche werkt. Prinses Beatrix vestigt zich hier na haar studietijd in Leiden. In het omliggende bos wordt de eerste foto hand in hand met Claus von Amsberg gemaakt, de beroemde nieuwsfoto van John de Rooy die ook op het omslag van Drakensteyn, droomkasteel staat. De dan nog omstreden Duitser slaapt aanvankelijk op het naburige paleis Soestdijk, maar na verloving en huwelijk trekt (inmiddels) prins Claus bij Beatrix in.

‘Roman’, meldt de voorzijde van het boek, maar het achterplat rept van ‘het op feiten gebaseerde verhaal’. Hoe zit dat? Jurgens legt het uit in een korte verantwoording achterin. Minnie Mandemaker heet in werkelijkheid Michelle Mastenbroek en zij hield van haar jaren op Drakensteyn een dagboek bij. Jurgens heeft het bij een vriendin mogen inzien. Zou het? Het dagboek was ‘fragmentarisch en ongedocumenteerd’, schrijft zij. Om redenen van ‘privacy, de uitdrukkelijke wens van de familie’ was een historische, geannoteerde editie kennelijk geen optie.

Hier wordt het ingewikkeld. Alle figuren in het boek hebben verzonnen namen, behalve de koninklijke hoofdrolspelers. ‘Bij publieke figuren vond ik het niet wenselijk namen te fingeren, aangezien ze toch onmiddellijk herkenbaar zouden zijn voor de lezer.’ Met andere woorden, om hun privacy behoefde de auteur zich niet te bekreunen. Dat zou verkoopkundig ook minder goed uitkomen, want juist met de waarheidsclaim wordt de lezer naar de roman gelokt.

Kortom, we betreden hier het precaire gebied van de koninklijke faction. Het kan zo gebeurd zijn, maar het hoeft niet. Jurgens heeft naar eigen zeggen veel ‘aangedikt’. Dat leidt tot het beeld dat Beatrix aanvankelijk een vriendelijke bazin is voor het bedienend paar, maar na de entree van Claus zijn kant kiest in schoffering en treiterij. Zoals een wijze keukenhulp opmerkt: ‘Hoe hoger het hart, hoe lager de ziel.’

PC, zoals hij inmiddels door het personeel in het souterrain is gedoopt, verschijnt of niet, of onaangekondigd, of te laat, wat in de keuken tot hoofdbrekens leidt. Net als een soufflé ‘mooi gerezen en glanzend goudbruin’ is, kondigt Claus aan later te willen tafelen. ‘Ik wil u vijf minuten geven!’ zegt Minnie in een zeldzaam moment van tegenspraak. ‘Maar beslist niet langer!’ De riposte van Claus is ijzig: ‘U doet wat ik u opdraag en niet andersom. Een royal cook geeft geen weerwoord.’

Problematischer nog wordt het als Claus ook politieke uitspraken in de mond gelegd krijgt, zoals over de dan net overleden Winston Churchill: ‘Zonder Hitler was hij een nobody geweest.’ Natuurlijk, in een roman is alles toegestaan, en Jurgens geeft de disclaimer mee dat Minnies ‘frustraties’ haar aantekeningen ‘soms ronduit gekleurd’ zullen hebben. Maar de soep die hier van feit en fictie wordt getrokken, hoe luchtig geserveerd ook, is toch een wat troebele bouillon.

Cover van Drakensteyn, Droomkasteel van Fleur Jurgens.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.