Recensie Boeken

De komische, aangrijpende en hartverscheurende brieven van Nelson Mandela (vier sterren)

Afrikablog

Vanuit de cel mocht de latere Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela brieven schrijven en ontvangen. Maar altijd konden bewakers ze achterhouden. Nu zijn zelfs die brieven te lezen in de verzamelde correspondentie.

Beeld Silvia Celiberti

‘Mijn liefste Zindzi, Ik vraag me weleens af wat er is gebeurd met de boksschool in wat St. Joseph’s heette in Orlando East.’ Zo begint een gevangenisbrief van Nelson Mandela aan zijn dochter Zindzi gedateerd 9 december 1979. Hij vertelt een mooi verhaal uit zijn jeugd aan de dochter die hij in haar leven nauwelijks heeft gezien als cadeautje voor haar 19de verjaardag. Pas in 2009 werd de brief in een witte enveloppe aangetroffen in het nationale archief van Zuid-Afrika, waar de gevangenisdocumentaties uit de tijd van de apartheid liggen opgeslagen. Nooit verstuurd, stilletjes achtergehouden door de gevangenisautoriteiten van Robbeneiland.

De gevangenschap van Nelson Mandela is een van de grote verhalen van de twintigste eeuw geworden. Het is het verhaal van de eerste door alle Zuid-Afrikanen gekozen president (in 1994), die 26 jaar en vier maanden vast zat en al behoorlijk op leeftijd was toen hij eindelijk werd vrijgelaten. De publicatie van zijn brieven uit de gevangenis is alleen daarom al een gebeurtenis. De stichting die zijn intellectuele erfgoed beheert, koos voor als publicatiedatum de 100ste geboortedag van Mandela, 18 juli.

Pesterij en geestelijke marteling

Mandela was een geraffineerd brievenschrijver. Dat was ook noodzaak: het aantal brieven dat hij mocht versturen was heel beperkt en de brieven mochten alleen aan familie en vrienden zijn gericht. De censor schrapte alle politieke opmerkingen of passages; de gevangenisautoriteiten misbruikten het recht op het schrijven voor pesterij en geestelijke marteling. Zo duurde het krijgen van antwoord lang of kwam antwoord helemaal niet en hadden de gevangenen vaak geen idee of hun brieven werkelijk waren aangekomen. Er was een systeem van beloning: wie zich ‘gedroeg’, kwam een categorie hoger, met recht op meer brieven.

Samensteller Sahm Venter en andere medewerkers van de Mandela Foundation hebben de brieven verzameld. De gevangenissen bewaarden er fotokopieën van, die nu met touwtjes erom in 95 kartonnen dozen in het nationaal archief liggen. In 2004 kreeg Mandela van een oud-bewaarder zijn eigen notitieboeken met overgeschreven kopieën terug, die hem in 1971 op Robbeneiland waren afgepakt. Ontvangers meldden zich na oproepen met hun Mandela-brieven (onder wie de Nederlandse diplomaat Coen Stork, die helemaal aan het begin van Mandela’s gevangenschap een briefje kreeg). Venter heeft een selectie gemaakt en de bundel volledig geannoteerd en van een verantwoording voorzien. Een deel van deze brieven zijn eerder gepubliceerd, zoals in de bundel teksten en interviews Conversations with Myself, maar de meeste niet.

Brieven uit de gevangenis bevat veel fascinerends. Mandela schreef geregeld officiële brieven aan de gevangenisautoriteiten, met de zorgvuldige formuleringen die bij de jurist passen. Verzoeken om vervolgstudies die hij al die jaren in de cel is blijven doen. Klachten en protesten namens de andere politieke gevangenen, die een helder beeld geven van hoe het toeging. En ook een aantal humoristische brieven aan bekenden, later in de gevangenschap van Mandela, met aardig bedoelde plagerijtjes.

Aangrijpend zijn de brieven van de langste en zwaarste jaren op Robbeneiland (1964-1982) – daarna werden Mandela en zijn beste vrienden en politieke kameraden ondergebracht in betere omstandigheden in aanloop naar besprekingen eind jaren tachtig. De eerste jaren verrichtten de gevangenen nog zware dwangarbeid en waren ze afgesloten van informatie uit de buitenwereld. Mandela’s moeder overleed, kort daarop kwam zijn zoon Thembi om bij een auto-ongeluk, 24 jaar oud. Mandela mocht niet naar de begrafenissen. Het greep hem enorm aan, zoals tussen de regels door valt lezen aan de dankbrieven die hij schreef na condoleances, waarin hij herinneringen aan zijn zoon ophaalt. Je ziet hem zitten in zijn kale cel met pen en schrift.

Afgrijselijk gemis

Dramatisch zijn de brieven die hij schreef aan zijn jonge vrouw Winnie, zelf op de huid gezeten door de veiligheidsdiensten, die lang in eenzame opsluiting wordt gehouden en verbannen naar een provincieplaatsje waar ze niet weg mag. Mandela probeert haar te troosten en een hart onder de riem te steken en doet in andere brieven zijn beklag bij onder anderen de apartheidsminister van Justitie. De brieven aan de kinderen met zijn eerste echtgenote en van Winnie laten het afgrijselijke gemis voelen (ze mochten pas na hun 16de verjaardag op bezoek komen). Hij probeert op afstand wat op te voeden, met aansporingen aan de kinderen goed hun best te doen op school en met mooie verhalen over hem en hun familie.

Echte liefdesbrieven aan Winnie kon hij onder deze barre omstandigheden niet versturen. Maar hartverscheurender dan deze liefdeszinnen kan haast niet: ‘31 augustus 1970. Je brief van 12 juli mocht ik pas op 14 augustus zien – 1 maand en 12 dagen nadat je hem schreef. Het was de liefste van al je brieven, hij overtrof zelfs de allereerste, die van 20 dec. ’62. Als er ooit een brief was die ik vreselijk graag wilde houden om hem in de eenzaamheid van mijn cel rustig opnieuw en opnieuw te lezen, dan was het deze.’

Sahm Venter: Nelson Mandela, brieven uit de gevangenis

Uit het Engels vertaald door Rob de Ridder; Spectrum; 704 pagina’s; € 39,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.