De erfenis van Harald Blauwtand

De plunderende noormannen werden eeuwen geleden gevreesd van Dorestad tot Pisa. In Denemarken zijn veel restanten van hun schepen, wallen, forten en graven bewaard gebleven, wat een mooi uitgangspunt is voor een hedendaagse vikingtocht....

EEN JOMSBORG-VIKING toont geen doodsangst. De viking die op het punt staat onthoofd te worden, eist dan ook dat de bijl niet eerst zijn nek raakt, maar dat de beul inzet aan de hals. Opdat hij kan zien of de viking op het moment dat hij aan zijn dodenreis begint, met zijn ogen knippert. Wie uit Jomsborg komt, knippert niet.

Ze waren de sterksten onder de vikingen. Volgens de overleveringen woonden ze in Jomsborg, een fort aan de Baltische kust dat diende als garnizoensplaats voor Deense en Zweedse vikingen. De plaats groeide uit tot een bijna kloosterachtige - maar wel heidense - orde.

Van de mannen uit Jomsborg resten alleen nog de verhalen. Maar Denemarken barst bijna uit zijn voegen van tastbare herinneringen aan de vikingtijd toen die zijn Gouden Eeuw beleefde, al is Sterke Eeuw natuurlijk een correctere benaming. Restanten van vikingschepen, herbouwde forten en boerderijen, indrukwekkende graven. Ineens langs een weg, of ergens in een weiland staat een verlaten runensteen. Veel is niet eens opgegraven. Onder Odense - Odin is de Deense benaming voor Wodan - ligt Nonnebakken, een compleet fort. En wie weet, dromen sommigen Denen hardop, wat er ooit nog meer gevonden wordt.

Hamburg, Friesland, Dorestad, Vlaanderen, Parijs, Bordeaux, Lissabon, Cadiz, Sevilla, Pisa. Steeds verder trokken de Deense vikingen op hun plundertochten. Soms werden ze afgekocht, met Danegeld.

Die geschiedenis staat haaks op het beeld dat de Denen van hun voorvaderen in stand houden: dat van een eenvoudig, hardwerkend boerenvolk. De viking woonde en werkte op de boerderij, maakte kralen of gebruiksvoorwerpen die anderen dan weer op de markt verhandelden. Een vredelievend volk dus eigenlijk, niet kwaad van zin. 'Gewone, saaie mensen', zegt Lene Lund van het Vikingenmuseum in Ribe. En dus worden er elke zomer vikingmarkten, vikingspelen en vikingfestivals georganiseerd. De boerderijen van weleer worden her en der nagebouwd. Oude ambachten worden weer beoefend.

Het beeld van wilde, rovende en plunderende noormannen wordt toegeschreven aan de bronnen, veelal de slachtoffers. Aantallen werden vaak schromelijk overdreven, meent Else Roesdahl, hoogleraar middeleeuwse archeologie aan de Universiteit van Aarhus. Volgens haar zijn er nooit meer dan tussen de vijfhonderdduizend en een miljoen vikingen geweest. Hooguit 2 tot 5 procent, twintig- tot vijftigduizend vikingen, gingen op oorlogspad. 'En dan nog niet eens jaren achtereen.'

At-Tartuschi, een Arabier uit Spanje, wist niet wat hem overkwam toen hij in de tweede helft van de tiende eeuw een bezoek bracht aan Haithabu, nu Hedeby, even ten zuiden van Schleeswijk. Vrouwen konden hier echtscheiden als ze daar zin in hadden. Als er een kind werd geboren, werd het volgens hem in zee gegooid, zodat er een mond minder te voeden was. 'Ik heb geen lied gehoord dat lelijker was dan dat van het volk in Schleeswijk. Uit hun kelen klinkt gegrom, zoals dat van een hond of zelfs een wilder dier dan dat.'

De heidenen van Europa hadden zich van het beschaafde deel van het continent afgescheiden door een muur, de Danevirke, die door de eeuwen heen werden uitgebreid en versterkt. Het verdedigingswerk, op sommige plekken drie muren dik, liep van Hedeby, ten zuiden van Schleeswijk, naar de westkust. Een aarden wal met daarop houten muren zigzagde door het landschap, van oost naar west. Achter de muur liep een weg waarover de vikingen zich snel konden verplaatsen.

In het midden van de achtste eeuw werden de eerste muren opgetrokken. Eeuwen later werd nog aan het verdedigingswerk gebouwd, voor het laatst in 1864 toen Pruisen Denemarken aanviel. Restanten van de verdedigingsmuren zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt door de Duitsers. In de omgeving van Hedeby zijn nog restanten te zien. Maar alleen als je erop gewezen wordt zie je de aarden wal begroeid met gras die wordt gekoesterd als oude 'stadsmuur'.

Het meest opzienbarende monument uit de Deense vikingtijd staat in Jelling. Op het dorpsplein slingert de doorgaande weg zich langs twee immense grafheuvels gemaakt van hout en turf; de noordelijke is 8,5 meter hoog en heeft een doorsnee van 65 meter, de zuidelijke is 11 meter hoog en heeft een doorsnede van 77 meter. Er tussenin ligt een begraafplaats die nog altijd wordt gebruikt, met een wit kerkje. Voor de deur staan de runenstenen die doorgaan voor het geboorte- en doopbewijs van de staat Denemarken. 'Koning Harald gaf de opdracht deze runen te maken voor Gorm, zijn vader, en Thyre, zijn moeder, de Harald die heel Denemarken en Noorwegen overwon en de Denen tot het christendom bekeerde.' Het gebiedje staat op de World Heritage List van de Unesco.

Hier, middenin het dorp, bekeerde Harald, koning van ongeveer 940 tot 986, zich tot het christendom. Al deed hij dat beslist niet vrijwillig. 'Anders had de Duitse keizer hem er wel toe gedwongen', zegt Per Kristian Madsen, directeur van het Vejle Museum in Vejle. Harald luidde er het einde van de vikingtijd mee in.

Harald Blauwtand, wiens zoon Sven Gaffelbaard in 1013 Engeland veroverde, staat voor het hoogtepunt van de Deense vikingtijd. Hij wordt beschouwd als de man achter grote bouwwerken als de ringforten en de brug bij Ravning Eng. De ringforten van Aggersborg, Trelleborg, Fyrkat en Nonnebakken - nog geheel verborgen onder de stad Odense - stammen uit de tweede helft van de tiende eeuw.

Het fort van Fyrkat, met 120 meter doorsnee de kleinste, wordt nu aan alle kanten omgeven door land. Eeuwen geleden dobberden de vikingschepen voor de oostelijke poort, klaar om uit te varen tegen de vijand. Nu ligt er midden in het Deense platteland een grote cirkel, een aarden muur, een meter of vier hoog. Net als vroeger kan het fort op vier plaatsen worden binnengetreden. Maar de deuren die ongewenste bezoekers moesten tegenhouden, zijn vergaan.

Paaltjes markeren de sporen van bewoning die archeologen hebben gevonden. De vikingen hadden het fort als een taart verdeeld, in vieren, van elkaar gescheiden door wegen. Grote barakken stonden er voor het vee, kleinere voor de smid die er werkte. Binnen de sterke muren hebben vooral vrouwen en kinderen gewoond, is het verhaal. Maar het enige dat daarvoor nog als bewijs kan worden aangevoerd, zijn de grafresten die er zijn opgegraven.

Ook de brug over Ravning Enge, even buiten Jelling, is vermoedelijk in 979 gebouwd, ten tijde van Haralds koningschap. De palen van de brug staan in een weiland, verscholen onder een aarden wal die ze moet beschermen tegen de weersinvloeden. Verweerde houten vlonders moeten herinneringen oproepen aan een drassig gebied dat toen moeilijk te nemen was, maar de rivier is hier nu niet meer dan een slootje, bijna onvindbaar langs de beboste heuvels. Een kilometer lang, ruim vijf meter breed en daarmee de grootste, vermoedelijk een van de oudste bruggen van de vikingen, 'maar gebouwd met een precisie die aan vandaag doet denken', vindt Else Roesdahl.

De lange, houten vlonder maakte deel uit van de verbinding tussen de belangrijke handelsplaats Ribe en Jelling, de nederzetting waar de rondreizende koning met regelmaat kwam.

In Ribe gonsde het 's zomers van de activiteiten op de markt. vikingschepen voeren af en aan. Of buitgemaakte goederen in de verkoop gingen of dat er daadwerkelijk handel werd gedreven, is niet meer te achterhalen.

Elke zomer werd langs het riviertje de Aa een nederzetting opgebouwd. Er ontstond een echte hoofdstraat met zijstraatjes die de kavels verdeelden waarop de ambachtslieden smeedden of kralen maakten. Het legde de basis voor het stratenpatroon van het Ribe van nu, een pittoresk dorpje, nog klein genoeg om niet te worden verpest door de busladingen toeristen die in de winkelstraat worden afgezet. De straten zijn smal en lopen vanuit het 'vikingkwartier' bijna allemaal naar het water waar Ribe ontstond en waar het Vikingmuseum vanaf - hoe kan het anders - Odins Plads uitkijkt over de vroegere marktplaats.

Schepen werden hier gerepareerd. Een anker uit 700, ongeveer 27 kilo aan ijzer, wordt daarvoor als bewijs gekoesterd. Molenstenen uit Keulen, drinkglazen uit het Middellandse-Zeegebied, metalen voorwerpen uit Europa werden hier verkocht.

Ribe lag beschut, met eilandjes voor de kust. Alleen de vikingschepen konden de ondiepe rivier opvaren en zo tot in het stadje komen. Want de vikingen mochten dan nog zo graag boer zijn of handel drijven, het waren nou juist de vikingschepen die de noormannen zoveel machtiger maakten dan de rest van de Europeanen.

In de Vikingschepenhal van Roskilde zijn de schepen te zien die in het Roskildefjord zijn gevonden. Met wat er over was aan planken en spijkers van de handels- en oorlogsschepen zijn de boten zo veel mogelijk weer in elkaar gezet. Het museum trekt jaarlijks 150 duizend bezoekers en is daarmee de grootste vikingattractie.

Maar veel interessanter is te zien hoe de Denen van nu de prehistorische schepen hebben nagebouwd. Met sommige replica's kan worden gevaren, worden soms zelfs wedstrijden gehouden. Voordat het zover kwam, moesten de botenbouwers uit de twintigste eeuw opnieuw op ontdekkingstocht. Zo bleken gezaagde planken totaal ongeschikt. De boten werden te stijf en dus werden de planken met een bijl gehakt, net zoals de vikingen dat ooit hadden gedaan.

In de eerste replica zitten 15 duizend manuren, evenveel als nodig is voor de bouw van vier Deense rijtjeshuizen. De touwen, het zeil en de tweeduizend spijkers zijn met de hand gemaakt. Na de bouw kon worden bewezen, hoe goed de schepen waren. Ze komen tot dezelfde snelheid en wendbaarheid als de kleine handelsschepen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog nog in de vaart waren.

In Ladby, op het eiland Funen, is deze eeuw een andere opmerkelijke vondst gedaan. Daar werd een schip gevonden dat ooit aan land moet zijn getrokken om er een edelman in te begraven samen met elf paarden en een stel honden. Het schip was bijna 22 meter lang en bood plaats aan 32 roeiers en ligt nog altijd in de grafheuvel waarin het is gevonden.

Verborgen achter glas liggen hier de zwarte restanten van het schip. Wie goed speurt, ziet nog skeletresten. Van de paarden? De honden? Van de edelman en van de geschenken aan boord is niets teruggevonden. Niet alleen is het graf leeggeroofd, het vermoeden bestaat dat na de kerstening van de vikingen het lijk is herbegraven.

I N HET NOORDEN van Denemarken, ten noorden van Aalborg, ligt Lindholm Hje. Wie de industrie langs het Limfjord wegdenkt, de lelijkheid die Aalborg uitstraalt negeert en net doet alsof er geen vliegtuigen landen, krijgt voor ogen hoe dit gebied er in de vikingtijd moet hebben uitgezien. In het dal slingert het Limfjord zich door het verder vlakke land richting westen, waar het fjord toen nog uitmondde in zee. Vikingschepen varen af en aan. Sommige reizigers snijden 'de noordkaap' van Denemarken af op hun reis naar Engeland. Anderen varen, bepakt met hun handel, misschien naar Ribe, terwijl ze zich veilig weten door Aggersborg, het ringfort even verderop.

Op de Hje zelf lijken de stenen en keien schots en scheef te liggen. Maar van een afstandje zijn er patronen herkenbaar. Er zijn cirkels te onderscheiden, en schepen. De ronde vormen duiden op een vrouwengraf. Het schip symboliseert agressie en is voor de man.

Lindholm Hje was het eindpunt van de handelsroute die vanaf Hedeby via Ribe en Viborg verder naar het Limfjord liep. Maar in de elfde eeuw trokken de bewoners weg van de heuvel en kreeg het stuifzand vrij spel. Op sommige plaatsen groeide het zand aan tot een dikte van vier meter. De begraafplaats die eronder schuilging, met zevenhonderd graven, werd pas na de Tweede Wereldoorlog ontdekt.

Vanuit het graf begon de reis naar het hiernamaals. Wie dat gelooft, kan nu nog de Jomsborg-vikingen zien. Ze hebben nooit hun gevechten gestaakt. Elke nacht weer staan in dit hiernamaals de doden op en worden feesten aangericht in aanwezigheid van de oppergod. En bij het aanbreken van elke nieuwe dag, breken weer nieuwe gevechten uit.

Cattle die

Kindred die

Every man is mortal

But the good name

never dies

Of one who has done well.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden