de gids balkontips

De eerste plant bloeit op het balkon: het bijenseizoen is begonnen

Geen tuin, maar wel de behoefte om gastheer te zijn voor allerlei planten en dieren? In deze serie laat Caspar Janssen zien hoe zelfs een klein stadsbalkon mooi en nuttig wordt. Deel 3: Het bijenseizoen is begonnen.

Beeld Rebecca Fertinel

Zo maak je een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon

Caspar Janssen probeert dit voorjaar en deze zomer een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen. Al zijn tips worden gebundeld op deze pagina.

Longkruid is een succesnummer. De eerste plant in bloei. Paarse en roze bloemetjes. Ik zie een patroon ontstaan: patrouillerende en hongerige bijen en hommels die in een lijn over mijn balkon scheren en dan het longkruid frequenteren. Aantoonbaar succes. En: het seizoen is begonnen. Determineren is het volgende probleem. Bijen zitten niet graag stil voor de foto. Vooralsnog gebruik ik een handige minigids bijen & hommels van de Bijenstichting; daar staan de meeste tuin- en balkonsoorten wel in. Met mijn telefoon achtervolg ik de bijen en hommels, en schiet foto’s. ‘Leuk, een mannetje rosse metselbij,’ antwoordt Linde Slikboer, een enthousiaste bijenkenner van het EIS, het Kenniscentrum insecten, als ik haar een foto stuur. ‘Die nestelt in bijenhotels.’ Verder aardhommels, akkerhommels. Grijze rimpelruggen ook, en gewone sachembijen. Vroege bijensoorten, zo leer ik.

Meer over wilde bijen:

Wie graag mooie, meeslepende boeken leest en ook alles wil begrijpen van het leven van hommels en andere wilde bijen, en hun interactie met planten kan niet heen om het werk van de Britse hommeldeskundige Dave Goulson. Hij schreef er drie, tot nu toe: Een verhaal met een angel, Geroezemoes in het gras en De vlucht van de hommel. Deze zomer verschijnt zijn vierde boek, De tuinjungle. (uitgeverij Atlas Contact)

Een geweldig naslagwerk over (het leven van) wilde bijen in Nederland is Gasten van bijenhotels van Pieter van Breugel. Inclusief alle mogelijkheden voor nesthulp en het creëren van een voedselrijke omgeving. (uitgegeven door EIS Kenniscentrum Insecten en Naturalis)

Een goede herkenningsgids: Veldgids Bijen voor Nederland en Vlaanderen. Van: Stefan Falk.

Bij EIS verscheen ook een Basisgids Hommels.

Nog meer info over (het helpen van) wilde bijen:
Nederlandzoemt.nl
bestuivers.nl
bijenhelpdesk.nl
bijenstichting.nl

Lol

Intussen begin ik lol te beleven aan die plantjes. Kijken hoe ze groeien, niet te veel en niet te weinig water, waar kunnen ze het beste staan of hangen, ompotten, druk, druk. Nooit eerder mee beziggehouden, maar het is toch wonderlijk dat iets wat je in de grond hebt gestopt, ontkiemt en gaat groeien. Binnen heb ik achttien potjes ingezaaid, twaalf ervan zijn inmiddels ontkiemd, vooral zonnebloemen. Op het balkon, intussen, komt de gele dovenetel in bloei, en de beemdkroon. De blauwe regen staat op uitbarsten, hier en daar dringen hommels al binnen. De rode aalbessen, de vuurdoorn, de sporkehout, de wilg, ze staan al aardig in het blad, maar ik zal er pas volgend jaar de vruchten van plukken, verwacht ik.

Muurwesp. Beeld Caspar Janssen

De omgeving is natuurlijk ook relevant: wat gebeurt er verder in die binnentuinen? Staan daar ook nectar- en waardplanten? Zijn daar nestelplekken voor vogels, hommels en andere bijen? Ik heb zelf de indruk dat er de laatste jaren minder vogels zijn, die achteruitgang lijkt gelijk op te lopen met het uitbouwen van huizen en het verdwijnen van bomen.

‘Mijn’ zanglijsters lijken verdwenen, al twee weken niet meer op mijn balkon, en ook niet gehoord. Zijn ze toch ergens anders gaan broeden? Zijn ze er nog wel, maar stilletjes broedend? Of waren het toch trekkers die nu zijn teruggevlogen naar het noorden?

Beeld Rebecca Fertinel

Ondankbare krengen

Mijn onderbuurman heeft nog wel bomen in zijn tuin. Er ligt volop tuinafval, er is struweel, klimop, bergen grond met onkruid. Genoeg nestelplekken voor roodborstjes, winterkoninkjes en heggenmussen. En ook voor hommels en bijen, schat ik. En allemaal per ongeluk. De heggenmussen komen nog steeds op mijn balkon, nu soms samen, met z’n tweeën. Ik blijf de voedertafel vullen voor als de mezen jongen hebben. Uit eigenbelang ook, ik hoop nog altijd dat er zich koolmezen gaan vestigen in mijn nestkast in de cipres van de onderbuurman. Maar het zijn ondankbare krengen, die koolmezen. Al maanden vliegen ze af en aan, zakken pinda’s en zaadjes hebben ze al van mijn balkon geplukt, maar mijn nestkast keuren ze geen blik waardig. Ook niet nadat mijn onderbuurman wat takken heeft weggehaald voor een betere aanvliegroute.

Ik had Hans Kaljee op bezoek gehad, bomenkenner en consulent van de gemeente. Het gesprek ging al snel over terechte en onterechte zorgen over bomenkap. En over de ietwat schizofrene houding van de gemiddelde burger inzake bomen. Zo zijn er klachten over reguliere dunningen in stadsbosjes. Anderzijds zijn er klachten over een stukje van het Amsterdamse bos dat niet wordt gedund en mag verwilderen. Daar vallen bomen om, er ligt dood hout met nieuw leven erop en erin. Een rommeltje, kortom, vinden klagers. Ook bewoners zelf laten zich inmiddels niet onbetuigd als het gaat om het kappen van bomen in hun tuinen. Intussen er is een probleem in de stad, aldus Kaljee: Het is steeds moeilijker om ruimte te vinden voor nieuwe bomen.

Kaljee bracht de bomen op naam die vanaf mijn balkon te zien zijn. Een bonte mengeling van inheems en exotisch. Esdoorns, hulst, vlier, berk, paardenkastanje, hazelaar, sierkers, magnolia, spar, cypres, taxus. Met name die taxus, of venijnboom, maakt indruk op Kaljee. ‘Die moet hier al bijna 100 jaar staan. Toen deze huizen werden gebouwd.’ Kaljee is nog niet vertrokken of ik lees dat er weer nieuwe kapvergunningen zijn aangevraagd door bewoners. Een kapvergunning voor een boom rechts, en een kapvergunning voor maar liefst zeven bomen links, in de hoek waar die taxus staat.

Beeld Rebecca Fertinel

Zonderling gedrag

Af en toe vertoon ik zonderling gedrag, vermoed ik. Op een maandagmiddag fiets ik met mijn dochtertje naar haar voetbaltraining. Ik heb een schep en een plastic tas meegenomen en speur de bermen af naar smeerwortel, een algemeen voorkomende wilde plant die ik graag op mijn balkon wil omdat hommels er gek op zijn. Maar nog niet in bloei, dus zie ik de plant zo snel niet. Wel steek ik op de terugweg een paar witte dovenetels uit. En even later, als ik me onbespied waan, graaf ik een paar schitterende verse molshopen af. Mijn dochter is nog net niet in de leeftijd dat ze zich geneert. Ze heeft zelfs een AH-tattoeplaatje van een rosse metselbij op haar voorhoofd geplakt. Weer thuis zie ik dat er voor mijn huis volop paarse- en witte dovenetels staan.

Duitse wesp. Beeld Caspar Janssen

Een zonnige, warme dag, vorige week. Linde Slikboer van het EIS komt langs. Ze heeft twee vangnetten bij zich. En gidsen en boeken over bijen en hommels. Ik heb nog allerlei vragen. Waarom mijn bijenhotel nog geen gasten heeft bijvoorbeeld. Zelfs niet nadat ik er een bord met leem naast heb gezet, om het metselwerk van de bijen te faciliteren. Linde vermoedt dat het te maken heeft met de scheuren die inmiddels in het hout zitten, dat maakt veel holletjes waardeloos. Ze is trouwens blij verrast met wat ze aantreft op mijn balkon. Het is al tamelijk levendig, met zandbijen en hommels, ze vangt met haar net een grijze rimpelrug. Op mijn foto’s herkent ze verschillende soorten, zoals de weidehommel. Intussen zie ik voor het eerst dit jaar, vanaf mijn balkon, dagpauwogen vliegen.

We hebben het over de vele valkuilen die er zijn bij het redden van de bijen. Zo bedachten veel mensen om te gaan imkeren, voor de honingbijen. Maar dat werkt averechts, zegt Slikboer. De gedomesticeerde honingbijen – de honingbij is in feite een landbouwdier – concurreren om voedsel met de 360 wilde bijensoorten, en juist met die wilde bestuivers gaat het slecht. Recent onderzoek bevestigde wat al werd vermoed: waar bijenkasten staan voor honingbijen worden wilde bestuivers weggeconcurreerd. En ook wilde planten lijden daaronder.

Beeld Rebecca Fertinel

Ondeugdelijke bijenhotels

Om wilde bijen te helpen, heeft het vooral zin om goede dracht- en nectarplanten te planten. Goede bijenhotels helpen ook. Maar ja, zeker de helft van de bijenhotels die bij tuincentra worden verkocht deugt niet, zegt Linde. ‘Ze wapperen heen en weer in de wind, of de achterkant staat open, of ze zijn te ondiep, of de gaten zijn te groot, of er is slechte een grote, lege ruimte achter de gaatjes, of de gangetjes zijn niet glad genoeg, of er is allerlei troep in gestopt.’ En dan de planten zelf. Al die fleurigheid, tulpen, narcissen, viooltjes, er zit geen nectar in, bijen hebben er helemaal niets aan. Ook wat in tuincentra wordt verkocht als bij- en vlinderplanten moet gewantrouwd worden. Linde: ‘Als die plantjes zijn behandeld met insecticiden kunnen ze zelfs een ecologische val vormen. Wilde bijen eten er wel van, maar raken vervolgens verzwakt.’ Biologisch en echt wild blijft dus het devies. Goed, en nu we toch bezig zijn: Linde kan niet zo enthousiast worden van de zadenmengsels die nu overal verkocht worden voor de bijen. Want het zijn altijd dezelfde opzichtige mengsels met klaproos en korenbloem en zelfs uitheemse planten waar inheemse bijen vaak weinig aan hebben.

Nou ja, en toch is de stemming goed als we met onze netten over het balkon lopen. We ontwaren een vosje, een mooi bijtje, op de blauwe regen, die nu uit de knop begint te komen. Het begint ergens op te lijken.

Dan breekt het weekend aan van de Nationale Bijentelling. Maar het is koud, en ik ben een dag weg, dus stel ik op eigen gezag het tellen nog een paar dagen uit. De organisatoren van Nederland Zoemt besluiten – vanwege die kou – ook om de bijentelling met een week te verlengen. Morgen tellen dus.

Nieuwe planten op het balkon van Caspar

Smeerwortel
Witte dovenetel
Hemelsleutel
Zonneroosje
Ribzaad
Zonnebloemen

In bloei

Longkruid
Gele dovenetel
Beemdkroon
Blauwe regen

Nieuw waargenomen soorten op het balkon van Caspar:

Gewone sachembij
Rosse metselbij
Weidehommel
Akkerhommel
Gewone driehoekszweefvlieg
Grijze rimpelrug
Vosje
Dagpauwoog (dagvlinder)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden