De duurzame drang naar de zee

Wat trekt mensen naar de zee, wat is het verlangen naar de kust, dat besoin de mer? De Franse journalist en schrijver Hervé Hamon wil altijd naar de kust, iedere keer weer van zijn Parijse domicilie naar de rotsen van Bretagne of naar een strand....

BEKIJK aandachtig de schuimbekkende golven en de schuimslierten die ze voortbrengen, filosofeert Eric de Kuyper in een van zijn zee-bespiegelingen, sluit je ogen en laat je pen in je hand losjes en spontaan over een vel papier gaan, 'dan ontstaan er vanzelf kronkels en golvende, spiraalachtige figuren'. Het zeelandschap leidt onvermijdelijk, zegt hij, tot meditatie.

'De zee kijkt mij aan, ook als ik niet kijk.'

Nu eens zijn de golven ver, een bibberende streep op het strand, meer niet. En dan zijn ze weer dichtbij. 'Bij vloed lijkt het alsof ze tot onder mijn vloer doorlopen', schrijft De Kuyper in Met zicht op zee (Aan zee - veertig jaar later). 'Ik hier, zij daar.'

Hij kocht in Oostende - in makelaarstaal - 'een studio met zicht op zee' om er te werken. Zodra ik hier ben, vervolgt hij, 'is de zee alomtegenwoordig'. Want de zee verdraagt niet de minste concurrentie, het beeld van de zee 'vernietigt alles wat in de nabijheid komt, reduceert het tot poppenspeelgoed'. De zee is. 'Niets kan daar tegen op.'

De Kuyper is een 'zondagsschrijver'. Hij flaneert. In 1988 publiceerde hij Aan zee, bespiegelingen over zijn kinderjaren, over strandspelen en over zijn vakanties in Oostende. De Kuyper, zei Hugo Claus - die een tijdje in een Oostends hotel heeft gewoond - beschrijft als een vertederde antropoloog de rites waarmee een zekere samenleving aan de Belgische kust aaneenhangt. De flaneur De Kuyper is aan het werk in zijn kamer op de twaalfde verdieping van een flatgebouw dat zestien etages telt. 'Hoog en droog zit ik in mijn kamer die geen kamer is', verzucht hij. 'Vóór mij strekt zich het strand uit, en verderop de zee met daarboven de hemel. Zo eenvoudig is het.'

De Kuyper mijmert over Oostende, de flaneurs op de dijk langs het strand, de cafés en tearooms, het casino, de Koninklijke Galerijen en over de schrijfster Marguerite Duras. Ook zij schreef geregeld zulke subtiele en flitsende bespiegelingen in haar Normandische huis, vlak aan zee.

Ze zei: ik schrijf een dagboek van de zee en van het weer, 'een dagboek van de regen, van de getijden, van de wind, die brutale vlerk die de parasols en de windschermen meeneemt en die zich rond de kinderlijven in de plooien van het strand verschuilt, achter de muren van de hotels'.

Het verbaast Eric de Kuyper dat, 'nu ik hier aan zee over de zee zit te schrijven, het juist zij moet zijn die mij tot citeren aanzet'. Hij is een kopiist. Zorgvuldig verzamelt hij her en der in zijn boeken woorden en zinnen van anderen. 'Er is een ding dat ik goed kan', citeert hij Duras, 'en dat is naar de zee kijken.'

En De Kuyper koopt krijtjes, potloden en verf. Elke dag tekent hij de Noordzee, tekening na tekening. 'Ik kopieer de zee, maar de zee laat zich niet kopiëren', zegt hij aan het eind van Met zicht op zee. Zijn zee op de tekeningen is woest en wild, terwijl die dag de golven rustig waren. Zijn zee is blauw, of bruin-groen, maar ze is zoveel meer kleuren. 'De zee zoals ik haar zag, leek nooit op mijn pastel.' Ze zal, zegt hij in zijn bespiegelingen, 'er vroeg of laat ooit uitzien zoals nu op mijn vel papier'.

Wat trekt mensen naar de zee? Wat is 'het verlangen naar de kust', dat besoin de mer?

In de ogen van de oude filosofen was het land betrouwbaar, de zee onbetrouwbaar. 'Het zeewater is drinkbaar voor de vissen', vond Heraclitus, maar 'dodelijk voor mensen'.

De Franse journalist en schrijver Hervé Hamon wil altijd naar de zee, iedere keer weer van zijn Parijse domicilie naar de kusten van Bretagne of naar het strand. Het is een letterlijke besoin de mer: hij wil de golven zien en het water horen klotsen. Hij is aan zee geboren, in het Bretonse Saint-Brieuc.

Zijn Parijse uitgever Éditions du Seuil vroeg hem un livre d'auteur, zo'n zee-bespiegeling als Met zicht op zee van De Kuyper. Een titel had hij al, schrijft Hamon in Besoin de mer, 'nu nog een boek'.

Hij schrijft over de zeeën die hij heeft gezien, de wilde zee uit zijn jeugdjaren aan de kust van Bretagne, over het ommuurde Saint-Malo van Chateaubriand en diens graf op het îlot du Grand-Bé, een eilandje voor de kust van Saint-Malo waar onder een groot kruis de schrijver begraven ligt, over het strand van Val-André waar hij leerde zwemmen, over het visserskerkhof van het pittoreske Plougrescant.

Bij eb loop je 'door zee' naar Grand-Bé. Er is een stenen pad dat de vestingen van Saint-Malo verbindt met het bijna-schiereiland van Grand-Bé. Chateaubriand wilde een zeemansgraf - 'zijn besoin de mer strekt zich uit tot na de dood'. Tientallen keren liep Hamon over dat pad, wanneer de zee zich had teruggetrokken en haar onderwatergeheimen had prijsgegeven. Het open gebied tussen eb- en vloedlijn brengt de wandelaar in beroering. Hij volgt het langzaam opkomen van de vloed, 'beeld van de begeerte'.

Chateaubriand - maar ook Hamon - had vanaf zijn kinderjaren de gewoonte om lange wandelingen te maken over de stranden rond de baai van de Mont-Saint-Michel, wanneer het water was weggeëbd. Het is een vlottende grens tussen twee elementen, schreef hij in zijn Mémoires d'outre-tombe, 'de veldleeuwerik vliegt er samen met de zeeleeuwerik; de ploeg en het bootje, op een steenworp afstand van elkaar, trekken voren door het land en de zee. De herder en de zeeman lenen elkaars taal'.

Het is een marcher au fond de la mer, een 'wandelen op de zeebodem', schrijft Hamon. Hij loopt met plezier door het wier, langs het wegebbende water. De aanblik van het natte strand ontroert hem, 'de verlatenheid van de bij eb blootgelegde zeebodem'. Het is sensueel. Hij loopt in zee, zoals in de baai van de Mont-Saint-Michel, op de grens tussen land en zee. Zand in verschillende kleuren, noteerde Chateaubriand in zijn memoires, gevarieerde schelpenbanken, wieren, zilverkleurige schuimfranjes.

Op haar terugtocht laat de zee een spoor achter van schuim, grind en schelpen. Hamon citeert uit Alain Corbin, schrijver van het magistrale Le territoire du vide (1988), een geschiedenis van 'het verlangen naar de kust'. Aan de kusten kun je 'in de archieven van de wereld lezen'. Het is de plek bij uitstek 'waar aandacht is voor de raadsels van de wereld'. Heldhaftig verzamelt de strandjutter zijn monsters, schelpen en kiezels, aangespoeld wrakhout, misschien een enkele keer een fles met een message. Het peilen van de kustbodem, wanneer je op het zilte en natte strand langs de lijnen van ebbe en vloed loopt, gaat gepaard met een kinderlijke nieuwsgierigheid. Maar het is een intens genot, weet Hamon. De zee spreekt. Voor de dichters van de Romantiek waren brute stormen of juist een roerloze en kalme zee 'opengeslagen boeken', een archief.

'. . .van alle objecten die ik heb mogen zien, spreekt geen enkel zozeer tot mijn verbeelding als de Zee of de Oceaan', exalteerde Addison in 1712 in The Spectator. 'Ik kan die wonderbaarlijke Watermassa niet zien bewegen, zelfs al is het kalm weer, zonder aangenaam te worden verrast; maar als er een storm opsteekt, . . .is het verrukkelijk afgrijzen dat door dit uitzicht wordt opgeroepen onmogelijk te beschrijven.'

Vakanties waren voor Hamon 'de zee', petites fuites rond Pasen en Kerstmis en 's zomers la grande fuite naar Trégastel, waar de Hamons een huisje hadden, zonder stromend water, maar vlak aan het strand. Hamon leerde in Bretagne luisteren naar de zee en oefende zich in 'het ontdekken en het bepalen van het tijdstip van eb of vloed'. Die ritmiek is de hartslag van de zee, in de woorden van de Venetianen il viva dell'aqua, 'de adem van de zee en van het leven'.

De zee is een groot reservoir van oerkracht maar ook van vertedering. Hamon geniet van de golven die stukslaan op de Bretonse rotsen maar kan ook genieten van het fonkelende of transparante water, het stuifwater, dat wazige en diafane vocht, de dampen van de kuststreek.

Hij beschrijft de oceaan, die onmetelijke wateren 'die zich niet laten domesticeren'. De oceaan kan niet worden vernederd. Hamon heeft het over de grillige kusten van zijn geboortestreek, over de kinderen uit zijn klas 'die door de zee zijn gegrepen' en verdronken. Maar hij schrijft ook over de genoegens van de kust, over die heerlijke Bretonse zeeoor, 'een delicatesse'. Je maakt de schelpdieren klaar in een grote pan met een beetje boter, knoflook, peper en peterselie. Il y a des ormeaux ce soir, 'er zijn zeeoren vanavond', is voor de gourmand Hamon een verrukkelijke mededeling die hem aan zijn kinderjaren herinnert.

Besoin de mer (met woordspeling: besoin de mère) is het relaas van die onmogelijk te beschrijven drang om in de nabijheid van de zee te vertoeven. De zee is geborgenheid, koestert, 'ook al is ze verraderlijk'. Bij Corbin, die zo prachtig over 'de uitvinding van het strand' heeft geschreven, lees je over 'het plezier dat voortkomt uit water dat geselt'. Een duik in het zeewater, in de verzwelgende en angstaanjagende Grote Afgrond - volgens de oude moralisten - is heilzaam. Het is de paradox die ertoe leidde dat de kust vanaf halfweg de achttiende eeuw in zwang raakte. 'De zee gaat als toevlucht fungeren, ze wordt als hoopgevend ervaren omdat ze angst aanjaagt.'

'Er zijn drie fases in het leven', zei de grootvader van Gideon Bosker, mede-auteur van het pas verschenen The Beach. 'Birth, beach, and death.' Voor hem was het leven een opeenvolging van pleasant places, en waar kon je die genoeglijke plekken beter vinden dan aan de kust?

In The Beach beschrijven Bosker en Lena Lencek de geschiedenis van het strand, vanaf de oerknal tot het paradijselijke strand van de toeristenfolder. Achterin het boek staan adressen en telefoonnummers van zulke 'paradises by the sea', Saint-Tropez of Cap d'Antibes, het Venetiaanse Lido, Pangkor Laut Island in Maleisië, Palm Beach en Honolulu, Copacabana, de Ariel Sands Beach Club Bermuda, maar geen Zandvoort of Scheveningen.

Ze beschrijven wat de Franse socioloog Jean-Didier Urbain in Sur la plage (1994), een studie over de homo littoralis en de toeristificatie van het strand, het 'modèle polynésien' heeft genoemd: het strand is er voor de zon, voor het baden, voor de seks, voor het far niente, voor de lol. Het strand ademt niet meer die sfeer die Brigitte Bardot - zelf modelfiguur van 'Saint-Tropez' - ooit heeft bezongen: Sur la plage abandonnée, coquillages et crustacés, 'op het verlaten strand', enzovoort. Hervé Hamon vreest dat Bretagne, dat door duizenden toeristen wordt overspoeld, 'want het is in de mode', binnenkort de Franse Costa Brava wordt. Dan zal het een van die paradijzen zijn op het lijstje achter in

The Beach.

Hervé Hamon: Besoin de mer.

Édition du Seuil, Ffrs 110,-.

Eric de Kuyper: Met zicht op zee.

Sun, * 24,50.

Lena Lencek en Gideon Bosker: The Beach. Viking, $ 25,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden