Dubbelrecensie ‘einde van de democratie’-boeken

De democratie verdort (maar we hebben niets anders)

Nu overal ter wereld sterke mannen oprukken die hun macht niet met geweld maar netjes democratisch hebben verworven, komen historici en politicologen met het ‘einde van de democratie’-boeken. Wat is het alternatief?

Foto Max Kisman

In de jaren twintig van de vorige eeuw werd automobielmagnaat Henry Ford genoemd als toekomstige president. Een charismatische en ambitieuze rijkaard, een demagoog die te keer ging tegen bolsjewieken, bankiers en Joden. Adolf Hitler schreef waarderend over hem in Mein Kampf. Maar de gevestigde partijen peinsden er niet over deze stokebrand kandidaat te stellen. ‘Hoe kan een man van in de zestig, die geen opleiding of ervaring heeft in de politiek, naar zo’n ambt streven? Het is totaal belachelijk’, zei de Democratische senator James Couzens destijds.

Bijna honderd jaar later slaagde Donald Trump waar Henry Ford faalde. Sinds de jaren zeventig worden presidentskandidaten niet meer aangewezen door de partijtop, maar gekozen in voorverkiezingen. De Republikeinse elite wist Trump niet tegen te houden.

De democratie heeft gezegevierd, zullen de aanhangers van Trump zeggen. Toch wordt Donald Trump in een groeiende reeks boeken als een bedreiging voor de democratie beschouwd. ‘Is onze democratie in gevaar? Het is een vraag waarvan we nooit gedacht hadden dat we die eens zouden stellen’, schrijven de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt in How Democracies Die.

Ze deden al jaren onderzoek naar autoritaire leiders in Europa, Azië en Zuid-Amerika. En opeens was daar in eigen land Donald Trump, die dingen zei die ze eerder hoorden bij Erdogan, Poetin of Chávez. Hij dreigde de uitslag van de verkiezingen niet te erkennen als hij zou verliezen. Bovendien waren er altijd nog vuurwapens, als Hillary Clinton zou winnen. Hij dreigde Clinton op te sluiten en bagatelliseerde racistisch geweld in Charlottesville. Hij jutte zijn aanhangers op tegen journalisten en noemt kritische media ‘de vijanden van het volk’. Kortom: Donald Trump heeft geen democratische mentaliteit. Hij zou een dictator kunnen worden, zeggen Levitsky en Ziblatt, als hij erin slaagt bevriende rechters te benoemen, kritische media en opposanten de mond te snoeren en de presidentiële ambtstermijn te verlengen.

David Runciman: How Democracy Ends. Profile Books; 249 pagina’s; € 17,99. 3 sterren.

Het ‘einde van de democratie’-boek begint inmiddels een genre te worden. De Britse politicoloog David Runciman schreef How Democracy Ends. Tal van andere historici, politicologen en andere waarnemers hebben zorgelijke boeken over de staat van de democratie uitgebracht, zoals Yascha Mounk, Jan Zielonka, Edward Luce, Madeleine Albright en Timothy Snyder. Overal ter wereld rukt de sterke man op, van de Filipijnen tot Hongarije. In opiniepeilingen neemt de steun voor de democratie af, al zijn democraten nog altijd in de meerderheid. Veel van deze boeken waaieren breed uit, maar ze keren steeds terug bij één man: de luidruchtige bewoner van het Witte Huis.

Albright en Snyder waarschuwden expliciet voor een herleving van het fascisme van de jaren dertig. Runciman gelooft daar niets van. Washington is geen Weimar. Westerse landen zijn te rijk en te vergrijsd om achter een nazi-achtige dictator aan te lopen. ‘Onze politieke verbeelding is blijven steken in achterhaalde beelden: tanks in de straten, onbeduidende dictatoren die een boodschap van nationale eenheid blaffen, geweld en repressie’, schrijft hij. Maar als de democratie ten onder gaat, zal dat op een heel andere manier gebeuren. Langzaam maar zeker zal een leider steeds meer macht naar zich toe zich trekken, tot hij niet of nauwelijks meer kan worden weggestemd.

De politicologen Levitsky en Ziblatt zagen het gebeuren in andere landen. Hugo Chávez was een politieke outsider die in 1998 tot president werd gekozen met een heel redelijke doelstelling: Venezuela’s olierijkdom moest meer ten goede komen aan de armen. Zijn regime werd pas echt repressief na 2006, toen hij een tv-station sloot en opposanten liet arresteren. Tayyip Erdogan werd lange tijd gezien als een democratische moslim, die een brug zou kunnen slaan tussen de islam en het Westen. Viktor Orbán werd in 1998 voor het eerst premier van Hongarije, als een doodnormale liberale democraat. Pas na 2010 ontpopte hij zich als een autoritaire nationalist.

De vergelijking met Hitler is ook om een andere reden weinig behulpzaam. Als tegenstanders Trump en andere populisten als het absolute kwaad zien, hoeven ze niet meer over hem na te denken. Trump komt echter niet uit de lucht vallen, zoals Levitsky en Ziblatt overtuigend laten zien. Hij is het product van decennia van polarisatie in de Amerikaanse samenleving.

Steven Levitsky en Daniel Ziblatt: When Democracies Die. Viking; 312 pagina’s; € 13,99. 4 sterren.

In 1960 vond slechts 4 procent van de Democraten en 5 procent van de Republikeinen het problematisch als hun kind met iemand van de tegenpartij zou trouwen. In 2010 was dat 33 procent van de Democraten en 49 procent van de Republikeinen. Voorheen waren de Democraten en Republikeinen grote families, coalities van uiteenlopende groeperingen. Nu zijn de Democraten de partij van de minderheden en seculiere stedelingen, de Republikeinen de partij van de conservatieve blanken en de christenen.

Die splijting heeft een reden, zeggen Levitsky en Ziblatt: het streven naar gelijkberechtiging van zwarten en andere minderheden in een land waar de bevolkingssamenstelling snel verandert. In 1950 vormden niet-blanken nog geen 10 procent van de bevolking, in 2014 was dat 38 procent en tegen 2044 wordt een niet-blanke meerderheid verwacht. De Verenigde Staten zijn een traditioneel immigratieland, de clichématige melting pot, maar altijd moesten niet-blanke minderheden integreren in een blanke samenleving. De existentiële angst van de blanke bevolking om een minderheid te worden verklaart volgens Levitsky en Ziblatt de oververhitte, agressieve en apocalyptische existentiële stijl die bij de Republikeinen gemeengoed is geworden.

Levitsky en Ziblatt zijn Harvardprofessoren met een rechtlijnige stijl. De Brit Runciman, hoogleraar in Cambridge, is zwieriger en kiest een ruimer, filosofisch perspectief. De democratie verkeert in een midlife crisis, stelt hij. Stemmen is vanzelfsprekend geworden en veel burgers vragen zich af wat er met hun stem gebeurt. De democratie beloofde welvaart voor iedereen, maar de inkomens stagneren al enkele decennia, terwijl een piepkleine bovenlaag steeds rijker wordt. Daarom stellen steeds meer westerse burgers de vraag van de vastgelopen veertiger: is dit alles?

In een amusant hoofdstuk gaat Runciman op zoek naar een beter alternatief voor de democratie. Misschien hebben we de uitspraak van Churchill – democratie is de slechtste regeringsvorm op alle andere na – zo vaak herhaald dat we andere mogelijkheden over het hoofd zien, oppert hij. De interessantste optie is de ‘epistocratie’, waarbij de macht berust bij mensen met kennis van zaken. ‘Wonend in Cambridge, een hartstochtelijk pro-Europese stad, heb ik echo’s van dat argument gehoord na het referendum over de Brexit’, schrijft Runciman. ‘Meestal met ingehouden stem.’

Bij de epistocratie doet zich meteen een voor de hand liggend probleem voor. Wie bepaalt welke burgers kennis van zaken hebben? De Amerikaanse filosoof opperde een kiezersexamen, teneinde burgers te weren ‘die heel slecht geïnformeerd zijn of niets van de verkiezing afweten of die basale wetenschappelijke kennis missen’. Maar wie neemt het examen af en wie bedenkt de vragen? Bovendien blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat ook experts en academici er gruwelijk naast kunnen zitten, aldus Runciman, bijvoorbeeld omdat zij ten prooi vallen aan groepsdenken waarbij alternatieve stemmen worden geweerd.

En kiezen hoger opgeleiden wél op basis van wetenschappelijk onderzoek over kwesties als immigratie? ‘Of laten ze zich leiden door wat ze het liefst geloven?’, schrijft Runciman. Het verbinden van kennis aan macht zal een monster creëren, een kaste van betweters die zich niet zal laten corrigeren. Bij al haar gebreken houdt de democratie een cruciaal voordeel: je kunt je leiders wegsturen als je ze zat bent. Voor antipopulisten zit er maar een ding op: kiezers overtuigen in een democratisch gevecht.

In de Verenigde Staten pleiten sommigen ervoor om Trump te bestrijden met eigen middelen, gemeen en leugenachtig. Dat is een rampzalige strategie, zeggen Levitsky en Ziblatt, die gematigde kiezers zal afschrikken, zeker als protest gewelddadige vormen aanneemt. De rellen bij de Democratische Conventie in 1968, tegen de oorlog in Vietnam, droegen bij aan de overwinning van de Republikeinse kandidaat Richard Nixon.

Even rampzalig vinden zij een nationalistische strategie die zich richt op het terugwinnen van de blanke arbeidersklasse. Zo’n koers levert op korte termijn wellicht enig electoraal gewin op, maar biedt geen enkel antwoord op de uitdaging waar de Verenigde Staten de komende decennia voor komen te staan: het onderhouden van de democratie in een multi-etnisch land waar geen enkele etnische groep een meerderheid heeft.

Zo’n democratie heeft nog nooit bestaan, aldus Levitsky en Ziblatt. Volgens de politicologen is er maar een mogelijkheid voor het bestrijden van het populisme: compromissen sluiten en een brede coalitie vormen, van Black Lives Matter tot liberale zakenlieden die niets van nationalisme willen weten. Geen eenvoudige opgave, erkennen ze.

Levitsky en Ziblatt hebben een somber, maar strijdbaar boek geschreven. Runciman is laconieker, en eindigt in melancholie. ‘Aangekomen op dit punt in een boek worden meestal oplossingen verwacht’, schrijft hij tegen het einde. ‘Die heb ik niet’. De democratie verkeert in een midlife crisis, maar de alternatieven zijn zo onaantrekkelijk dat de meeste mensen hun midlife zullen preferen. ‘De latere jaren van het leven kunnen heel aangenaam zijn, mits je je verloren jeugd niet wilt terughalen’, schrijft hij. Donald Trump is het politieke equivalent van de veertiger die zich weer jong wil voelen door een veel te snelle motorfiets te kopen. Levensgevaarlijk. Maar anders dan Levitsky en Ziblatt gelooft Runciman niet dat de Amerikaanse democratie gevaar loopt. ‘Amerika’s democratische instituties zijn ontworpen om allerlei soorten hobbels te weerstaan en Trumps vreemde, grillige presidentschap bevindt zich niet buiten de grenzen die overleefd kunnen worden.’

Runciman ziet de Amerikaanse democratie langzaam verdorren. Hij eindigt met een wat gratuite schets van de Amerikaanse verkiezingen van 2053. President Li is gekozen met 28 procent van de stemmen, een historisch laagterecord, in een versplinterd veld van zeven ruziënde kandidaten. Met een bloeiend politiek leven heeft het niets meer te maken. Maar Amerika is nog steeds een democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.