De biotoop van de Brontës 'DIT IS DE BRIEVENBUS WAAR DE ZUSTERS HUN MANUSCRIPTEN POSTTEN'

HET IS IN anderhalve eeuw tijd een van de beroemdste openingszinnen uit de wereldliteratuur geworden, die zin waarmee Charlotte Brontë's Jane Eyre begint: 'There was no possibility of taking a walk that day.' Het moet daarenboven, voor het gebied waarop die constatering betrekking heeft, een van de meest onwankelbare waarheden...

Ver van de wereld en geen kans om de deur uit te gaan voor een wandeling: het is, bijna honderdvijftig jaar na de dood van Emily en Anne Brontë, die respectievelijk 30 en 29 werden, en ruim honderdveertig jaar na de dood van Charlotte, die de gevorderde leeftijd van bijna 39 wist te halen, nog altijd een huiveringwekkend tafereel. Een dominee die al vroeg weduwnaar was geworden, met vijf dochters en een zoon in een sombere pastorie boven op een heuvel in Haworth, West Yorkshire - hoog boven het smalle dal van het riviertje de Worth, waarlangs de industriële revolutie gaandeweg gestalte kreeg.

Boven de eeuwigheid, van een gebouw, van een vak, beneden het toenemende kabaal van kleine fabrieken, spinnerijen, weverijen en al die andere nering die het moet hebben van veel stromend water.

Terwijl de tijd schoorvoetend voorbij sloop, stierven twee dochters op kinderleeftijd, vervolgens ging de zoon, nog maar net 30, vlak erna twee van de drie overgebleven dochters, en weer een paar jaar later dus Charlotte.

Allemaal horizontaal de voordeur uit, van de ene eeuwigheid linea recta de andere in. Het kerkhof op, dat meteen achter het hek van de voortuin begon - het kerkhof waarop ze vanuit de children's study op de eerste verdieping van de pastorie van kindsbeen af een magnifiek uitzicht hadden gehad. Zelden zullen kinderen zo ijzeren-heinig consequent op hun toekomst zijn voorbereid.

Voorin het huis, op de benedenverdieping, lagen de studeerkamer van dominee Brontë en de salon waarin Anne, Charlotte en Emily eindeloos hebben zitten schetsen en schrijven en waar broer Branwell zijn tekeningen en aquarellen heeft gemaakt. De slaapkamer van de dominee, op de eerste verdieping, en de kamer er tegenover die, toen zij als enige dochter was achtergebleven, Charlotte gebruikte om er aan haar boeken te werken, liggen beide ook aan de voorkant. Tien, twaalf meter verder is het tuinhek, laag en fragiel. Er is geen ontkomen aan.

De pastorie van Haworth is, kortom, niet zozeer het voormalige woonhuis van een uitzonderlijk begaafd gezin, maar een observatiepost: vijf manieren om een kerkhof te bekijken.

Aan het eind ervan, iets lager dan de pastorie, maar er geen vijftig meter van verwijderd, ligt de kerk waaronder ze, op Anne na, allemaal begraven liggen - en die is dan meteen ook maar gewijd aan 'St Michael and all the Angels'. Ook na hun dood bleven dominee Brontë's kinderen op een kraaienstap van hun huis. No possibility of taking a walk.

Het kost geen moeite om het woord te vinden dat de situatie karakteriseert: uitzichtloos kun je het niet noemen, gloomy wel.

Geen kans op een wandeling, die dag - geen enkele dag. Dit land is van de mist en van de nevel, en van de wolken en een verborgen horizon, verborgen, omdat uit die wolken om de haverklap zonder nadere aankondiging de motregen sijpelt. Zelfs het hooggelegen land is er doornat.

De Brontë Society en de toeristenorganisaties van Haworth, West Yorkshire en het aangrenzende Lancashire hebben nochtans een route uitgestippeld door de biotoop van de Brontës, het gebied van de woeste hoogten en de desolate landhuizen waar Shirley, Villette, Agnes, Jane en Catherine hun levens gesleten heten te hebben, levens die goeddeels even kortstondig waren als die van hun scheppers. Een wandelroute, in vier etappes van rond de tien mijl elk. Van Gawthorpe Hall, het bunkervormige gebouw, half kasteel, half buiten, dat Charlotte soms bezocht, in het westen, via Wycoller Hall, dat model gestaan zou hebben voor Ferndean in Jane Eyre, dwars over de woeste hoogten van Emily Brontë naar Haworth zelf.

0 ANDAAR VOERT de route naar het dorpje Thornton, een paar mijl naar het zuidoosten, waar dominee Brontë enige jaren stond voordat hij naar Haworth vertrok en waar zijn zoon en zijn drie beroemd geworden dochters geboren werden. Daar buigt het pad zuidwaarts, langs Bradford, naar een laatste huis dat een rol in Charlotte's leven heeft gespeeld, door het land van Villette en dan weer oostwaarts, naar het gebied waar Shirley gesitueerd is.

Veertig mijl, en als we even afzien van het Brussels avontuur - Charlotte en Emily bezochten er in 1842 gedurende een paar maanden een kostschool - en de kortstondige uitstapjes naar een internaat voor domineesdochters, enkele al even kort lopende betrekkingen als gouvernante, dan heb je het daarmee ook helemaal gehad, het gebied waarin zich het hele leven van Anne en Emily Brontë heeft afgespeeld. Alleen Charlotte heeft iets meer van de wereld gezien, toen ze een beroemde schrijfster was geworden en Londen bezocht.

'Jarenlang heeft die route trouwens maar negen mijl belopen', zegt de man van de VVV in Haworth. 'Maar ze hebben hem wat langer gemaakt: negen mijl is niks voor een liefhebber van wandelen.'

De meeste bezienswaardigheden buiten die essentiële negen mijl maken ook een enigszins gezochte indruk: ze zouden model voor iets in de Brontë-boeken hebben kunnen staan, of Charlotte is er een doodenkele keer op de thee geweest. Tussen het geboortehuis in Thornton en Wycoller Hall ligt hun eigenlijke wereld, en omdat niemand ommetjes gaat maken louter om zijn geboortehuis weer eens te bekijken, kun je het nog verder terugbrengen. Haworth-Wycoller, hemelsbreed zo'n zeven mijl, hoofdzakelijk begroeid met heide, schrale grassen en bevolkt door schapen.

Haworth, een dorpje van niks, dat vandaag de dag aan een doorgangsweg ligt die van een ander dorpje van niks naar een derde van dezelfde categorie voert. Maar nog altijd removed from the stir of society, al komt die society tegenwoordig dan ook dagelijks met bussen vol dagjesmensen langs om een constante, zij het ook trage stir in de steile straatjes van het dorp te veroorzaken.

Beneden aan de heuvel waar Haworth op gebouwd is, ligt het station, het vierde aan de Keighley & Worth Valley Railway die van het kleine provinciestadje Keighley - uitgesproken alsof op de plaats van die 'gh' een 'th' staat -, zes mijl verderop, waar dominee Brontë eens in de zoveel tijd zijn kranten kocht, naar Oxenhope voert. Die spoorlijn was er nog niet in de tijd van de Brontës; die is pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw aangelegd en is inmiddels ook alweer jaren geleden uit de boeken van British Rail geschrapt. Vandaag de dag exploiteren liefhebbers er een aantal stoomlocomotieven op, die vooroorlogse rijtuigen trekken.

Wie in Keighley is ingestapt, krijgt van zo'n deprimerende Britse enthousiasteling met een schoenpoetsersdoos op zijn buik een ouderwets caramelkleurig kaartje uitgereikt. Op het station van Haworth opent een grijsaard in het toneelkostuum van een stationschef uit Railway Children de individuele portieren en roept op de toon van iemand die zijn opleiding bij de hoorspelkern van de BBC genoten heeft: 'Welcome to Haworth, sir'

Dat is een welkom in een dorpje dat overleeft op basis van de wereldwijde reputatie van zijn vroegere domineesgezin. Er is een Shirley's Tearoom, een zaakje in borduursels dat Tabby heet - naar de jarenlange dienstbode van de Brontës -, een bed & breakfast die 'The Apothecary' heet en claimt het gebouw te bezetten waar de familie om pijnstillers kwam. Iemand heeft zijn monumentale brievenbus van een bijschrift voorzien: 'Hier was vroeger het postkantoor en dit is de brievenbus waar de Brontë-sisters de manuscripten postten die hen beroemd zouden maken.'

Zo heeft iedereen wat, in Haworth. De pub heet nog steeds John Bull, en serveert een steak 'Heathcliffe's Hangover', genoemd naar de rabauw uit Wuthering Heigths die soms zijn ruïne op de heide verliet om in het dorp bij te tanken. De Inn waar de eerste Brontë-fans en biografen in de jaren vijftig, zestig van de vorige eeuw logeerden heet nog steeds The Old White Lion.

Het is er, anders gezegd, nog altijd van eenzelfde gore troosteloosheid als in de tijd van de Brontës. Op vrijdagavond is onder de jongeren in het café de meest gehoorde mededeling het verlangen weg te gaan, weg van hier, Bradford en Leeds voorbij. Ook hun dromen zijn nog typische Brontë-dromen: wie de brieven en dagboekbladen leest die Juliet Barker aaneenreeg in The Brontës - A Life in Letters komt diezelfde mededeling in oneindig veel varianten tegen.

Maar het kwam er niet van en het komt er niet van, want vandaag is geen dag om een wandeling te maken - en morgen vermoedelijk ook niet. Zelfs de druilerige regen is dezelfde gebleven, na een ommetje via de hellingen, de beken en de rivieren en de zee weer in Haworth teruggekeerd. Voor de zoveelste maal in die anderhalve eeuw, met nog oneindig veel keren te gaan, in een eindeloze kringloop. Wie erbij stilstaat, wordt er malende van.

De verwijzingen naar dat troosteloze weer duiken in de Brontë-brieven ongeveer net zo vaak op als die naar het verlangen te vertrekken, weg te gaan om ergens serieus te gaan leven.

En net zo vaak als de verwijzingen naar the moors, natuurlijk.

The moors, die achter de pastorie beginnen en de wandelaar over sporen zo breed als een heren-molière - ik heb grond om dat zo precies te weten - wegvoeren van de thans vervallen vallei van de Worth, wegvoeren over brede heuvelruggen met die altijd drassige grond, aangeplempt met generaties schapenstront. Soms dalen ze af naar een lieflijk beekje, waar stapstenen een oversteek mogelijk maken.

In de brieven die Charlotte Brontë aan haar schoolvriendin Ellen Nussey schreef is te lezen hoe de zusters hoog boven dat beekje een steen hadden gevonden om op uit te rusten en van het landschap te genieten. De Brontë Chair heet die steen nu, zoals de stapstenen door die beek nu de Brontë Bridge heten en elke ruïne onderweg een aanduiding met 'vermoedelijk' gekregen heeft. Dat de zusters Brontë met hun hele negentiende-eeuwse klerenkast aan kousen en jurken de route ooit veel verder zouden hebben afgelegd is ondertussen uiterst twijfelachtig, want zelfs in colbert, pantalon en op brogues valt dat nog niet mee. Heuveltje op, heuveltje af, met her en der een omheining die met zo'n grappig wandelaarstrappetje genomen moet worden.

'Er zijn zeker vijf ruïnes die worden aangewezen als de boerderij uit Wuthering Heights', meldt de VVV. Meer kan ook niet, want veel meer sporen van menselijk leven zijn er niet onderweg naar Ponden Hall, dat mogelijk model stond voor Thrushcross Grange, en vandaar naar Wycoller.

Op die grote stille heide is overigens geen mens om al die mogelijke tekens te inspecteren. Een dood schaap in een stille waterplas, tot op het bot vergaan, duidt erop dat er ook in het hoogseizoen bijna geen mens is die die route in zijn geheel aflegt - nou ja, op die ene gek na dan. Wie hier het soort ongelukken maakt als in Wuthering Heights, is ook nu nog aan de goden overgeleverd.

Vlak achter de pastorie gaat het nog wel. Daar dwalen voornamelijk Japanse meisjes van 17, 18 jaar rond, frêle, doorgaans op pumps en in een zomerjurkje, de neusjes omhoog in de altijd maar suizende wind. Er is op hen gerekend, want de handwijzers zijn de hele route lang tweetalig, Engels en Japans.

'Wuthering Heights is razend populair in Japan, terwijl de Chinezen weer meer voor Jane Eyre vallen', meldt Juliet Barker, de jongste Brontë-biografe. Een verklaring is niet voorhanden, maar aan het weer zal het niet liggen.

0 R ZIJN NIET veel schrijvers wier levens zich in zo'n beperkte wereld hebben afgespeeld als die van de drie Brontë-zusters. Er zijn evenmin veel negentiende-eeuwse schrijvers over wier korte levens zoveel bekend is: vanaf de eerste biografie, die Mrs Gaskell vlak na de dood van haar vriendin Charlotte Brontë schreef, is er een ongeëvenaarde reeks biografieën, memoires, biografische schetsen en studies over hun geringe belevenissen gepubliceerd. Iedere kindertekening van hun hand is geconserveerd en inmiddels opgenomen in een uitputtende beredeneerde catalogus. De miniatuurboekjes die ze als kinderen schreven over hun fantasiewereld liggen in een vitrine, constant op temperatuur en vochtigheid bewaakt. Van hun imaginaire wereld zijn studieuze kaarten gefabriceerd.

De meubels waarop ze zaten, de serviezen waarvan ze aten: het is er allemaal nog - het museum dat in de Brontë Parsonage gevestigd is, toont zelfs een haarvlecht van Emily Brontë en het ondergoed van Charlotte.

Hoeveel dichterbij kun je komen?

De jaarboeken van de Brontë-society melden al tientallen jaren nog in iedere aflevering nieuwe wetenswaardigheden, en het familieportret dat Juliet Barker - zelf sinds haar twaalfde Brontë-enthousiast; ze groeide op in de omgeving van Haworth en vestigde zich na haar studie daar subiet weer, in een andere pastorie, nog geen vijf mijl van die van de Brontës - bevat opnieuw nieuwe vondsten.

0 FSCHOON HAAR biografie de zoveelste in een eindeloze en gestaag groeiende reeks is, verschilt het boek niet alleen in nuancering van de vorige. Barker heeft veel werk gemaakt van het verkennen van de omgeving waarin de Brontës leefden.

Ze las als eerste de streekkranten uit hun tijd integraal door en schetst het beeld van een samenleving in verandering, van een streek die zich bevond op de grens van twee tijdperken - dat van de eeuwigheid van het lege boerenland en dat van de opkomst van de kleine industrie. Dat het dorp Haworth zich maar tijdelijk op die grens zou ophouden doet niets af het werk van Barker; het onvermogen van de zusters Brontë om aan het leven deel te nemen krijgt het perspectief van de tijd mee. Hun droevige geschiedenis neemt er de allure van een tragedie door aan; hun lot werd bepaald door de omstandigheden, door die constante drizzle en die vervloekte moors.

Toen twee jaar geleden Margaret Smith het eerste deel verzorgde van de wetenschappelijke uitgave van Charlotte Brontë's brieven, doken ineens allerlei relevante nieuwe brieven op - ook van Charlotte Brontë. Ze zullen in het tweede deel hun definitieve plaats krijgen, maar in The Brontës - A Life in Letters worden fragmenten uit die negentien nieuwe brieven alvast op hun plaats gezet.

Negentien brieven, van schrijfsters die tot in China en Japan meisjes zo gek krijgen eerbiedig naar West Yorkshire af te reizen, honderdvijftig jaar na de dood van de correspondentes. Negentien nieuwe brieven, in een land waar ze oude treinen oplappen, vervallen fabriekjes restaureren en ieder stuk verleden wel zijn eigen belangenvereniging kent. Brieven aangaande enkele levens die zich niet zozeer voltrokken binnen een straal van nog geen tien mijl, maar welbeschouwd voornamelijk tussen de pastorie en de kerk - in de voortuin en op het kerkhof, als een antichambre voor de eeuwigheid.

Niet eens zo vreselijk ver van the stir of society, maar het was geen weer om naar buiten te gaan.

Michaël Zeeman

Juliet Barker: De Brontës - Biografie over de familie Brontë.

Vertaald uit het Engels door Martine Vosmaer en Karina van Santen.

De Bezige Bij; 706 pagina's; ¿ 97,50.

ISBN 90 234 6186 X.

(Dit is een bekorte, geautoriseerde vertaling van de editie die in 1994 bij Weidenfeld & Nicolson verscheen.)

Juliet Barker: The Brontës - A Life in Letters.

Viking, import Penguin Nederland; 415 pagina's; ¿ 78,40.

ISBN 0 670 87212 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden