Boekrecensie Natuurbescherming als Hartstocht

De biografie van ‘dé natuurbeschermer van de tweede helft van de twintigste eeuw’ is maar matig flatteus (drie sterren)

Foto Tzenko Stoyanov

Zeg ‘natuurbescherming’ en al snel duikt de naam van Jac. P. Thijsse op. Van soortgelijke statuur was Victor Westhoff (1916-2001), maar wie kent zijn naam? Frank Saris – hij publiceerde eerder over een eeuw vogelbescherming  schreef (en promoveerde op) een biografie van ‘dé natuurbeschermer van de tweede helft van de twintigste eeuw’.

Westhoff was een plantenman. Uit liefde en hartstocht zat de bioloog, wetenschapper en dichter in zijn vroege, vooroorlogse jaren al in de top van de ‘jonge vlegels’ van de NJN. De leden van die natuurclub toonden zich kritisch jegens het toen ‘elitaire’ Natuurmonumenten en de opvattingen over natuurbeheer. Westhoff was het daarmee eens, zo beschrijft Saris, maar was ook net adviseur van Natuurmonumenten geworden.

Pas in de tien jaar na de oorlog werd hij meer vooraanstaand in de natuurbescherming. Hij brengt een ommekeer teweeg in het denken over natuurbescherming en -beheer. Het beheer moet gericht zijn op het behoud van leefgemeenschappen. Actief ingrijpen in natuurreservaten kon nodig zijn op wetenschappelijke gronden – een voor die tijd revolutionair inzicht. Het gesteggel omtrent de Oostvaardersplassen illustreert dat de strijd tussen natuurbeheerders en ‘non-interventionisten’ nog altijd actueel is.

Hetzelfde geldt voor Westhoffs zorgen over het vernietigende oprukken van de (grootschalige) landbouw voor het ‘halfnatuurlijke landschap’. Juist dat landschap herbergde nogal wat bijzonderheden voor de natuurliefhebber.

Saris beschrijft in zijn lijvige proefschrift de levensloop van Westhoff in relatie tot de geschiedenis van natuurbescherming in Nederland. In chronologische volgorde, niet per se de spannendste vertelvorm.

Natuurbescherming als hartstocht – Victor Westhoff (1916-2001)

Frank Saris 

ISVW Uitgevers;

424 pagina’s; € 39,95.

In zijn inleiding vermeldt Saris hoe hij laveerde tussen Westhoffs niet geringe eigendunk en zijn even sterke gevoel van miskenning en mislukking. Het vergt ook voor de lezer wat stuurmanskunst om de auteur te volgen bij een ander laveren. Enerzijds kan deze biografie wat hem betreft worden toegevoegd aan de vele prijzen en onderscheidingen die Westhoff bij leven heeft ontvangen, maar anderzijds is zijn beschrijving maar matig flatteus. Vooral aan het eind wordt Saris kritischer van toon. Daar noteert hij hoe Westhoff zijn positie verloor in zijn latere jaren. Hij wantrouwde nieuwe ontwikkelingen als het Natuurbeleidsplan en de Ecologische Hoofdstructuur uit 1992. Saris: ‘Hij lijkt als natuurbeschermer én als hoogleraar niet te zien hoe essentieel vernieuwing is en blijft hangen in een passief defaitisme: geen hoop meer voor de natuur in dit land, de landbouw heeft alles kapot gemaakt.’ En: ‘Nieuwe denklijnen werkt hij eerder tegen dan dat hij ze als potentiële kansen omarmt’.

Aan het einde stopt Westhoff gedesillusioneerd als hoogleraar, en legt hij zich toe op zijn poëzie, vol pessimistische opvattingen over de mens en een somber zelfbeeld.

In zijn taal deed hij volgens Saris onder voor zijn voorganger Thijsse: ‘Zeker mooi verzorgd, maar minder ritmisch en meeslepend dan die van Thijsse, die in zijn onderzoekjes en publicaties lange tijd breder en origineler was dan Westhoff’.

Niettemin concludeert Saris: ‘Als Thijsse dé natuurbeschermer van de eerste helft van de 20ste eeuw genoemd kan worden, is Westhoff dat voor de tweede helft van diezelfde eeuw.’

Een biografie als een meanderende rivier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.