De American dream: per camper Amerikaanse National Parks ontdekken

De National Parks in de Verenigde Staten hebben de spectaculairste landschappen van Amerika. Vanuit het raam van een campertje zijn ze het fijnst, weten de ouders van journalist Maartje van Hoek, die zich hebben voorgenomen in zoveel mogelijk parken te overnachten.

Goblin Valley State Park, Utah. Beeld getty

In hun Hymer TC 754-camper met Nederlands kenteken rijden mijn ouders op een hete ochtend in de zomer van 2015 plotseling mijn straat in. Ik woon in New York. Het is zaterdagochtend, in de verte zie je de skyline van Manhattan, het East River State Park stroomt vol met twintigers en dertigers. Ze komen voor de zaterdagse eetmarkt Smorgasburg in Brooklyn.

Mijn vader (65) brengt zijn camper tot stilstand. Hij doet het raampje open als hij me ziet en begint te joelen. 'New York fucking City!' roept de man die ik nog nooit heb horen vloeken. 'Hier zijn we!' Naast hem zit mijn moeder (ook 65). Samen met mijn vader is ze twee maanden eerder aan een droomreis begonnen. Ze zijn allebei met pensioen en willen zoveel mogelijk van de vijftig staten van de VS bezoeken. Wanneer ze weer naar huis gaan, weten ze nog niet.

Als je, zoals ik, in Amerika woont, komt het zelden voor dat een Nederlands familielid zich per Nederlands voertuig bij je voor de deur meldt. Sowieso kondigt iedereen zijn bezoek doorgaans aan. Mijn ouders niet. 'We wilden nog bellen, maar het beltegoed was op', zegt mijn moeder. Mijn ouders zien er stralend gelukkig uit. Mijn vader draagt een verschoten korte broek, mijn moeder een grote rieten hoed met een zijden sjaal erom geknoopt. Mijn vaders haar is twee tinten blonder. Hij heeft zweetdruppeltjes op z'n neus. 'Had je me niet even kunnen zeggen dat de Robert F. Kennedy Bridge een rámp is?' In de camper ligt een routeboek uit 2001 waarin mijn vader voor vertrek vanaf de camping in Connecticut die ochtend met een markeerstift de route heeft aangestreept.

New York is een stad met 8,5 miljoen inwoners en gevoelsmatig evenzoveel automobilisten die altijd haast hebben. Mijn ouders zijn in Amerika om door de natuur te zwerven. Ze hebben hun camper met het fietsenrek achterop vanaf Antwerpen verscheept naar Halifax in Canada. Hun missie: alleen slapen in de nationale parken.

To-dolijst

De National Parks van Amerika staan bij veel roadtrippers op de to-dolijst. Veel van die parken hebben kampeerplekken waar je voor een appel en een ei kunt logeren. De parken vertellen volgens de website van National Park Service (NPS) 'het verhaal van Amerika'. Het historische stadshart van Boston is een National Park, maar ook grote natuurgebieden als Yosemite en de Everglades vallen onder de NPS. De parken missen alleen de financiële middelen om alle verhalen die in de 411 parken te vertellen zijn, goed over te brengen. Het tekort van 9,5 miljard dollar wordt, honderd jaar nadat president Woodrow Wilson de National Park Service bedacht, almaar groter. Het geld gaat vooral op aan kostbaar onderhoud van voertuigen (zoals oude schoolbussen) die nodig zijn om toeristen te transporteren van het ene uitkijkpunt naar het volgende. Verder zitten de wegen en wandelpaden vol gaten. De park rangers kunnen niet tegen het achterstallig onderhoud opwerken. Kampeerplaatsen zijn om die reden soms onbemand. Bezoekers moeten zelf contant geld in een envelop achterlaten in een brievenbus met een slotje.

Toch blijven de National Parks een voorbeeld voor de rest van de wereld. Mijn moeder spreekt over 'natuurgeweld' als ze het over de parken heeft. Nergens zijn de rotsen zo overrompelend, de vergezichten zo divers en gaat de natuur volgens haar zo haar eigen gang als hier.

Vader stippelt de route uit. Beeld Maartje van Hoek

B2-toeristenvisum

Om langer dan 90 dagen in de VS te mogen verblijven, hebben mijn ouders een half jaar voor vertrek een speciaal B2-toeristenvisum aangevraagd bij het Amerikaans consulaat in Amsterdam. Daarmee mogen ze tien jaar lang door de VS reizen, op voorwaarde dat ze elke zes maanden enkele weken het land verlaten.

Op het moment dat mijn ouders bij mij voor de deur parkeren, hebben ze al een paar prachtige maanden achter de rug. Met hun camper stonden ze bovenop een rots in Cape Cod, aan de kust bij Boston. Ze reden door de Green Mountain National Forest in Vermont en hebben in de Adirondacks, tegen de Canadese grens, aan een idyllisch meer gekampeerd.

Een gemiddelde campingdag van mijn ouders ziet er ongeveer zo uit: om 8 uur opstaan, buiten ontbijten met eieren, lezen, afwassen, kleine onderhoudsklusjes aan de camper. Daarna een wandeling of fietstocht. Kletsen met de buren. Bier en wijn. Een praatje met de park ranger. Kampvuur, eten, nog meer bier en wijn. Naar bed.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Met z'n allen in Monument Valley. Beeld Maartje van Hoek

Natuurgeweld

Na elf maanden en 32 duizend kilometer rijden, hebben mijn ouders al 25 staten bezocht. Ik tref hen in het voorjaar als twee ontspannen avonturiers aan, wanneer ik ze met mijn man en twee kinderen opzoek in Arizona en Utah.

Met mijn gezin huur ik daar een eigen camper en we rijden samen twee weken van park naar park. Ik lachte mijn ouders vorig jaar nog uit vanwege de achterhaalde wegenkaarten in hun dashboardkastje, maar nu blijkt dat het Utah zo afgelegen is dat mijn telefoon (en dus Google Maps) uren achter-elkaar geen aanwijzingen kan geven.

We rijden dagelijks niet meer dan drie uur. De eindeloze wegen in het zuiden van Utah zijn geen straf. In colonne rijden we over Highway 12 Scenic Byway. De weg is aangelegd dwars door de imposante rode zandstenen rotsformaties en de smalle canyons van Escalante en Boulder. Op sommige plekken is het uitzicht zo weids dat de camper van mijn ouders nóg kleiner lijkt. Met een thermoskan koffie binnen handbereik rijden ze over het slingerende asfalt door het adembenemend gekleurde landschap. Als we de zoveelste bocht nemen en de volgende rode rotspartij ons zowat in het gezicht slaat, zie ik mijn moeders arm uit het raam verschijnen, met de duim omhoog. Via plateaus met wilde runderen rijden we door Grand Staircase-Escalante National Monument. Een bergpas met zowel links als rechts een afgrond voert ons naar een gebied met naaldbossen net ten zuiden van het dorp Torrey. De camping die we willen bezoeken, is gesloten, want er ligt nog te veel sneeuw. En dus gaan we verder, naar Arches National Park, het volgende grandioze wonder van Utah. We rijden het park binnen en kiezen de weg van 18 mijl naar boven naar de camping. Ik durf het niet hardop te zeggen, maar dat op deze bergpas überhaupt zo'n grote camper als die van ons mag komen, vind ik bijzonder. De haarspeldbochten zijn niet te tellen. Vanaf de weg zien we achter de rode rotsbogen de avond vallen. Om elke boog (of er onderdoor) ligt een wandelroute. Zeker op de grotere wandelpaden met hier en daar een pittige klim, komen we nauwelijks andere parkbezoekers tegen. Dit schijnt in het hoogseizoen wel anders te zijn.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Maartje van Hoek

'Het is hier fantastisch', zegt mijn moeder de volgende middag op de Devils Garden Campground in Arches National Park. Terwijl mijn vader de barbecue aansteekt, maakt de rest van het gezelschap een wandeling langs de acht indrukwekkenste arches van het park (Devils Garden Primitive Loop). Het is de wandeling die aan het einde van de camping begint. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen van de Rocky Mountains. Het wandelpad is te herkennen doordat de rode rotsen grijzer zijn geworden van de stoffige voetstappen. We klimmen en klauteren, tot we bovenop een rotsformatie staan en neerkijken op de camping in de vallei. Tussen de reusachtige rotspartijen groeien cactussen, langs de lager gelegen paden staat het vol klaprozen.

De mooiste momenten beleven mijn ouders wanneer ze iets ontdekken dat in geen enkele reisgids staat. Het zijn vaak tips van andere kampeerders. Mijn moeder schrijft in een groot schrift alles op. Als we mijn ouders opzoeken, mag ik erin kijken (voor als ik zelf 65 word). 'Niet midden op de dag lopen', schrijft mijn moeder na de wandeltocht in haar dagboek, 'te warm'.

'Tussen Bryce National Park en Zion National Park brood kopen bij de Duitse bakker Forscher in Orderville, Utah. Wel duur, maar de moeite waard', noteert ze. 'De tijd nemen voor de zes uur durende klim tussen de zandstenen net naast de ingang van Goblin Valley State Park.'

'Op zondag biologisch brunchen bij Knife and Fork in het berggehucht Spruce Pine in North Carolina.'

Op de volgende bladzijde: 'In Big Bend National Park op tijd arriveren voor de Lost Mine Trail - weinig parkeerplaatsen.' Op de zijkant van hun camper zit een sticker van de VS die je hier op veel campers ziet. Je kunt er de staten op plakken die je hebt bezocht. Alle 25 staten die mijn ouders bezochten, zijn erin geplakt. De staten die nog niet zijn bezocht, zijn blanco.

Praktische informatie

Populaire campings in de National Parks moeten worden gereserveerd. Dit kan tot een half jaar vooruit: recreation.gov. Sommige campings, zoals de Mather Campground in de Grand Canyon en alle campings in Yosemite, zijn minuten na het begin van het seizoen al volgeboekt. Niet alle kampeerplaatsen hebben water en elektriciteit ('full hookup'). Niet alle campings zijn het hele jaar open. Zie: nps.gov voor openingstijden en prijzen (6 tot 18 dollar per nacht).

Alternatief: de KOA campings; ze liggen buiten de parken en zijn minder charmant.

Een camper kost in het hoogseizoen vanaf euro 250 euro per nacht (excl. kilometers).

Het verschepen van een camper naar Halifax of Baltimore vanuit Antwerpen kost circa 3.500 euro (enkele reis) voor een kleine camper. seabridge-tours.de

Een 10-jarig B-2 visum voor de VS kost 120 euro en wordt na een persoonlijk gesprek uitgegeven door het Amerikaanse consulaat.

Primitief kamperen

In januari, februari en maart zagen mijn ouders in de Mexicaanse Baja California, de punt van Mexico die doorloopt onder Californië, bijna alle vrienden die ze in het eerste half jaar her en der hebben ontmoet. Want er zijn meer gepensioneerde nomaden zoals zij. Die allemaal in grote campers rondtoeren. Ze komen elkaar constant tegen, zeker als je net als mijn ouders nastreeft om louter in de parken te kamperen. En allemaal zitten ze de eerste drie maanden van het jaar 'op de Baja'. Want daar is het warm. Op het strand staan ze in groepjes bij elkaar met hun camper. Elke dag rond het middaguur trekt Cherry, Marlies, Doreen of een van de andere zestigers de fles tequila uit de koelkast en worden er margarita's gemaakt. Ze leven buiten. Ze gaan snorkelen, varen, zwemmen en vissen. Zeker eens per dag komt een nieuwe Amerikaanse medekampeerder kijken naar 'the cutest rv ever', het liefste campertje dat ze ooit hebben gezien.

Na de winterstop in Mexico kamperen mijn ouders weer in de parken. De campings daar zijn, weet ik inmiddels, niet te vergelijken met campings in Europa. Ze zijn primitief. Er zijn soms geen voorzieningen, behalve een 'natuur-wc'. Ze zijn goedkoop, en beter dan dit wordt kamperen niet (in Grand Canyon National Park stonden we voor 18 dollar per nacht tussen de herten en op loopafstand van de canyon zelf).

Vader rust uit voor de camper. Beeld Maartje van Hoek

Een eigen American dream

Mijn ouders zijn gewend aan kamperen in de natuur. Als ze een supermarkt zien, slaan ze direct voor vier of vijf dagen in. Ze stoken een vuurtje bij hun camper en koken buiten hun maal. De rollen zijn verdeeld. Mijn moeder verzamelt hout voor het vuur, mijn vader steekt het aan. En iedereen die ze tegenkomen op de campings, mag mee-eten.

Mijn vader, die in Nederland twintig jaar lang elke dag om kwart over vijf opstond om geschoren en gedoucht naar zijn werk bij een bank te rijden, heeft een baard en in zijn broekzak een mes. Ook als we kamperen in het dan nog koude Bryce Canyon National Park, poetst hij, terwijl het begint te sneeuwen, buiten zijn tanden. Als hij zich scheert, gebruikt hij de ruit van de camper als spiegel. Mijn ouders leven in hun eigen American dream, zoals de schrijver en historicus James Truslow Adams die droom had bedoeld toen hij de term in 1931 bedacht: een leven in een land waarin dat leven goed, rijk en vol is.

Zoals het er nu naar uitziet, willen mijn ouders de komende tijd in de VS blijven. Nadat ze ons uitzwaaiden op het vliegveld van Phoenix, Arizona, zijn ze opnieuw naar Utah gereden en hebben ze op de Escalante Petrified Forest Campground een week rust ingelast. Het schrift raakt steeds voller en mijn ouders worden met de dag enthousiaster. Volgend voorjaar willen ze naar Alaska rijden. Daar is een National Park waar bijna niemand komt. Dat heeft een reden. In Gates of the Arctic National Park zijn namelijk bijna geen wegen. Mijn vader heeft in zijn hoofd dat hij daar naartoe wil.

Beeld Maartje van Hoek

Paradijsjes

In Amerika zijn 411 National Parks. Hier acht parken die niet zo bekend zijn, maar die het bezoek meer dan waard zijn.

North Carolina en Tennessee: Great Smoky Mountains National Park

In de VS staat het noordoosten bekend om de bijzondere herfstkleuren, maar in de Great Smoky Mountains in het zuiden zie je in het najaar ook de bomen verkleuren. De temperatuur ligt er iets hoger dan in het noorden. Rijd over de Blue Ridge Parkway en huur een fiets bij Cades Cove Campground om op woensdag- of zaterdagochtend de 11 mijl te fietsen over de Cades Cove Loop Road. De weg is dan gesloten voor automobilisten.

nps.gov/grsm

Beeld getty

Utah: Goblin Valley State Park

We smokkelen hier, want Goblin Valley State Park is geen National Park, maar een staatspark dat precies tussen Canyonlands National Park en Capitol Reef National Park in Utah ligt. In Goblin staan duizenden rode zandstenen die veel weg hebben van megachampignons (goblins). De goblins zijn naar verluidt 170 miljoen jaar geleden ontstaan, toen de modderzee in Utah opdroogde. Het park heeft weinig wandelpaden, omdat je hier zelf mag meanderen tussen de hoge rotsen. Combineer de klim omhoog door de halve meter brede Carmel Canyon Loop (rugzak af, anders pas je er niet door) met de wandeling Goblin's Lair Trail voor een goede indruk.

Goblin heeft een camping met 27 plaatsen, dus van tevoren reserveren via reserveamerica.com is een goed idee.

stateparks.utah.gov/parks/goblin-valley

Beeld Kavram

Alaska: Gates of the Arctic National Monument and Preserve

Gates of the Arctic is het noordelijkste park en heeft de minste bezoekers (12.669 in 2014). Het park is zo groot als België. Bij de bergen, gletsjers en meren kun je alleen komen met een vierwiel aangedreven voertuig. De meeste bezoekers laten zich met hun kampeerspullen door een vliegtuig afzetten. Bij het bezoekerscentrum zal de ranger enige tijd nemen om met de bezoekers de gevaren van het park door te nemen. Het is verplicht voor vertrek een gedetailleerde kaart achter te laten met je reisplannen.

nps.gov/gaar

Virginia: Shenandoah National Park

Het stikt in Shenandoah National Park van de rangers en dat heeft een belangrijke reden. Hier leven veel beren en de rangers zijn er om de bezoekers te informeren over het gevaar van rondslingerend voedsel. Op de Big Meadows Campground mag je geen eten bereiden voor je tent of camper, omdat de beren dan te dichtbij komen. Mooi is het er wel. Er is geen bereik voor mobiele telefoons, dus zorg voor een routekaart of tomtom. Gezien vanaf de Skyline Drive lijken de bergen vaker blauw dan groen. Met tientallen wandelroutes naar watervallen en rotsformaties.

nps.gov/shen

Beeld afp

Arizona: Petrified Forest National Park

Ten oosten van Flagstaff ligt Petrified Forest National Park, een park vol versteende boomstammen en fossielen van miljoenen jaren oud. Het rotsachtige park doet aan als een maanlandschap. Als de zon schijnt, zie je de bijzondere kleuren van de boomstammen extra goed. De rit door het park is een enkele reis van noord naar zuid (of andersom). Leuk extraatje voor kinderen: vraag bij de kassa naar het gratis Junior Ranger-kleurboek. Lees over de dinosaurussen die hier leefden, voer de opdrachten uit in het boek en wordt bij de uitgang door een park ranger beëdigd tot all-American Junior Park Ranger.

nps.gov/pefo

Beeld getty

Texas: Big Bend National Park

Een paradijs voor vogelaars, reizigers die graag lange ritten maken en eenzame kampeerders. Big Bend National Park ligt in het zuiden van de staat tegen de grens met Mexico. Het dichtstbijzijnde grote vliegveld is Midland Airport. Wie maar tijd heeft voor één wandeling, kan door de bergen de Lost Mine Trail van bijna 5 mijl lopen, met een geweldig uitzicht over de meren en bergen als beloning. Slechts het eerste deel van de wandeling doen, is vanwege de vergezichten ook de moeite. Buiten het hoogseizoen is de kans groot dat je hier alleen op de Chisos Basin camping staat.

nps.gov/bibe

Beeld getty

Utah: Arches National Park

Bovenin Arches National Park in Utah ligt de Devils Garden Campground, een van de mooiste kleine campings van de VS. Reserveer op tijd (toch echt een half jaar van tevoren) en parkeer de camper tussen de rode zandsteenrotsen van het park. Ook als reserveren niet lukt, is het de moeite de camping toch op te rijden. Parkeer bij de achterste wc-gebouwen en wandel vanaf daar de Devils Garden Trail. Wie laat op de dag nog op de camping rondhangt en een goedgezinde campingbeheerder treft (er wonen er twee op de camping) mag misschien zonder reservering toch blijven. Onvergetelijk. De camping is wegens onderhoud gesloten tussen maart en november 2017.

nps.gov/arch

New Mexico: White Sands National Monument

Dit is het park van 275 vierkante mijl waar John F. Kennedy een paar maanden voor zijn dood vanachter zijn zonnebril toezag hoe de Amerikanen een testraket lanceerden. Een zonnebril is nodig, want deze duinen midden in de woestijnstaat New Mexico zijn spierwit. Huur bij het bezoekerscentrum een slee en glijd van een van de duinen af. Sandboarden kan ook, of gewoon het duin beklimmen, de Alkali Flat Trail is een behoorlijke klim. Let goed op de juiste reiskleding, want het wordt hier in juni, juli en augustus vreselijk heet (38 graden is aan de frisse kant), terwijl het 's nachts kan vriezen.

nps.gov/whsa

Beeld getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden