de gids 10 geboden van goed eten

De 10 Geboden van Goed Eten, deel 7: Gij zult zelf telen

We willen goed eten: duurzaam, diervriendelijk, gezond. En we willen lekker eten. Maar hoe? V onderzoekt in een serie de 10 Geboden van Goed Eten. Het zevende: Gij zult zelf telen, want dat is gezonder voor uzelf en de wereld. Hoe is dat zo gegroeid?

Beeld Studio V

Ik ben sinds kort 'aanrechtagrariër'. Voor mijn verjaardag heb ik van mijn echtgenote een plastic emmertje gekregen met een pakje witte schimmel erin. Elke ochtend kieper ik daar mijn koffiedik op van vers gemalen bonen. Als het emmertje vol is, zullen uit de gaatjes in de emmer oesterzwammen groeien, zo is mij beloofd.

Ik heb geen groene vingers, tuinieren is niet mijn hobby veel te ongeduldig en ik heb nooit genoeg boodschappen gedaan bij Albert Heijn om een 'moestuintje' te bemachtigen. Maar als aanrechtagrariër maak ik zo toch een beetje deel uit van de groene golf die over Nederland spoelt: de moestuinrage.

Waar en wanneer die is begonnen, valt moeilijk te zeggen, zoals altijd bij rages. Maar terugkijkend lijkt het eerste zaadje te zijn geplant door topkoks die een paar jaar geleden in groenten uit eigen tuin de mogelijkheid zagen om het verschil te maken op het bord.

De nieuwe 10 Geboden van Goed Eten

'Geef ons heden ons dagelijks brood.' Die opdracht is ingewikkeld geworden. De moderne consument moet zich een weg banen door een mijnenveld dat is bezaaid met meningen, borrelpraat, elkaar tegensprekende onderzoeken, hele en halve waarheden. De voedingsindustrie, de boeren, de milieubeweging, de supermarkten, de klimaatactivisten, Slow Food, ieder heeft zijn eigen agenda. Wie moet je nog geloven en wie niet?

Om een weg te wijzen door dit oerwoud onderwierp Mac van Dinther de 10 Geboden van Goed Eten aan een diepgaand onderzoek. Lees alle artikelen in dit overzicht.

44 miljoen AH-moestuintjes

Jonnie Boer van de Librije in Zwolle (3 sterren) was een van de eersten met een groentekas in Dalfsen. Daarna buitelden de tuinierende chefs over elkaar heen; bijna elk zichzelf respecterend restaurant heeft tegenwoordig zijn eigen groentetuin, tot op de Amsterdamse Zuidas aan toe. In het Belgische driesterrenrestaurant Hertog Jan lopen de koks en obers er zelfs als tuinmannen bij - een mooi voorbeeld van dat je ook kunt overdrijven.

Het door koks gekoesterde jonge plantje werd liefdevol overgenomen door de hipstergeneratie met zijn Makers Revolution: zelf bier brouwen, brood bakken, friet maken. Aldus zagen we de opkomst van urban farming: jonge hippe stedelingen die op verlaten rangeerterreinen en oude fabrieksdaken preiplantjes en tomaten bewaterden.

Daarna groeide het als onkruid, met dank aan de commercie. 'Moestuintjes zijn hot', tetterde HAK, dat namens tv-kok Herman den Blijker tienduizend bonenplantjes uitdeelde. Wat nog in het niet valt bij Albert Heijn, dat 44 miljoen moestuintjes meegaf bij de boodschappen.

Beeld Albert Heijn

Beste moestuinders van Nederland

'Heel Nederland aan de moestuin', juichte Bakker Hillegom, 'de grootste tuinspecialist van Europa', die er een heus onderzoek op losliet. Wat blijkt? 'Ruim 60 procent van de Nederlanders verkiest groenten uit eigen tuin boven groenten en fruit uit de winkel.'

Groene vingers of niet, er is geen ontkomen meer aan. Boeken met moestuintips overwoekeren de boekwinkel, voorheen leeglopende volkstuincomplexen kampen weer met wachtlijsten, overal schieten school- en buurttuinen uit de grond.

Natuurlijk kan de tv niet uitblijven. Voortbordurend op Boer zoekt vrouw en Heel Holland bakt produceerde de EO de zesdelige reeks Van Hollandse bodem, waarin acht koppels streden om de titel 'Beste moestuinders van Nederland'. Een wedstrijd waarin teken des tijds klassieke volkstuinder IJsbrand op weg naar de finale de pas werd afgesneden door een jong stel zonder enige tuinierervaring dat zijn kennis vooral van Google haalde.

Grassroots Revolution

Een kijkcijferhit werd Van Hollandse bodem niet. Je moest ook wel veel zitvlees hebben om de beslommeringen over rupsen in de kool, schimmel in de aardappels en slaapziekte in de aubergines mee te maken. Als het programma iets duidelijk maakte, dan is het wel dat tuinieren net zoiets is als groeiend gras: geen kijksport.

Maar cynisme is de moestuinbeweging vreemd. Het is een blije, optimistische wereld, waar louter positivisme van uitgaat. Tuinieren is gezond, je gaat er meer verse groenten van eten en samen zaaien herschept ongure buurten tot bloeiende gemeenschappen.

Sommigen zien in moestuinders de aanzet tot een alternatieve voedselbeweging, een Grassroots Revolution, die de gangbare voedingswereld van agrarische multinationals, mondiale handel en megasupermarkten op haar grondvesten zal doen schudden.

Beeld V

Frisse lucht

Wat de toekomst ook brengen moge, de beweging zelf heeft stokoude wortels. Al in de Middeleeuwen worden aan landarbeiders 'armentuinen' ter beschikking gesteld: lapjes grond waarop ze groente mogen verbouwen om te overleven. Als na de industriële revolutie een stedelijk proletariaat ontstaat, krijgen ook fabrieksarbeiders tuintjes om hun loon aan te vullen (dat zo mooi laag kan blijven): de arbeiderstuinen.

Dat is nog charitas. Met de opkomst van de vakbonden, eind 19de eeuw, beginnen ook tuinierende arbeiders zich te organiseren in bonden van arbeiderstuinen, die voortaan volkstuinen heten. Dat leidt in 1929 tot de oprichting van het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland, de eerste landelijke tuindersvereniging.

Volkstuinen beginnen in die tijd van karakter te veranderen. Waren tuinen aanvankelijk vooral bedoeld als aanvulling in natura op het gezinsinkomen, langzamerhand gaan ook andere overwegingen een rol spelen. De emanciperende arbeider eist zijn deel op: het recht op fatsoenlijk loon, sociale voorzieningen, betere huizen, groen en frisse lucht.

De 10 Geboden

1. Eet liever lokaal, maar maak je geen zorgen over de milieukosten van voedsel dat per boot of vrachtwagen wordt aangevoerd. Eet niets dat met het vliegtuig wordt gebracht. Doe je boodschappen op de fiets.
2. Eet bij voorkeur biologisch, maar maak er geen dogma van. Zie biologisch meer als richtinggevend dan als zaligmakend.
3. Eet (veel) minder vlees en liefst en alleen vlees van dieren die diervriendelijk zijn gehouden.
4. Eet zo veel mogelijk vers en onbewerkt voedsel, maar doe niet panisch over E-nummers.
5. Betaal een ‘eerlijke’ prijs voor eten (fair trade, biologisch, dierenwelzijn); stem op een partij die de verborgen kosten van eten wil doorberekenen aan producenten volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
6. Kook zo veel en zo vaak mogelijk zelf. Wie zelf kookt, houdt controle over zijn eten.
7. Als u van tuinieren houdt: teel zelf groenten en fruit. Wie zelf eten verbouwt, weet beter wat er in het seizoen is en laat zich minder op de mouw spelden. U zult er de revolutie niet mee ontketenen, maar het is wel lekkerder.
8. Verspil geen eten.
9. Doe niet aan afslankdiëten.
10. Eet lekker.

Recreatief

Dat laatste is in de drukke volkswijken onvindbaar, maar wel aanwezig in de volkstuinen, die een meer recreatief karakter krijgen. In 1921 krijgen volkstuinders van hun bond officieel toestemming ook sierplanten te houden. Volkstuinen worden arbeiderslustoorden, compleet met tuinkabouters, vijvers en bloeiende borders.

De opmars van de recreatieve volkstuin wordt onderbroken tijdens de crisis- en oorlogsjaren, als het eten schaars is. De Amerikaanse en Britse Victory Gardens hebben als Nederlandse tegenhanger de oorlogstuinen.

Na de oorlog bloeien de bloemen als nooit tevoren. In een onderzoek uit de jaren zeventig naar volkstuinen in Rotterdam zegt nog maar 0,9procent van de volkstuinders dat ze er een zuivere moestuin op na houden. Hobby, ontspanning, gezonde lichaamsbeweging, 'even weg uit de drukte' zijn de motieven die voorop staan. Zelf je groenten telen is van ondergeschikt belang.

Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. Na de oorlog voltrekken zich grote veranderingen in de Nederlandse voedselsector. Supermarkten komen op, voedingsbedrijven industrialiseren, de landbouw wordt grootschaliger. Voedselproductie wordt geconcentreerd op het platteland.

Steden zijn voorposten van de vooruitgang: moderne industrie, auto's, hoogbouwflats, kantoren. Koeien melken of aardappelen verbouwen is een vies klusje dat aan boeren wordt overgelaten; zelf prei telen een teken van armoe. De moderne consument doet zijn boodschappen op zaterdag in de supermarkt.

Natuurlijk tuinieren

Als Chris Zijdeveld, ex-PvdA-wethouder in Schiedam, in 1996 de voorzittershamer van de AVVN overneemt van vakbondsbons Jaap van de Scheur, lopen de volkstuinen langzaam leeg. Vanaf eind jaren tachtig neemt de animo een tuin te bewerken af. Arbeiders in de nieuwe buitenwijken hebben tuinen bij hun huis, volkstuincomplexen maken plaats voor wegen en stadsuitbreiding. Het aantal hectaren volkstuin neemt sinds 1993 af.

Volkstuinen hadden in die tijd de beeldvorming tegen, zegt Zijdeveld terugkijkend. Op veel complexen waren nog tuincommissies actief die erop toezagen dat het onkruid werd uitgetrokken, het gras gemaaid en de heg netjes geschoren. Wie dacht een potje alternatief te tuinieren, kon op een goede dag zijn tuin omgespit aantreffen: zó hoort het. In de volkstuinen regeerden nog de gestaalde kaders.

Eind jaren negentig verandert dat, met de komst van een nieuw type moestuinder: de jonge moeders. Die zijn van een ander slag dan de ouderwetse volkstuinder met zijn rijen sla en radijsjes in het gelid. 'Natuurlijk tuinieren' doet zijn intrede: onbespoten, zonder kunstmest en chemie.

Wilde groenten

Andere gewassen worden populair. Wat opvalt: de nieuwe generatie keert terug naar groente. Dat hebben ze gemerkt bij Vreeken's zaden, een begrip in de wereld van volkstuinders. De winkel in Dordrecht, familiebedrijf sinds 1926, geldt als een tuinders-luilekkerland. In alle hoeken en gaten van het ouderwetse pand in het stadscentrum staan rekken met zaden.

Vijfduizend soorten hebben ze, zegt Ton Vreeken, die midden in de winkel kantoor houdt. Het tuinderschap is volgens hem 'geëxplodeerd'. En hier in Dordrecht plukken ze daar de vruchten van. In het seizoen, dat tot eind mei loopt, zijn Vreeken en zijn mensen tot diep in de nacht bezig bestellingen in te pakken die binnenkomen via de webwinkel. De telefoon wordt niet opgenomen; geen tijd voor.

Vreeken heeft gezien hoe de bestellingen van groentezaden die van bloemzaad hebben ingehaald. Tien jaar geleden had je de pompoenhausse, daarna kwamen de 'vergeten groenten': pastinaak, schorseneer, oerwortel. De nieuwe trend zijn 'wilde' groenten: daslook, haverwortel, veldkers, akkerkool, brandnetel zelfs. 'Ik heb echt klanten die daarvan zaad bestellen.'

'Nieuwe hippies' noemt Vreeken de generatie jonge tuinders, die soms vanachter het bureau de tuin in stappen. Ze zijn leergierig en inventief, shoppen wat ze aan kennis en ervaring tekortkomen op internet bij elkaar, delen hun ervaringen op Facebook en tonen zich sociaal betrokken: overschotten gaan naar de Voedselbank. Bevlogen zijn ze ook: 'Er zijn erbij die echt geloven dat stadslandbouw in de toekomst de wereld gaat voeden.'

Beeld Studio V

Stadstuinen

De tuin heeft het tij mee. In talloze recente onderzoeken worden de zegeningen bezongen van het zelf telen. Vooral in de Verenigde Staten, waar urban farming is uitgegroeid tot een bijna politieke beweging.

Op voedselsymposium MAD 2014 in Kopenhagen vertelde de zwarte tuinder Ron Finley over zijn achterstandswijk in Los Angeles, waar fastfood meer slachtoffers maakt dan gewapende overvallers. Hamburgers zijn op elke straathoek te koop, maar een verse appel niet. Finley ging overal in de wijk op braakliggende strookjes groenten en fruit planten. Daar tiert het groen nu welig, tot vreugde van de buurt. 'Een betere wereld begint met een zaadje', aldus Finley.

Daktuinen in New York, community gardens op braakliggend land in Detroit of op een oud industrieterrein in Chicago, boerenmarkten in Portland: projecten als die van Finley zijn er overal in grote steden van de VS. Zelfs first lady Michelle Obama liet in 2009 een deel van het gazon van het Witte Huis omspitten om een moestuin aan te leggen.

De trend is wereldwijd. VN-landbouworganisatie FAO ziet in stadslandbouw een belangrijk middel om de explosief groeiende stedelijke bevolking in de toekomst van gezond voedsel te voorzien, vooral in ontwikkelingslanden. Schattingen fluctueren nogal, maar volgens sommige ramingen wordt nu al 15 tot 30 procent van het voedsel in de wereld in stedelijke gebieden geproduceerd.

Victory Gardens

‘A Victory Garden is like a share in an airplane factory. It helps with the war and pays dividends too.’ Zo begint een Amerikaans voorlichtingsfilmpje uit 1941, dat mensen ertoe aanzet de dreigende voedselschaarste te lijf te gaan door zelf groenten en fruit te verbouwen. De campagne had succes: tegen het einde van de oorlog waren er in de VS twintig miljoen Victory Gardens. 30 tot 40procent van de totale productie van verse groenten en fruit kwam hier vandaan. Het Nederlandse equivalent waren de ‘oorlogtuinen’. Volgens geschiedschrijver Loe de Jong was de bijdrage aan de voedselvoorziening daarvan gering. Volgens andere bronnen was die aanzienlijk: tijdens de Hongerwinter zouden veel gezinnen afhankelijk zijn geweest van hun moestuin.

Wie rapporten over dit onderwerp doorneemt, stapt in een wereld van positivisme. Stadslandbouw leidt tot kortere ketens tussen producent en consument, minder CO2-uitstoot (want minder transport) en meer bewustwording. Buurttuinen brengen groene longen en biodiversiteit naar de stad en sociale cohesie in de wijken. Tuinders eten meer groente en fruit (tot wel 3,5keer zo vaak, aldus Amerikaans onderzoek), hebben minder stress en zijn minder dik dan niet-tuinders. Al is het bewijs voor dat laatste dun.

Rotterdamse langdurig werklozen die aan het werk worden gezet in een stadslandbouwproject bewegen meer, eten gezonder, roken en drinken minder en voelen zich gelukkiger. En het is nog goedkoper ook: elke dollar geïnvesteerd in zaai- en plantgoed levert volgens alweer Amerikaans onderzoek voor 6 dollar (ruim 5 euro) groenten en fruit op.

Beeld Studio V

Het groene utopia

Met de volkstuin, kortom, betreedt de mens al schoffelend het groene utopia waarin buurtbewoners gezellig samen in de tuin werken, de opbrengst onderling verdelen en de supermarkt alleen nodig hebben voor wc-papier en koffie.

De (Nederlandse) werkelijkheid is bescheidener. Alleen al qua opbrengst. Geschat wordt dat Nederland zo'n 150-tot 200 duizend volkstuinders telt, die gezamenlijk 4.000 hectare bebouwen: 0,2 procent van ons totale landbouwareaal. Misschien net genoeg voor een Albert Heijn-filiaal.

Maar niet alleen de omvang, ook de ambities van de Nederlandse moestuinders zijn beperkt. Onderzoeker Esther Veen legde haar vergrootglas op de hobbytuindersbeweging in Nederland en schreef er een boek over waarop ze onlangs promoveerde aan Wageningen Universiteit: Community Gardens in Urban Areas.

Veen onderzocht zeven tuinprojecten. Vier ervan volgde ze intensief, twee jaar lang. Drie tuinen stuurde ze vragenlijsten toe. Er zat van alles tussen: een pluktuin met vrijwilligers, een traditioneel volkstuincomplex, een buurttuin in de grote stad, een stadslandbouwproject.

Beeld Studio V

Geen happy family

Natuurlijk valt een hoop goeds te zeggen over volks- en buurttuinen, benadrukt Veen. Overal komen heerlijke groenten uit de grond en waar gezamenlijk wordt getuinierd, neemt de sociale cohesie toe. Maar dat moet niet worden overdreven, zegt ze. De sociale contacten zijn op het niveau van collega's van werk. 'Het is niet zo dat tuinders één grote happy family zijn. Het idee 'plemp ergens een tuin neer en de hele buurt gaat erop vooruit', dat werkt echt niet zo.'

Ook politiek-maatschappelijk maakt de moestuinbeweging geen vuist. Veen onderscheidt in haar onderzoek twee groepen tuiniers: een met een eigen moestuin en een andere groep die een abonnement of lidmaatschap heeft bij een buurttuin en op vrijwillige basis af en toe meewerkt.

De eerste groep eet veel en vaak uit eigen tuin, maar ziet zich doorgaans niet als onderdeel van een alternatieve voedselbeweging. 'Ze vinden groenten uit eigen tuin lekker en vers. Maar eigenlijk is dat bijzaak.' Het is de hobby die telt.

De tweede groep gaat bewuster met eten om, eet vaker biologisch en hecht veel waarde aan groenten uit eigen (buurt)tuin. Maar het blijft vaak bij woorden, in de praktijk eten ze maar af en toe uit de tuin en vaker uit de super. 'Dus je kunt je afvragen: wie is hier nou alternatief bezig?', zegt Veen.

Een tikje teleurstellend was het wel, geeft ze toe, na alles wat er is geschreven over stadslandbouw als reactie op wantrouwen en vervreemding die de consument bekruipen bij de voortbrengselen van de gangbare industrie. 'Ik vond het verbazingwekkend dat ik dat alternatieve zo weinig tegenkwam. Daar had ik meer van verwacht.'

Beeld Studio V

Antikapitalistisch voedselverzet

Het idee van de moestuin als broedplaats van antikapitalistisch voedselverzet is ver weg als ik op een zonnige vrijdagmiddag over slingerende paadjes wandel van de Hoge Weide in Utrecht: keurig bijgehouden tuinen, kweekkasjes, bloeiende fruitboompjes, lommerrijke zitjes. Een vrouw zit in de schaduw te roken, even verderop zet een man de sproeier aan. Alles pais en vree.

De Hoge Weide is een complex van volkstuinen, dat als groene aders door een kantorenwijk in Utrecht-West loopt, in de oksel van de A12 en de A2. De bedoeling was dat kantoormedewerkers tussen en na het werk in een tuintje gingen werken, zegt Marleen van Es, bestuurslid van ATV (Amateurtuindersvereniging) de Hogeweide. 'Maar dat was iets te utopisch gedacht.' Ze komen wel, de kantoorjongens, maar vooral voor een lunchwandeling.

Van Es is een mooi voorbeeld van het nieuwe type hobbytuinder. Ze is grafisch ontwerpster, moeder van een zoontje en tamelijk jong: ze was 37 toen ze aan haar volkstuin begon. 'Ik was het werken een beetje moe, wilde meer buiten zijn.' Er speelde nog de vage gedachte dat ze met de opbrengst van de tuin haar inkomensverlies enigszins zou kunnen compenseren. 'Dat is niet echt uitgekomen.

'Ze heeft haar 'courgettetrauma' al verwerkt kilo's op het land, terwijl ze bij de AH nog geen euro per kilo kosten en de hoon thuis leren verdragen ('Is dat eetbaar? In de winkel ziet het er heel anders uit.'). Onlangs verscheen haar boek Eten uit de volkstuin (Nieuw Amsterdam).

Beeld Studio V

Biologisch

Marleens tuin is een gezellig groen rommeltje met rijtjes aardappelen, sla, peultjes en nog zoiets. 'Radijsjes of koolrabi, dat ben ik vergeten.' Ze heeft een pruimenboom, Nederlandse druiven en een perkje met kruiden. Een plukje brandnetels mag blijven staan. 'Zolang de tuinpolitie het niet ziet.'

Toen Van Es acht jaar geleden begon, was moestuinen nog lang niet en vogue. 'Ik deed net of ik achter mijn bureau zat als ik opdrachtgevers aan de lijn kreeg.' Nu blijkt ze tot een voorhoede te hebben behoord.

Tuinieren is vooral leuk, zegt Van Es. 'Het is meditatief, ik voel me meer verbonden met de seizoenen en de natuur.' Dat ze er groenten van meeneemt, is mooi meegenomen. Ze is er wel anders door gaan eten, ook omdat ze meer benul heeft gekregen van wat wel en niet in het seizoen is. 'Als ik nu al pruimen in de winkel zie, denk ik: dat kan niet.'

Maar de gedachte deel uit te maken van een alternatieve voedselbeweging slaat niet aan. 'Dat is niet de reden waarom ik tuinier.' Marleen van Es koopt wel geregeld biologisch, maar doet gewoon boodschappen bij de Albert Heijn. 'Het idee dat je de voedingswereld in je eentje zou kunnen veranderen is toch ijdel. Ik ben een beetje wars van actievoeren.'

Beeld Studio V

Revolutie

De revolutie zal niet beginnen in de volkstuin, beaamt Jan Willem van der Schans, onderzoeker bij het LEI (Landbouw Economisch Instituut) en pleitbezorger van stadslandbouw. Naast 'nieuwe hippies' ziet Van der Schans bij de nieuwe generatie moestuinders vooral veel 'neotraditionalisten': geen tijd om te protesteren bij de Albert Heijn, want de aardbeienplanten moeten water hebben.

De nieuwe voedselbeweging is volgens hem niet te vergelijken met initiatieven als de taxidienst Uber en Airbnb, die bestaande markten op hun kop zetten. 'Voedsel is geen ict. Je kunt een project wel op Facebook liken, maar de productie blijft toch relatief kleinschalig.'

In de VS is urban farming uitgegroeid tot politieke protestbeweging. Maar de situatie is daar heel anders, onderstreept Van der Schans. 'In de VS heb je food deserts, waar in grote gebieden niks te krijgen is. In Nederland is overal genoeg voedsel te koop.'

Toch, benadrukt Van der Schans: we moeten het effect dat de moestuinbeweging in Nederland heeft niet onderschatten. 'AH kwam niet voor niks met moestuintjes, waar Jumbo op reageerde met een reclame waarin de draak wordt gestoken met moestuinders. Supermarkten als AH en Jumbo zijn niet meer zo dominant als vroeger. Ze worden aan de onderkant bedreigd door Lidl en Aldi en aan de bovenkant door boerenmarkten.'

Stille kracht

Jan Willem van der Schans ziet meer tekenen: McDonald's verliest terrein aan hippe eettentjes met vers eten en een bedrijf als Unilever is druk bezig zijn ketens korter en transparanter te maken. Dat heeft effect, benadrukt hij. 'En dat komt doordat de voorhoede van de consumenten dat wil.'

Ergens in die voorhoede zit ook de moestuinder: niet als aanvoerder op de barricade, maar als een stille kracht op de achtergrond. Iemand die meer gelooft in groei dan in revolutie. Die weet wat wanneer in het seizoen is en hoeveel moeite het kost groenten te telen. Die rustig en gestaag doorwerkt, zoals de natuur zelf, en die in al zijn bescheidenheid de hoop op een betere wereld levend houdt.

Om met de grote filosoof Audrey Hepburn te spreken: To plant a garden is to believe in tomorrow. Zeg nou zelf: wat kan er belangrijker zijn dan dat de aardbeien water nodig hebben? En nu ik eraan denk: mijn paddestoelen hebben absoluut nieuw koffiedik nodig.

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op interviews met:  

Chris van Zijdeveld, voorzitter van het Algemeen Verbond van  Volkstuindersverenigingen in Nederland.  

Ton Vreeken, eigenaar van Vreekens' zaden in Dordrecht.  

Marleen van Es, volkstuinster en schrijfster van het boek: Eten uit de Volkstuin.  

Jan Willem van der Schans, onderzoeker LEI Wageningen UR.  

Esther van Veen, onderzoeker Wageningen UR.    

Voor het artikel is gebruikt gemaakt van de volgende boeken, artikelen en webpublicaties:  

Niels Wildschut: Het Algemeen Verbod van Volkstuindersverenigingen in Nederland: 1928-2012. Onderzoeksstage Universiteit Utrecht, 2012.  

F. Zantkuijl: Van Coelghaerde tot vrijetijstuin. Een empirisch-sociologische studie over het volkstuinwezen. Amsterdam 1974.

Caroline Zeevat: Tot Nut & Genoegen. Volkstuincultuur in Nederland. Uitgeverij 010, Rotterdam 2001.  

Anne C. Bellows e.a.: Health benefits of Urban Agriculture, 2004. National Gardening Association: An Environmental change for Obesity Prevention. 2011  

R. Abma e.a.: Maatschappelijke kosten-batenanalyse stadslandbouw. De case studies Voedseltuin Rotterdam, De Nieuwe Warande en Hazennest Tilburg. Wageningen UR/Witteveen+Bos 2013.  

Sheila Golden: Urban Agriculture Impacts: Social, Health and Economics. A Literature Review. University of California, 2013.  

Stadslandbouw, aantoonbaar gezond? Brochure Wageningen UR 2015.

Voedsel verbouwen in de stad is een trend om serieus te nemen. Trouw 29-4-2012.  

Visies op stadslandbouw. Wageningen UR, 2015.  

Jan Willem van der Schans: Stadslandbouw in discussie. 2013.

Esther J. Veen: Community Gardens in urban areas: PhD thesis, Wageningen UR 2015.  

R. de Niet: Groen in de stad. Ontwikkeling 1993-200. Achtergrond bij natuurbalans 2005.  

Margaret Armar-Klemesu: Urban agriculture and foodsecurity, nutrition and health.   With micro-gardens, urban poor grow their own. FAO Factsheet 6. Website FAO.   Growing greener cities. FAO 2010.  

Christine Muhlke: Growing together. The New York Times Magazine 8-10-2010.  

De moestuin van  Michelle Obama. Karakter Uitgevers BV, Amsterdam 2012.  

Marleen van Es: Eten uit de Volkstuin. Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Amsterdam 2015.  

In Kopenhagen wordt niets minder dan de eetrevolutie gepredikt. Volkskrant 8-9-2014.  

Volkstuinen zitten in 't verdomhoekje. Algemeen Dagblad 3-12-2007.  

Wachtlijsten van tien jaar voor volkstuinen in Utrecht. Algemeen Dagblad 16-3-2015  

CBS-cijfers

Wikipedia

Cijfers Milieu- en Natuurplanbureau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.