Het perfecte Riet

Dat is wat ik zoek in een rietje: dat ik zin krijg erop te gaan 'toeteren’

Jazzsaxofonist Benjamin Herman hoort, voelt en proeft welk rietje het beste is voor zijn saxofoon.

Beeld Frank Ruiter

‘Het begint allemaal bij dat gekke stukje hout. Met elk rietje dat ik op mijn saxofoon zet, klinkt het instrument totaal anders. Dat komt doordat het een natuurlijk materiaal is. Dit heb ik er gisteren op gezet – klinkt een beetje neuzig, maar het is wel aardig. Ik heb het even in een glaasje water geweekt.

‘Als ik een goed riet heb, ziet mijn leven er een stuk zonniger uit. Zoals Dexter Gordon zei: ‘Happiness is a nice wet reed.’ Als ik er een paar dagen op heb gespeeld, gooi ik het weg. Ze kosten twee vijftig, drie euro per stuk. Ik heb altijd een doos rieten bij me in mijn saxofoonkoffer. Als je heel erg mazzel hebt, zit er soms eentje tussen waarmee je een hele tijd kunt doen.

Beeld Frank Ruiter

‘Het geluid ontstaat door het trillen van het riet in het mondstuk. Rietjes zijn er in verschillende diktes. Ik speel nu op een 3 medium. Dat is niet heel zwaar. Vroeger speelde ik op rietje nummer 5: de dikste die er zijn. Dat was medisch niet meer verantwoord: er komt dan te veel druk op je hersenen te staan. Ik kon heel hard spelen, maar op een gegeven moment leek me dat niet echt verantwoord meer. Ik speel nu het liefst op D’Addario Select Jazz, unfiled, 3 medium.

‘Hoe die dingen worden gemaakt, is echt veranderd. Het hout is anders dan vroeger, de smaak is anders. Je staat toch langdurig met zo’n stuk hout in je mond. Ik heb wel eens een kunststof rietje uitgeprobeerd maar dat vond ik niks: het is een beetje alsof je met een lijk aan het vrijen bent. Er zit geen organische component in. Het reageert niet op de omstandigheden.

Beeld Frank Ruiter

‘Sommige klassieke saxofonisten zijn helemaal lijp van riet: die willen bijvoorbeeld alleen maar rietjes van bomen die aan de zonnige kant van de vallei zijn gegroeid. Die merken ook meteen of dat zo is of niet. Maar ja: je kunt jezelf er ook getikt mee maken. Dat probeer ik niet te doen. Ik treed vier keer per week op, soms wel zeven keer; ik heb drie keer in de week een nieuw nodig: als ik me dan elke keer heel druk ga maken over de kwaliteit van het rietje, maak ik mezelf gek.

‘Soms wissel ik van riet terwijl ik op het podium sta. Dat is een hebbelijkheidje: je kunt je rietje overal de schuld van geven. Als dingen niet lukken. Of als je een keer je dag niet hebt. Dan kunnen rietblazers héél boos worden op hun rietje, dan komt het daardoor, ha ha ha! Soms is dat ook wel zo. Dan speel je vals en dan zet je een ander rietje op je instrument en dan is het over. Maar meestal ligt het gewoon aan jezelf en moet je meer studeren.

‘Het perfecte riet is dat waarmee ik niet bezig hoef te zijn. Waarvan ik alleen maar denk: wauw, dit is een lekker rietje. Dat ik er zin van krijgt om saxofoon te spelen, om op te treden. Dat is wel wat ik altijd zoek in een rietje: dat ik zin krijg erop te gaan ‘toeteren’, zeg maar.’

Benjamin Herman (1968) studeerde aan het conservatorium in Hilversum en de Manhattan School of Music in New York. Hij is bandleider van het achtkoppige New Cool Collective dat in december zijn 25-jarig jubileum vierde. Zowel met anderen als alleen bracht hij tientallen albums uit. Om zijn vijftigste verjaardag te vieren, nam Herman de soloalbums Project S en Bughouse op.

Beeld Frank Ruiter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.