Recensie Concert

Dankzij de zuivere eenvoud van Gens’ stem komen de liederen op de eerste plaats (****)

Stersopraan Véronique en pianist Susan Manhoff creëren een subliem evenwicht in hun Franse liederen. De stem van Gens is op haar 52ste nog steeds onberispelijk.

Véronique Gens. Beeld Franck Juery

Fijnproevers zijn het, die Franse liedcomponisten, of ze nou Debussy heten, Duparc, Chausson of Hahn. Van een monotoon mompelmelodietje kunnen ze een klankavontuur maken. Ze zetten tegen de zangstem een pianopartij aan die een heel andere kant op gaat, met ver drijvende akkoorden die niet plompverloren  worden neergeplempt, maar geraffineerd en terughoudend hun kleuren onthullen. Voor de luisteraar is het alsof hij door een landschap raast, waarin al zijn zintuigen worden geprikkeld. Pijlsnel, want voor je het weet is het lied, de frase, dat ene sublieme moment, voorbij.

Piano en zang zijn complementair: het een kan niet zonder het ander. Een lied van Schubert zou je eventueel nog zonder begeleiding kunnen zingen. Van Debussy’s En sourdine, uit Fêtes galantes, blijft zonder de pianopartij weinig heel.

In het Muziekgebouw aan ’t IJ lieten Véronique Gens en Susan Manoff horen hoe dat klinkt, zo’n subtiel evenwicht tussen twee musici. Gens is de stersopraan waar zalen voor op hun knieën gaan, Manoff de begeleider – hoe indrukwekkend haar staat van dienst inmiddels ook is.

Debussy, Duparc, Hahn, Chausson. Véronique Gens, Susan Manoff. Amsterdam, Muziekgebouw aan ’t IJ, 16 mei.

Fascinerend hoe Manoffs inleiding het mogelijk maakt dat Gens in L’invitation au voyage van Henri Duparc begint alsof ze tegen een kind spreekt, met broze, intieme stem. Ze probeert het meisje te verleiden met haar mee te gaan en verliest zich zo in de woorden van Baudelaire dat ze uiteindelijk het kind vergeet en gevangen raakt in haar eigen droomwereld. Gens pakt uit, haar stem wordt krachtig en extatisch, en dan, aan het einde van het lied, neemt ze afstand en zingt ze bijna reciterend de beschouwende slotzinnen.

Aan de andere kant is er Quand je fus pris au pavillon van Reynaldo Hahn: kort, vlot en ritmisch. Het gaat over een man die betrapt wordt in de kamer van zijn geliefde, meer niet. Hahn is een componist om rekening mee te houden, maar tien van zijn liederen achter elkaar is wat veel.

Aan de kwaliteit van Gens ligt het niet. Zij is, op haar 52ste, nog altijd een sopraan met een stem die dicht tegen het ideale aan ligt. Bij haar geen storende overgangen tussen de hogere en lagere registers, geen ongecontroleerd vibrato of andere uitingen van fysiek verval.

Tijdens haar optreden werd ze geplaagd door een vervelende verkoudheid, waardoor voor deze ene keer de artiest meer hoestte dan haar publiek in de zaal. En toch lukte het haar niet alleen de hoest onder controle te krijgen, maar ook een zuivere eenvoud te laten horen die maakte dat de liederen op de eerste plaats kwamen, voor haar eigen kunstenaarschap en voor dat van Susan Manoff – een geweldige ervaring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.