Stadsgids Seoul

Dagje Seoul met filmmaker Bong Joon-ho: ‘Ik ga jullie allemaal vieze dingen laten zien’

Zuid-Koreaanse filmgrootheid Bong Joon-ho gidst de Volkskrant door Seoul. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Je maakt wat mee, als je een middag op pad gaat met de Zuid-Koreaanse filmmaker Bong Joon-ho. De grappenmaker zet je voortdurend op het verkeerde been, en ondertussen krijg je een filmisch beeld van Seoul, de stad waar zijn nieuwe zwarte komedie Parasite zich afspeelt. 

De Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho beent door de koffiezaak, een smal gangetje in en opent de wc-deur. ‘Dit’, zegt hij triomfantelijk, ‘is de mooiste wc van Seoul.’ Of hij het serieus meent, is onduidelijk, maar een mooi toilet is het zeker. Het goud omlijste luchtrooster is fraai beschilderd en in een kastje steekt een kleine boomstam kunstig door de planken. De lichtbollen rondom de spiegel hadden in de kleedkamer van een Broadway-theater niet misstaan. ‘Maar het mooiste’, zegt Bong, terwijl hij naar boven wijst, ‘is het licht van boven.’ De lamp boven de pot is bedekt met een geel papier, waardoor het hele toilet een zachtgele gloed krijgt. ‘Dit licht krijg je nergens anders in de stad’, zegt Bong. ‘En willen jullie me nu misschien even excuseren? Ik moet naar de wc.’

Terwijl de deur dichtgaat, horen we de regisseur lachen.

Zuid-Koreaanse filmgrootheid Bong Joon-ho gidst de Volkskrant door Seoul. Dit is ‘de mooiste wc van Seoul’. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Cv Bong Joon-ho

14 september 1969 Geboren in Daegu, Zuid-Korea.

2003 Breekt door in eigen land met de film Memories of Murder , over een Koreaanse seriemoordenaar. 

2006 Zijn monsterfilm The Host trekt in Zuid-Korea meer dan dertien miljoen bezoekers. 

2013 Snowpiercer, het sciencefiction-actiedrama dat hij in Hollywood produceerde.

2017 Netflix-speelfilm Okja

2019 Wint een Gouden Palm op het Filmfestival van Cannes met de film Parasite.

Bong is getrouwd en heeft een zoon. Hij woont sinds zijn 10de in Seoul.

Parasite draait vanaf 28 november 2019 in Nederlandse bioscopen.

Een middag op pad door Seoul met filmmaker Bong is een middag vol verrassingen, zoals hij zijn filmpubliek ook graag trakteert op een mix van verschillende genres en onverwachte wendingen. De Zuid-Koreaan scoorde in eigen land verschillende bioscoophits, onder meer met de monsterfilm The Host (2006). De afgelopen jaren kreeg hij ook in Hollywood voet aan de grond, met het sf-actiedrama Snowpiercer (2013) en de Netflix-speelfilm Okja (2017). Het voorlopige hoogtepunt volgde dit voorjaar, toen hij op het Filmfestival van Cannes de Gouden Palm won met de zwarte komedie Parasite. In de film, die in november in Nederland gaat draaien, manoeuvreert een straatarm gezin uit Seoul zich handig het huishouden in van een welgestelde familie, totdat het vreselijk misgaat.

Al voor de ontmoeting zet Bong, die volgende maand 50 wordt, ons op het verkeerde been. Via zijn management laat hij een paar dagen voor de afspraak weten ‘niet comfortabel’ te zijn met het verzoek als stadsgids te functioneren. Hij wil alleen maar plekken laten zien die met zijn film te maken hadden. Maar eenmaal tegenover Bong aan de ijslatte, zegt hij met een grijns: ‘Ik ga jullie vandaag allemaal vieze dingen laten zien.’

We zitten in een elegant ingerichte koffiezaak, Soraesu, op een kwartier lopen van zijn huis. De zaak ligt op de rand van de chique, heuvelachtige Franse wijk, ontstaan rondom de Franse school die hier 1985 werd geopend. Het kost wat moeite om het café te vinden. Het pand ligt verscholen achter een brasserie, Napoleon, en de gevel is volledig bedekt met klimop.

Binnen blijkt dat Bong hier zijn vaste werkplek heeft: een Engelse landhuisstoel voor een raambreed bureau van donker hout. ‘Ik reserveer hem niet hoor, maar er gaat gewoon nooit iemand anders zitten’, aldus Bong. De eigenaresse glimlacht. Zij weet wel beter.

Café Soraesu, waar regisseur Bong Joon-ho zijn film Parasite schreef. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Hier schreef Bong Parasite en bedacht hij de twee plekken die het decor vormen voor de film: een kelderwoning voor de arme familie en de vrijstaande villa voor het welgestelde gezin. Hoewel de locaties in de studio werden gebouwd, vond Bong inspiratie in Seoul.

‘Vooral het huis van het arme gezin is typisch Koreaans’, zegt Bong, die met zijn weelderige haardos, getatoeëerde armen en zwarte kleren een opvallende verschijning is. ‘In de film wonen ze in een souterrain, wat wij een ‘semi-kelder’ noemen. Je ziet ze veel in steegjes in de stad. 3 procent van de inwoners van Seoul woont nog altijd zo.’

Bong noemt de souterrains een ‘ontroerende woonvorm’. ‘Ze zijn erg verbonden met het thema van de film. De armen wonen semi-ondergronds. Als je nog dieper wegzakt in de armoede, is er de theoretische mogelijkheid dat je volledig ondergronds moet gaan wonen. Aan de andere kant geeft het souterrain ook hoop: je kunt vooruit in het leven, naar een woning helemaal boven de grond.’

Bongs films bevatten vaak maatschappijkritiek. Waar Okja de bio-industrie aanvalt en The Host milieuvervuiling, gaat Parasite over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Mensen uit de ‘worstelende’ klasse en de rijken leven steeds meer in andere werelden, meent Bong. Ze onderscheiden zich door opleidingsniveau, goede manieren en de geur die ze afgeven. Stop je ze in één ruimte, zoals in Parasite, dan kan het minste of geringste problemen veroorzaken. (Meer verklappen we niet, op verzoek van Bong. ‘Alsjeblieft, geen spoilers’, zegt hij meer dan eens).

Regisseur Bong Joon-ho. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Hoewel de groeiende kloof tussen arm en rijk volgens Bong wereldwijd een thema is, past de film goed bij het moderne Zuid-Korea. Het land groeide vanaf de jaren zestig razendsnel van een ontwikkelingsland naar de elfde economie ter wereld, met de metropool Seoul (10 miljoen inwoners) als stralend middelpunt. Maar waar in het begin iedereen profiteerde van de welvaartsstijging, is de kloof tussen arm en rijk volgens Bong sinds eind jaren negentig weer toegenomen. ‘We zijn een enorm rijk land met K-pop en alles, maar de maatschappelijke ladder is weer smaller geworden. Kinderen van rijke families hebben bijvoorbeeld een veel grotere kans om naar een goede universiteit te gaan en dat is triest.’

Het fijne aan Parasite is dat de film ondanks het sombere thema luchtig van toon is – en soms hilarisch, zoals wanneer de moeder van het arme gezin die ene bekende Noord-Koreaanse nieuwslezeres nadoet. Bovendien legt Bong geen moreel oordeel op, ook niet als het drama zich ontvouwt. Ook de rijke zakenman – in de ict-branche – kan de kijkers charmeren. Bong: ‘In veel films zijn de rijken naar en hebberig, maar in Parasite zijn ze juist smaakvol en soms zelfs charmant. De zakenman begaat ook geen misdaad. Hij gaat pas een grens over wanneer hij onbedoeld in het bijzijn van het arme gezin vertelt hoe hij de passagiers in de metro zo vindt stinken. Dat is iets wat je normaal gesproken nooit zou doen. Vanaf dat moment beweegt de film zich richting tragedie.’

We verlaten het café en stappen in een grijze Hyundai Veracruz, die vanwege zijn merk en kleur (een auto met een vrolijk kleurtje is een zeldzaamheid in Korea) moeiteloos opgaat in het straatbeeld. Bong dirigeert de chauffeur vanaf de voorste achterbank door de Franse wijk, langs appartementencomplexen met namen als Forêt Hill – inclusief Romeinse zuilen – Boulangier Gontran Cherrier en Paris Croissant, dat anders dan de naam doet vermoeden een Koreaanse keten is met een al even niet-Franse stijl van bakken. Het filiaal in deze wijk importeert wel speciaal ingrediënten uit Frankrijk om de juiste smaak croissants en baguettes te kunnen serveren.

Regisseur Bong Joon-ho. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Bong wijst uit het raam. ‘Kijk daar is de Franse school. Elke dag na een uur of 3 stroomt het hier vol met Fransen die hun kinderen komen ophalen: surreëel.’

De bestemming is Square Guarden, een koffiezaak waar Bong regelmatig afspreekt met zijn director of photography en production designer. En waar ze dus de mooiste wc van Seoul hebben. Het is een kleine, donkere tent met aan het plafond bankbiljetten van over de hele wereld die met wasknijpers aan takken zijn bevestigd. Het weinige licht komt van rode en gele ledlampjes die met touwtjes aan het plafond hangen. ‘Jij bent gewoon te lang’, roept Bong door de zaak als hij terug is van de wc.

Nog niet zo heel lang geleden dronken Koreanen de hele dag door thee, maar deze eeuw vond een stille koffierevolutie plaats. Seoul herbergt nu zo’n driehonderd Starbucks-filialen, meer dan elke andere stad ter wereld. Tel daarbij op de talloze onafhankelijke koffiezaken en je begrijpt waarom Seoul koffiehoofdstad van de wereld wordt genoemd. Een beetje zaak brandt net als Square Guarden zijn bonen zelf, in een machine midden in het café. ‘Ik ben ook koffieadept geworden’, zegt Bong, terwijl hij met zijn hand door een pot met koffiebonen gaat. ‘Ik kauw er zelfs op, lekker. Hier, moet je ook eens proberen,’ zegt Bong en hij gooit lachend een handvol bonen in het notitieblokje van de verslaggever.

Bong komt uit een creatieve familie. Zijn vader was grafisch ontwerper, zijn opa van moeders kant een bekend schrijver. Bongs broer is hoogleraar letterkunde en zijn zus modeontwerper. Op zijn 10de verhuisde het gezin van Daegu, de vierde stad van Zuid-Korea, naar de hoofdstad. Het was bepaald geen liefde op het eerste gezicht. ‘In Daegu had ik een hond, maar ons nieuwe appartementencomplex in Seoul stond geen huisdieren toe. De hond heb ik toen bij familie achter moeten laten. De verhuizing naar Seoul betekende dus het afscheid van mijn hond. Ik was woedend.’

Regisseur Bong Joon-ho Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Bong vond de stad destijds overweldigend. ‘In Daegu woonden we aan de voet van een berg aan de rand van de stad, heel rustig eigenlijk. Seoul was groot en druk. Vooral de Han-rivier vond ik intimiderend. Hij is zó breed, breder dan de Theems of de Seine.’

Pas in zijn studententijd, Bong studeerde sociologie aan de prestigieuze Yonsei-universiteit, ontwikkelde hij een liefde voor de stad. ‘Een paar vrienden van vroeger kwamen hier studeren en ik liet ze de stad zien. Toen voelde ik voor het eerst trots. De meeste tijd brachten we overigens door in de studentenwijken, zoals Hongdae of Sinchon. We dronken veel en het was de tijd van protesten tegen de militaire dictatuur. Er gebeurde altijd wel iets.’

Na zijn afstuderen volgde Bong nog twee jaar de filmacademie. Daarna werkte hij een paar jaar als regieassistent, om in 2000 zijn eerste film Barking Dogs Never Bite uit te brengen, een satire over een hoogleraar die zich zo stoort aan een blaffende hond in zijn flatgebouw dat hij besluit het dier te kidnappen.

Veel films van Bong spelen zich af in Seoul. De stad heeft het daarbij opvallend vaak zwaar te verduren. In The Host zaait een monster dood en verderf in de lommerrijke parken langs de Han, in Okja vernielt een genetisch gemodificeerde reuzenkoe een ondergronds winkelcentrum in Seoul. En ook in Parasite – excuus, minispoiler – moet een deel van de stad het ontgelden als de regen het arme deel onder water zet.

‘Met Seoul heb ik een haat-liefdeverhouding. Ik vind de stad te groot en te druk en beweeg me het liefst in mijn eigen wijk, een beetje zoals we nu doen. Tegelijk vind ik de stad inspirerend voor mijn films. In mijn werk hou ik van chaos, wanorde. Maar het moet wel georganiseerde chaos zijn. Elk shot moet perfect geregisseerd zijn. Het is allemaal nogal ironisch, dat besef ik ook.’

De eigenaren van dit huis mogen hier wonen in afwachting van nieuwbouw. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

We rijden weer verder, dit keer de wijk uit, voorbij het massieve busstation, een betonnen kolos van begin jaren tachtig. Eronder huist het grootste ondergrondse winkelcentrum van de stad. Links en rechts passeren we genummerde woontorens. Ongeveer de helft van de Zuid-Koreanen woont in zo’n appartementencomplex. De lucht is zoals op zoveel dagen vies van de smog.

Terwijl we wachten voor het verkeerslicht stuurt Bong berichtjes op zijn telefoon. Het winnen van de Gouden Palm heeft zijn leven niet veranderd, bezweert hij. ‘Ik krijg meer verzoeken, maar verder werk ik alweer aan mijn volgende project. Ik ga mijn plannen niet ineens veranderen.’ Het succes heeft wel het bioscoopbezoek opgestuwd: meer dan tien miljoen Koreanen hebben Parasite gezien. Koreanen zijn gek op naar de film gaan, maar deze cijfers hebben Bong werkelijk verbaasd. ‘Dat is een op de vijf Zuid-Koreanen. Als ik er zo over nadenk, is het best wel ongemakkelijk eigenlijk.’

De chauffeur zet ons af bij metrohalte Jamwon. Ernaast staan fonkelnieuwe appartementen met de naam Bennehouse. Bong wijst naar de overkant van de straat, waar de flats wijken voor een paar krakkemikkige huizen in het groen. ‘Kijk’, zegt hij,‘overal flats hier, behalve dit kleine, onontwikkelde stukje land. Tien jaar geleden stuitte ik hier bij toeval op. Ik stelde me zo voor dat hier een kleine groepje mensen zich moedig verzette tegen de vooruitgang.’

Bongs regieassistent en een van zijn productiemanagers wonen in een van de omringende appartementen. Zij namen hun regisseur een jaar geleden een keertje mee naar binnen. Bleek er in elk van de huizen een café te opereren. Bong kiest voor Galdae Pocha (‘Rietstraat’), een café met een golfplaten dak, dat met zijn rietplanten, Koreaanse barbecuetafels en zakken knoflook aan het plafond zo uit een van Bongs films had kunnen komen. Meneer en mevrouw Lee serveren ons Koreaanse pannenkoek met groenten (gamjajeon) en een deeggerecht met vlees (yukseon). Bong schenkt makgeolli, een witte Koreaanse rijstwijn, in mokken. Meneer Lee vertelt dat het stukje land van de gemeente Seoul is. Het is de bedoeling dat hier over vijf tot tien jaar een school gebouwd gaat worden. Tot die tijd mogen de Lee’s hier blijven.

Restaurant Galdae Pocha. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

‘Een heerlijk rommelige tent toch?’, zegt Bong, die na de autorit in de spits weer helemaal opleeft. ‘Best wel gek dat door dit artikel straks een groep Nederlanders hier doorheen dendert.’

Bong schenkt nog een keer de kommen bij. ‘Ik hou van deze sfeer, de materialen. Er zijn steeds minder van dit soort plekken in de stad. Voor The Host hebben we gefilmd in een oude stomerij in het centrum. Een prachtig gebouwtje met op de achtergrond een kantoor van SK Telecom, wat een mooi contrast gaf. Die stomerij is er nu niet meer.’

Bong betrapt zichzelf erop dat hij klinkt als een oude man die zegt dat vroeger alles beter was. ‘Seoul is gewoon een niet erg coherente stad, het is een mix’, mijmert hij. Dat past dan ook wel weer bij de regisseur, die vertelt dat zijn appartement net buiten de Franse wijk extreem netjes is. ‘Maar om te drinken heb ik een plek als deze nodig, zegt Bong. ‘Lekker messy.’

We drinken er nog een en dan bestelt Bong een taxi, op naar een volgende afspraak. Nog voor hij is overgestoken, vraagt een voorbijganger al om een handtekening. Bong stemt toe, groet met een korte buiging en snelt de weg over.

Regisseur Bong Joon-ho. Beeld Sangsuk Sylvia Kang

Oud en nieuw

Skypark Seoullo 7017

Een oude, ongebruikte autoweg pal naast het centraal station van Seoul werd een paar jaar geleden door de Nederlandse architect Winy Maas omgetoverd tot een stadspark à la High Line in New York. Hoog boven de auto’s en stadsbussen flaneer je tussen lavendel en forsythia, tussen de ijskoffie drinkende stelletjes. ’s Avonds kopieert het pad zijn omgeving als neonlicht de 645 plantenbakken verlicht. In de buurt van het station vind je enkele van de oude stadswijken met kelderwoningen waar Bong de inspiratie vond voor zijn film.

Riviertje Cheonggyecheon

Halverwege Gwanghwamun, de boulevard waar in 2016 miljoenen Koreanen demonstreerden tegen ex-president Park Geun-hye, ontspringt Cheonggyecheon, een in 2005 opgeknapt riviertje dat kilometers door het centrum stroomt. Het riviertje ligt een paar meter onder straatniveau, wat het effect van een groene oase tussen de wolkenkrabbers versterkt. Maar loop ook eens links en rechts de oude stadsbuurten in, waar horlogemakers en verkopers van ijzerwerk de herinnering aan het oude Seoul levendig houden. Veel van deze buurten gaan over een paar jaar tegen de vlakte om plaats te maken voor kantoren en appartemententorens.

Stadsdeel Gangnam

Dit is het nieuwe Zuid-Korea, het domein van Samsung, dat hier zijn hoofdkwartier heeft, en K-pop, de Koreaanse popmuziek die onder leiding van boyband BTS de wereld verovert. Er is hier maar één ding dat telt en dat is succes uitstralen: vandaar ook de vele klinieken voor plastische chirurgie en beautyzaken (zeker ook voor jongens).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden